Preek van de Week – Zondag 9 januari 2022

Jesaja 42, 1 – 9
Johannes 1, 19 – 34

I
‘In uw midden is iemand die u niet kent’
zegt Johannes tegen de mannen uit Jeruzalem.
Ook dat nog.
En het was al zo’n ongemakkelijk gesprek.
Ze kijken om zich heen.
‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet.’
Over wie heeft hij het?
Daar kwamen ze trouwens niet voor.
De bestuurders van Jeruzalem willen weten wie Johannes is,
wat hij beoogt met wat hij doet.
Dat dopen en zo.
Heeft hij messiaanse aspiraties?
Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn om zulke figuren te monitoren
en elke kans te pakken om hun imago te ondergraven.
Arresteren kan altijd nog.
Maar als het niet nodig is, des te beter.

Ze stellen vragen om te zien in welk vakje hij past.
Maar hij vertelt alleen maar wie hij niet is.
Niet de messias. Niet Elia.
Niet de profeet van de eindtijd.
Kom, met het water voor de dokter, man!
‘Ik ben de stem die roept in de woestijn:
“Maak recht de weg van de Heer,”
zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’
Alsof zij niet weten wat de rechte weg is.
De boekrol van de profeet Jesaja kennen ze van achteren naar voren.
Ze komen niet voor niks uit Jeruzalem.
Dat is nou juist het punt.
Ze zijn er om mensen op het rechte pad te houden.
Ze zijn gestuurd om de boel niet te laten ontsporen.

En ze zijn er niet gerust op.
Met geen van de antwoorden over zijn identiteit kunnen ze iets.
En dan wijst die Johannes ook nog van zichzelf af.
Zonder te vertellen naar wie.
‘In uw midden is iemand die u niet kent,
Hij die na mij komt’ –
ik ben het niet eens waard
om de riemen van zijn sandalen los te maken.’
Ze scannen de omstanders.
Niet een die aan dat profiel voldoet.
Niet een die er uit springt.
In plaats van met een helder antwoord,
moeten ze naar huis met nog een vraag erbij.
Over wie heeft die Johannes het in godsnaam?

II
Ooit wisten we het.
We zongen het refrein uit volle borst:
‘Midden onder u staat Hij die gij niet kent.’
Nee, gíj misschien niet, maar wíj wel.
Hij was ons zo vertrouwd.
Hij was een van ons.
We wisten van recht en krom.
We leken wel wat op die mannen uit Jeruzalem.
Maar dat beseften we toen niet zo.

Nu zitten we er wat verloren bij.
En wij niet alleen.
We tasten collectief in het duister
wat nou precies de rechte weg is.
Een die perspectief biedt.
Een die toekomst opent voor onze kinderen.
Een die ons wat dichter bij elkaar brengt.
Wisten we het maar.
Zou hij het weten, van wie Johannes spreekt?
Of zou hij zelf die rechte weg kunnen zijn, zoals we ooit zeker wisten?
Jezus is de weg, de waarheid en het leven!

‘In uw midden is iemand die u niet kent’ zegt Johannes.
Vandaag voelt het bijna als troost.
Er is iemand die ik niet hoef te kennen
en van wie jij niet hoeft te weten wie het is.
Hij is in ons midden, zegt Johannes.
In het midden van onze vragen.
In het midden van het gemis van samen.
In het midden van onze richtingloosheid.

III
‘Dit gebeurde in Betanië,’ vertelt de evangelist,
‘aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.’
Ach ja, wat is waarheid?
Er was geen dorp dat Betanië heette aan de overkant van de Jordaan.
Betanië was een dorp op de zuidoostelijke helling van de Olijfberg.
Vlakbij Jeruzalem, maar met uitzicht op de woestijn.
Niet op de tempel.
‘Huis van de arme’ betekent het.
Dat huis staat overal waar mensen zich geen raad weten.
Met uitzicht op de vragen.
Niet op het antwoord.
En daarom staat dat huis vandaag hier,
aan de overkant van de Jordaan,
waar Johannes mensen doopte,
die hartstochtelijk verlangden
naar iemand die hen vastpakte
terwijl ze kopje onder gingen.
Om hen vervolgens op de oever te zetten van beloofd land.
Een nieuw begin.
Een nieuw begin, als dat eens zou kunnen.

