Preek van de Week – Zondag 28 augustus ’22

Deuteronomium 24: 17 – 22
Lucas 14: 1 . 7 – 14

I
Twee ervaringen wil ik met u delen.
Ze helpen mij om het evangelie te verstaan.
En misschien u ook wel.
Beide ervaringen deed ik op aan tafel
in de kosterswoning van de Nieuwe Kerk.

Eens in de drie à vier weken spreek ik af met een jonge Afrikaan,
die in de bed – bad – brood opvang in Groningen verblijft.
We drinken koffie en plunderen de pot met chocola,
die Annie wekelijks aanvult.
En ondertussen praten we over wat ons bezig houdt.
We kennen elkaar nu ruim een jaar.
‘Sinds ik je ken, durf ik er meer op uit te gaan’ zegt hij tegen mij.
‘Ik ben iemand’
Hij vertelt hoe hij zich in het feestgedruis van de Keiweek heeft gestort,
ook al is studeren in Groningen voor hem geen optie.
‘Vorig jaar kon je me alleen op mijn kamer in de opvang vinden’.

Een dag eerder zit ik aan de zelfde tafel
met een internationale student uit China.
Ik heb voor hem gekookt.
De keuken in de kosterswoning is er niet echt op ingericht, maar het gaat.
‘Zullen we na mijn vakantie een keer samen eten?’ had ik hem gevraagd.
Om meerdere redenen is de onderlinge communicatie niet eenvoudig.
Als je samen eet, hoef je niet voortdurend te praten
en oplossingen te bedenken die er niet zijn, dacht ik.
Zo blijkt het ook te zijn.
Het eten smaakt.
Even geen barrières.
Geen vloed aan woorden.
Geen ongemakkelijke vragen.
Gewoon hij en ik.
Gewoon samen.
Alle moeilijkheden van het leven even geparkeerd.

II
Wie het evangelie van Lucas leest,
komt er vanzelf achter hoe belangrijk samen eten is.
En ook feest vieren.
Te lang hebben we in de kerk gedacht
dat de eettafel in het evangelie figureert.
Als een plaatje bij het praatje.
Maar het is eerder andersom.
Je hebt de eettafel en de feesttafel nodig
om het evangelie te kunnen verstaan.
Alleen dat zou al een reden moeten zijn
om de keuken in de Nieuwe Kerk uit te bouwen.
Want dat willen we toch,
dat dit een huis wordt waar jij en ik en alleman
het evangelie leren verstaan?

Zit je samen aan tafel,
dan vallen vanuit Bijbels perspectief
de onderlinge verschillen en barrières weg.
Ieder mens moet kunnen eten.
Dat horen we vandaag ook in het boek Deuteronomium.
De opbrengst van de akker,
van de olijfboomgaard en van de wijngaard
is niet voor jou alleen.
Wie geen papieren heeft
of de prijs niet kan betalen,
moet ook kunnen eten.
Wat we vandaag te horen krijgen, gaat ver boven dat moeten uit.
Samen eten grijpt vooruit op wat ons wordt beloofd en wat nog uitstaat.
Met de woorden van Martin Luther King,
vandaag 59 jaar geleden uitgesproken in Washington:
‘I have a dream that one day on the red hills of Georgia
the sons of former slaves and the sons of former slave owners
will be able to sit down together at a table of brotherhood.’
[‘Ik heb een droom dat op een dag,
op de rode heuvels van Georgia,
de kinderen van voormalige slaven
en de kinderen van voormalige slavenhouders
in staat zullen zijn om samen te zitten
aan een tafel van broeder- en zusterschap.’]
Samen eten grijpt niet alleen vooruit,
maar belíchaamt ook de dag van God.
Die dag is nú waar de maaltijd wordt gedeeld
en je samen dankt voor het eten en voor elkaar.

III
Net als toen in het huis van een vooraanstaand farizeeër,
waar Jezus was uitgenodigd voor een maaltijd.
De sfeer is ongemakkelijk.
Daar waar de dag van God aanbreekt midden in de tijd,
daar schuurt het altijd ook.
De dag van God ligt namelijk niet in het verlengde
van onze goede wil en onze heilige idealen.
God heeft iets van een inbreker.
Hij past niet in het plaatje dat wij van hem hebben.
En van de weeromstuit krijgen gelovigen iets van bewakers.
Zoals de tafelgenoten van Jezus.

Wil je, zoals de kerk dat belijdt, God herkennen in Jezus,
dan heb je daarom hulp van buiten nodig.
God zelf. De inbreker. Zijn Geest.
De Geest van de Thora:
‘Gedenken zul je dat je dienstknecht bent geweest in Egypte,
en de Ene, je God, je daaruit heeft losgekocht;
dáárom gebied ik je te doen dit woord!’
Als je die stap niet overslaat,
ben je niet ver meer van de bizarre ontdekking,
die alleen in geloof gedaan kan worden,
dat die daar aan tafel één met God is.

In mijn kindertijd zei de dominee,
als inleiding op de lezing van de wet,
dat God ons had bevrijd uit het slavenhuis van de zonde.
‘Dat is ook een manier om er een draai aan te geven
en het op je zelf te betrekken’ dacht ik toen.
Wij delen immers die geschiedenis van slavernij niet met Israël.
Inmiddels weten we wel beter.
Ook wij hebben ons slavernijverleden.
Maar dan meer zoals de farao van Egypte.
Goed, dit terzijde.

