Preek van de Week – Zondag 8 augustus ’21

In de serie Zomerdienst (thema: REIZEN): de Zendingsreis

Handelingen 18, 1 – 11 . 18 – 23 (NBV)

I
Ken je de mop van die twee zendingswerkers
die een reis naar de andere kant van de wereld gingen maken?
Ze gingen niet.
Want de boot waarmee ze zouden gaan was uit de vaart genomen.

Weet u nog wanneer u uw laatste zendingskalender hebt gekocht?
Met verhalen en kunst van wereldwijd?
Hoe lang is het geleden dat het kind bij u aanbelde
met het zendingsbusje?
Naast de houten collectekist voor christelijk onderwijs
en voor godsdienstonderwijs op openbare scholen,
bij de toreningang,
daar hangt aan de muur nog een metalen collectekist.
Daarop staat met zorg gekalligrafeerd:
‘Voor de Zending’
Hij ziet er niet al te degelijk meer uit.
Ik weet ook niet of iemand er nog een sleuteltje van heeft.
Maar dat is niet zo erg.
Het is toch niet de bedoeling dat iemand er nog wat in gooit.

Bestaat de zending nog?
Ja, als de Z van ZWO.
Zending, Werelddiaconaat en Ontwikkelingssamenwerking.
Maar ze is niet meer wat ze ooit was.
Ze is overvleugeld door aansprekende projecten
die mensen wereldwijd echt verder helpen
en hen sterker maken.
Maar zending?
Met enige gêne kijken we terug op het zieltjes winnen
dat historisch niet was los te zien van ons koloniale verleden.
Van hier bij ons vandaan bestierde God de wereld
en had hij het beste voor met al die verloren zielen daar.
En wij natuurlijk ook.
Want God en wij, dat waren twee handen op één buik.

Nee, de zending is niet meer van deze tijd.
Ze bestaat nog wel,
maar min of meer undercover.
Zendingswerkers heten tegenwoordig ‘uitgezonden medewerkers’.
Zendingskerken zijn partnerkerken geworden.
En elke medewerker gaat tegenwoordig op reis
om zichzelf overbodig te maken
én om wijsheid en geloof
van daar mee naar hier te nemen.
De ontwikkelingen gaan snel.
Hoe anders kijken we naar migrantenkerken in onze steden
dan twintig jaar geleden?
Ze groeien ons voorbij in geleefd geloof en in grootte.

II
Inderdaad, de boot is uit de vaart genomen.
De zendingsreis is geannuleerd.
Zendingskerken werden partnerkerken.
Ze hielden hun moederkerken de spiegel voor.
En die hadden geen keus.
Ze moesten er wel in kijken.
Weten wat goed is voor de ander,
het had zijn tijd gehad.
Voortschrijdend inzicht?
Wijsheid die kwam met de jaren?
Ja, misschien ook dat.
Maar dan toch vooral ingegeven
door tegenspraak van onze broers en zussen daar,
door hervonden waardigheid en bevochten onafhankelijkheid.

Maar dat is niet de enige verklaring voor de snelheid
waarmee onze kerken zending van de agenda hebben gehaald.
Er was ook een tegenspraak die van binnenuit kwam,
uit het hart van onze cultuur:
die van de hang naar individuele vrijheid.
Onze kerken raakten er vrolijk mee besmet.
Wat hebben we aan ruimte gewonnen!
Ieder mens heeft het recht om te geloven wat ie wil
en om God aan te kleden naar eigen persoonlijke voorkeur.
En natuurlijk zijn er grenzen.
Want kerk ben je nu eenmaal samen.
Maar dat moet je ruim zien.
‘We laten elkaar in de waarde,’ zeggen we dan.
Welke waarde?
Die van de individuele vrijheid
om invulling te geven aan het geloof zoals jij dat wilt.
De zendingsreis is ingeruild voor de innerlijke reis.

III
Maar liggen we daarmee als kerk ook op koers?
Hoezo: koers?
We zijn blij dat we er nog zijn
en de boel draaiende weten te houden.
We roepen om het hardst
dat bij ons de ruimte te vinden is
om aan God te doen.
Ja, maar hoe verhoudt zich dit
tot wat de kerk het zendingsbevel is gaan noemen
– het woord van de opgestane Heer:
‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.
Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen,
door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon
en de heilige Geest,
en hun te leren dat ze zich moeten houden
aan alles wat ik jullie opgedragen heb.
En houd dit voor ogen:
ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’
(Mat. 28, 17)?

