Preek van de Week – Zondag 7 februari 2020

Marcus 1, 29 – 39

I
Tussen niets hoeven en niets mogen ligt een wereld van verschil. Vooral als het lang duurt. En dat doet de lockdown al een tijd. Wie de luxe kent van een tijd lang niets te hoeven, die weet wat het is om het woord ‘meteen’ even te mogen parkeren. Je hebt de tijd aan jezelf. Morgen is er immers weer een dag.

‘Ja, morgen is er weer zo’n dag,’ denkt de mens die vandaag de muren op zich af voelt komen; die hunkert naar een mens die daar doorheen breekt. Je mist de vaart die in het woord ‘meteen’ meekomt; het appel dat op jou gedaan wordt – ‘Wanneer moet het klaar zijn? Gisteren zeker!’; of het vrolijk toegeven aan een impuls – ‘We zien elkaar zo meteen in de kroeg. Leuk!’

‘Meteen’ is een sleutelwoord in dit evangelie. Marcus gebruikt het zo vaak dat de NBV het met enige regelmaat weg vertaalt. Ik snap dat wel. Het is een drammerig woord. Zo een waarbij je al na twee keer denkt: ‘Nou weet ik het wel!’ Alleen al in het eerste hoofdstuk van dit compacte evangelie klinkt het negen keer.  ‘En meteen toen hij uit het water opkwam, zag Hij de hemelen scheuren…’  ‘En meteen dreef de Geest Hem uit, de woestijn in.’  ‘En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.’ ‘En meteen riep Hij hen’ ‘En het gerucht over Hem verspreidde zich meteen’. En in de lezing van vandaag gaat Marcus vrolijk verder: ‘Uit de synagoge gingen ze meteen naar het huis van Simon en Andreas.’ ‘En zij spraken meteen met hem over haar.’

II
De Bijbel is een kleine bibliotheek van vóór de boekdrukkunst. Kopiëren betekende overschrijven. En overschrijven betekent foutjes maken. Zo zijn er kleine verschillen in handschriften van afzonderlijke Bijbelboeken te vinden. Er is een handschrift van het evangelie volgens Marcus, dat in de lezing van vanmorgen een ‘meteen’ extra heeft: ‘En meteen verliet de koorts haar.’ Dat is niet gek als je bij het overschrijven over dat woordje gestruikeld bent. Dan sluipt één meer er zo maar in. Het had er kunnen staan. En het had er niet misstaan.

Maar in de belangrijkste handschriften van dit evangelie ontbreekt hier dat woordje. Ja, waarom heeft Marcus het hier niet gebruikt? Misschien wel om niet te snel bij de schoonmoeder van Petrus vandaan weer verder te gaan. Niet meteen de volgende demon te lijf gaan om die aan Gods zegekar te binden. Even stil staan bij wat hier gebeurt. In plaats van: klus geklaard en weer door.

We hadden al geconstateerd dat er een enorme vaart zit in het begin van het Marcusevangelie. En die houdt nog wel even aan. Die zelfde avond nog loopt de hele boel vast. Zo gaat dat als iedereen meteen op het zelfde doel afstormt. Alle zieken en bezetenen worden op de drempel van het huis gelegd. Alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld.  ‘Jezus genas vele zieken van allerlei kwalen en hij dreef veel demonen uit,’ schrijft Marcus.

Misschien lees ik te veel in de tekst, maar na al dat geren van a naar b en het opeenvolgende ‘meteen’, meen ik iets van rust te bespeuren rond de schoonmoeder van Simon, als de koorts haar heeft verlaten en zij voor hen begon te zorgen. Alsof het toch nog een beetje sabbat wordt. Een dag waarop de tijd wat langer mag duren. Zorg vraagt tijd. Zorg is meer dan de optelsom van klussen en handelingen. Zorg is geen product. Ze heeft met aandacht voor een mens te maken. Daarom zal het protest tegen de marktwerking in de zorg blijven klinken. Elke keer als een zorgmedewerker op haar ronde een mens begroet die op haar wacht, weet ze dat marktwerking wringt.

Ik gebruik expres ‘zij’ en niet ‘hij’. De meeste zorgmedewerkers zijn vrouwen. Dat is ook de feministische kritiek op dit fragment uit het Marcusevangelie: de schoonmoeder van Simon wordt genezen. Hoera voor Jezus! Zij is net op tijd gefikst om te doen waar ze voor is: voor de mannen zorgen. Want, God, wat hebben die mannen het druk!

III
Dat is geen kritiek om zo maar even weg te wimpelen. Het is belangrijk om hier de tijd voor te nemen. En die hebben we. Het is tenslotte nog steeds Sabbat in het verhaal. Tijd om het werk even neer te leggen, de vrijheid te vieren en de dingen van het leven te overdenken in dat licht. Dan is de vraag die opkomt inderdaad: Geldt dit dan niet voor de schoonmoeder van Simon? Is haar zorgen dan geen werk?