IV
‘Het werd avond en het werd morgen’.
De evangelist telt de dagen
als de auteur van het scheppingsverhaal uit het boek Genesis.
‘De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen,
en hij zei: ‘Daar is het lam van God,
dat de zonde van de wereld wegneemt.’
Van de mannen uit Jeruzalem geen spoor meer.
Ben jij er nog?
Of is voor jou één dag in Betanië ook lang genoeg geweest.

Dat is wel de vraag aan ons als gemeente:
durven we het aan om niet weg te lopen
bij de vragen waar we geen antwoord op hebben,
bij de mensen die ons vragend aankijken
omdat ze al zo lang wachten op gerechtigheid?
Of trekken we ons liever terug in het oude Jeruzalem,
met de rechte wegen van de waarheid
en de antwoorden waar we ons als kerk senang bij voelen?
Durven we de avond aan en de nacht die zo lang kan duren
om te wachten op de morgen, daar bij Betanië?

‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’
Oh, als dat eens zou kunnen.
We kijken om ons heen.
Dat is het eerste wat ons als kerk te doen staat.
Anders snap je gewoon niet wat hier gezegd wordt.
We hebben veel te lang gedaan
alsof het in de kerk om ons individuele zielenheil ging:
Hoe kom ik in de hemel?
Geloof ik daarvoor wel genoeg?
Nee, kijk om je heen.
Zie de gezichten van al die mensen
die met jou het huis van de arme bewonen.
Daar in Betanië komt Jezus naar ons toe.
Aan het eind van een lange nacht neemt hij de morgen met zich mee.

Hij peutert niet aan individuele zielen.
Als lam van God neemt hij de zonde van de wereld weg.
Wel mooi trouwens dat er twee dieren worden genoemd
om God-met-ons te duiden: een lam en een duif.
De zonde van de wereld, is dat ook niet dat wij mensen
ons tegenover de aarde en al wat leeft hebben opgesteld?
Een lam en een duif als herinnering aan het goede nieuws
dat wij deel uit maken van Gods schepping
en er niet eenzaam boven staan.

V
‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’
De woorden herinneren aan het ritueel op Grote Verzoendag.
Een dag van collectief schuld belijden naar elkaar en naar God.
Een dag waarop de hogepriester met twee bokken in de tempel stond.
Een bok werd geslacht.
Met het bloed ervan ging de hogepriester het hart van de tempel binnen,
waar hemel en aarde elkaar raken
en waar hij maar een keer per jaar binnen mocht gaan.
Op deze grootste feestdag van het jaar.
Vervolgens werden alle zonden van het volk
op de kop van de andere bok geladen.
Die werd onder luid gejuich de woestijn ingejaagd.
Israël mocht met een schone lei beginnen.
Aan dit ritueel hebben wij het begrip zondebok te danken.

Bent u er nog, daar bij Betanië, aan de overkant van de Jordaan?
Met uw vragen.
Met uw schuld aan wat er zo hopeloos mis is gegaan.
Ik kan me voorstellen dat u net als ik
het liefst rechtsomkeert had gemaakt
voor het echt donker werd.
Rechtsomkeert naar Jeruzalem,
achter de tempeldienaren aan.
En toch deed u het niet.
Dat kunstje had u al eens uitgeprobeerd:
Grijpen naar de oude antwoorden
die ooit zo vertrouwd hadden geklonken.
Grijpen naar God waarin jij en de jouwen wel geloven
en zij daarbuiten niet.
Maar het werkte niet meer.
Het stelde je niet meer gerust.
De vragen en het besef van schuld
braken door het triomfantelijke zeker weten heen.
Binnen de veilige muren van Jeruzalem
lag je eenzaam wakker in de nacht.

Hoe was de nacht, daar bij Betanië, in het huis van de arme?
Hebt u misschien mensen gesproken
die alles weten van schuld
en hoe het mechanisme van de zondebok werkt.
Hebt u geluisterd naar het verhaal van die ene,
die na een scheiding met een schuld achterbleef,
die binnen de kortste keren groter en groter werd?
En naar het verhaal van die ander,
die elders in zijn bestaan bedreigd werd door klimaatverandering
en naar hier kwam en dichte deuren vond
maar wel een nieuwe naam kreeg – Gelukszoeker!

