Preek van de Week – Zondag 4 januari ’26

Leviticus 19, 33 – 34
Matteüs 2, (1 – 12)13 – 15

I
De eerste zondag van de maand
staat dit kerkelijk seizoen
in het teken van een van de zeven werken van barmhartigheid:
de hongerigen te eten geven,
de dorstigen te drinken geven,
de naakten kleden,
de vreemdelingen onderdak bieden,
de zieken bezoeken, de gevangenen bezoeken
en de doden begraven.
Geen willekeurig rijtje.
Zes van de zeven werken zijn ontleend
aan het verhaal van Jezus
over de komst van de Mensenzoon
en zijn identificatie met de geringsten:
‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben
voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters,
dat hebben jullie voor Mij gedaan.’ (Mat. 25, 40)
Heb je ze gezien?
Werden ze je tot broer en zus?
Eeuwig leven zul je met hen vieren.
Wilde je ze niet zien?
Zonder liefde zul je zijn tot in eeuwigheid.

Vandaag gaat het over de vreemdelingen onderdak bieden.
En dat nou net op de zondag
waarop wij lezen over de komst van de Magiërs uit het Oosten,
omdat de geboorte van een koning
in de sterren stond geschreven.
Niet de minste. Wel die ván de minsten

Laat ik maar eerlijk zijn:
Ik heb het niet zo op die zeven werken van barmhartigheid.
Maar goed, ze hebben in de kerkelijke traditie oude papieren.
Ze zullen deze mopperende dominee ook wel overleven.
Het woord werk doet mij te veel denken
aan een klus die geklaard moet worden.
Als het doen iets níet is in het verhaal van Jezus, is het dát.
Maar ja, als Hij dan zelf een koppeling maakt met het laatste oordeel,
dan vraag je er ook om.
Door zijn menswording stelt Jezus ons in staat
om Hem gastvrij te ontvangen, zegt kerkvader Augustinus.
Op die manier bereidt Hij voor ons gastvrij een plek in de hemel,
voegt hij er aan toe.
Nee, Augustinus zegt niet dat je zo de hemel verdient.
Maar het is wel handig om te weten
dat het een met het ander te maken heeft.
Als je hel en hemel in stelling brengt
bij welke vorm van naastenliefde dan ook,
dan wordt het vanzelf een klus
en wordt die ander dus een object om jouw doel te bereiken.

II
Als we op zaterdag 24 januari afreizen naar Kampen
om onze bijdrage te leveren aan het kerkasiel
dat al meer dan een jaar wordt verleend
aan de Oezbeekse familie Babayants,
wat drijft ons dan?

Bijna twaalf jaar geleden vluchtte het gezin naar Nederland.
Na talloze procedures besloot de Immigratie- en Naturalisatie Dienst
dat de familie niet in Nederland mag blijven
en terug moet naar Oezbekistan.
Een maand geleden bevestigde de rechter deze beslissing.
Maar wat is terug?
Aleksa van 4 is hier geboren.
Amelia van 11 en Ariana van 14 zijn meiden van hier.
En Aram van 21 heeft in Nederland zijn opleidingen doorlopen
en is er volwassen geworden.

Wat willen we als Nieuwekerkers?
Hebben we dat helder?
Willen we het herstel van het kinderpardon uit 2013
dat in 2019 weer werd afgeschaft?
Er zijn nog 421 kinderen in Nederland die al vijf jaar of langer
op een definitief besluit over hun verblijfsstatus wachten.
Vijf jaar waarin kinderen verworteld raken,
zeggen mensen die het weten kunnen.
421 kinderen, dat heet tegenwoordig al gauw een tsunami.
Laten we zoeken naar een antwoord op die vraag.
Individueel is die vraag eenvoudig te beantwoorden.
Je wikt en weegt en besluit dat je voor of tegen bent.
Maar als kerk en als gemeente?
Wat drijft je?
Waarom voegen we ons in de kerkdienst
die het kerkasiel gaande houdt
en die al meer dan een jaar onafgebroken voort duurt
in de Open Hof in Kampen?
Als we op die vraag geen antwoord hebben,
laden we de verdenking op ons
dat ons tochtje naar Kampen
ons keurig ingeplande werk van barmhartigheid is,
het bewijs dat wij van wc eend niet de beroerdste zijn.