Marcus gebruikt het woord ‘diakoneoo’ voor wat ze doet. Een werkwoord, waar het woord ‘diaken’ van is afgeleid. Je zou de schoonmoeder van Petrus de eerste diaken kunnen noemen. Het werkwoord ‘diakenen’ gaat terug op de bediening aan tafel. Om misverstanden te voorkomen: ik heb het dan niet over de gedragen kerkelijke terminologie – de bediening van de sacramenten en de bediening van het Woord, maar over het werk van onderbetaalde krachten in de horeca die het moeten hebben van de fooienpot. De kerkelijke terminologie is een afgeleide van zware en niet gewaardeerde arbeid.

Hoe dat zo komt? Jezus is in het Marcusevangelie tegenover zijn leerlingen glashelder over zijn missie: ‘Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (Mc. 10, 43) Zoals we in het eerste hoofdstuk struikelen over het woordje ‘meteen’, struikelen we hier in één tekst over het woordje dienen – ‘diakenen’.

De haast die er in het Marcusevangelie zit heeft niets te maken met ‘tijd is geld’, met meer productie moeten maken in het zelfde tijdsbestek. De haast komt voort uit de haast die God heeft om nabij te komen: ‘De tijd is aangebroken, het koningschap van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ (Mc. 1, 15) Dat is de missie van Jezus.

Het werkwoord ‘diakenen’ betekent iets anders dan sloven voor het goede doel. Wat de schoonmoeder van Simon doet is iets anders dan zich voegen in culturele patronen en klassieke man-vrouw verhoudingen. Waar het koningschap van God de machtspatronen in de wereld raakt, daar worden de demonen gek. Daar breekt de sabbat aan voor tafelmeisjes in de horeca. Het werkwoord ‘diakenen’ is weggehaald uit de dwingelandij van ‘tijd is geld’ en ‘klant is koning’. De marktwerking heeft geen grip op haar. ‘Diakenen’ doe je in dienst van Gods koningschap.

IV
Misschien wel daarom ontbreekt het woordje ‘meteen’ als het koortsvuur de schoonmoeder van Simon loslaat en zij voor Simon, Jezus en de zijnen begint te diakenen. De haast die God heeft om te komen, is om zijn mensen te bevrijden van alle haast en dwang en angst om nergens te blijven. Dat is het feest van de diaconie. Het is tenslotte sabbat. Nergens is de levende Heer van de kerk meer aanwezig dan in het ‘diakenen’. Ben je bang om je geloof te verliezen? Ga diakenen en ervaar Gods nabijheid in Christus. Is diakenen dan alleen een feestje? Nee, maar als het pijn doet is het omdat je de pijn van de ander ervaart en erin deelt. Niet de pijn van achter adem raken en bang zijn om de boot te missen.

In dit licht vraag je je af wat er nu met de schoonmoeder van Simon aan de hand was. Had ze het virus opgelopen waar we vandaag zo bang voor zijn? Had ze opgenomen moeten worden, maar was er geen plek voor haar in het ziekenhuis? Lag ze daarom neer in koortsvuur? Het is goed om vanuit ons eigen perspectief naar haar te kijken. Wij zijn van nu en hier. En wij ontwikkelen vaccins. Wij spreken niet over vuurgloed die jou loslaat, maar over koorts die zakt. Hoewel ook wij steeds vaker over het virus spreken alsof het een boze macht is die op ons loert en die jou niet te pakken moet krijgen. Ja, het is goed om vanuit ons eigen perspectief te kijken. Als we daarbij dan maar niet het Bijbels perspectief  als achterlijk en achterhaald terzijde schuiven. Zo veel plekken als de kerk zijn er niet meer. Plekken waar een tegenverhaal verteld wordt bij het dominante verhaal van marktwerking.

Dankzij de Bijbelse taal kun je meer lezen in wat er met de schoonmoeder van Simon loos is. Anders dan alleen dat haar lichaam probeert virusdeeltjes op te ruimen. Ook als je geen koorts hebt, heeft Bijbelse taal je iets te zeggen. Bijvoorbeeld dat God er weet van heeft als jij het niet meer trekt omdat je opgebrand bent aan alles wat er moest en waarvan jij dacht dat jij het aan moest kunnen. Een burn-out die jou lam legt als de schoonmoeder van Simon. De gruwelijke ontdekking doen dat je plotsklaps niet meer verder kunt en in de achteruitkijkspiegel ziet hoe lang en diep je al in je reserves had getast. Het grote gat dat je aanstaart. Het lege niets. De eenzaamheid die niemand van je af kan nemen. Demonen? Je kunt je er van alles bij voorstellen.

V
Laten we blijven vieren dat Gods koningschap er aan zit te komen. Een koningschap dat jou bevrijdt van de plicht tot succes en tot zelfredzaamheid. Dat jou uit jouw eenzaamheid trekt en je plaatst te midden van een gemeenschap van mensen die het geloof in marktwerking hebben los gelaten toen Christus voorbij kwam. Niet langer meer hoeven sloven om jezelf te bewijzen, maar ‘diakenen’ met en voor anderen. Ja, soms met de pijn in het lijf omdat je je niet meer af kunt sluiten voor de pijn in deze wereld. Maar altijd samen in Christus. En altijd lachend door je tranen heen. Want dit is wel zíjn wereld.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.