Weet u wat het verschil is tussen Jeruzalem en Betanië?
In Jeruzalem waan je je veilig achter de muren,
opgetrokken uit antwoorden
en betaald uit winsten die elders gemaakt zijn
en waar anderen voor krom gelegen hebben.
Maar als je in de nacht wakker schrikt
omdat het toch niet lukt om de vragen buiten je ziel te houden,
ben je eenzaam.
In Betanië is er geen beschutting voor de nacht.
De vragen hebben vrij spel.
Maar je bent er met elkaar.
Niet het elkaar van ons kent ons.
Maar het elkaar van een nieuwe familie,
waarin de een de vragen en de pijn van de ander herkent,
als waren het je eigen vragen en je eigen pijn.
Je schrikt niet wakker,
want het is niet de tijd om te slapen.
De nacht wordt gedeeld.
De nacht wordt samen verduurd.
En al moet je wel goed gek zijn
om Betanië te verkiezen boven Jeruzalem,
eenzaam ben je er niet.

VI
De volgende dag.
‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’
Hij neemt de morgen mee naar Betanië.
Hij wordt de woestijn ingestuurd –
jouw woestijn, mijn woestijn, haar woestijn, zijn woestijn.
Hij verbindt alle verhalen
die in de nacht opklonken vanuit het huis van de arme,
met het gezicht naar de woestijn,
en spreekt ons allemaal vrij van schuld –
financiële schuld, existentiële schuld,
persoonlijke schuld, klimaatschuld,
eigen schuld dikke bult.

We hebben te lang gedacht
dat de kerk in Jeruzalem thuis hoorde.
Bakkeleien over antwoorden,
over wie het bij het rechte eind had
en samen de gedeelde antwoorden tot in de finesses herhalen.
Met als beslissende vraag: Kom je in de hemel of ga je naar de hel?
En toen we daarmee opgehouden waren,
werden we de optelsom van onze individuele inspiratie.
Een club van mensen, die besloten hebben
het nog niet zonder God te willen of te kunnen stellen.
Met iedereen haar eigen God en zijn eigen mening.
En alle ruimte om er van alles van te vinden.

Maar de kerk staat niet in Jeruzalem.
Ze is in Betanië te vinden.
Met het gezicht naar de woestijn.
Met één gezamenlijk weten:
dat we het niet meer weten.
En dat er schuld bestaat waar niet mee te leven valt.
Een kerk zonder geloof vooraf.
Een kerk die wordt geboren als hij komt
en een nieuwe morgen bij zich draagt:
‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’
Daarmee is alles gezegd.
En het is genoeg om het te vieren tot in de gloria.

One thought to “Preek van de Week – Zondag 9 januari 2022”

  1. Zoals wel vaker bij een preek loop ik in gedachten weg naar mijn herinneringen. De verstikkende eenzaamheid in ‘Jeruzalem’, die overigens ook in ‘Bethanië’ te vinden is. Eenzaam maar niet alleen, schreef ooit een Hare Majesteit eens. De veiligheid van een luisterend oor, het medeleven van een oprecht bewogen hart, soms komt het gewoon niet binnen. Ik heb het ooit eens zo verwoord:

    soms is het bagger in je leven
    het goede samenzijn
    dringt niet meer tot je door

    de lieve mensen
    die met de moed der wanhoop
    proberen licht te brengen
    in jouw duisternis
    en met gespeelde vrolijkheid
    gloort er voor hen wat hoop
    maar binnenin ketst alles af

    een kerkgemeenschap bidt
    om hulp en troost en om genezing
    een therapeut werkt aan je mee
    om ergens onderin die afgrond
    wat reliëf te vinden
    waarlangs je weer omhoog kunt kruipen
    maar binnenin is alles stuk

    Heer, u spreekt van Liefde die alles omvat
    van een wereld zonder pijn, zonder verdriet
    van heelheid, ongeschondenheid
    van leven zonder zwartheid
    van leven zonder kwaad

    ik kom eraan …. Heer …. ik kom

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.