Preek van de Week – Zondag 7 november ’21 (Allerzielen)

Jesaja 25, 6 – 9
Lucas 7, 11 – 17

I
Wat een keuze, dit evangelie.
Je kunt op een dag als vandaag ook overdrijven.
Ik bedoel: als Jezus er was geweest,
toen wij naar de begraafplaats of het crematorium gingen
voor dat laatste afscheid,
zoals hij er dáár was, even buiten Naïn,
dan hadden we hier vanmorgen niet gezeten.
Of in ieder geval heel anders.
Dan waren we nu nog sámen geweest.
Dankbaar en verwonderd over wat ons was overkomen.

Je hoort het evangelie
en je stelt je voor hoe het geweest had kunnen zijn.
Nou ja, als je het verhaal mag geloven.
Maar als het gemis nog zo dicht op je huid zit,
dan wil je gewoon geloven dat het waar kan zijn.
Het verstand zegt dan misschien dat dood dood is – over en uit.
Maar alles in je hunkert naar die ander.
Ze zit in je lijf.
Je kunt hem nog ruiken.
Hoezo is dood dood?

Dat maakt het horen van dit evangelie op deze dag ook tot zo’n opgave.
Je zou rechtop willen zitten en flink willen zijn,
zodat de mensen konden fluisteren: ‘Wat doet ze het goed hè?’
Een beetje afstand tot je verdriet, kan op z’n tijd zo welkom zijn.
Maar dit evangelie trekt aan alle laadjes van je ziel.
De tranen die er in het verhaal vloeien,
zijn de tranen die jij nog ternauwernood binnen weet te houden.
En wat daar vervolgens gebeurt,
die jongen die zich opricht, omdat Jezus het hem zei,
bepaalt je zo bij je eigen gemis.
Oké, ze was niet meer jong.
Maar, God, wat was ze me dierbaar.
En toen hij daar zo stil lag, dacht ik: ‘Hij wordt zo weer wakker.’
Nee, met verstand hebben die dingen niks te maken.
Maar een mens is zoveel meer dan zijn verstand.
Het evangelie weet dat ook.
Daarom raakt het ons soms ook zo.

Een goed excuus voor de keuze van deze lezingen heb ik niet.
Het hadden ook andere kunnen zijn.
Maar met al die lezingen die de traditie voor Allerzielen aanreikt,
is er wel wat.
U moet het er vandaag mee doen.

II
Het evangelie brengt ons naar Naïn.
Een stadje in Galilea.
Niet ver van Nazaret.
Het heeft een poort.
Maar stelt u zich daar niet te veel van voor.
Het is de plek waar je het stadje ingaat en ook weer uitgaat.
Er is maar één weg.
Het is de weg waarlangs de dode wordt uitgedragen.
Het evangelie brengt niet alleen ons naar Naïn,
het brengt ook Naïn naar ons toe.
Je kent die weg.
Die ene weg die iedereen moet gaan.
Er zit niks anders op.
Het huis uit.
De kerk uit of de aula.
En dan naar de begraafplaats of naar het crematorium.
Ook al went het nooit,
je raakt gedurende het leven vertrouwd met die weg.
Je loopt achter de baar aan.
En elke keer is het ook een confrontatie met je eigen eindigheid.

In Naïn loopt het stadje uit.
Ze laten de moeder van de dode jongen
niet alleen de zware gang naar de begraafplaats gaan.
Want de dood mag dan bij het leven horen,
soms slaat hij zulke grote gaten
dat het onmogelijk wordt om de draad weer op te pakken.
Zonder anderen is het niet te doen.
Dat is hier ook het geval.
Het is de enige zoon van een weduwe, zegt het evangelie.
Achter die paar woorden gaat dikke ellende schuil.
De jonge vrouw heeft eerder al eens haar man weg gebracht
en nu haar jongen. Haar enige.
Alsof het gemis alleen al niet genoeg is,
wacht haar economisch een uiterst onzekere toekomst.

