Preek van de week – Zondag 27 februari 2021

Bij Johannes 11: 45-54

Geliefden van Christus,

I

“Het bokje zijn”. Het is vast een bekende uitdrukking en iets wat we liever voorkomen. Want als je het bokje bent, dan ben je de pineut, de dupe. Dan maakt de toevoeging -je het nog wat onschuldig. Je bent het bijvoorbeeld het bokje als je de pech hebt dat jij vanavond moeten bobben. Het wordt een stuk serieuzer wanneer je aangewezen wordt als de bok of de zondebok. De zondebok als degene die alles voor zijn rekening krijgt, die van het kwaad of ongeluk de schuld krijgt. De zondebok die wordt opgeofferd voor de rest. Ja, over wie wordt gezegd: “Het beter is dat één mens sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat”.

II

Het zijn de woorden van Kajefas, hogepriester op dat moment. De gebeurtenissen in ons verhaal van vandaag – die volgen op de opstanding van Lazarus – vormen volgens Johannes een ‘turning point’. Hij beschrijft hoe veel Joden die naar Maria toe gekomen waren en gezien hadden wat Jezus deed tot geloof in Hem kwamen, maar ook hoe enkelen naar de farizeeën gingen om hun te vertellen wat Jezus gedaan had.

Genoeg reden voor de religieuze leiders om nu echt ongemakkelijk en onrustig te worden. Er moet nu wat gebeuren, zo kan het niet langer. We zien ze zich zorgen maken over de reactie van de Romeinen, over de consequenties voor de tempel, het volk, maar misschien nog wel het meest voor hun eigen positie en invloed. Tot Kajefas het woord neemt en de gedachte verwoord die de rest misschien nog niet durfde uit te spreken: Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat één mens sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat”.

III

We horen deze woorden – die een aankondiging en bevestiging vormen over wat nog gaat komen – vandaag, op de zondag voor het begin van de veertigdagentijd. Een tijd van bezinning, boete en inkeer. En misschien is dat niet zonder rede, want dit mechanisme of die neiging die voortdurend op zoek is naar een zondebok doordruipt onze menselijke geschiedenis en bewust of onbewust ook ons eigen handelen. Misschien is juist deze periode van inkeer & bezinning daarom een tijd die ons kan helpen om daar bewust van te worden en in te veranderen. Die ons helpt om onszelf de vraag te stellen hoe wij hier misschien ook onderdeel van zijn. Waar zijn wij bezig schuld of schaamte op andere te projecteren? Waar wordt het welzijn of de waardigheid van anderen opgeofferd voor ons eigen belang? Waar falen we om onze eigen negativiteit en fouten onder ogen te komen en eindigen we in plaats daarvan in het beschuldigen of zelfs haten van iets of iemand anders?

IV

De filosoof René Girard schreef veel over wat hij noemt ‘het zondebok mechanisme’. Iets wat volgens hem alles te maken heeft met onze neiging om elkaar te imiteren in onze verlangens. Terwijl we authenticiteit en individualiteit claimen, kijken we vanuit onze ooghoeken naar wat onze buren doen. Die imitatie verbindt ons aan elkaar, volgens Girard, maar kan ook vaak leiden tot rivaliteit of zelfs conflict. De menselijk natuur, wanneer zij op zoek is naar macht, kiest er dan wel voor zichzelf te benoemen als slachtoffer of creëert slachtoffers van anderen. Waarbij dat laatste vaak voortvloeit uit het eerste. Er wordt gezocht naar een zondebok. Je zou ook kunnen zeggen: we vergelijken, we kopiëren, we concurreren, we conflicteren, we zweren samen, we veroordelen, we kruisigen.

