Preek van de Week – Zondag 11 december ’22

Jozua 2
Matteüs 12, 46 – 50
I
Niemand noemt haar dochter Rachab.
Het is een naam die je later krijgt.
Een etiket dat je wordt opgeplakt.
Niet een naam waarin je wonen kunt.
Zo een die met je mee beweegt.
Een naam waarmee je wordt begroet en jij jezelf gekend weet.
Wat haar echte naam was, weten we niet.
De naam die Rachab’s moeder haar gaf
toen zij haar kind in haar handen nam
en de toekomst open lag.
‘Jij mag heten.. Ruth (‘Vriendschap’).
Of Tamar (‘Dadelpalm’).
Of Batseba (‘Dochter van de Sabbat’).
Maar niet Rachab.

Rachab betekent ‘wijd’.
Voor haar naam klinkt in het verhaal,
is al vastgelegd hoe we die moeten interpreteren.
Ze is een hoer.
Ze is mevrouw Wijdbeens.
Het is de humor van de verhalenverteller.
Maar de woordspeling draagt ook het risico in zich
dat je er een beetje in blijft rondhangen.
Alsof het in het verhaal nergens anders over gaat.
Wat bepaald niet het geval is.

De namen van de andere voormoeders van Jezus
zouden Rachab niet hebben misstaan:
De vriendschap en trouw die ze heeft bewezen aan de twee verspieders
die ze verborgen hield in haar huis.
Daarin is zij Ruth.
Ze was een boom, die goede vruchten voortbracht.
Stevig gegrond. De koning blaast haar niet omver.
Daarin is ze Tamar.
En ze wist van bevrijding uit de knechterij –
een echte dochter van de Sabbat.
Daarin is zij Batseba.

Rachab is het allemaal.
Ze is zoveel meer dan de hoerenmadam, mevrouw Wijdbeens.
Ja, dat is ze ook.
Maar laten we daar alsjeblieft niet in blijven hangen.
Op welke manier dan ook.
Bijvoorbeeld door van haar de zondaar te maken;
iets waar de orthodoxie een handje van heeft.
Met het rode koord als verwijzing naar het bloed van Christus
waardoor ze wordt gered.
Of juist door haar op te hemelen als de onafhankelijke vrouw,
die als zelfstandig sekswerker de kost verdient
en als zodanig de Bijbel gehaald heeft.

II
Ze is in het verhaal noch de een, noch de ander.
Ook al komt de vrije onafhankelijke vrouw
deze keer dichter bij de Bijbelse boodschap dan de zondaar.
Laten we het eerst maar eens over die twee mannen hebben,
die er door Jozua op uit zijn gestuurd om het land te verspieden
en de stad Jericho in het bijzonder.
De verhalenverteller doet geen enkele moeite
om de mannen te tekenen als geslepen geheime agenten.
‘Gaat heen, beziet het land, en Jericho’,
zo vertaalt de Naardense Bijbel de opdracht van Jozua.
Om er direct op te laten volgen:
‘Zij gaan en komen aan in het huis van een vrouw die een hoer is;
haar naam is Rachab; daar leggen zij zich neer.’
Laten we zeggen dat dit wel een heel vrije invulling is
van de opdracht die ze meegekregen hebben.
En die laatste woorden – ‘daar leggen zij zich neer’ –
zijn daarbij ook nog eens tamelijk dubbelzinnig.
Ik neem u even mee naar een ander spannend verhaal.
Dat van de avonturen van aartsvader Jacob
Daarin wordt het zelfde werkwoord gebruikt
als de nog kinderloze Rachel haar zus Lea toestaat
om een nachtje met Jacob te slapen,
in ruil voor liefdesappelen die vruchtbaarheid bevorderen.
Jacob mag zich voor een keer bij Lea neerleggen.

Voor haar naam valt, wordt Rachab al een hoer genoemd.
De verhalenverteller is duidelijk een man.
Want laten we wel wezen:
het zijn doorgaans de hoerenlopers die een vrouw tot hoer maken.
Alleen zien de heren dat natuurlijk anders.
Nee, zo moet je hen absoluut niet zien.
Ze zijn verspieders op een missie.
En dan kom je wel eens ergens.

