Preek van de week – Zondag 7 augustus ’22

‘Angst, Vijandsbeelden en Verzoening’

Een overweging bij Mattheüs 5: 14-26 en bij Martin Luthers King preek ‘Heb je vijanden lief’

I

Een aantal jaar geleden las ik het boek ‘Ik verbind u door’ van Vonne van de Meer. Het boek begint met een lichte irritatie tussen een stel ’s ochtends in bed. Geïrriteerd gaat de man naar zijn werk, waar hij in zijn boosheid nogal bot doet tegen een collega. Deze reageert op zijn beurt zijn frustratie weer af op zijn secretaresse. In een reeks van gebeurtenissen en relaties die volgen zien we vervolgens hoe de frustratie en woede zich verder verspreid door woorden en daden, op die manier steeds groter en onbeheersbaarder wordt en, spoiler alert, uiteindelijk zelfs de aanleiding vormt voor een moord (waar het verhaal dan mee eindigt). Het boek wijst zo op de gevolgen van een schijnbaar onschuldige boosheid en de kracht van onze woorden en ons handelen. Dat doet ze op een boeiende, maar natuurlijk ook wel wat extreme manier.

II

Maar is de boodschap van Jezus die hier vanochtend klinkt niet minstens zo extreem?  ‘Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan’. Het is nogal wat om dat te horen. Want hoe vaak gebeurt het niet dat ook wij- in onze eigen irritatie of ongeduld -dit soort woorden eruit flappenof ons onderling negatief uitlaten over een ander. En soms zit het misschien niet eens in onze woorden, maar laten we onze houding naar de ander beïnvloeden door deze irritatie of negativiteit. We worden kortaf tegen die vriend of vriendin die ons teleurstelde en bij onenigheid in de familie lijkt het misschien soms het makkelijkst om elkaar maar gewoon zoveel mogelijk uit de weg te gaan.

Okay, we weten ook wel dat het geen schoonheidsprijs verdient en dat het eigenlijk ander zou moeten, maar dat Jezus dan direct met het Sanhedrin en het vuur van de Gehenna aan komt zetten, dat is toch wel wat overdreven? Zoveel stelt het toch ook weer niet voor? Maar toch, misschien heb je zelf wel eens aan de andere kant gestaan. Was je zelf de ontvanger van zo’n ‘kwetsende woord’. Iets wat voor de ander misschien onschuldig leek, kwam hard binnen. Een terloopse opmerking die je nog jaren bij bleef. Of een oordeel óf vooroordeel wat je maar niet van je afgeschud krijgt.

III

Het is daarom ook niet voor niets dat Jezus op een prikkelende én uitdagende manier hier de aandacht op vestigt. In het gedeelte wat we hebben gelezen roept hij ons op om verder te kijken dan die dingen die overduidelijk strafbaar zijn, zoals moord. Hij spoort ons aan om in plaats daarvan ook onze eigen woorden en onze houding onder de loep te nemen. Want, woorden die opkomen uit boosheid, jaloersheid of irritatie raken de ander. Bewust, maar misschien ook wel vaak onbewust halen we op die manier de ander naar beneden; plaatsen we hem of haar in een hokje. En dat doet niet alleen iets met die ander, maar ook met ons.

Daarnaast vestigt Jezus hier óók onze aandacht op hoe we dan omgaan met een conflict, met onze boosheid, onze angst óf vijandsbeelden. Want dat maakt nogal wat uit. ‘Leg je geschil bij, terwijl je nog onderweg bent’, zegt Hij. Er zit een zekere urgentie in Jezus’ woorden. ‘Wacht niet te lang, blijf verzoening of schuldbelijdenis niet uitstellen, want voor je het weet is het te laat’ hoor je hem als het ware zeggen. Zoals, in het verhaal van Vonne van der Meer een klein, schijnbaar onbeduidend voorval steeds grotere gevolgen kreeg, zo dragen onze dagelijkse irritaties, onze boosheid en jaloezie, ons onrechtvaardige gedrag en onenigheid de mogelijkheid met zich mee van verdere escalatie, groeiende verwijdering, vijandschap of zelfs vergelding.

