Caravaggio: Het ongeloof van St Thomas

Alledag

Voor elke dag, zo lang het Coronavirus het leven ontregelt, een hart onder de riem gestoken door ds. Tirtsa Liefting en ds. Evert Jan Veldman.

Woensdag 15 april ’20

Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam.25Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’26Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij,27en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’28Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’29Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ [Johannes 20: 24-29]

De ‘ongelovige Tomas’, dat is misschien hoe de meesten van ons de apostel Tomas kennen. In de kerkgeschiedenis heeft hij niet altijd een positieve reputatie genoten, maar tegenwoordig roept zijn twijfel juist ook herkenning op.

Tomas Halik werpt in zijn boek ‘Raak de wonden aan’ echter een andere kijk op Tomas. Vanuit onze eigen hedendaagse ervaringen interpreteren we de twijfel van Tomas vaak materialistisch: om te kunnen geloven wilde hij eerst zien en aanraken. Maar misschien waren zijn twijfels wel van een heel andere orde en nam hij het kruis het meest serieus van allemaal. Misschien kon hij pas zeggen ‘Ik geloof’ toen hij zag dat de opstanding het kruis niet van zijn kracht berooft.

Wanneer Jezus naar Tomas toe komt en hem zijn wonden laat zien, zegt hij volgens Halik dan ook als het ware: ‘Kijk, de pijn – welke pijn dan ook – is niet zomaar weg of vergeten! De wonden blijven wonden.’ En zo nodigt Jezus ook ons uit zijn wonden aan te raken, zijn wonden die de wonden van deze wereld zijn. Want in het aanraken van die wonden, in het aanraken van het menselijk lijden, daar komen we juist Christus tegen. Daar komen we tot de ontdekking dat Hij het is en dat Hij leeft. Misschien ontstaat dan ook alleen in het aanraken van die wonden de mogelijkheid om te geloven en te roepen ‘Mijn Heer! Mijn God!’

In deze tijd waarin onzekerheid, zorgen en verlies dichtbij komen wordt het verhaal van het lijden, de dood en de opstanding van Christus nog krachtiger en onmisbaarder. Omdat het ons niet alleen de hoop biedt op een betere toekomst, maar juist ook de aanwezigheid van lijden en pijn niet aan de kant schuift of bedekt. In plaats daarvan wijst het verhaal van Tomas erop dat Christus juist daar aanwezig is. Dat roept ook ons op om onze ogen niet te sluiten voor het lijden van onze naasten, maar het serieus te nemen. Om de wonden van deze wereld, van Christus zelf, niet uit de weg te gaan, maar dichterbij te komen en ze aan te raken.

God, dank dat u juist daar te vinden bent waar wij ons gewond, terneergedrukt of gebroken voelen. Dank dat u het lijden niet uit de weg ging, maar dat we u juist daar ontmoeten. Heer, help ons de wonden van de wereld niet uit de weg te gaan, maar u daar te zoeken. En geef dat we ze niet alleen zien, maar ze ook aanraken en ons erdoor laten aangrijpen. Amen.

Kopbeeld: Het ongeloof van Tomas, Caravaggio (Uffizi, Florence).

Lees hier meer berichten voor Alledag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.