III
Laat de Bijbel spreken!
Niet om wat zwart op wit staat
een op een over te zetten naar hier en nu.
Dat is geen spreken. Dat is de Bijbel laten buikspreken.
Nee, als de Bijbel spreekt zijn wij zelf in het geding,
worden wij aangesproken en geroepen om te antwoorden,
om te weerspreken als het moet.
De Bijbel is het levend Woord,
geen grabbelton van heilig verklaarde teksten.

Hoe ongemakkelijk om de lezing uit Leviticus te horen!
Maar liever dat ongemak dan die woorden te citeren
omdat ze je goed uitkomen in jouw politieke visie.
De oproep om de vreemdeling lief te hebben, omdat die is als jij,
gaat verder dan jouw voorkeuren en jouw goede wil.
‘Want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte.
Ik ben de HEER, jullie God.’

Nou, mooi niet!
Wij zijn hier en wij horen hier.
En wij bepalen hoeveel rek er zit in ons gemoed,
wie er nog bij kan en wanneer vol vol is.
Het is toch onzinnig om een tekst van lang geleden
uit een agrarische setting en een dun bevolkt gebied
iets te laten zeggen over asielmigratie in Nederland anno nu?
Ja, dat is onzinnig.
Maar wat niet onzinnig is,
is je als gemeente aan te laten spreken door de Thora
en met elkaar in gesprek te gaan
over wat wij van links tot rechts blijkbaar doodnormaal vinden:
dat wij hier zijn en dat wij hier horen.
En het is ook niet onzinnig
om je blijvend lastig te laten vallen
door de Heer van de kerk
en die van de hele santenkraam die wereld heet .
Die aan God gelijk was
en de status aannam van wie geen status heeft.
Gemeente zijn in deze tijd is misschien wel vóór alles
vragen stellen bij alles wat ons in onze bubbels wordt opgedist.
Niet omdat wij van nature zo kritisch zijn.
Maar omdat het levend Woord ons er toe aanzet.

IV
Nou kunt u mij als predikant verwijten
dat ik ook wel lekkere lezingen heb uitgekozen voor deze themazondag.
Lezingen die passen bij hoe ik in de wedstrijd zit –
radicaal links, zou Dilan Yesilgöz zeggen.
Hoezo: levend Woord?
Dan wil ik ter verdediging toch inbrengen
dat het spoor van gedenken
dat je zelf vreemdeling geweest bent in het land Egypte
een hoofdspoor is in de Bijbel
en dat het uitwijken en vluchten naar Egypte
van Jozef met het kind en Maria
al begint in het verhaal van de Magiërs uit het Oosten,
een verhaal dat onmiskenbaar hoort bij deze zondag –
Een zondag waarop ons een Licht opgaat.
Wat zeg ik?: Het Licht!

Wat drijft ons?
En nu trek ik het even breder
dan de geplande deelname aan de doorlopende kerkdienst
in het kader van het kerkasiel.
Vreemdelingen onderdak bieden is vandaag het thema.
Dan komt alles voorbij wat in het afgelopen jaar het nieuws bepaalde:
De door het volk ‘ervaren’ asielcrisis,
het bewust ondermijnen van de asielopvang,
het bedreigen van gekozen volksvertegenwoordigers,
fascisten die de publieke ruimte opeisen,
het strafbaar stellen van illegaal verblijf in Nederland,
statushouders achter in de rij zetten bij het toekennen van een woning.
Het evangelie laat haar licht erover schijnen.
Het laat zich niet afleiden door onze goede werken en onze goede wil.
Het schijnt en er blijft niets verborgen.