Tenzij, we een stap de andere kant opzetten. Een stap naar de ander toe; een stap in verzoening en vergeving; een stap die ons ook eerlijk naar onszelf laat kijken. “Want, duisternis kan de duisternis niet uitdrijven; alleen licht kan dat doen. En haat kan haat niet uitdrijven; alleen liefde kan dat doen” horen we Martin Luther King zeggen.De kettingreactie van kwaad moet gebroken worden, anders wordt het alleen maar erger. We worden aangespoord om daarin zelf initiatief te nemen, uitgedaagd tot een andere reactie. Dat brengt ons terug bij ons thema van vandaag.

IV

In deze weken staan we stil bij het thema ‘Oorlog en Vrede’. Een nogal groot thema,

waarbij moeilijke onderwerpen zoals broedertwisten of religieus geweld al langs zijn gekomen. En vandaag hebben we het dan dus over ‘Angst, Vijandsbeelden en Verzoening’. Daarbij lazen we al een stukje uit een preek van Martin Luther King, waarin grote woorden zoals haat, duisternis en een kettingreactie van kwaad, worden gebruikt. Woorden die op het eerste gezicht misschien ver van ons af staan. Zo groot dat we er niet goed een voorstelling van kunnen maken. Al zal er tegelijk niemand zijn die niet in de geschiedenis een voorbeeld weet aan te wijzen waar we kwaad en die duisternis in alle heftigheid tegen komen. Maar in ons eigen leven kan het wat ver weg voelen. Diepe haat is misschien niet iets wat we direct zelf herkennen, maar juist dat laat misschien wel iets zien de bevoorrechte positie waar veel van ons zich in bevinden. Onbekend met groots onrecht of de enorme pijn die mensen elkaar kunnen aan doen. Maar ook als dat het geval is betekent dat niet dat de teksten van vandaag ons dan niets te zeggen hebben. Het kan ook een verleiding zijn om dit soort thematieken direct op grote schaal te trekken, waardoor het tegelijk veilig op afstand blijft. ‘Moord, geweld, haat…’, nee zover gaan wij niet.

Misschien brengt Jezus het juist daarom wel heel dicht bij. Zodat we er niet om heen kunnen, omdat we allemaal wel bekend zijn met die alledaagse emoties als boosheid, irritatie, ongeduld, afgunst of trots. Bekend met momenten waarop we de schuld  liever bij de ander neerleggen, dan de blik naar binnen richten. De ander is de kwaaddoener of de vijand, wij zijn het slachtoffer. Vandaag worden we erbij bepaald dat dit soort gedachten of neigingen niet onschuldig zijn. Als we er niet alert op zijn; niet bereidt zijn om eerlijk naar onszelf te kijken of ons te verplaatsen in de ander; wanneer onze boosheid het wint van de liefde, dan heeft dat gevolgen. Soms direct zichtbaar, soms heel subtiel. De geschiedenis laat zien dat geweld zelden zomaar ontstaat, maar vrijwel altijd vooraf wordt gegaan door een tijd van groeiende angst, afgunst, polarisatie, onenigheid of twist. Zowel in het groot op nationaal niveau, maar ook in het klein, heel persoonlijk.

