Preek van de week – 6 november 2022 (Allerzielen)

I

“Waak, lieve God, bij wie werken, waken of wenen vannacht, en laat uw engelen hen behoeden die slapen. Zorg voor de zieken, Christus; geef rust aan de vermoeiden, zegen de stervende, troost wie lijden, heb medelijden met de beproefden, bescherm wie blij zijn, en dat alles omwille van uw liefde. Amen”

Soms heb je oude woorden nodig om te bidden… Dit gebed is afkomstig uit de completen van de Anglicaanse liturgie en ik kwam het tegen bij Tish Warren, priester in de Anglicaanse kerk van Noord-Amerika. In haar boek ‘Bidden in de nacht’ beschrijft ze hoe dit gebed haar overeind hield en grond onder de voeten gaf in een tijd van twijfel en verlies, toen ze in een korte periode haar vader verloor en twee miskramen kreeg. Op het moment dat ze zelf niet meer wist wat te bidden, had ze de gebeden van anderen nodig om haar te dragen en weer opnieuw te leren geloven.

II

De completen, afgeleid van het woord completorium (voltooiing), vormen het laatste gebed van de dag. Een gebed voor de nacht, voor het moment waarop het om ons heen donker wordt. En dan klinkt er ‘Waak, lieve God…’ Ja, ook bij wie slapen, maar hier in het bijzonder allereerst bij wie werken, waken en wenen.

Het gebed doet recht aan een herkenbare ervaring, van de nacht als het moment waarop verdriet, angsten, twijfels, bezorgdheid en ontgoocheling zich soms in alle hevigheid aan ons op kunnen dringen en ons wakker houden. De nacht waarin we alleen zijn, waarin de stilte soms verstikkend kan zijn en waarin we geconfronteerd worden met de duisternis en onze eigen kwetsbaarheid en sterfelijkheid. In dat nachtelijk uur, zo zegt Warren, had ze woorden nodig om haar verdriet en angst te bevatten. Verlangde ze naar een troost die het verlies en de dood onbevreesd in de ogen kijkt en naar taal die haar hielp om vanuit het donker tot God te spreken.

En dat vond ze in dit gebed uit de completen: “Waak, lieve God, bij wie werken, waken of wenen vannacht, en laat uw engelen hen behoeden die slapen. Zorg voor de zieken, Christus; geef rust aan de vermoeiden, zegen de stervende, troost wie lijden, heb medelijden met de beproefden, bescherm wie blij zijn, en dat alles omwille van uw liefde.”

III

In deze woorden weerklinkt iets van Jezus’ woorden, die we hem vanochtend hoorde spreken in onze lezing uit Lukas. Maar waar in de woorden van Jezus een zekere belofte en stelligheid klinkt, klinken ze hier meer als een gebed, als verlangen en als hoop én misschien ook wel als een soort klaaglied.

En is dat niet vaak de realiteit? Jezus woorden “Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen”, het klinkt wel erg zeker? We zouden het wel willen, maar is het realistisch? Je zult lachen… Was mijn verdriet al maar wat minder, zou je kunnen denken. Of al zou ik me maar niet zo alleen voelen in dat verdriet, dat voelt al als heel wat.

IV

“Waak, lieve God, bij wie wenen vannacht” Huilen in de nacht, in het verborgene;verdriet, eenzaamheid of verlies, ieder van ons krijgt er op een bepaald moment mee te maken. En toch… weten dat het niet ongewoon is, maakt de pijn van er zelf doorheen gaan niet minder.

En terwijl we tegen anderen kunnen zeggen dat het verdriet er mag zijn, bewaren we vaak onze eigen tranen tot de nacht; vertellen we onszelf dat we nu geen tijd hebben voor verdriet; of hebben we zelfs het gevoel dat we niet mogen huilen, treuren, of verdrietig zijn, want er is altijd wel iemand die het erger heeft.

Verdriet en verlies, in meer of mindere mate worden we er dagelijks mee geconfronteerd. Er zijn van die momenten dat verlies scherp binnendringt en verdriet ons overweldigd. Maar, ook op de momenten dat het grotendeels goed gaat, is er soms toch dat knagende verdriet of gemis als een schaduw aanwezig.

Zo bestaan vreugde en verdriet vaak dicht naast elkaar. Enerzijds gelukkig maar, anderzijds des te ingewikkelder. Hoe gaan we daar mee om? Als we Jezus of dit gebed mogen geloven, misschien allereerst wel door te leren huilen. Door onszelf de kans te geven om verdriet op te merken, het toe te geven en te ervaren. Ook al is dat lang niet altijd makkelijk.

