Preek van de week – De zieken verzorgen

Geliefden van Christus,

Het begint niet altijd met iets dramatisch.

Een vermoeidheid die blijft hangen.
Een trap die ineens langer lijkt.
Een afspraak die je afzegt, en nog één, en nog één.

Je gaat naar de huisarts. Je laat bloed prikken.

Soms komt er een diagnose en krijgt het een naam. Een woord om aan de buitenwereld uit te leggen, wat je er in je lijf omgaat.
Soms ook niet.
En ondertussen gaat de tijd door.
Maanden.
En soms, ongemerkt, jaren.

Twaalf jaar lijdt de vrouw in het verhaal vanochtend aan bloedverlies. Misschien begon het bij haar ook zo – een gewone ongesteldheid die niet stopt wanneer die zou moeten stoppen. Ergens moet er een moment zijn geweest waarop ze merkte: dit gaat niet over, niet vanzelf.
Ze door de medische mallemolen heengegaan.
Haar geld is weg. Het bloeden niet.

Vandaag gaat het in deze reeks van werken van barmhartigheid over: de zieken verzorgen.
Dat is geen ver weg thema. We krijgen er allemaal vroeg of laat mee te maken. Iemand zei eens: het enige verschil tussen gezonden en zieken is geluk, en tijd.[1] Ziekte hoort bij mens-zijn. Toch lijkt de kloof tussen wie ziek is en wie gezond is, soms levensgroot.

Voor de vrouw in dit verhaal heeft die kloof een naam. Het bloedverlies maakt haar “onrein”. Wij gebruiken dat woord niet meer. Dat is goed.
Maar misschien herkennen we iets van het mechanisme. Hoe mensen door een aandoening ineens buiten het gewone leven komen te staan. Wie door ziekte geen betaald werk meer kan doen, krijgt het label “volledig afgekeurd”. Dat gaat officieel alleen over wat je lichaam nog kan, maar ondertussen klinkt mee: je doet niet meer mee.

Ziekte raakt niet alleen het lichaam, of de geest, het heeft ook een maatschappelijke dimensie. Het is misschien geen toeval, dat het bij Lucas om twee vrouwelijke patiënten gaat. Niet alleen omdat je een baarmoeder moet hebben om ongesteld te worden: maar omdat het, ook in onze tijd, uitmaakt, of je als vrouw of als man te maken krijgt met ziekte. Sommige chronische ziekten treffen vrouwen vaker. Er wordt minder onderzoek naar gedaan. Het duurt vaak veel langer voordat je klachten serieus worden genomen. Als kerk voor zieken zorgen betekent ook: die ongelijkheid blijven benoemen.

Maar ziekte doet niet alleen iets in de samenleving, het doet ook iets tussen mensen. Het schept afstand. Want wat je naasten ook zeggen, en hoezeer ze je ook helpen — ze voelen niet wat jij voelt.
Lieke Marsman, eerder dichter des Vaderlands, is ongeneeslijk ziek. Ze beschrijft hoe dat voelt: “Wakker worden met wanhoop. De vermoeidheid is nu echt toegeslagen, ondanks mijn dagelijkse wensdenken dat ‘het wel gaat’. Met die woorden al veel mensen buiten de deur gehouden, omdat ook gesteund worden energie kost. Een sms beantwoorden. De voordeur opendoen. Bloemen in een vaas doen. Dank je wel zeggen. Ik ben er gewoon te moe voor. Deze vermoeidheid is zo eenzaam, om me heen gaat iedereen verder.”[2]

Wie leeft met onzekerheid over de toekomst of met het verstikkende besef: “dit is het dan”, die zou maar al te graag willen dat iemand zegt – zoals bij het dochtertje van Jaïrus – “je slaapt alleen maar”. Dat het een boze droom is.
Voor je het weet, ben je een onderbreking geworden in het leven van anderen, die gewoon verder leven.
En als zieke raak je opgesloten in een eigen wereld — een wereld die steeds kleiner wordt.