V

De bekende Britse Rabbijn Jonathan Sacks schrijft veel over de factoren die een rol spelen in het ontstaan van vijandschap, vijandsbeelden of geweld. Volgens hem heeft het alles te maken met het feit dat wij mensen sociale dieren zijn. We leven en vinden onze identiteit in groepen, maar groepen conflicteren. Onze sociale natuur zorgt enerzijds voor iets heel moois: we helpen en komen op voor de leden van onze eigen groep, maar anderzijds kan het ook iets lelijks in zich meedragen: namelijk een verdenking en agressie naar leden van andere groepen. Natuurlijk hoeven onze sociale natuur en onze groepsidentiteit niet tot vijandschap te leiden, maar het kan er wel voor zorgen dat we de wereld in twee delen beginnen te verdelen. Waarbij we groot van onszelf denken en negatief over anderen. Wij hebben het bij het rechte eind, zij zitten fout. Ik ben het slachtoffer, zij zijn de kwaaddoeners.

Als dat ergens helder wordt, dan is het wel in toenemende voorbeelden van polarisatie in onze samenleving. Waarbij sommige groepen lijnrecht tegenover elkaar lijken staan; waarbij we elkaar niet meer begrijpen of misschien niet meer naar de ander willen luisteren; waar we één bepaalde groep beginnen te zien als de veroorzaker van alle problemen.  Maar ook dichter bij huis kan het zichtbaar worden, bijvoorbeeld in een conflict op je werk of in de familie.

Natuurlijk betekent dit niet dat we het niet meer over goed of kwaad kunnen hebben of alles moeten relativeren. We moeten blijven praten over slachtofferschap en daderschap en echte verzoening vraagt ook altijd om een schuldbelijdenis. Maar tegelijk moeten we ervoor oppassen om niet te snel in goed of fout te oordelen, direct te generaliseren of om in zwart wit termen te praten. We moeten oppassen dat we niet slechts bezig zijn met ons afzetten, de ander op zijn plek te zetten of ons eigen gelijk te halen, want vaak leidt dat alleen maar tot verdere verwijdering of escalatie.

VI

Maar, ons thema van vandaag is niet ‘angst, vijandsbeelden en geweld’ of ‘angst, vijandsbeelden en verwijdering’ maar het is ‘angst, vijandsbeelden en verzoening’. Geweld en verwijdering zijn dus niet de enige mogelijk uitkomsten. Er is ook een andere optie; een andere weg om te gaan.

En het is in de Bijbel, zowel in het Oude als Nieuwe Testament, dat we die weg tegen komen. Daar wordt ons een ander verhaal verteld. Ze vertelt ons van een God die de wereld schiep in liefde en vergeving; die de mens maakte naar zijn beeld. En als dat zo is, dan kan het toch niet zo zijn dat Hij van mij houdt, maar niet van jou; of van hem, maar niet van haar? Veel van de onenigheid en strijd tussen mensen op aarde komt voort uit een angst voor tekort, uit ongelijkheid, vriendjespolitiek, onrecht of ons eigen egoïsme. Maar dat geldt toch niet voor Gods liefde, genade of vergeving? Die zijn niet maar beperkt beschikbaar of alleen voor bepaalde mensen toegankelijk. God overstijgt groepen. Hij overstijgt onze verschillen. God is allesomvattend en tegelijk persoonlijk betrokken en aanwezig. Zijn liefde kent geen grenzen. God wordt gevonden onder ons en onder hen. En verschijnt juist vaak daar waar we haar het minst verwachten.

Dat bekend dus niet dat we moeten te ontkennen dat we verschillend zijn, maar dat we worden geroepen om te belijden dat we tegelijk gelijk en één zijn. Hoe anders iemand ook kan zijn of soms moeilijk om mee om te gaan, hij of zij maakt onderdeel uit van Gods schepping en is net als ons voorwerp van zijn liefde en gemaakt naar zijn beeld. En daarmee onze naaste. Martin Luther King zegt wat eerder in zijn preek dat we blij mogen zijn dat Jezus zei: “heb je vijanden lief” en niet: “vind je vijanden aardig”. Hij voegt er aan toe dat het bijna onmogelijk is om sommige mensen aardig te vinden. “Aardig vinden” is iets sentimenteels en aanhankelijks, maar daar roept Jezus ons niet toe op. Hij zag volgens Martin Luther King in dat “liefhebben” groter is dan “aardig vinden”. Liefde als Agapé is een begrijpende en creatieve, bevrijdende goede wil voor alle mensen. Het is met die liefde, met Gods liefde,

dat we geroepen worden om naar de ander te kijken, de ander te naderen en zijn of haar menselijkheid binnen te gaan. Om zo voorbij te komen aan de angst of scheidslijn tussen jou en de ander.