Nu denk ik dat de dominee van toen gelijk had.
Het evangelie bevrijdt ons van de zonde
waarin we God zoeken in onze kracht
en hem boven aan de ladder plaatsen.
Die vooraanstaande farizeeën, aan tafel met Jezus,
konden wel eens het zelfde probleem gehad hebben als wij.
Ze hadden God hoog zitten.
En daaronder zichzelf ook als hoeders van de Thora.
Maar ze hadden niet door dat ze aan regeltjesknechterij deden.
Ze waren vergeten dat ze zelf dienstknecht waren geweest
in het land Egypte en dat God ze daaruit had losgekocht.
Als God verschijnt als dienstknecht tussen zijn beminde gelovigen,
Dan herkennen zij Hem niet
omdat ze God boven aan de ladder hadden gedacht.
Logisch dat ze beginnen te piepen over blasfemie en heiligschennis.
In naam van God tégen God.
Het is net iets te ernstig om het tragikomisch op te vatten.

IV
Tot nu toe had ik Jezus’ woorden over het kiezen van de minste plaats
nooit als een gelijkenis gezien.
Terwijl het er wel staat.
Ik zag het meer als een goed voorbeeld dat goed volgen doet.
Bescheidenheid siert de mens.
Maar nee, het is dus een gelijkenis.
En gelijkenissen zijn meer dan morele aansporingen.
Ze gaan over het koningschap van God,
over deze wereld omgekeerd,
over God die aan het licht komt.
Onverwacht.
De gelovigen turen naar boven, naar het topje van de ladder,
en ineens is Hij daar – beneden je, tegenover je.
Daarover gaat het in de woorden van Jezus vandaag.

‘Wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden,
en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden’ zegt Jezus.
Wie God boven aan de ladder zet,
verstaat deze woorden als een aansporing tot bescheidenheid.
In de wetenschap dat dit gedrag je geen windeieren zal leggen.
God zal je ervoor belonen.
Maar hoor je het als gelijkenis van het koningschap Gods,
dan weet je dat hier iets wereldschokkends gezegd wordt.
Ook voor jou.
De bodem wordt onder jou en je ladder weg getrokken.
En dan blijkt er een andere bodem te zijn waarvan je niet wist.

Bevrijdend!
Dat is een woord dat in dit verband moet klinken.
De maaltijd in het huis van een vooraanstaande farizeeër was op Sabbat.
Dat is geen toeval.
Er is geen betere dag om te gedenken
dat je dienstknecht bent geweest in het land van Egypte
en dat de Ene, je God, je daaruit heeft losgekocht.
De Sabbat is er voor gemaakt, zeggen de tien geboden.
Heel de schepping is op bevrijding aangelegd.

V
Psalm 113 is vandaag de antwoordpsalm.
De antwoordpsalm slaat de brug
tussen de lezing uit de Thora en de lezing uit het evangelie.
Wat een fantastische keuze!
Op het eerste gezicht ondergraaft de psalm alles
wat ik net zei over God
die niet bovenaan de ladder te vinden zou zijn.
O Nee? Als die ladder ergens stevig lijkt te staan,
dan is het wel in deze psalm:
‘Hoog boven alle volken de Heer;
hemelhoog is zijn glorie.
Wie is als de Heer onze God,
die woning maakt in den hoge?’
Je keek dus toch de goede kant op.
Naar boven.
Waar anders?

Maar dan.
Dan blijkt de ladder in de afgrond te staan.
De ladder van God richt de arme op uit het stof, zingt de psalm.
Langs de ladder heft God de schamele uit het slijk.
‘Dat hij zetelen mag aan tafel met de machtigen van zijn volk’.
De Bijbelse grond om God hoog verheven te noemen
is dat Hij geschonden mensen hoog heeft zitten
en hen verheft.
De ladder gaat niet van mooi naar hemels
en van braaf naar beter.
De ladder staat in de afgrond
en reikt tot de nieuwe aarde en de nieuwe hemel.

Ziet u hoeveel meer het is dan een tegeltjeswijsheid,
dat wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd,
en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd?
In de woorden is God zelf in het geding.
En ons leven met en in God.
God heeft zich vernederd
en heeft jou en mij verhoogd.
Dat is in een zin het hele evangelie!
En daarom moeten wij Hem loven
en is zijn glorie hemelhoog.

VI
Aan de eettafel is de afstand
tussen dit leven, waar je je soms geen raad mee weet,
en de hemel die wij op aarde verwachten,
heel klein.
De pot met chocola, die is gevuld;
het bord dat bij gezet wordt op de tafel;
de stilte die aan tafel valt
omdat er voor zoveel dingen nu eenmaal geen woorden zijn;
daar raken de afgrond en de hemel elkaar.
Het is er wonderlijk goed toeven, ondanks alles.
En jij en zij en hij en ik, we worden mensen zoals God ons heeft bedoeld.
Dat ik een paspoort heb en hij niet;
dat zij vreemd is en jij normaal,
of wat daar voor door moet gaan,
aan tafel doet het er niet toe.
Wie weet is dat omdat God er de gastheer is,
die de afgrond kent omdat Hij ons daar heeft opgezocht
en die antikraak de hemel bewoont,
die Hij voor ons bedacht heeft.

‘Dit is onze hoop’ sprak ds. Martin Luther King
– het geloof waarin hij terug keerde naar het Zuiden.
‘In dit geloof zullen we in staat zijn
om uit de berg van de wanhoop
een steen van hoop te hakken.
In dit geloof zullen we in staat zijn
om de schrille tegenstellingen om te vormen
tot een symfonie van zuster- en broederschap.
In dit geloof zullen we in staat zijn
om samen te werken,
samen te bidden,
om samen te strijden,
om samen naar de gevangenis te gaan,
om samen op te komen voor vrijheid,
wetende dat we op een dag vrij zullen zijn.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.