Tegen een vriendin zegt Marsman: “‘Het is alsof ik op een andere planeet ben. Het lukt me niet meer me te verhouden tot de mensen hier, hun zorgen, hun successen, hun irritaties, hun geluk. Ik ben te ver weg.’ ‘Bedoel je dat je murw bent geworden?’ vraagt ze. ‘O nee, ik heb op die andere planeet juist heel veel gevoelens.’”
Een andere planeet, een andere staat van zijn.
Dat vraagt iets van mensen die dichtbij willen komen.

Volgens de Joodse traditie mag je bij het bezoeken van een zieke niet op diens bed gaan zitten — sowieso een goed advies. Maar het gaat dieper: op dat bed wordt Gods tegenwoordigheid vermoed.[3] Zegt de psalm immers niet dat de Heer zelf de zieke nabij is? (Ps. 41:4) Het ziekbed als heilige plek – niet om het mooier te maken dan het is, maar omdat het iets vergt, aan zorgvuldigheid. Het heeft te maken met eerbied. Met het besef, dat je woorden hier zwaarder kunnen vallen.

In de Bijbel staat het verhaal over Job. Zijn vrienden zoeken hem op.
Ze gaan naast hem op de grond zitten en zwijgen, zeven dagen lang.
Het gaat mis als ze daarna hun mond opentrekken.

Niet elke troost troost.

Zoals voor Ann de Craemer, die depressief is en van een familielid te horen krijgt dat ze nu toch echt de knop moet omzetten: “Ik wil gillen en hem toeschreeuwen dat hij me dan maar eens moet vertellen waar die knop zit, en dat ik er dan zo hard op zal duwen dat mijn botten breken.”[4]

Jezus heeft in dit verhaal weinig geduld met dat soort omstanders, die je van de regen in de drup helpen. “Je kind is dood. Stoor de meester niet langer,” zeggen ze tegen Jaïrus. Jezus maakt korte metten met wie eromheen staan en alleen maar kunnen weeklagen. Hij stuurt ze weg. Onder zulke omstandigheden kan zelfs de Zoon van God niet werken.

Maar soms kan ook dit gebeuren: dat we zo bang zijn om het verkeerde te zeggen,
of zo graag iets willen oplossen, maar niet weten hoe, dat we iemand juist nog verder alleen laten. Afwezigheid is net zo pijnlijk als onhandigheid.

In deze verhalen is het juist de nabijheid die geneest. De aanraking.
En – we kunnen er niet omheen – het geloof. Twee keer begint Jezus over de reddende kracht van geloven: “Je geloof heeft je gered.” En, even verderop: “wees niet bang, maar geloof.”

Daar moet je voorzichtig mee zijn. Sommige christenen stoppen zo’n zin in hun broekzak en gaan ermee de Grote Markt op. Dat soort zekerheid — ik kan er niet zoveel mee. Doe mij maar Marsman. Als blijkt, dat de wetenschap haar niet beter kan maken, komt er ruimte voor nieuwe dingen: “Er is misschien een bovennatuurlijke kracht. Er is misschien een medicijn tegen mijn ziekte. Het leven is het misschien waard te leven — en vanwege dat misschien is het dat zeker.”

Geloof betekent voor haar: leven van een misschien.

Er zijn ook momenten, dat er geen ruimte ontstaat, maar leegte. Dat God ver weg voelt. of zelfs afwezig. En je voelt je niet gedragen, maar alleen maar boos. Marije Roeleveld is eind twintig, theoloog en chronisch ziek. Zij heeft het over “geloven met gebalde vuisten”.[5]

Zij doet nog iets: ze maakt verschil tussen genezing en heling: “Soms geneest een mens niet, maar wordt ze wel warm opgenomen in de gemeenschap. Niet vergeten worden, gemist worden … Dat mensen het jammer vinden als je er niet bij bent […]. Die wetenschap,” zegt ze, “kan soms helender zijn dan daadwerkelijke genezing.”
Dat vind ik zelf een spannende, maar ik denk vooral – en zo bedoelt Roeleveld het ook niet – dat je die twee niet tegen elkaar moet uitspelen. Bij Jezus horen ze bij elkaar. In het Bijbelverhaal gebeurt het allebei.
Niet alleen een lichaam dat stopt met bloeden, maar een mens die weer aangesproken wordt.
Zichtbaar wordt.
Dochter wordt genoemd.

