Preek van de Week – zondag 15 mei ’22 door ds. Alberte van Ess

Deuteronomium 6: 1-9; Johannes 13: 31-35; Romeinen 12: 9-13
“Bemin en doe dan wat je wilt. 
Als je zwijgt, zwijg uit liefde.   Als je spreekt, spreek uit liefde.
Als je wil corrigeren, doe het uit liefde.   Als je vergeeft, vergeef uit liefde.
Laat de wortel van de Goddelijke liefde in je binnenste groeien.
Uit die wortel kan slechts het goede voortkomen”.
Aldus kerkvader Augustinus.Liefde als een way of life. Een manier van in het leven staan. Vanuit de teksten die we vandaag lazen wordt ons gezegd dat we ook niet anders kunnen, want zo zijn we bedoeld. We zijn geschapen naar het beeld van God, die liefde is. Laten we dan ook met elkaar omgaan vanuit die gelijkenis en het liefdevolle beeld zichtbaar laten worden.
Het is Mozes die ons dat als eerste voorhoudt. Door de Eeuwige bevrijd uit de slavernij wordt het volk onderricht hoe samen te leven in het Beloofde Land. Het bijbelboek Deuteronomium, waaruit we lazen, geeft geen beschrijving van de vaderlandse geschiedenis van het volk Israël, maar een theologische visie op Israël en de navolging van het verbond met God. Het is het laatste boek van de Pentateuch, de zogenaamde vijf boeken van Mozes. In dit bijbelboek wordt gereflecteerd en teruggekeken op de woorden van de eerste vier boeken. De verhalen over schepping en roeping, over slavernij en uittocht mogen niet vergeten worden. Integendeel ze moeten steeds herinnerd worden en geactualiseerd voor het dagelijks leven. Deuteronomium wil het volk voorhouden hoe je als gelovig mens daarin kunt oefenen. Door ze keer op keer te herhalen en ze te verbinden met je dagelijks leven. Zo wordt je er steeds weer bij bepaald.
“Hoor Israël, de Heer, uw God is een.”  Het zijn de eerste geloofswoorden die een Joods kind leert uitspreken. Het Sjema Jisrael  is een getuigenis van het geloof in de ene God. God is een, uit Hem komt alles voort, Hij is uit een stuk , betrouwbaar, woord en daad vallen samen. Hij heeft geen twee gezichten. Zoals die God is er maar een. Dat is zijn uniciteit. “Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.” De roeping van het volk Israël  berust op die liefde. Dat geeft geen privileges ten opzichte van andere volkeren,  het maakt hen ook niet beter dan hen, maar het houdt wel een opdracht in.
Het “Hoor Israël” wordt niet alleen twee keer per dag uitgesproken, maar klinkt ook op andere belangrijke momenten. De geloofsbelijdenis  is onderdeel van elk gebed. Horen en gehoorzamen, in de zin van ernaar leven, is direct aan elkaar gekoppeld. In het Hebreeuws is het een en hetzelfde woord. Hoor en geef gehoor. Daarom: prent het je kinderen in, spreek erover, schrijf het op. Zo staat het Sjema Jisrael vermeldt op een kokertje, de mezoeza,  die aan alle deurposten en poortjes van het huis bevestigd is. Zo bepaalt het je in en uitgaan, de hele dag, als een way of live.  De woorden staan ook in de holtes van de tefillien, de gebeds-riemen, op de linkerarm, dichtbij het hart. Ook een hoofdband met een tekstdoosje tussen de ogen geeft de band met de Eeuwige aan. Zo is het gebed een zaak van hoofd en hart.

Ook de blauwe franje aan de gebedsmantel, die in de synagoge wordt omgeslagen, staat in het teken hiervan als de gedenkkwasten.
Kleding kan zo onthullen wie iemand is en waarom hij of zij dat draagt. Kleding spreekt een taal en onderscheidt. Soms kun je aan de kleren die iemand draagt al zien wat voor beroep hij of zij heeft. Of de levensstijl die iemand erop na houdt. En een hoofddoek, een gebedsmantel, een keppeltje, ze onthullen ons iets over het geloof van degene die het draagt. Maar ook een hugenotenkruisje, een medaillon, een tattoo, een kettinkje met een hartje en een trouwring vertellen iets over de drager ervan.
En hoe zit dat met de navolgers van Christus. Kun je het aan hen zien dat ze dat zijn? De tekenen van geloof, hoop en liefde, een kruisje, een ankertje en een hartje? Of alleen een kruisje? Alhoewel dat laatste voor sommige ook gewoon een sieraad is, die ze mooi vinden, zonder iets te hebben met de oorspronkelijke betekenis..  “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.” Zo hoorden we Jezus zeggen. Ons overgeleverd door de Johannes, die wel de apostel van de liefde wordt genoemd. Tientallen keren spreekt hij van liefde en liefhebben. Zelfs brengt hij heel Gods wezen op de noemer van de liefde: God is liefde.
