Preek van de week – Zondag 13 juni 2021

Lezing: Markus 4: 26-34

I

Gemeente van Christus,

‘Huidhonger’, ‘De rek is eruit’, ‘Het zwaar hebben’, zomaar wat metaforen die we in deze coronaperiode vast vaker hebben gehoord. In een artikel van Bert Keizer, wat ik deze week las, stelt hij dat onze beschrijvingen van deze coronatijd laten zien hoe we over onze geestelijke toestand praten in metaforen die we vaak al lang niet meer als metafoor ervaren. Een metafoor betekent dat we iets als iets anders beschrijven. Het is een vorm van beeldspraak waarbij we een vergelijking maken en door wat we zeggen een bepaald beeld oproepen. Dat we tegenwoordig niet alleen meer een zak aardappels, maar ook onze geestelijke toestand als zwaar kunnen beschrijven, daar kijkt, volgens hem, niemand meer van op. Wanneer we zeggen dat ‘de rek eruit is’ of dat veel mensen in de afgelopen maanden ‘het zwaar hadden’ dan snappen we allemaal wat ermee wordt bedoeld. En toch dragen deze uitspraken een bepaalde intrinsieke onnauwkeurigheid met zich mee. De zwaarte van een zak aardappels kunnen we in kilo’s duiden, onze gemoedstoestand niet. Hooguit kunnen we zeggen ‘het zwaarder dan ik dacht’ of ‘zwaarder dan eerder’.

Het precies duiden en uitleggen van onze gevoelens (wat er diep van binnen in ons omgaat) blijft een enorme uitdaging en voelt regelmatig zelfs onmogelijk. Toch is het onmisbaar en proberen we het allemaal in onze relaties, vriendschappen etc. Tenslotte is het op die manier dat we elkaar steeds wat beter leren kennen; steeds weer nieuwe dingen ontdekken.

II

Maar wat zowaar vaak nog moeilijker kan voelen is om te spreken over het heilige of het goddelijke. Eén van de moeilijkste dingen aan geloven in God is misschien wel om er over te praten; er woorden aan te geven. Dan beginnen we vaak wat te stamelen en voelt het al snel te vaag of te heilig. We proberen woorden te geven aan die diepe ervaring van rust die we kunnen voelen of dat plotselinge gevoel alsof je hart overstroomt. We beschrijven dat wonderlijk gevoel van verbondenheid met anderen of het feit dat zelfs te midden van de moeilijkste momenten er vaak nog een zegen of licht te ontdekken valt. En toch… het voelt onmogelijk om met onze woorden aan deze ervaringen en overtuigingen echt recht te doen. Want hoe kunnen onze woorden nu beschrijven dat wat voorbij alle woorden is? Hoe kunnen we als mensen spreken over God? Toch we proberen het. Het lukt ons niet om te zeggen wat het exact is, maar wel hoe het is: ‘what it is like’. En dus maken we ook hier gebruik van metaforen; van vergelijkingen. Sommige logisch, andere verassend. En op de één of andere manier weten ze zo ons verstaan te verdiepen of zelfs open te breken. ‘Oh zo kun je er ook naar kijken…!’ ‘Oh, dat is hoe God ook werkt of aanwezig is…?’

III

Maar goed, terug naar onze tekst. Als er iemand niet gebruik zou hoeven maken van metaforen of vergelijkingen om te spreken over het goddelijke, dan zou dat wel Jezus moeten zijn. En toch deed hij dat voortdurend in zijn gelijkenissen. Onder andere in onze tekst van vandaag. Daar wordt het koninkrijk van God vergeleken met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: Hij slaap en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. En even verderop wordt het koninkrijk van God vergeleken met het kleine mosterdzaad wat groots opschiet. Jezus sprak dus ook indirect,

gebruik makend van verassende vergelijkingen tussen heilige en gewone dingen. Maar niet omdat hij geen betere woorden kon vinden of omdat hij de betekenis verborgen wilde houden, maar juist om ons dagelijks verstaan van de dingen open te breken. Hij nodigt ons uit ze opnieuw te ontdekken en juist daar, bij het aardse en alledaagse, te beginnen. Hij zegt als het ware ‘Het koninkrijk van God…? Daar is het, vlak voor je ogen’.

IV

Als we kijken naar de beelden die Jezus hier gebruikt, dan valt op dat ze gekenmerkt worden door verborgenheid, een klein begin en gestage groei. Blijkbaar is het koninkrijk van God niet iets wat zich direct groots openbaart, wat van buitenaf komt of zich aan ons opdringt. Maar het is er wel, werkzaam met een eigen kracht, zelfs wanneer wij het niet verstaan of onze verwachtingen anders zijn. Door zijn gelijkenissen legt Jezus niet zozeer uit hoe we het koninkrijk van God moeten herkennen, maar maakt hij duidelijk dat we een nieuwe manier van verstaan nodig hebben. Het koninkrijk wacht om gezocht, ontdekt en geclaimd te worden. Het wordt zichtbaar wanneer het niet langer verborgen maar onthuld is.