Mooi om te zien hoe het hele stadje met haar begaan is.
Daar zijn wij mensen op ons sterkst.
Vastberaden om de ander niet te laten zakken.
En dat dan laten zien met je voeten.
We gaan met je mee!
Niet alleen met de voeten.
Er wordt massaal gehuild.
In die tijd had je niet alleen dragers,
je had ook klagers rond de baar.
Die zetten het op een huilen,
zodat jij je niet hoefde te schamen voor jouw diep verdriet.
Je kon de tranen ongegeneerd laten lopen.
Hoe heilzaam kan dat zijn.
Gezonder in ieder geval dan permanent flink moeten zijn.

III
Afgelopen dinsdag was het Allerzielen.
De Nieuwe Kerk was open
voor iedereen die een overleden dierbare wilde gedenken.
Gewoon even zitten en je laten omarmen door het gebouw.
Met de mogelijkheid om een kaarsje aan te steken in het hart van de kerk.
Hoe eenvoudig kan het zijn
om mensen in hun hoogst persoonlijk gedenken
iets van samen te laten ervaren.
Je staat er niet alleen voor.
Wat een ruimte al niet kan doen.
De toegenomen populariteit van Allerzielen
heeft, denk ik, sterk te maken
met het verlangen van al die eenlingen (die wij ook geworden zijn)
om er niet alleen voor te staan.

Mooi toch, dat iconische kerkgebouwen als de Nieuwe Kerk,
die rol kunnen vervullen en tegemoet kunnen komen aan dat verlangen
dat er meer is dan ik die het met mezelf moet zien te redden?
Deze dienst getuigt daar ook van.
Zeker! Maar is het dat alleen?
Zijn we er als kerk
om onszelf en anderen de gelegenheid te geven
om te rouwen en te gedenken?
Dat ook.
Alleen zitten we daarmee nog steeds in het begin van het verhaal.
Het verhaal van die rouwende stoet.
Maar er is meer.
En nu wordt het lastig.
Want is er wel meer?
Hoe zeker zijn wij daar van?
Wij zullen daarin van elkaar verschillen.

De een heeft een rotsvast geloof in de hemel weten vast te houden.
Een ander heeft het geloof van vroeger
op een nieuwe manier terug gevonden.
Weer een ander is tot de conclusie gekomen
dat dít het leven is dat maar een keer geleefd kan worden.
En dat we geroepen zijn om er voor anderen
en voor onszelf iets moois van te maken.
Binnen en buiten de kerk geloven mensen
dat er meer is tussen hemel en aarde
en dat er zoiets als een gene zijde bestaat
– een dimensie, die zich nu nog aan onze ogen onttrekt.
Al met al verschillen wij hier niet echt van hen,
die alleen met Kerst of op Allerzielen de drempel van de kerk nemen.
Toch?

IV
Jawel. We verschillen wel.
Niet in onze intenties en onze diepe gedachten over leven en dood.
En we zijn ook geen haar beter of slechter.
We verschillen in de keuze die we nog steeds maken
om ook door het jaar op zondag naar de kerk te komen.
Om er het evangelie te horen.
Niet omdat het ons past en omdat we het snappen,
maar omdat we het nog steeds niet kunnen laten.
Het evangelie trekt.

In het verhaal van vanmorgen is er een andere stoet dan de rouwstoet.
Die stoet bevindt zich op de zelfde weg,
maar gaat in de andere richting.
En het kan niet anders dan dat ze op elkaar botsen.
Er is namelijk geen alternatieve route.
De ene stoet gaat richting de begraafplaats
die even van de weg afligt in een rotsachtige helling.
De andere gaat richting Naïn.
Richting het leven.

In welke stoet bevinden wij ons?
Ontegenzeggelijk in die zwarte stoet.
Niets om je voor te schamen.
Want wat een vastberadenheid en een medeleven
pakt zich daar samen in die stoet.
En ook al lukt het ons maar half om waar te maken wat we zeggen
– ‘Je staat er niet alleen voor’ –,
dan nog is het de moeite waard.