De woorden die we lazen zijn uitgesproken op een indringend moment. Woorden met de naderende lijdensweg voor ogen: Judas, die hem zal verraden, heeft net de maaltijd verlaten. Maar het zijn ook woorden met een belofte. In de gedachtegang van de evangelist Johannes  is Jezus lijden en dood geen afgang en nederlaag, maar uiteindelijk een hoogachting. Juist omdat Hij die weg is ingegaan zal Hij worden  geëerbiedigd en groot geacht.
“Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.” Een nieuw gebod over de liefde? Is dat nodig? Het eerste testament kende immers vanouds de liefde als het grootste gebod van de Thora. We hoorden de woorden uit Deuteronomium en ook Jezus zelf heeft er meerdere keren en met vele variaties over gesproken. Er zijn geen geboden belangrijker dan deze, zei Hij: Heb de Heer, uw God lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht en: Heb uw naaste lief als uzelf.
Wat kan een nieuw gebod over de liefde daar dan aan toevoegen?
“Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben”, vervolgde Jezus. De liefde van Jezus zelf voor zijn leerlingen en wie na hen komen, wij dus, is richtsnoer voor de liefde onderling. Niet het liefdesgebod zelf verandert, maar de maatstaf. Want het gaat nu niet meer om de naaste lief te hebben als zichzelf, maar die lief te hebben zoals Jezus die heeft liefgehad. Met Jezus als voorbeeld komt er een nieuw perspectief bij. De liefde van God blijft patroon voor de liefde van zijn kinderen onderling. Maar voor de navolgers van zijn Zoon Jezus Christus is die liefde bepaald en gefundeerd door de liefde van Jezus zelf. Hijzelf is de maat  en die liefde is het herkenningsteken van zijn navolgers.
Daaraan zouden we dus te herkennen moeten zijn.  Als liefhebbers van Jezus en daarmee als liefhebbers van mensen.
Liefde als een way of life. Maar hoe doe je dat dan concreet in je leven. In de brief aan de Romeinen, waar we een gedeelte uit lazen krijgt het wat meer inhoud en contouren. Sytze de Vries schreef er een lied bij, dat we als schriftlied zongen. Het liefdesgebod als de opmaat voor het leven. Maar het blijft een groot woord: liefde. En dan ook nog een positief gebod om lief te hebben. Is het niet makkelijker om te horen wat we niet moeten doen en mogen?
De beroemde gulden regel: behandel een ander zoals jezelf behandeld wilt worden is als tegeltjeswijsheid veel bekender geworden in de negatieve zin: Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.
En in de theologie is er ook van oudsher de richting, die alleen via de weg van negaties over God wilde spreken. God is niet…en vul maar in. De via negativa.
Maar wat is dan de ontkenning en het tegengestelde van de liefde?
“Ik heb altijd geloofd dat het tegengestelde van liefde niet haat is, maar onverschilligheid, het tegengestelde van kunst niet lelijkheid, maar onverschilligheid, het tegengestelde van leven niet dood, maar onverschilligheid jegens beide; het tegengestelde van vrede niet oorlog, maar onverschilligheid jegens beide. Het tegengestelde van cultuur, schoonheid, edelmoedigheid is onverschilligheid, dat is de vijand.”
Aldus Elie Wiesel. Als jongen was hij slachtoffer en getuige van het deporteren van joodse mannen, vrouwen en kinderen naar Auswitch. De jonge Wiesel zag daarbij voor het raam het gezicht van iemand die toekeek en zich daarna in onverschilligheid afwendde. Dat gezicht kon hij niet vergeten. Dat bleef hem achtervolgen.
Hoe kunnen wij ons teweer stelen tegen de onverschilligheid. Dagelijks trekken er aan ons indringende beelden voorbij van menselijk leed. Hoe voorkomen we dat wij zappend het hoofd afwenden. 
Onverschilligheid als de vijand. Ook de Romeinenbrief lijkt dat te signaleren als zij in de vertaling van de Naardens bijbel schrijft over de liefde: in ijver niet verflauwend, in geestkracht vurig. Het is ook de kern van deze perikoop, waaruit we een gedeelte lazen. Paulus maant mensen dat ze zich niet zomaar moeten aanpassen en laten bedelven onder het kwaad in de wereld. En er vooral niet zozeer aan gewend raken dat ze apathisch en onverschillig worden.  Of nog erger het niet eens meer opmerken en er op die manier kritiekloos aan gaan meewerken. Paulus roept ons dus juist op verschillig  te zijn, met een slogan meer van onze tijd.
We weten het wellicht uit eigen ervaring wat de vernietigende invloed kan zijn van onverschilligheid in onze relaties. Tot onze dierbaren, tot onze medemens dichtbij en veraf en tot onze kostbare aarde. Het zal mijn tijd wel duren met die klimaatcrisis. En wat kan ik nu in mijn eentje aan doen. Liefde als een way of live. Now is the moment, amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.