VII

Dat is niet iets wat makkelijk of vanzelf gaat, zeker niet op momenten van verandering of onzekerheid; wanneer we ons bedreigd of tekort gedaan voelen; of wanneer de ander het bloed onder onze nagels vandaan haalt. Maar het is wel de weg die de cyclus van kwaad kan stoppen; die de mogelijkheid van verzoening en bevrijding opent en die zorgt voor toenadering in plaats van verwijdering. Of om maar weer met Martin Luther King te spreken: “Liefde is de enige kracht die in staat is om van een vijand een vriend te maken”. “Haat vernietigt en vernielt van nature; maar liefde creëert, bouwt en herstelt van nature. De liefde transformeert met bevrijdende kracht”.

Makkelijk is het dus niet wat Jezus ons hier voorhoudt, maar dat geldt wel vaker voor zijn woorden. De oproep om ons te verzoenen, geen kwaad te spreken en onze vijanden lief te hebben dat vraagt nogal wat. Maar gelukkig wijst Jezus niet alleen de weg die we moeten gaan, Hij gaat ons er ook zelf op voor. Hij zet de eerste stap en laat ons zien hoe bewogenheid, vergeving en dienstbaarheid er heel concreet uit zien.

VIII

Staan we ervoor open om hem daarin te volgen? Durven we verder te kijken dan ons eerste oordeel? En onze irritaties, boosheid of vijandsbeelden los te laten? Durven we ons in de ander te verplaatsen, de ander te naderen of zelfs de eerste stap naar verzoening te zetten? Zo leven vraagt om een voortdurende oefening en groei in zelfkennis. Het betekend dat we eerlijk zijn over onze eigen vooroordelen en aannames. Dat we alert zijn op onze irritaties en frustraties en waar die vandaan komen. Dat we onze houding tegenover de ander

onder de loep durven nemen. Dat we bereidt zijn soms de minste te zijn en niet te snel van ons afwijzen. Het betekent dat we onszelf erin oefenen om onze angsten, boosheid of frustratie niet tot verdere escalatie, pijn of destructie te laten leiden, maar dat we ze juist zo inzetten dat ze constructief worden, een positieve verandering uitwerken en bijdragen aan de bloei van ieder mens.

IX

En tegelijk, het blijft altijd makkelijker om er over te spreken dan om het in de praktijk te brengen. Boosheid verdwijnt niet zomaar en er zullen momenten blijven dat we spreken voor we nadenken of van ons afwijzen zonder een eerlijke blik naar binnen. Maar ook wanneer het ons lukt om onze fouten recht te zetten; om onze vijandsbeelden of kwetsende taal achter te laten; om ons te verontschuldigen of zelfs te verzoenen, ook dan moeten we vaststellen dat er nooit helemaal perfecte gerechtigheid is, hier en nu. We kunnen er alleen bij naderen. Maar het is juist die gebrokenheid, van onszelf en van deze wereld, die we steeds weer bij God mogen brengen. Als een gebed om verandering en vernieuwing, een gebed om hoop op zijn toekomst, zijn koninkrijk van vrede en om vertrouwen dat Hij ons en deze wereld niet los laat. Maar ook een gebed om troost en genade, om zijn vergevende liefde van waaruit we het steeds weer opnieuw mogen proberen.

Tot besluit een stukje van een lied waar Marten Luther King zijn preek mee eindigt: “In Christus is noch west noch oost, in Hem noch zuid noch noord, één gemeenschap van liefde beslaat de wereld wijd”.

Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.