V

Dit patroon is door de hele menselijk geschiedenis heen terug te vinden en we hoeven maar naar het nieuws te kijken om erachter te komen dat er nog niet veel verandert is. Op de één of andere manier bindt het zich afzetten tegen een andere groep (andere vrezen, minachten, kleineren of zelfs haten) ons samen. En niet zelden heerst daarbij de veronderstelling dat we iets vrezen of ergens een afkeer van hebben omwille van iets heiligs of nobels, of dat nu God is, de waarheid, een bepaalde moraal, of de liefde voor onze kinderen, ons land of onze cultuur. Dingen die dus een offer waard zijn.

Als we medelijden met onszelf krijgen; wanneer we ons bedreigt beginnen te voelen; wanneer we het gevoel hebben dat we niet krijgen wat we verdienen of wanneer de dingen niet gaan zoals ze zouden moeten gaan, dan vinden we al snel iemand vinden om te verwijten, te beschuldigen of aan te vallen. Het lijkt een makkelijke, ongecompliceerde en snelle oplossing, die alles snel tot rust brengt en onmiddellijk schaamte, schuld of angst weg neemt. Met andere woorden, het werkt – ten minste voor een tijdje.

VI

In het groot en in het klein komen we het op allerlei manieren tegen wanneer we kijken naar de wereld op ons heen. We zagen het in de afgelopen maanden in de discussie en groeiende polarisatie rond de corona maatregelen, waarbij soms meer beschuldigend heen en weer gewezen werd dan echt geluisterd of gepraat. We zien het in de discussie rond de opvang van vluchtelingen of over multiculturaliteit in onze samenleving, waarbij de complexiteit van de vragen die dat met zicht mee brengt wordt teruggebracht tot de vraag: ‘willen we meer of minder…?’

Maar in deze dagen is het eerst en vooral het aangrijpende nieuws uit Oekraïne wat ons confronteert met de intense onzekerheid, machteloosheid, pijn en verdriet die meekomen wanneer machtige leiders er alles aan doen om hun macht en invloedssfeer te behouden of uit te breiden. Wanneer kostte wat het kost de eigen ideeën of waarheden worden verdedigd, ongeacht welke offers dat vraagt.

VII

Het zijn slechts drie voorbeelden die tegelijk misschien nog ver weg kunnen voelen, want: ‘hier zijn we tenslotte niet zelf actief bij betrokken’ (al is het soms ook de vraag of ons afzijdig houden niet net zo goed een keuze is). Maar we kunnen er volgens mij niet onderuit dat een zelfde neiging – zei het misschien op veel kleinere schaal – soms in ieder van ons huist. Ik zal vast niet de enige zijn die het ingewikkeld vind om te erkennen dat er soms ook zo’n patroon of neiging in mij zit. Want anderen tot zondebok maken dat doen we toch niet?

Maar misschien is het wel zo lastig om dit te erkennen of herkennen, omdat het vaak iets is wat onbewust, automatisch of in de snelheid van het moment gebeurt. Momenten waarop je voordat je het weet verwijten maakt of de verantwoordelijkheid probeert weg te schuiven. Momenten waarop het soms zo ongelooflijk lastig kan zijn om je eigen fouten onder ogen te komen, om je ongelijk toe te geven of om tot de realisatie te komen dat jij misschien wel degene bent die moet veranderen. Momenten waarop we worstelen met de vele complexe factoren die vaak in een situatie of relatie een rol spelen en momenten waarop het onmogelijk kan lijken om verder te leven met het besef dat er soms misschien geen antwoorden of oplossingen zijn. Op dat soort momenten voelt het misschien wel als het verlossende antwoord om weg te wijzen en te zeggen: “als hij dat niet had gedaan en als zij dat niet had gezegd… of jij maakte dat ik dit deed en door jou kon ik niet anders”.

VIII

Het zou de indruk kunnen wekken dat we altijd huiverig moeten zijn om onszelf als slachtoffer te zien of om schuld ergens anders neer te leggen. Een idee wat minstens net zo schadelijk kan zijn. Want juist wanneer we worstelen met schaamte of de schuld voortdurend bij onszelf neerleggen, mag en moet soms juist die bevrijdende boodschap klinken dat we zelf slachtoffer zijn; dat wat ons is overkomen niet onze eigen schuld of verantwoordelijkheid is.

