Preek van de Week – Zondag 18 juli ’21

Lezing: 2 Korintiërs 12, 1 – 10
Gedicht: Hemel – Wislawa Szymborska
Thema: Hemelreis

I
Weet u nog hoe je er komt, in de hemel?
En hoe de reis zal gaan?
Ooit wisten we het.
Toen was heel het mensenleven een voorbereiding op de hemelreis.
Een goede voorbereiding was het halve werk.
Gods genade deed de rest.
Na je dood wachtte de hemel.
Al zingend bereidden de gelovigen zich voor op de reis,
met liederen als
‘’t hoofd omhoog, het hart naar boven, hier beneden is het niet.’
En dan was je eigenlijk al een beetje op reis.

Je wist ook nog waar je kijken moest.
De hemel is omhoog.
Best handig om te weten als je op reis gaat.
In het gedicht Hemel stuurt de dichter je alle kanten op.
Je weet niet waar je kijken moet.
Hemel boven, hemel beneden.
Hemel naast je, hemel in je.
De reis gaat van hot naar her.
Zonder angst om de bestemming kwijt te raken.
Want die hemel is overal.
Je weet niet waar je kijken moet.
Maar is dat erg, als je vermoedt dat je gezocht wordt?
Een stukje hemel, door de hemel gezocht.
‘De verdeling in aard en hemel / is geen geschikte manier /
om aan dit geheel te denken,’ schrijft de dichter.

Dat kan de dichter wel zeggen,
maar misschien weet u nog heel goed waar u de hemel zoeken moet.
U kijkt nog steeds omhoog als u de slaap niet vatten kunt
en in de stilte van de nacht God zoekt.
De aarde beneden. De hemel boven.
U hier. God daar.
En toch is er iets veranderd.
Niet iedereen ervaart dat zo.
Ga je over deze dingen in gesprek met geloofsgenoten,
dan schiet het alle kanten op.
Voor de een is de hemel hier en is de hemelreis vooral aandachtig leven.
Voor de ander is de hemel daar en staat de reis nog uit.
Wat we vroeger samen wisten,
dat de hemel daarboven was en de aarde hier beneden,
en dat daarboven voor ons gezorgd werd en op ons werd gewacht,
dat is nu plat gezegd een individuele mening geworden
of een individueel gevoel.
‘Zo voel jij het. Ik voel het anders,’ klinkt het dan.

Dat is misschien ook nog wel een aardige vraag voor vandaag:
Is de Hemelreis een groepsreis?
Of is het een individuele reis?
Gaat het erom dat jíj tot je bestemming komt?
Of is jouw bestemming gerelateerd aan de bestemming van anderen?

II
Paulus heeft een Hemelreis gemaakt.
Mohammed ook.
Bij Jezus en bij Elia spreken we van Hemelvaart.
Omdat ze, oneerbiedig gezegd, zijn blijven plakken.
Eenrichtingsverkeer kun je hun Hemelvaart ook niet noemen.
Want beide worden terug verwacht.
Elia als wegbereider voor de komst van de Eeuwige.
Bij de Seidermaaltijd wordt een stoel voor hem vrij gehouden
en een beker wijn voor hem gevuld.
En Jezus als de Mensenzoon,
die komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
‘Maranatha!,’ bidt de gemeente bij de viering van brood en wijn –
‘Kom Heer Jezus, kom spoedig!’

Elia maakte zijn Hemelreis met wagens en paarden van vuur.
Mohammed met de engel Gabriël op de rug van Buraq,
een mythisch dier, die hem in één nacht van Mekka naar Jeruzalem
en van Jeruzalem naar de zevende hemel en weer terug bracht. E
n Jezus maakte zijn Hemelreis volgens een kinderlied
met een witte wolkenwagen.