In die flow botsen wij op Jezus.
Hij ziet ons.
Hij ziet haar en is door medelijden bewogen.
Fysiek aangedaan.
En toch anders dan wij.
Hij beweegt fysiek niet mee.
Hij spreekt tegen: ‘Weeklaag niet meer.’
Maar hij zegt daarmee iets anders dan: ‘Flink zijn!’
‘Flink zijn!’ roepen is ook een vorm van meebewegen.
Alleen dan zonder de makke van het leven
en het ongenadige van de dood werkelijk toe te laten.
‘Weeklaag niet meer,’ is een bevel.
Het is opstand tegen de dood.

‘Hij kwam dichterbij,
raakte de lijkbaar aan
– de dragers bleven stilstaan –
en zei: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’’
Mij ben je dan kwijt.
Want dit kan niet.
Opstand tegen de dood heeft geen zin.
Gebruik de wapens van compassie en nabijheid, Jezus.
Maar neem alsjeblieft je verlies.
Mij ben je dan kwijt.
Maar hij is mij en u niet kwijt.
Dat is de kracht van het evangelie.
En hij is háár niet kwijt, die het ondraaglijke moet verdragen.
Nee, hij is zelfs de jongen niet kwijt die dood is en bijna begraven.
Dit is de botsing van de witte stoet met de zwarte stoet.
Voor die botsing komen we naar de kerk.
Niet om bevestigd te krijgen wat we toch al dachten.
Maar om de botsing mee te maken
met de dood en met ons ongeloof.

‘De dode richtte zich op en begon te spreken,
en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.’
De woorden van het evangelie haken aan alles
waar je naar verlangt in je verwoede pogingen
om het gemis te verwerken.
Maar ze zijn dodelijk als ze niet waar zijn.
En hoe zouden ze waar kunnen zijn?

V
Ons wordt niet gevraagd
om te geloven in een die alles kan.
Jezus is geen alleskunner.
En zijn vader in de hemel ook niet.
In de belijdenis van de kerk heet Jezus
de eniggeboren zoon van de Vader.
Hij lijkt op die jongen,
die de eniggeboren zoon van zijn moeder is.
En ook al heet de Vader in die zelfde belijdenis almachtig te zijn,
hij heeft meer weg van die moeder
dan van alles wat wij bedenken bij het woord almachtig.
De verschrikte uitroep ‘allemachtig!’
heeft meer met God te maken
dan met het wezen
dat mensen in de top van hun geloofsgebouw plaatsen.

De kerk is de plek om ‘allemachtig!’ te roepen en te zingen.
Hier weet je niet wat je overkomt.
Hier word je uit de zwarte stoet gehaald
en meegenomen in de witte stoet.
Dit is de plek om vervuld te worden met ontzag
en God te loven.
Niet een huis van ‘droom lekker verder!’
Het staat aan de zelfde weg waaraan ook de begraafplaats ligt.
Hier botsen de zwarte stoet en de witte stoet op elkaar.

Jezus richt de jongen op en geeft hem terug aan zijn moeder.
Hij vraagt niet aan ons wat wij er van vinden.
Blijvend botst hij op ons ongeloof.
En elke keer als wij boven onszelf uitstijgen en zeggen: ‘ik geloof!’,
dan is hij het die ons opricht uit ons ongeloof.
Om met hem en met elkaar in de witte stoet verder te trekken
richting het leven waarin God alles in allen zal zijn.

Zonder de botsing tussen de witte stoet en de zwarte stoet is er geen kerk.
Met mededogen achter de baar aanlopen richting de begraafplaats,
dat kunnen godzijdank velen opbrengen.
Daar is geen kerk voor nodig.
En verhalen verzinnen om dat vol te blijven houden,
dat gebeurt in alle culturen.
En zo hebben die verhalen functie.
Maar de kerk is er niet om het leven een beetje draaglijk te maken,
onderweg naar de groeve.
Ze is er om te getuigen van Christus
die de dood heeft overwonnen
en die eeuwig leven geeft.
Dat getuigenis botst.
De kerk is een vrolijke verzetsgroep.
Een gemeenschap van opstandelingen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.