Preek van de Week – Zondag 18 juni ’17

Genesis 8, 1 – 14
Lucas 3, 21 – 22
Lucas 12, 22 – 28

 

I
Wie wel eens op zoek geweest is naar een passend doopgeschenk, die weet hoe populair de Ark van Noach is. Daar is het kleurig speelgoedbootje van Playmobil met Noach en met tal van dieren. Of het uitklapboekje dat vol verrassingen zit. En natuurlijk de vrolijke prentenboeken waarin uit alle patrijspoorten van de boot koppen van beesten naar buiten steken. Waarbij de giraffes met hun lange nekken het meest in het oog springen. En altijd met een complete regenboog die meestal een dubbele bladzijde beslaat  Het is een vrolijke boel. Het leven is een pretpark. Geen wonder dat het verhaal over de Ark van Noach door Stadjers is gekozen als nummer 1 op de lijst van de 10 mooiste Bijbelverhalen van Groningen!

Zou je al die Stadjers weten te verleiden om samen het verhaal uit de Bijbel te lezen, inclusief alle herhalingen, dan zou het verhaal zo maar ineens uit de top 10 kunnen duikelen. Ze zouden in een keer weer weten waarom de kerk voor hen niet zo hoeft. Het verhaal begint zo: ‘De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.  Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt. Alleen Noach vond bij de HEER genade.’ (Gen. 6, 5 – 8)  En als het nou bij denken gebleven was. God doet het nog ook. Het is je reinste horror! Eerst iets creëren en tot leven wekken. Geen mens, geen dier, die er om gevraagd heeft. En dan jezelf diep gekwetst voelen door wat je zelf in je goddelijke wijsheid  tevoorschijn hebt geroepen. Om er vervolgens resoluut een eind aan te maken omdat de mensen je niet bevallen. Dat is als puppy’s verzuipen in een emmer water omdat jij je hond niet goed in de gaten hebt gehouden. Alleen dan vele malen erger.

In een interview op de Ierse televisie gaat de Britse komiek Stephen Fry helemaal los tegen God. ‘Wat zou je tegen God willen zeggen als je voor de hemelpoort staat?,’ vraagt de interviewer. ‘Hoe durf je?,’ antwoordt Stephen Fry, ‘Botkanker bij kinderen? Waar gaat dat over? Hoe durf je?! Hoe durf je een wereld te scheppen waarin zoveel ellende bestaat? Het is niet hun fout. Het klopt niet. Het is zo slecht! Waarom zou ik een onberekenbare domme God met een zieke geest moeten respecteren, die een wereld heeft geschapen, zo vol onrecht en pijn?’ Met een strakke trek om de mond vraagt de interviewer: ‘En zo denk jij in de hemel binnen te komen?’ Waarop Stephen Fry zegt: ‘Nee, ik wil helemaal niet naar binnen. Niet op zijn voorwaarden.’

II
Zo. Nu zijn we wakker. Sorry dat het geen pretpark is geworden. Maar het gaat nu wel ergens over. Over God bijvoorbeeld. We kunnen natuurlijk zeggen: ‘De Ark van Noach is maar een verhaal.’ En dan hebben we nog gelijk ook. Het hoort bij de oerverhalen waarmee de Bijbel opent. Niet echt gebeurd. Het is geen geschiedenis. Hoewel het verhaal in het collectieve geheugen van de mens zit. Veel culturen kennen een verhaal over een grote vloed die de aarde bedekte.

Maar we hebben dit verhaal niet voor niks. Het stelt vragen. Het is niet maar een verhaal. De ellende in de wereld, wie is er verantwoordelijk voor? Dat we er nog zijn, waar hebben we dat aan te danken? Wie stond er aan het begin? En: Waar gaat het naar toe? Het verhaal van de zondvloed plaatst een kanttekening bij een al te vrolijk spreken over God. Dat God liefde is en zo, ik wil het met u graag geloven, maar dan moet het wel door dit verhaal heen zijn gegaan. Het is een verhaal dat vragen stelt aan wat wij werkelijk geloven en of wij daadwerkelijk gaan voor het behoud van de aarde? Of dat wij het geloof in God gebruiken om te ontsnappen aan onze eigen verantwoordelijkheid en stilletjes denken: ‘Het zal mijn tijd wel duren. En als ik dan aan het eind voor God verschijn, dan zal ik dat met eerbied doen en niet zo tekeer gaan als Stephen Fry.’ Maar hoe eerlijk is dat? Deze atheïst kon wel eens meer recht doen aan het verhaal dan de gelovige die zich door niets meer laat verontrusten. Want dit verhaal stelt vragen aan God. De bagger die je je kunt verbeelden als het water zakt, inclusief de doden, slaat terug op God. Schoon zal hij nooit meer worden.

III
Smetteloos wit. Zo stellen wij ons de duif voor die Noach los laat en die, bij de tweede poging, terug keert met een lentegroen olijftakje in de snavel. Zo eentje waar een duivenmelker prijzen mee wint. Smetteloos wit, omdat je deze duif in verband brengt met de duif die uit de hemel neerdaalt op Jezus als hij oprijst uit  het water bij zijn doop in de Jordaan. Wat uit de hemel komt is smetteloos en licht, toch? Een sierduif met een pauwenstaart. Zij was er bij toen God hemel en aarde schiep. Ze klapwiekte boven de oervloed toen God het licht tevoorschijn riep. Een hemelse verschijning.