Over hoe Paulus gegaan is, zegt hij zelf niks.
Het is ook helemaal geen sappig reisverslag.
Alsof hij er liever niet over had gesproken.
En dan niet omdat het te heilig was om te delen met simpele zielen,
maar omdat het voor hem bijzaak is bij de hoofdzaak:
de verkondiging van het evangelie
en de opbouw van de gemeente in Korinthe.
Niet dat de Hemelreis voor hem persoonlijk weinig voorstelde.
Hij weet nog precies wanneer het was: veertien jaar geleden.
Hij werd weggevoerd tot in de derde hemel, tot in het paradijs.
Hoe dat ging? In het lichaam of daarbuiten?
God mag het weten.
Maar daar hoorde hij woorden,
die door geen mens mogen worden uitgesproken.
Zoals joden de Godsnaam niet uitspreken.
In de nabijheid van de Eeuwige was hij daar.

Je zou zeggen: daar moet je toch de boer mee op.
Zo’n ervaring moet je uitnutten, geeft je status,
bewijst het bestaan van de hemel en van God zelf.
Niet dus.
Paulus doet het met tegenzin.
Daarom spreekt hij hier over zichzelf in de derde persoon.
Want alleen zo kan hij de arena betreden van de religieuze ervaring.
Er zijn in de gemeente van Korinthe namelijk mensen
die zich voorstaan op hun religieuze ervaringen.
Ze ontlenen er status aan.
Het geeft ze voorsprong op hun broers en zussen in de gemeente.
Ze staan er boven.
Boven het al te gewone.

Oké, moet Paulus gedacht hebben,
dan maar meedoen met die borstklopperij.
Maar dan wel in de derde persoon.
Alsof je een rol speelt in een toneelspel.
Je valt niet samen met de rol die je speelt.
Zijn hemelreis was niet om te delen met anderen.
Het was een genadegave van Christus
als een bemoediging om van de Gekruisigde te blijven getuigen,
om de gemeente op het hart te binden dat Christus nergens dichterbij is
dan in het delen van de onmacht binnen de gemeente.
Dus niet in de religieuze topervaring,
maar in het delen van het dagelijks brood
en in het toosten op een toekomst waarin aan het licht zal komen
wat nu al waar is:
de Gekruisigde is Heer en niemand anders.
‘In mijn zwakheid ben ik sterk.’

Dat is een bizar verhaal dat maar moeilijk over het voetlicht is te krijgen.
Het wordt overtroefd met religieuze topervaringen.
Het doet denken aan de hijgerigheid
waarmee mensen daarnaar vandaag op zoek zijn.
Binnen en buiten de kerk.
Om zich te kunnen onttrekken aan de gezamenlijke opgaven
waar we voor staan.
Want die zijn veel te groot om aan te kunnen.
En gek makend op zijn tijd.
Want wat moet je in je eentje?
Ik zie de man staan in zijn verdronken huis.
Hij vertelt hoe hard hij gewerkt heeft
om het water te weerstaan
en van het een op het andere moment stopte.
Zinloos was het.
Wat rest je als eenling anders
dan hopen dat er meer is tussen hemel en aarde
en wensen dat je het mag ervaren?
Of een ruimtereis maken voor een slordige € 250.000
en de ervaring kopen
waarin je boven het alledaags gemodder uitgetild wordt

III
Als Paulus over zichzelf in de ik-vorm spreekt,
gaat het over een doorn in het vlees,
die zich er niet zomaar even uit laat trekken.
Als hij over God spreekt,
dan is het in verband met dat gebrekkige lijf van hem
en de pijn die hij ervaart.
Dan ruik je geen wierook
en hoor je geen engelen hemelse woorden zingen
die een mens niet uit mag spreken.
Dan roep je geen ‘Oooooh!’
terwijl je zwevend uit het raam van je ruimtevaartuig kijkt.
Nee, dan zeg je vast dingen, waarvan je denkt:
goed dat een ander het niet hoort.
Omdat je geleerd hebt dat vloeken niet mag.

