Preek van de Week – Zondag 6 juni ’21

door Alexandra Matz, predikant in opleiding

Lezing: Markus 3:20-35

Gemeente van Christus,

Je hebt van die teksten in de Bijbel, die voor gelovigen al sinds jaar en dag een bron van troost en bemoediging zijn. Je kent ze, en als je ze hoort, sla je de woorden als een vertrouwde warme oude mantel om je heen.

En dan heb je van die teksten, die je leest en je denkt: “pardon?” met woorden die bepaald niet zalvend zijn. Dit is niet een zachte oude mantel, dit is een deken die schuurt en te warm is. De tekst roept allemaal vragen op, het zweet breekt je uit. Wat lezen we allemaal bij Markus? Fraaie boel, als je eigen familie je gedwongen wil laten opnemen. En dan gaat het ineens over de duivel? Zonde tegen de heilige Geest? Je zou waarschijnlijk niet zo ver gaan als Jezus familie, zeggen “hij is gek”, maar je vraagt je wel af: wat krijgen we nou?

Één van de redenen waarom de tekst van vanochtend lastig te volgen is, is dat de focus nogal héén en weer verspringt. In theologische vaktermen noem je dit een Markus-sandwich. Markus begint met het vertellen van één verhaal of les van Jezus, dat is de eerste snee brood, dan vertelt hij een ander verhaal, dat is de vulling, en dan maak hij het verhaal waar hij mee begon af, de tweede snee. Hier is het een extra rijk belegd broodje. Het begint met Jezus’ familie, dan komen de Schriftgeleerden, als middelpunt gelijkenissen over Beëlzebub, en dan weer de Schriftgeleerden die op hun plek worden gezet, en het eindigt waar het mee begon: Jezus’ familie.

Het op deze manier in elkaar schuiven van verhalen is typisch voor Markus, en het gebeurt met en bedoeling. Het randverhaal wordt verduidelijkt door het verhaal in het midden.

Laat dat verhaal in het midden nu juist gaan over een onderwerp, dat waarschijnlijk meer vragen opwerpt dan het beantwoort: een aantal gelijkenissen over Beëlzebub, ofwel: de duivel, de satan.

De christelijke schrijver C.S. Lewis heeft eens gezegd, dat als je de verhalen over Jezus serieus leest, je er eigenlijk niet mee wegkomt om Jezus als een soort moreel leermeester te zien. Nee, er zijn volgens hem maar drie opties: Jezus is een gek, een leugenaar, of de Zoon van God. A lunatic, a liar, or the Lord. In deze tekst komen we die drie reacties tegen. Allereerst in Jezus’ familie: zij horen waar hij mee bezig is, en ze denken: die is niet helemaal lekker. De reactie van de Schriftgeleerden gaat nog een stap verder: Jezus is geen onschuldige gek, hij is een leugenaar: hij spant samen met duistere machten, hij speelt onder één hoed met Beëlzebub.

Voor wie die naam vooral uit de songtekst van Bohemian Rhapsody kent, even een stukje achtergrond. Waarschijnlijk is Beëlzebub afgeleid van een God die in Kanaän werd vereerd, Baäl Zebul, wat zoiets betekent als “Heer van het huis”. In plaats van Zebul zeiden de Israëlieten “Zebub”, waardoor de “Heer van het huis” ineens de “Heer van de vliegen” werd. Een woordgrapje om de Kanaänieten mee te treiteren.

Er zijn kerken waarin het kwaad als persoonlijke macht een grote rol speelt. Wereldwijd zeker, voor onze broeders en zusters in Afrika is de duivel als niet weg te denken. Maar voor anderen, en ik gok ook voor veel mensen hier in de Nieuwe Kerk, gaat daar een zekere verlegenheid mee gepaard. Wat kunnen wij, verlichte Westerlingen, nog met demonen en bezetenheid?

Je verwacht het eerder in een schilderij van Jeroen Bosch dan op zondagochtend in de Nieuwe Kerk.

Toch kunnen ook wij er niet omheen, dat het kwaad verschillende dimensies kent. Onze samenleving raakt bij tijd en wijle zo gefixeerd op het idee van maakbaarheid, dat we de focus alleen nog leggen op persoonlijke verantwoordelijkheid, op de keuze voor goed en kwaad die ieder van ons zelf mag en moet maken. Maar die werkelijkheid is weerbarstig. De schuld heeft wortels die dieper reiken dan de persoonlijke of bewuste wil. Dat zie je terug in vicieuze cirkels van geweld, waarbij slachtoffers op hun beurt daders worden. Of in systemen van onrecht en uitbuiting, waarvan de samenleving zo doordrongen is dat het onmogelijk is om eraan te ontsnappen. De Bijbel geeft hier een naam aan en een taal voor. Niet zodat wij ons erachter verschuilen, maar als erkenning van de overmacht waaraan de mens bloot staat.

Hoe ongemakkelijk wij het misschien vinden om het over de duivel te hebben, de strijd tegen deze boze macht staat centraal in Jezus’ levenswerk. Hij is niet alleen gekomen om te laten zien wat het goede leven is, maar ook om dat goede leven mogelijk te maken. Jezus breekt de overmacht waar wij zelf niet tegenop kunnen, hij verlost ons van de boze.

De beschuldiging van de Schriftgeleerden, “hij is bezeten door een onreine geest”, raakt dan ook aan de kern van Jezus’ missie op aarde. Aan het begin van het goede nieuws van Markus wordt die missie heel beknopt als volgt samengevat: De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij, kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.

