Preek van de Week – Zondag 9 mei ’21

Leviticus 19, 33 – 34
Johannes 15, 9 – 17
I
‘Blijf in mijn liefde,’ zegt Jezus.
Ja, dat wil ze – dat je blijft.
Ruth Jacott en Paul de Leeuw zingen er van.
En de rapper Ronnie Flex
En Jacques Brel en Edith Piaf
Blijf bij mij.
Ga niet weg.

Ja, die liefde wil wat.
Het repertoire is onuitputtelijk.
De passie neemt elk muziekgenre op sleeptouw.
Het is maar net waar je van houdt.
De overgave aan de liefde is universeel.
‘God is liefde,’ zeggen we.
En daar is geen woord van gelogen.
Maar welke belletjes gaan er rinkelen als we dat zeggen?
Nou, dat het mooi is en zo.
Dat het fijn is om in God te geloven.
En dat je dat iedereen gunt.
Zelfs voor wie niets heeft met het geloof in een God is het oké.
Want wat kun je nou tegen liefde hebben?
Wie wil er niet in geloven?
Liefde is harmonieus.
Liefde is universeel.
‘De liefde berokkent uw naaste geen kwaad,’ zegt de apostel Paulus.

Hoewel?
Je kunt je aan het vuur van de liefde aardig branden.
En dat de liefde omgeven is met hoge idealen en fraaie vergezichten,
Is dat wel zo goed is voor jou en mij?
‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’
Zo eindigen sprookjes en romcoms
Het echte leven is anders.
In de realiteit van Hollywood spatten de relaties uit elkaar.
En áls twee partners het daar een leven lang met elkaar uithouden,
dan is de realiteit heel wat minder spannend en tranen trekkend
dan in de die ene film waarin ze de hoofdrol spelen.
En toch gaan we massaal voor de ontknoping van die film
en niet voor de liefde die het moet doen met het al te alledaagse.

Als het om de liefde gaat,
hebben we gauw de neiging het verleden te idealiseren:
Wat waren we gelukkig.
Wat was het leven mooi.
Wat hadden we elkaar lief.
En met de toekomst doen we het zelfde:
Ooit komt alles goed.
Dan zullen we weten wat liefde is.
En wat het betekent om met elkaar te leven
zoals God ons heeft bedoeld.
Het is net alsof we niet echt naar ons leven durven te kijken
en naar wat er van ons geworden is.
Bang als we zijn dat de liefde niet bestand is
tegen de middelmatigheid van het alledaagse.
Alsof dat alledaagse niet haar biotoop is.
De geïdealiseerde liefde van het verleden
en de gedroomde liefde van de toekomst
berokkenen de naaste wel degelijk kwaad.
En niet alleen de naaste.
Ook jezelf.
Harmonie, schoonheid en geluk zijn prachtig
als die je toevallen op onverwachte momenten.
Maar ze berokkenen schade
als we denken die te moeten kunnen vasthouden,
als we er eisen van maken waar je aan hebt te voldoen.
Hoe eenzaam maken wij elkaar
door de liefde op een voetstuk te zetten.

II
Doet de Bijbel niet het zelfde als ze liefde koppelt
aan het houden van de geboden?
Doe je de liefde niet tekort
als je haar in de mal duwt van ‘doe dit’ en ‘laat dat’?
Is ze juist niet onder en boven de wet?
Dat is het gelijk van Hollywood:
twee mensen vinden elkaar terwijl het van de buitenwereld niet mag.
Liefde laat zich niet weerhouden door wat hoort of niet hoort.
Hoewel, in de Hollywoodfilms gaat het nog verdacht vaak
over een witte man en een witte vrouw.
Dat is ook een mal.
En hoe knellend die kan zijn,
vraag dat maar eens aan de mensen die niet in die mal passen.

‘Blijf in mijn liefde,’ zegt Jezus.
‘Je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt,
zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb
en in zijn liefde blijf.’
Het klinkt zakelijker
dan wanneer ik Ruth Jacott en Paul de Leeuw ‘Blijf bij mij’ hoor zingen
of wanneer ik de gepijnigde blik zie van Jacques Brel
– ‘Ne me quitte pas.’
Die mix van passie en paniek,
als na het grote geluk de leegte dreigt,
ontbreekt in de woorden van Jezus.
In zijn liefde blijven is een goede mogelijkheid.
Je hoeft daarvoor het verleden niet te idealiseren
of een toekomst te dromen.
Het gemankeerde hier en nu,
met alles wat ons er niet aan zint,
niet aan anderen en aan onszelf,
is een prima plek om in Jezus’ liefde te blijven.
We hoeven er niet hoog voor te grijpen.
Ons aan zijn geboden houden is genoeg.

III
Waar hebben we het over als Jezus over zijn liefde spreekt?
Wáár blijven we dan?
Hoe is het om daarin te wonen?
Liefde is zo’n breed begrip.
Dat was toen niet anders dan nu.
Daarom werden verschillende woorden gebruikt
om duidelijk te maken waar het over ging.
Er was een woord voor bloedverwantschap
en een woord voor een passie hebben,
tuk zijn op – phileoo.
Dat zit ook in onze taal.
Ik heb een vriendje die bibliofiel is.
Geef hem een boek en hij krijgt een blos op de wangen.
We noemen hem ook wel Boekiemonster.
Een ander woord is eros.
Dan snappen we ook direct waar het over gaat.
De fysieke aantrekkingskracht tussen mensen,
als cupido heeft raak geschoten, en de opwinding die dat geeft.
Het zit in ons woord erotiek.