Niemand kan met zekerheid zeggen
waar de doorn in Paulus’ lijf voor staat.
Maar het beeld is voldoende.
Bij elke beweging voel je die doorn.
Word je geraakt op die plek, dan schreeuw je het uit.
Je kunt niet doen alsof het er niet is.
Er valt niks moois over te zeggen.
‘Duvel op met je praatjes dat God er wel een bedoeling mee zal hebben!’
‘God, help me toch!,’ heeft hij gebeden.
Drie keer.
Dat is elke dag.
Elke morgen.
Elke avond.
Elke nacht.
En toen was daar die stem, die stille diepe rust:
‘Mijn genade is voor jou genoeg.
Want de kracht wordt in zwakheid volbracht.’
Tijdens de Hemelreis hoorde Paulus in het paradijs
onzegbare dingen, die een mens niet mag uitspreken.
Wie op het diepste punt in het leven die stille diepe rust gegund wordt,
die is in de buurt van die onzegbare dingen in de hoogste hemel:
‘Mijn genade is voor jou genoeg.
Want de kracht wordt in zwakheid volbracht.’
Hiervan wil Paulus getuigen.
Hier is hij helemaal zichzelf
en hoeft hij niet over zichzelf in de derde persoon te spreken.
Dit is wat ons verbindt en tot broers en zussen maakt.
Niet de honger naar de individuele religieuze topervaring.
Zo wordt de tocht door de woestijn een Hemelreis.
Niet omdat je de hemel al bijna aan kunt raken,
maar omdat de hemel jou heeft opgezocht.

IV
Op 21 juni 1943 zit Etty Hillesum aan haar bureau.
Een jonge joodse vrouw. Zo jong als mijn jongste dochter.
Haar bureau ziet er niet uit.
Wat een chaos.
Alsof de schepping nog moet beginnen.
Op het bureau ook drie dennenappels.
Ze herinnert zich de wandeling in de vrije natuur,
het moment dat ze de dennenappels opraapte.
Een hele dag met hém, haar lief.
Zoiets kan al lang niet meer.
Ze schrijft in haar dagboek:
‘Ja, we zullen wel heel lang geen hei meer zien,
een heel enkele keer onderga ik dit als iets drukkends en verarmends,
maar meestal weet ik:
al blijft ons één nauwe straat waardoor we mogen gaan,
boven die straat staat toch de hele hemel.
En die drie dennenappels zullen me begeleiden
als het moet tot in Polen.’

Laat niemand zeggen dat het mooi is.
Want het is vreselijk.
En onbereikbaar met je gezond verstand.
Het komt in de buurt van wat Paulus hoorde zeggen in de derde hemel:
‘onzegbare dingen, die een mens niet mag uitspreken.’
Maar dit is niet de derde hemel.
Dit is niet het paradijs.
Je kunt het woord bijna niet horen – Paradijs!,
als je haar daar ziet zitten.
Niet hier in dit verband.
Dit is de hel, toch?
Dit zijn de vuistslagen van Satan, zoals Paulus het zegt.

Ja. Nee. En toch:
‘al blijft ons één nauwe straat waardoor we mogen gaan,
boven die straat staat toch de hele hemel.’
Klinkt in wat Etty Hillesum hier schrijft niet door
de stem, de diepe stille rust, die tot Paulus kwam.
Niet in de derde hemel, maar in de diepste diepte:

‘mijn genade is voor jou genoeg;
want de kracht wordt in zwakheid volbracht!’
Boven de diepste diepte staat de hele hemel.
Ja, de hel is de hel.
Maar de hel ligt open.
Want de hele hemel welft zich erboven.

V
Alsjeblieft, laten we niet meedoen aan het cultiveren van een goed gevoel
in de hoop daarin iets van God te kunnen ervaren.
Niet omdat het verkeerd zou zijn en het van God niet mag.
Maar het is niet onze roeping als kerk.
Laten we de aandachtigheid en de concentratie,
die nodig is om de hemel te zoeken,
gebruiken om elkaar – in de meest brede zin van het woord –
niet alleen te laten als we op dood spoor terecht zijn gekomen.
Want daar en dichterbij dient God zich aan,
zonder te hoeven zoeken.
‘Al blijft ons één nauwe straat waardoor we mogen gaan,
boven die straat staat toch de hele hemel.’
Over Hemelreis gesproken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.