Het goede nieuws waar we geloof aan mogen hechten is hier: Jezus is gekomen om bevrijding te brengen. Markus schetst een apocalyptisch plaatje: er is een strijd gaande, tussen de macht van Gods naderende Koninkrijk en de macht van een ander koninkrijk. En dat andere koninkrijk heeft al verloren. Al zou het kloppen waar de Schriftgeleerden Jezus van beschuldigen, al was het waar dat hij een kwade macht is, dan nog heeft de duivel verloren, dan nog is er burgeroorlog uitgebroken in het rijk van de duisternis. Maar, vervolgt Jezus, wij weten beter. Er is een nieuwe Heer des huizes, en die heeft Beëlzebul, de oude dwingeland, aan banden gelegd.

Dit gevecht op kosmische schaal heeft bij Markus ook direct gevolgen voor andere machten, die mensen in hun greep houden.

In de Schriftgeleerden zien we de macht van het religieuze establishment, de weldenkende elite, die de bevrijding Gods graag omarmt, maar dan wel op haar eigen voorwaarden. Jezus past daar niet in, en dus demoniseren ze hem, letterlijk. En hij reageert hier ongekend fel op: “alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen de mensen worden vergeven, maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving, want zo iemand is schuldig aan een onuitwisbaar vergrijp.”

Het is een uitspraak, die vanuit pastoraal oogpunt nogal ongelukkig heeft uitgepakt. Je zou het maar op je geweten hebben, zonde tegen de heilige Geest, en dat er dan geen vergeving voor is. Voor sommigen is het een bron van angst en vertwijfeling. Op refoweb.nl, een site die zich richt op jongeren van orthodox-christelijke huize, is er zelfs een heel dossier aan gewijd. De reactie op de vraag, “ik ben bang dat ik dit heb gedaan, wat moet ik nu?” komt vaak neer op: “op moment dat je er bang voor bent, heb je het sowieso niet op je geweten.” Lekker nuchter. Net als de strijd tegen de duivel zelf, rekent Jezus hier denk ik niet af met individuen, of met de groep Schriftgeleerden, maar met een machtsstructuur, die zich zo aan haar eigen gelijk vastklampt, dat ze willens en wetens haar ogen sluit voor de bevrijdende kracht van Gods koninkrijk. Daar waar de God van de kwetsbaren en weerlozen tot de God van machtigen en sterken wordt gemaakt, wordt de heilige Geest gelasterd. Waar God klein wordt gemaakt, waar de naam Gods wordt gebruikt als zegel van goedkeuring voor praktijken van uitbuiting, daar moet je die zonde zoeken. In de verdachtmakingen van de Schriftgeleerden zit geen oprechte zorg om het geestelijke welzijn van mensen: het zijn kleine, bange mensen, die er niet tegen kunnen dat ze de God die hemel en aarde heeft gemaakt, niet kunnen laten buikspreken. Wat niet in hun straatje past, maken ze verdacht. Liever God tegenwerken, dan de afgoden van prestige en eigen gelijk kwijtraken. En wie de prijs betaalt, wie verdrukt en geketend moet blijven zodat zij die positie behouden, zal ze worst wezen.

Voor dit soort macht, of ze nou religieus is of niet, die zichzelf tegen elke prijs in stand wil houden, ook al gaat het ten koste van Gods goedheid en liefde, is geen ruimte in het koninkrijk dat nabij is.

In het licht van Gods bevrijding kunnen we ten slotte ook Jezus’ opstelling ten opzichte van zijn eigen familie duiden. Jezus zegt niet dat zijn familie, of families in het algemeen, er niet toe doen. Maar in het licht van Gods bevrijding, verandert er wel het één en ander. Familie doet ertoe. Waar je vandaan komt, waar je er eentje van bent, geeft je als het goed is wortels en houvast. Maar het is niet altijd goed. Door loyaal te zijn aan een bepaalde groep, door op te gaan met de identiteit die je met anderen deelt, kun je blind raken voor de mensen die daarbuiten staan. Wie erbuiten valt, wie niet op je lijkt, is anders, en van anders is het maar een kleine stap naar “minder waard”. In de maatschappij noemen we dat dan polariseren, we trekken ons maar al te graag terug op de eilandjes die bewoond worden door mensen die dezelfde opvattingen delen als wij, die deel uitmaken van onze zelfgekozen familie. Jezus schaft hier de familie, de groep waar je er eentje van bent, niet af. Maar hij haalt de exclusiviteit er wel van af. “Iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.” De cirkel wordt groter, de uitnodiging staat, om over alle grenzen heen, zelfs over de in Jezus’ tijd zo belangrijke bloedverwantschap heen, deel te maken van de grote familie van God. Er ontstaat ruimte. Het gaat niet langer om wie erbij hoort en wie niet. Het gaat om God, die alle grenzen doorbreekt.

Wie Jezus niet als gek ziet, wie hemt niet framt als leugenaar, kan uiteindelijk maar op één conclusie uitkomen. Jezus breekt de overmacht van het kwaad, en maakt nieuw leven mogelijk. Hij legt de macht van tirannen en despoten bloot, en kondigt het koninkrijk aan waarin de groten bang en de kleinen getroost worden. Hij breekt door de grenzen van bloedverwantschap en afkomst heen. Buitensluiting vervangt hij door een open uitnodiging. Er is een nieuwe Heer des huizes, en zijn naam is Jezus. Waarlijk, dit is de Zoon van God. Halleluja. Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.