Is hier de grote kolonisator aan het woord,
die snapt wat nodig is om mensen onder zijn gezag te houden?
Zending in de slipstream van economische uitbuiting
en schending van het volkenrecht.
Of spreekt hier onze lieve Heer in het innerlijk van mensen
om hen te helpen niet te verdwalen
in de onmetelijke ruimte de binnenwereld?

Of..
Is dit de stem van de Ene
die zich voor geen enkel karretje laat spannen –
Niet het karretje van de kolonisator.
Niet het karretje van de kerk die zichzelf zoekt.
Niet het karretje van het individu
dat poogt zichzelf te redden?
De stem van de Ene
met de wonden van de wereld in zijn opstandingslijf:
‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’
Álle macht.
Niet veroverd.
Niet gejat.
Maar gegeven.
De macht om bij ons te zijn.
De macht om wereldwijd recht te zetten
wat onherstelbaar is beschadigd.
De macht die zich gewapend heeft met kwetsbaarheid.
De macht om elkaar nabij te zijn als broers en zussen.
De macht die vraagt om navolging.
Om gehoorzaamheid aan het grote gebod van de liefde.

IV
Het is die stem die menig zendingswerker heeft verstaan.
Waren zij het niet die na WOII met profetische kracht
politiek en kerk de spiegel voorhielden,
waar het ging om het recht
van de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië?
Mensen als Hendrik Kraemer en Arend van Leeuwen.
Zij lieten hun oren niet hangen
naar de kerk die hen had uitgezonden.
Ook werden ze niet gedreven
door het principe van de individuele vrijheid.
Ze hadden een andere stem verstaan.
Die van Christus.
Niet gevangen in welk keurslijf dan ook.
Niet dat van de kerk.
Niet dat van het vrome innerlijk.
‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’

Arend van Leeuwen vertelde me ooit wat het met hem deed
toen in 1950 de boot wegvoer
die hem en zijn gezin naar Malang op Oost Java zou brengen.
‘Vaarwel moederstranden!,’ zei hij.
Het emotioneerde hem nog steeds.
Hij ging niet om daar het geloof te brengen.
Geloof bréng je niet.
Geloof zet je in beweging.
Het brengt je waarheen je niet wilt.
Arend van Leeuwen had de stem verstaan van Christus
en ging in het geloof dat die hem daar al lang was voorgegaan.
Hij ontdekte er de tekenen van zijn aanwezigheid
in een wereld die niet de zijne was.
‘Sukarno’s urenlange redevoering, de taal van de dessa,
en ik als enige Hollander tegen de wand gedrukt,
ademloos geboeid te midden van een volgepakte bioscoop
in Malang, 1953,’ vertelde hij.

Het is de ervaring van de zendeling
die hem de profetische woorden doet spreken,
die vandaag in de dienst hebben geklonken.
Een klein deel uit de rede die hij hield
tijdens een conferentie van Europese kerken
in oktober 1960 in het Deense Nyborg,
over de secularisatie die zich aandiende.
Er zijn woorden die hun zeggingskracht niet verliezen,
omdat ze de goedkeuring van gevestigde instituten niet nodig hebben,
noch een vertaling nodig hebben naar de innerlijkheid
van de individuele ziel.
Na zestig jaar is nog glashelder wat hier gezegd wordt.
Schokkend ook.
Hoe dat kan?
Omdat de woorden wortelen in de profetische traditie van Israël
en getuigen van die Ene die zegt:
‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.’

V
Is dat bij Paulus wezenlijk anders?
Of bij Priscilla en Aquila?
Pak je de kaart erbij van de toenmalige bewoonde wereld,
het Romeinse rijk,
en volg je met je vinger
de in de tekst genoemde steden en landstreken,
dan word je vanzelf stil.
De immense voettochten, de risicovolle bootreizen.
Overgeleverd zijn aan de elementen.
Vertrouwen op gastvrijheid.
Leven als wereldburger in het geloof
dat Christus Heer is en niet de keizer.
Met de bril op van de taaie volhouder hier,
die de kerk is trouw gebleven,
zou je zo maar kunnen denken
dat het Paulus en consorten ging
om kerken stichten,
om het bouwen van een godshuis met een kruis erop,
naast de synagoge
en tegenover de tempel van een of andere godheid.
Om het opeisen van een eigen plek in het religieuze landschap.