Misschien is dat ook wel het complexe van het hele zondebok mechanisme. Dat het schuld, schaamte en verantwoordelijkheid door elkaar haalt en op de verkeerde plekken neerlegt: bij het slachtoffer of de onschuldige outsider. Daarom is het vaak ook niet makkelijk om dat alleen helder te kijken, want is het niet de maatschappij die dit door elkaar haalt dan wel onze eigen gedachten en twijfels. We hebben elkaar hierin dus nodig. We hebben anderen nodig die ons er ook op durven wijzen wanneer we onbewust of ondoordacht de verantwoordelijkheid of schuld weg schuiven, maar die ons net zo goed helpen in te zien  wanneer we onszelf onterecht de schuld geven.

IX

Om uiteindelijk ook zelf meer bewust te worden van die vrees of afkeer in onszelf en neiging om schuld of verantwoordelijkheid weg te schuiven, begint het misschien wel bij het herkennen van dat patroon van vergelijken, kopiëren en concurreren wat in meer of mindere mate in ons allemaal zit. Want pas als we dat bij onszelf gaan zien zijn we in staat het te stoppen of te veranderen, voordat het daadwerkelijk uitmond in conflict of veroordeling.

Het is misschien ook wel om die reden dat veel grote spirituele leiders voortdurend wijzen op en herinneren aan het belang van een eenvoudige levensstijl en vrijheid van het competitieve spel van aanzien, invloed en macht. Iets wat Jezus zelf ook voortdurend voorleefde en vertelde. Zo roept hij de vraag op: “want wat heb je eraan als je de hele wereld wint, maar jezelf verliest?”

X

Misschien is dat ook wel een vraag die met ons mee mag gaan in deze veertigdagen tijd. Een tijd waarin we een blik naar binnen durven werpen om onze eigen angst en oordelen onder ogen te komen en onszelf de vraag durven stellen of we echt overal het beste uit moeten halen; of we altijd gelijk moeten hebben; of meer wel echt altijd gelukkiger maakt en ten koste van wat dat dan mag gaan. Een tijd die ruimte biedt voor vergeving, genezing en verandering.

IX

Maar, tot slot, kunnen we er niet omheen dat Jezus verder ging dan alleen een alternatieve levensstijl voorleven. Als ons gedeelte van vandaag iets laat zien dan is het dat dat Hij ons niet alleen bewust maakt van het zondebok mechanisme, maar het ten diepste ontmaskert en het voor eens en voor altijd te kijk zet door zelf in de rol van zondebok te stappen. Zo toont Hij dat er een nieuwe vorm van menselijke gemeenschap mogelijk is. Eén die gebaseerd is op ‘de hoeksteen die de bouwers wordt verworpen’, waar ‘de laatste de eerste is’ en waar we ‘onze naaste liefhebben als onszelf’. Zijn woorden, zijn leven, zijn lijden en zijn sterven ontmantelen de praktijk van het slachtofferen van binnenuit. Het is geen uiterlijke genoegdoening, maar innerlijke verandering die de toekomst opent.

En toch zien we in de kerk, gek genoeg, zijn lijden en sterven nog vaak eerst en vooral als een offer; een genoegdoening voor de menselijk zonde. In onze theologie kreeg wat er gebeurde op Gogoltha het karakter van een transactie in plaats van een transformatie. Maar Jezus komst naar de aarde, zijn keuze om die rol van zondebok aan te nemen, was niet allereerst om Gods denken over de mensheid te veranderen (dat had geen verandering nodig). Hij kwam om het denken van de mensheid te veranderen. Ons denken over God, over onszelf, over deze wereld, over waar goedheid en kwaad echt liggen. In zijn komst, in zijn leven en sterven, onthulde Hij die eeuwige uitstromende Liefde, die ons kent, vult en vernieuwt.

Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.