Kinderverhaal: Roekoe!

Helemaal boven in de grote boom zit een duif. Soms hoor je hem even koeren: Roekoe! Alsof hij er ook bij hoort, bij Mirjam, Micha en Jezus. Jezus pakt een brood uit zijn rugtas. Nog warm en knapperig. Hij breekt een stuk af voor Micha en voor Mirjam. Een klein stukje legt hij in zijn open hand. Hij legt zijn vinger tegen de mond: ‘Ssst’ en wacht. Hij doet zijn ogen dicht. Dan horen ze het bewegen van een tak, het ritselen van bladeren, en het klapwieken van de vleugels. Ze voelen de lucht bewegen. De duif gaat op de schouder van Jezus zitten. Mirjam en Micha houden de adem in. Jezus heeft nog steeds zijn ogen dicht. De duif pakt het stukje brood. ‘Daag!,’ fluistert Jezus. Dan vliegt de duif weer verder.

‘Dat was mooi,’ zegt Micha. ‘Waarom deed je het?,’ vraagt Mirjam. ‘Ik wilde weer even weten hoe het voelde, toen ik door Johannes werd gedoopt in de rivier de Jordaan,’ vertelt Jezus. ‘Kletsnat stond ik daar. Net als alle mensen. We zagen er niet uit. Ik had mijn ogen dicht. Er kwam een duif naar beneden. Ik voelde de lucht spelen om mijn hoofd. Ik hoorde het klapwieken van de vleugels. Hij kwam op me zitten alsof ik zijn nest was. En toen ik hoorde ik een stem, die tegen me zei: ‘Lief mensenkind, wat houd ik van je!’ Ik deed mijn ogen open en zag hoe de duif verder vloog.’

‘Ik denk dat het de stem van God was,’ zegt Micha. Jezus knikt. ‘Alleen God kan het zo mooi zeggen, denk ik’ zegt Mirjam. ‘En dat terwijl je er niet uitzag.’ Jezus knikt: ‘Ja, dat is God.’ ‘Maar vangen kun je God niet,’ zegt Micha. ‘Klopt!,’ zegt Jezus, ‘ook al proberen mensen het soms wel.’ Dan slaat Jezus een arm om Micha en een arm om Mirjam heen. En hij zucht: ‘Wat houd ik toch veel van jullie!’

Lezing: Lucas 3, 15 – 16 . 21 – 22
In de koffer: Duif

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.