Niets is minder waar.
Christendom bestond niet.
De belijdenis ‘Jezus is Heer’ was geen religieuze uitspraak
maar een statement met vergaande sociale en politieke consequenties.
Het best samengevat in de kern van Paulus’ boodschap:
‘Er zijn geen Joden of Grieken meer,
slaven of vrijen, mannen of vrouwen –
u bent allen één in Christus Jezus.’ (Gal. 3, 26)
Religieuze scheidslijnen vallen weg.
De ordening van de macht
langs lijnen van maatschappelijke positie of sekse
verliest zijn geldigheid.
‘U bent allen één in Christus Jezus, die Heer van deze wereld is.’
De jood Paulus en zijn joodse vrienden, Priscilla en Aquila,
waren ervan overtuigd
dat Jezus de vervulling was van de Thora en de profeten
en dat de wereld in deze zoon uit Israël zijn redding vindt.

De drijfveer voor hun reizen door de toenmalige bewoonde wereld
was wat Arend van Leeuwen in 1960 verwoordde
tijdens de conferentie over secularisatie.
Met een kleine wijziging omdat er ten tijde van Priscilla en Paulus
van kerkelijke existentie nog geen sprake was:
‘Al ons denken, spreken en handelen is in onze tijd zouteloos zout,
indien we niet bereid zijn onze hele existentie in het teken te stellen
van de dienst welke de Heer aan de wereld van vandaag wil verrichten.’

Ik noem Priscilla naast Paulus,
omdat in het merendeel van de Bijbelteksten
waarin Priscilla en Aquila worden genoemd,
de naam van Priscilla of Prisca voorop gaat.
Tegen de toen geldende mores in.
Blijkbaar belichaamde zij,
nog meer dan haar man Aquila,
het getuigenis dat Christus Heer is
en het wegvallen van de scheidslijn tussen mannen en vrouwen
onder de macht van de gekruisigde Christus

VI
De klankkast van de belijdenis ‘Jezus is Heer’
waren niet de kerk en de kerkenraadskamer,
maar de stad en de werkplaats
waar Priscilla, Aquila en Paulus tenten aan het maken waren.
Gearriveerde burgers waren het niet.
Opgejaagd van tijd tot tijd
zoals op de dag dat Prisca en Aquila
hals over de kop Rome moesten verlaten.

Wat is de reis die voor ons ligt?
Wat zijn de moederstranden
die wij vaarwel moeten zeggen?
Dat is de kerk die ons zo vertrouwd geworden is
dat we zijn gaan denken dat ze van ons is
en dat onze lieve Heer en Jezus
tot de inboedel ervan horen.

We gaan boeiende tijden tegemoet,
waarin we de belijdenis ‘Jezus is Heer’
opnieuw moeten leren uitspreken.
Het catechisatielokaal is de wereld.
Voor de gemeente van de Fontein ligt de uitdaging
in het opgeven van zeggenschap over het eigen huis
en ruimte maken voor de huisartsenpraktijk van Mirjam Andeweg
– een eigentijdse pendant van de tentenmakerij van Prisca en Aquila,
zou je kunnen zeggen.
En in het zich oefenen in het geloof
dat Christus de gemeente al lang is voorgegaan in Selwerd
tijdens de reis van wijkgemeente naar buurtkerk.
Voor de Nieuwe Kerk en voor de Martinikerk ligt de uitdaging
om kerken van Stad te worden.
Monumenten als dak boven de straat.
Marktplaatsen.
Plekken van ontmoeting en tegenspraak voor Jan en alleman,
waar het evangelie en de wereld aan elkaar oplichten.

Een wenkend perspectief?
Nou nee. Niet overdrijven.
‘Vaarwel moederstranden!’ zeggen doet pijn.
Maar er is er één die ons wenkt.
Dat is de Ene die wij als Heer belijden.
Die met de wonden in zijn opstandingslichaam.
De wereld is van hem.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.