Hebt u zich wel eens verplaatst in koning Herodes?
Dikke kans van niet, want u deugt en hij niet, toch?.
Maar mens, wat was die man bang dat zijn positie werd ondergraven.
Goed, de keizer had hem op zijn troon gezet.
Maar hij had Jeruzalem zo veel gebracht,
tot een megaproject als een nieuwe tempel aan toe,
hij verdiende die troon gewoon.
Hij hoorde daar.
Keizer Augustus zei van hem:
‘Je kunt beter Herodes’ varken zijn dan zijn zoon.’
Want varkensvlees at hij niet.
Maar zijn zonen Antipater, Alexander en Aristobulus liet hij vermoorden
uit angst aan hen de troon te verliezen.
En daar bleef het niet bij, weten wij uit het evangelie.
Hij zag overal samenzweringen en complotten tegen hem.
Iets van zijn paranoia is ook in onze cultuur gaan zitten,
die zich zo lang superieur en onaantastbaar waande.
Nee, u bent Herodes niet.
Maar u bent wel met hem besmet.
Ondanks al uw goede werken.
U houdt zich koest zoals Jeruzalem zich koest hield.
U zweert bij uw fatsoen.
Om maar niet te hoeven zien
dat u naar hem bent gaan staan.

V
Uitwijken.
Vluchten.
Het is de weg die God gaat.
En zo gaat Hij over ons op als een Licht.
‘De duisternis heeft het niet in zijn macht gekregen’
hoorden we op de kerstmorgen.
Uitwijken.
Vluchten.
Tot in Egypte aan toe.
Dieper kan een mens niet vernederd worden.
Lees het verhaal van de slaven uit Exodus.
Ondenkbaar voor een God.
Behalve voor die Ene die zichzelf heeft leeg gemaakt
van alles wat aan een god doet denken.
Die Ene heeft de gestalte aangenomen van de geringste van de mensen.
Daar begint een licht te schijnen dat we niet kenden.
Er voor vluchten kon niet meer.
Het vindt ons waar we nergens zijn:
Angstig.
Paranoia.
Vechtend om onze stand op te houden.
Als het moet in blinde haat jegens vreemden.
Als het kan in goede werken die verhullen hoe wij er aan toe zijn.
Tot Zij, tot Hij, tot God ons doet ontdekken
dat uit haar Schoot wij nieuwgeboren zullen zijn
dat in zijn Licht wij leven zullen
rechtop en oprecht.
Niet in de hemel, onttrokken aan alle sores.
Maar hier, te midden van de sores.
waar wij gedenken hoe vervreemd wij waren geraakt van onszelf
ten koste van de ander die is als wij.

VI
Wat drijft ons
als wij als Nieuwekerkers over drie weken afreizen naar Kampen?
Ons goede werk tentoonspreiden?
Ons morele gelijk halen?
Voor rechter spelen?

Nee, wij voegen ons daar in een kerkdienst
waarin het Licht van het evangelie over ons allen opgaat
en wij deel uit blijken te maken van het zelfde gezin
als de familie Babayants.De kerkdienst is niet een truc
om het kerkasiel gaande te kunnen houden.
Het is de basis ervan.
Als de ervaringen met kerkasiel, nu en eerder, iets hebben geleerd
dan is het de diepe verwantschap die er tussen mensen is gegroeid
over kerkgrenzen, cultuurgrenzen en maatschappelijke status heen.
Een verwantschap die door betrokkenen als heilig is ervaren.
‘Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen –
u bent allen één in Christus Jezus’ zegt de apostel Paulus.
Dat is ongeacht of het ons zal lukken
om de politiek te overtuigen van een nieuw kinderpardon.
De sterren staan niet goed.
Er is te veel van Herodes in onze cultuur geslopen.

Meer dan het doen van goede werken
wordt van ons als kerk gevraagd
het Licht van het evangelie niet af te vangen
om daarmee onze individuele angsten te beteugelen.
Van ons wordt gevraagd
het Licht vrijuit te laten schijnen over stad en wereld.
Niet langer geobsedeerd door hemel of hel
en voor de duvel niet bang.

Gerelateerde berichten