Aan het eind van het verhaal steken ze opnieuw de Jordaan over
en keren ze terug bij Jozua.
‘Ze vertellen hem al hun bevindingen.’ Nou ja, alle?
De conclusie: ‘De HEER heeft ons het hele land in handen gegeven,
de inwoners sidderen voor ons.’
Niets over zwakke plekken hier en kwetsbaarheden daar,
om gericht de aanval in te kunnen zetten.
Nee, ‘de HEER heeft ons het hele land in handen gegeven.’
De beslissing is al gevallen.
En je denkt: Dat is maar goed ook.
Je zult met dit soort mannen de oorlog moeten winnen.
Aan hen kan het niet gelegen hebben
dat de inwoners van het land sidderen.
De verspieders hebben niet meer gezien dan een bordeel
en hebben zich verder verborgen gehouden.
Dat ze nog in leven zijn hebben ze aan Rachab te danken.
Eerst heeft ze hen als kinderen voor het slapen gaan
toegedekt met vlas op het dak van haar huis.
En daarna heeft ze hen op het juiste moment
aan het touw door het venster naar beneden gelaten,
met de boodschap: ‘Houd je drie dagen schuil in het bergland’.
Geen hond die je daar zal zoeken.

III
‘Rachab woonde in een huis in de stadsmuur’ vertelt het verhaal.
Op de Wallen dus.
Blijkbaar is het van alle tijden:
Prostitutie wil je niet in hartje stad.
Je hebt als samenleving ook wat hoog te houden.
Dan gaat het niet alleen om de overlast.
Welke meneer wil nou graag gezien worden als hij naar de hoeren gaat?
Bijzonder om te zien dat Rachab
weliswaar aan de uiterste rand van de stad woont,
maar hoofdrolspeler is in het hart van dit Bijbelverhaal.
Nou ja, bijzonder?
Wie een beetje verslingerd geraakt is aan de Bijbel,
die weet dat het geen incident is
als randbewoners in het midden worden geplaatst.
Eerder is het – om met het verhaal van vanmorgen te spreken –
een rode draad die uit menig venster op de Bijbel hangt.

In het hart van het verhaal
klinkt uit de mond van Rachab een krachtig ‘Ik weet’.
Alles wat ze doet komt voort uit dit ‘Ik weet’.
Ze is geen held, geen moordwijf.
Zeker niet vanuit het perspectief van haar eigen volk.
Na de bevrijding van Nederland zijn massa’s vrouwen,
voor heel wat minder dan wat Rachab flikt,
kaalgeschoren en weggezet als Moffenhoeren.
‘Ik weet dat de Ene het land aan u gegeven heeft,
dat schrik voor u op ons gevallen is
en dat alle ingezetenen van het land wankelen voor uw verschijning.’
Wat is dat voor een weten?
Aan die superspionnen die niet verder kwamen dan het bordeel,
kan het toch moeilijk hebben gelegen?

Nee, het weten van Rachab komt voort uit horen, zegt het verhaal.
Nou hoort een hoer wel vaker wat.
Treurige praatjes voor de vaak vooral.
Om snel weer te vergeten voor de volgende klant zich meldt.
Maar dit is anders.
Ze heeft het verhaal gehoord van de uittocht uit de slavernij
en de doortocht door de Rietzee.
Ze heeft van de Ene gehoord, die God is in de hemelen boven
en op het aardland daaronder.
Ze heeft kort samengevat Exodus en Genesis gehoord.
En nu wéét ze.
Als bewoner van de Wallen, als randbewoner dus;
als vrouw die van haar naam beroofd is
en als Wijdbeens door het leven gaat,
wéét ze zich gekend in wat ze heeft gehoord.
Met haar ‘Ik weet’ zal ze nooit de Bijbelquiz winnen.
Voor dat soort weetjes heeft ze geen tijd.
Haar weten is van een andere orde
en vertaalt zich direct in hervonden waardigheid en in doen.