V

Juist daarom is het denk ik ook iets wat we niet alleen kunnen. We kunnen niet zonder anderen om ons heen of een geloofsgemeenschap of traditie, die ons hiervoor de ruimte geven, woorden bieden en ons hier in helpen en voorgaan. We hebben momenten, gewoontes of vormen nodig die ons helpen om zowel verdriet als vreugde  ten volle te leren verwoorden, zonder ook maar iets af te doen aan één van beide.

Zoals bijvoorbeeld dit gebed wat ons herinnert aan wie wenen, omdat we allemaal diep van binnen weten dat er iedere nacht mensen huilen – en we dat allemaal een keer ’s nachts zullen doen. Een gebed wat ons woorden biedt, wanneer we zelf geen woorden meer kunnen vinden. Maar ook een dag als vandaag, waarop we heel bewust ruimte geven aan verdriet; stil staan bij de leegte die we kunnen voelen; bij ons verlies en gemis, maar ook bij de mooie herinnering en de doorgaande liefde. Dat doen we door de namen te noemen, hardop of in onszelf, van hen die niet meer bij ons zijn en toch nog zo dichtbij.

Ruimte maken voor zowel vreugde als verdriet (ruimte om te rouwen en te wenen) als we Jezus mogen geloven is het onderdeel van christelijk leven; een kenmerk van degene die hij ‘gelukkig’ noemt. Want als we geen tijd of ruimte maken voor verdriet, dan zal het nog niet simpelweg verdwijnen. De kans is zelfs groot dat het via omwegen weer bij ons komt of plotseling in alle hevigheid zich aan ons opdringt. Maar meer nog, als we geen ruimte maken voor verdriet, dan kunnen we ook de diepten van Gods liefde niet ontdekken, de genezing die God soms aan de pijn ontwringt en de manier waarop rouwen ook wijsheid, troost of zelfs vreugde kan opleveren.

VI

Zo mogen we onze diversiteit en complexiteit aan emoties dus bij God brengen, zowel in de kerk als thuis. In alle eerlijkheid, inclusief onze twijfels, onze teleurstellingen, onze woede en ons verdriet. We worden daarvoor uitgenodigd al is het maar omdat we het overal in de Bijbel zien gebeuren. Van de Psalmen, waar we lezen ‘Wordt wakker Heer, waarom slaapt u nog?’ Ontwaak!, tot Jezus aan toe die aan het kruis roept ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten’.

Je zou kunnen zeggen dat leren weeklagen ook een vorm is van leren huilen. Maar tegelijk is het ook meer dan dat. In onze weeklacht brengen we door de Geest onze woede, onze angst en verdriet voor God, om gezien te worden door God. Wenen en weeklacht geeft ruimte aan de diepten van ons verdriet, terwijl we ons tegelijk vastklampen aan de beloften van God en onze hoop vestigen op Christus die met ons is en voor ons uitging.

VII

En misschien is het ook wel die roep en die hoop die mee klinkt in dat begin van het gebed: “Waak, lieve God…” Wat moeten we daarbij denken? Bedoelen we dan een God die ons voor al het slechte behoedt, die verdriet en kwaad ver weg van ons houdt? We zouden het soms wensen, maar de realiteit is anders. Maar wat dan wel?

Volgens mij heeft het te maken met die hoop op Christus, die met ons is en voor ons uit gaat. Als we naar de zaligsprekingen kijken, dan wordt wel gezegd dat we daar eigenlijk een beeld van Jezus zelf tegen komen. Hij die ook wel de ‘man van smarten’ wordt genoemd; die bekend was met verdriet; die van lijden en verlies wist en die werd vermeden en bespot.

Vreemd genoeg kiest God er dus niet voor om onze kwetsbaarheid weg te nemen en houdt hij pijn, verdriet en lijden niet ver bij ons vandaan, maar in plaats daarvan… komt Hij er in binnen. En dat betekent dat we in ons verdriet en in de moeilijke dingen die ons overkomen naar Jezus kunnen kijken als een iemand die dat ook heeft meegemaakt, maar óók dat we mogen ontdekken dat Hij ook hier en nu bij ons is.

VII

Hij waakt bij ons. Hij deelt in ons verdriet en in ons lijden. En wij mogen, door ons lijden heen, ook delen in de volheid van Christus’ leven. Als lichaam van Christus is de kracht en de macht van God die werkzaam was in Christus, toen hij hem opwekte uit de dood, ook werkzaam in ons. Dat is volgens Paulus onze hoop. In Christus mogen we hopen en geloven dat het donker en de dood niet het laatste woord hebben, maar dat in hem het licht en het leven altijd sterker zullen blijken. Er is geen kracht die dat kan weerstaan. En tegen die achtergrond worden Jezus’ woorden “Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen” inderdaad een belofte.

Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.