Wij kunnen niet altijd genezen. Al is het zo dat de gemiddelde arts in onze tijd meer mensen beter dan Jezus in zijn tijd op aarde, genezing is ons niet altijd gegeven. Wat we wél kunnen doen, is elkaar blijven zien. Oog houden voor wie stilletjes dreigen te verdwijnen.

Als Jezus vertelt over het laatste oordeel, waar mensen als schapen van bokken worden gescheiden, zegt hij: “Wat je gedaan hebt voor de minste, dat heb je voor mij gedaan.” (Mt 25:40) In de zieke staat Christus zelf voor ons.
Dat moeten we niet romantiseren. Roeleveld zegt het zo: “Als ik boven de wc hang te kotsen denk ik niet: kijk mij nu eens dicht bij de lijdende Christus zijn.” Maar voor wie gezond zijn, in ieder geval dit: wie zich door Jezus wil laten inspireren, wie dicht bij Hem wil zijn, kan niet om ziekte en zieke mensen heen.

Er wat gebeurt er al veel in deze gemeente. Velen hier werken in de zorg. Mensen die elke dag, soms onder grote druk, iets voortzetten van het werk dat Jezus zelf deed.

Er gaan bloemen en kaartjes naar mensen die al langere tijd niet in de kerk kunnen komen. Er is een pastorale raad en vrijwilligers, die mensen die vanwege hun leeftijd minder in de kerk kunnen komen bezoeken. Er zijn mensen als Frieda, die veel meer doet dan in haar contract staat. Om het maar niet te hebben over allen die mantelzorger zijn, die vaak ongezien, dag aan dag trouw zijn. Soms ten koste van zichzelf.

En toch moeten we ook eerlijk durven kijken naar wat er nog niet gebeurt.
Naar wie toch buiten beeld raakt.
Naar wie hier misschien niet eens binnen kan komen.
Niet om wat goed gaat kleiner te maken, maar juist omdat dit zo wezenlijk is.

Wie gebruik wil maken van onze extra ruime WC moet eerst een trappetje af, of buitenom. Je kunt denken: er komt hier toch nooit iemand in een rolstoel? Precies.
Het gaat er ook om hoe we oog houden voor wie we niet meer zien. Hoe houden we vast wie langdurig ziek is? Niet alleen in het begin, als alles nieuw is, maar juist daarna?

Die oproep: “Wees niet bang, maar geloof”, dat is misschien niet allereerst een oproep aan de zieke zelf, maar aan de mensen die eromheen staan.


Op de voorkant van de orde van dienst staat een schilderij van een ander Bijbelverhaal. Dat gaat over vier vrienden, die letterlijk een dak openbreken om hun verlamde vriend bij Jezus te krijgen. En als Jezus hem geneest, staat erbij dat hij dit doet om hun geloof.
“Wees niet bang, maar geloof” – misschien kan jouw geloof ook een ander dragen.  

Wees niet bang.
Wees niet bang om te appen.
Om erbij te blijven.
Om desnoods het verkeerde te zeggen — als je er maar bent.

“Hoe gaat het met je?” – het zou zomaar kunnen dat dit dé vraag is, die uiteindelijk
de schapen van de bokken scheidt.

Amen.


[1] Alain Verheij, De zin van ziekte (Atlas Contact, 2024)

[2] Lieke Marsman, Op een andere planeet kunnen ze me redden (Uitgeverij Pluim, 2025)

[3] Anselm Grün, Leven met compassie: de zeven werken van barmhartigheid (Uitgeverij Averbode Erasme, 2009)

[4] Ann de Craemer, Hersenorkaan (Atlas Contact, 2024)

[5] Marije Roeleveld, geïnterviewd door Alain Verheij: “We overschatten de existentiële diepgang van ziekte,” De Nieuwe Koers (februari 2024) https://denieuwekoers.nl/artikel/we-overschatten-de-existentiele-diepgang-van-ziekte/

Afbeelding: Verzorgen van zieken, Egbert Modderman (2018)