Dan is er ook nog het woord agape.
Daar lijkt vooral de Bijbel een patent op te hebben.
Niet dat het daar verzonnen is.
Maar het kreeg in de Jezusbeweging wel een nieuw accent.
Van oorsprong een minder spannend woord dan phileoo of eros.
Het betekende zoiets als iemand op zijn gemak stellen,
iemand zien staan.
In de Jezusbeweging werd het woord gekoppeld aan het gebod:
‘Heb uw naaste lief als uzelf’.
En dat gebod wortelde in dat andere:
‘Heb de Ene, uw God, lief boven alles.’
Geen nieuw gebod, zegt Johannes.
Het is een gouwe ouwe.
Het woord agape kreeg vandaaruit een nieuwe lading.

Daarover gaat het in het evangelie van deze zondag.
Het gaat dus niet over een witte man en een witte vrouw
die elkaar vinden en nog lang en gelukkig leven.
Het gaat niet over de blos op de wangen van boekiemonster
of over de zinderende spanning als Cupido heeft raak geschoten.
Het mag er allemaal zijn,
maar alleen als het bij elkaar gehouden wordt door de agape.
In de kern: ‘Ik laat jou niet zakken.
Jij bent een mens als ik.’
Dat is wat er in praktijk gebracht wordt in de Jezusbeweging.
In die praktijk wordt de agape
van iets alledaags en onbeduidends tot kern van de zaak .
Niet de bloedverwantschap staat voorop maar de mensverwantschap.
Niet dat jij jood of heiden bent, maar mens net als ikzelf.
Geen slaaf, geen vrije.
Geen man, geen vrouw.
Maar mens met mij in Christus.
Dat laatste klinkt mystiek en dat mag het ook zijn,
mits gegrond in het geloof dat Jezus Heer van deze wereld is.
Dat is andere koek
dan een kerk die net iets te hoogdravend spreekt over de naastenliefde
omdat het zo mooi klinkt in zo’n prachtige kerk als deze
Andere koek ook dan het geloof beleven
alsof het alleen iets is tussen jou en je God.
Jij met je blos op de wangen.
Jij met de pijl in je hart geraakt.

Allemaal fantastisch.
Maar blijven in de liefde van Jezus doe je er niet mee.
Zie je de ander staan?
Durf je de wereld aan?
Dat is de focus van de geboden.
Liefde die geen vlucht is uit het alledaagse.
Liefde, die geen zinsbegoocheling is.
En evenmin een hoogdravend zondagswoord.
Er is een liefde die blijft.
Omdat Híj blijft.

III
Daar zit wel degelijk passie in.
Maar dan nadrukkelijk in de zin van lijden.
Dat kan ook niet anders als je de ander werkelijk ziet staan
en dat tot het hart van een nieuwe wereld maakt.
Universeel? Harmonieus?
Vergeet het maar.
De ander zien staan is altijd concreet, hier en nu.
En het is ook altijd weerbarstig
omdat het script van de wereld
niet voldoet aan dat van een Hollywoodfilm.
Zoals jij niet voldoet aan het ideaalbeeld
waar je zo graag in gelooft.
Jij met je angsten.
Jij met je weerzin tegenover die ander
die je niet hebt uitgekozen,
maar die wel je pad kruist.

Een treffend voorbeeld daarvan
is het gebod dat wij hoorden uit het boek Leviticus.
Jezus heeft het gebod om de naaste lief te hebben als jezelf
niet van een vreemde.
Het is zoals gezegd een gouwe ouwe.
En hier komt het vandaan:
‘Iemand die als vreemdeling in jullie land verblijft,
mag je niet onderdrukken.
Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen
als geboren Israëlieten.
Heb hen lief als jezelf,
want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte.
Ik ben de Ene, jullie God.’
Geef dit gebod de tijd om je hart te bereiken
en je doen en denken te veranderen.
Om ondertussen te snappen dat het geen toeval is
dat een vreemdeling de hoofdrol speelt
in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan.

‘Er is geen grotere liefde
dan je leven te geven voor je vrienden,’ zegt Jezus.
Jou en mij heeft hij zien staan.
Met de idealen waar wij ons aan vertilden.
Met de mislukkingen die we niet onder ogen durfden te komen.
Met de eenzaamheid die dat gaf
en die we nog eens verdubbelden
door anderen de maat te nemen.
Bang voor hen om niet bang voor jezelf te hoeven worden.
Hij heeft ons zien staan en hij zag het in ons zitten.
Zijn vrienden werden wij.
En hij? Hij gaf er alles voor wat hij alleen met God gemeen had.
Dat is de liefde van deze twee eigen.
Dat wegschenken van jezelf.

Voortaan zijn wij vreemdelingen met de vreemdelingen
in een wereld waarin een naar soort nationalisme zich breed maakt.
Voortaan zijn wij vreemdelingen in een wereld
die zich door angst laat leiden
en die angst bot viert op mensen die opzichtig anders zijn.
Voortaan zijn wij vrienden
met wie minstens zo bang zijn als wijzelf.
Wij zijn de vrienden van hen,
die niet het zelfde hoeven te geloven als jij en ik,
maar van wie lijf en ziel schreeuwen
om deze wereld omgekeerd.
De wereld waarin Jezus Heer is.

Misschien hebt u liever de kerk van koekoek een zang.
Een kerk met een gepast en herkenbaar kleurtje
en met een vertrouwde liturgie.
Ín de wereld maar vooral niet ván de wereld.
(Daar hebben we het volgende week trouwens over.)
Zo’n kerk, waar niets vreemds aan kleeft,
en die het nog wel een tijdje uitzingt.
Denken we.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.