Zij, die wéét, zegt tegen de garde van de koning:
‘Ik weet niet waarheen de mannen zijn gegaan;
jaagt met haast achter hen aan, ja, dan haalt u ze wel in!’
Hoort u wat ik hoor?
Ze spoort de soldaten aan met dezelfde taal
als die van de Farao van Egypte,
als hij spijt krijgt dat hij het slavenvolk heeft laten gaan.
Rachab kent haar klassiekers.
En ze weet dus ook dat het niets gaat worden.
Hoeveel donder en geweld ze ook meebrengen.

Wie zich gekend weet door de Ene, gaat op de Ene lijken
in de liefde voor mensen die op bevrijding wachten.
Rachab spreekt haar belijdenis uit op het dak
naar de twee, die ze daar liet onderduiken.
Vanaf dat moment hoort ze bij dat slaafgemaakt volk,
dat geen kant op kon en op wonderlijke wijze in de vrijheid werd gezet.
Sterker nog,
God wordt in haar herkenbaar, in haar vriendschap en haar trouw.
‘Hij laat mij schuilen onder zijn dak op de dag van het kwaad,’
zingt de dichter van psalm 27,
‘Hij verbergt mij veilig in zijn tent, Hij tilt mij hoog op een rots.’

Als de dag van het kwaad voor Jericho aanbreekt
en heel die trotse stad er aan gaat, blijft één huis staan –
het huis met het rode koord uit het venster.
Het huis van Rachab, de randbewoner.
Met in dat huis heel haar familie die zij liet schuilen onder haar dak.

IV
We hebben vandaag een verhaal gehoord
dat zich afspeelt rond een huis op de Wallen.
Een huis op het randje. In meerdere opzichten.
Bij Rachab liep werkelijk van alles in en uit.
Zij vroeg niemand naar zijn papieren.
Maar dat huis op het randje
stond wel in het hart van het verhaal van God met de mensen.
Zelfs zo, dat Rachab op God begon te lijken.
‘Zij liet mij schuilen onder haar dak op de dag van het kwaad’
hoor ik een van de bange mannen zeggen, vrij naar psalm 27.
En de ander voegde er aan toe: ‘Zij verborg mij veilig in haar tent’

Misschien is het een gekke vergelijking.
Misschien zelfs totaal onverantwoord.
Maar hoe zou u het vinden
als de Nieuwe Kerk steeds meer ging lijken op dat huis op het randje?
Als we definitief afscheid zouden nemen van het ons kent ons?
Niet omdat we hier zo open zijn,
maar omdat het gewoon niet meer vol te houden is.
Zo veel verschillende mensen
die ieder op eigen wijze en op andere momenten
hier op zoek zijn naar een thuis, al is het maar voor even.
Vanuit het perspectief van ons kent ons heet het ‘los zand’.
En als je denkt vanuit controle: een zooitje ongeregeld.

Maar vanuit het evangelie gedacht
moet je met andere kwalificaties komen.
Als de moeder van Jezus en zijn broers Jezus komen opeisen
omdat hij een van hén is,
wijst hij naar zijn leerlingen – vrouwen en mannen van allerlei slag.
‘Dat zijn mijn moeder en mijn broers.’
Dat zooitje ongeregeld.
Los zand inderdaad, als Jezus zelf ze niet bij elkaar zou houden.
Lieve mensen, dat los zand dat Jezus bijeen houdt,
dat heet ook wel het Lichaam van Christus.
Het huist hier in de Nieuwe Kerk.
En dat lichaam van Hem kon wel eens meer overeenkomst vertonen
met het lichaam van Rachab
dan met wat we er in de kerk van gemaakt hebben:
iets hoogs en iets heiligs, los gezongen van de wereld.

‘Ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet,
is mijn broer en mijn zus en mijn moeder’ zegt Jezus.
Als er iemand was die de wil van de Vader in de hemel deed,
dan was het voormoeder Rachab wel.

Laten we net als Rachab
een rood koord uit een van de ramen van de Nieuwe Kerk hangen.
Er komen tijden aan die we niet kunnen overzien.
Tijden die een eind zullen maken aan oude vormen en gedachten.
Tijden ook, waar plekken als deze,
waar zo veel verschillende mensen over de vloer komen,
uit kunnen groeien tot broedplaatsen van Gods toekomst.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.