Het is geen wonder dat we haar niet vergeten als wij het verhaal terug vertellen aan onze kinderen en kleinkinderen. Ze past in het plaatje van de regenboog. Wat gunnen we ze een leven vol kleur. En dat ze niet besmeurd raken met het grauw dat altijd op de loer ligt: ziekte, geweld, uitsluiting. Dat ze spelen mogen en bloeien en opengaan. We bidden het ze toe. En we bidden het tot God, als we het nog niet verleerd zijn: ‘Zorg goed voor ze. Bescherm ze voor alle kwaad. Geef ze toekomst.’

IV
Maar wat als het plaatje niet klopt? Als er een steen door het raam van het droomhuis komt? Ik zag een jonge moeder lopen achter een rolstoel. Een basisschool kind, wit als de duif, in de rolstoel. Muts op. De benen wat opgetrokken opzij. Een slangetje in de neus. Ik zag even het gezicht van de moeder: Moe. Geconcentreerd op haar kind. Het past niet in het plaatje van het pretpark op de Ark. Het past niet in het smetteloos wit van de duif en het licht dat uit de hemel neerdaalt. Het past niet bij het beeld van God, die ons beschermt voor alle kwaad. Het past meer bij Stephen Fry, die niet in God gelooft, maar wel de verbeeldingskracht heeft om tegen God te zeggen: ‘Hoe durf je?! Hoe durf je een wereld te scheppen waarin zoveel ellende bestaat? Het is niet hun fout. Het klopt niet. Het is zo slecht!’

Na het televisie-interview met Stephen Fry is overwogen om hem aan te klagen wegens godslastering. Dat is niet doorgegaan. De aanklacht zou het niet halen. Maar wat ik niet begrijp is dat gelovigen hun beeld van een heilige God belangrijker vinden dan de vragen die het onheilige leven oproept. Stephen Fry zorgt er in ieder geval voor dat God en de moeder met haar kind bij elkaar gehouden worden in woede, in onmacht, in vastlopen en in het volharden in trouw. Grote antwoorden die door gelovigen vanaf de zijlijn worden gebezigd, zoals: ‘God heeft er een bedoeling mee.’, zijn een teken van ontrouw aan de moeder en aan haar kind. Ze zijn volgens mij ook een teken van ontrouw aan God. Omdat God weg gehouden wordt bij de woede, de wanhoop, het vastlopen en het volharden van mensen in hun trouw. Hoe weten die gelovigen zo goed, dat God gevrijwaard wil blijven van de vragen die Stephen Fry hem stelt? Hoe durven ze?!

V
Als wij het verhaal van Noach en de Ark terug vertellen, vergeten we meestal de raaf. Hoewel veel groter dan de duif, verdwijnt hij in haar schaduw. Niet in het verhaal zelf. Noach laat eerst de raaf los. Daarna pas de duif. Maar de raaf kleurt ons inziens minder goed bij de regenboog. In Nederland was hij niet voor niets tot voor kort uitgestorven. Er werd op hem gejaagd. Hij werd geassocieerd met alles wat slecht was. In sprookjes zat hij op de schouder van heksen. De roddel ging dat hij lammetjes uit de kudde stal. Hij werd ook wel de galgvogel genoemd omdat hij te vinden was op executieplaatsen waar hij in lijken pikte. Heeft de duif de regenboog aan zijn kont hangen, bij de raaf was dat dood en verderf. Niemand die zich trouwens afvroeg wie de dood en het verderf hadden gezaaid. Wie zorgde er voor de executieplaatsen? Wie stalen lammeren uit andermans kudde? Dat waren de mensen zelf toch?

Waarom laat Noach eerste de raaf los? In vroeger tijden en in vele culturen werd de raaf gebruikt als loodsvogel. Zeelui hadden raven aan boord. En niet alleen piraten. Bij slecht weer en dichte mist vlogen de raven heen en weer tussen het schip en de wal. Aan de tijd die dat nam, berekende de kapitein de afstand tot de wal. Om te voorkomen dat ze op de klippen zouden lopen. Eerder dan de hond was de raaf het maatje van de mens. Hij is de vogel met de lange adem. Hij is de vogel van de trouw. Hij heeft geen mooi weer nodig om de hoop vast te houden. Noach liet hem los voor hij de duif los kon laten. De raaf hield de hoop levend dat er ooit wie weet een nieuwe oever zou zijn om aan land te kunnen gaan.

V
Sinds God besmeurd is geraakt met de mislukkingen van zijn eigen project, en besloten heeft om daar nooit meer voor weg te lopen, is het belangrijk hem niet alleen in verband te brengen met de duif en het olijftakje, maar ook met de raaf die wij het liefst vergeten als wij dit verhaal terug vertellen. Wij willen een lichtgevende God in een smetteloze hemel. Wij willen een ongestoorde toekomst waarin we alles kunnen vergeten wat er allemaal fout is gegaan. Maar wat we krijgen is een God, die niet wegloopt voor de woedende vragen van Stephen Fry, die volhardt in nabijheid van die moeder met haar kind, ook zonder wonderlijke genezingen in zijn achterzak.

De raaf symboliseert de trouw aan het alledaags gemodder. De duif is de vogel van het grootse moment. Nooit zou ze zijn teruggekeerd met dat olijftakje in haar snavel, als Noach niet eerst de raaf had losgelaten. En als de duif bij de derde keer niet terugkomt en het grootse moment daar is om uit de ark te gaan, dan is de raaf er nog steeds. Er is geen toekomst mogelijk  en er ligt geen paradijs in het verschiet, als daar niet is de trouw aan het onvolmaakte leven en het verduren van de grote vragen waarop God ook geen antwoord heeft.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.