V

Maar waar zoeken we? Waar beginnen we? In haar boek ‘The seeds of heaven’ roept spreker en schrijfster Barbara Brown Taylor deze vraag ook op en haar antwoord is beeldend. Ze zegt: Is het koninkrijk van God dan zo goed verborgen dat alleen de beste detectives het kunnen vinden? En dat het dus voor de meeste van ons verborgen blijft? Of… maakt God hier gebruik van die aloude truck waarbij hij iets verbergt door het open en bloot neer te leggen? Niet op buitengewone speciale plaatsten, maar juist op de laatste plaats waar veel van ons zouden zoeken: in de gewone omstandigheden van het leven van alle dag.

Is dat misschien waar Jezus hier op wijst, door het heilige met het gewone te vergelijken? Dat wanneer we willen spreken over hemelse zaken we misschien juist wel moeten beginnen met praten over aardse dingen? Het is daar in het kleine, normale, gestage en alledaagse dat we moeten zoeken naar Gods wil, regerering en aanwezigheid. Het is tenslotte de aarde waar de hemelse zaden gezaaid worden en het ook op die manier dat God keer op keer weer werkt en aanwezig is.

VI

Dat is al wat we tegenkomen in de verhalen van de Bijbel. Natuurlijk zijn er voorbeelden waarbij we God onverwachts en groots zien ingrijpen. Maar die donderslagen, een hemel die zich opent of een plotselinge tussenkomst zijn eerder uitzonderingen dan dat ze kenmerkend zijn voor het werk van God. In plaats daarvan werkt hij veeleer subtiel en gestaag, maar onweerstaanbaar. Zoals dat zaad wat langzaam, maar stug opgroeit. God werkt van binnen naar buiten, vanuit het hart van het zijn naar buiten in het dagelijks leven.

Dat wordt al zichtbaar in zijn verbond met het volk van Israël, maar zeker door zijn aanwezigheid in Jezus Christus. God heelt, transformeert en bevrijdt ons en deze wereld door met en in de processen van het leven te zijn. Dat zien we in het leven van Jezus, die voortdurend aan zijn discipelen en volgelingen probeerde te laten zien dat zijn koninkrijk anders was dan dat van de wereld; anders dan zij verwachten. Zijn koninkrijk zou niet realiteit worden door groots machtsvertoon, maar het wordt realiteit daar waar verbroken relaties worden geheeld; waar buitenstaanders welkom worden geheten; waar zieke genezing vinden en armen recht ontvangen.

VII

En zoals de Bijbel iets laat zien van Gods gestage, trouwe aanwezigheid en werk in de geschiedenis, zo ervaren we dat misschien ook in ons eigen leven, juist door tijd en ervaringen heen. De aanwezigheid van Gods liefde en verandering in ons leven is niet altijd helder aan te wijzen of te verbinden aan een specifiek moment. En toch… wanneer we stil worden of terugkijken worden we ons soms zomaar diep bewust van zijn trouw, zegen of nabijheid. Maar ook als we om ons heen kijken komen we al voorproefjes tegen van het koninkrijk. In bemoedigende woorden die klinken, in relaties en gemeenschappen die ontstaan over grenzen heen, in de onverwachte zorg en betrokkenheid die wijzelf of andere soms zomaar kunnen tonen. We kunnen er niet altijd precies woorden aan geven, maar net als die zaaier zien en ervaren we het, ook al weten we niet hoe. En misschien hoeft dat ook niet. Zijn we niet geroepen om altijd alles te snappen of precies te weten hoe God werkt. Omdat juist daar ruimte ontstaat voor vertrouwen en verwondering.

Tegelijk kan dat soms maar knap lastig zijn. Wanneer die aarde maar dor en doods blijft voelen of dat mosterdzaadje nog maar weinig vrucht laat zien. Op die momenten dat onze levensomstandigheden of de situatie in de wereld uitzichtloos of onveranderd lijkt voelen we ons misschien vooral machteloos en alleen. Daar zijn geen makkelijke antwoorden op. Het is een worsteling die blijft; onderdeel van die tijd waarin het zaad gezaaid is, maar nog niet tot wasdom is gekomen; nog niet klaar voor de oogst. Het is de realiteit van het al en nog niet van Gods koninkrijk. Dat is niet makkelijker te maken dan het is en zorgt terecht vaak voor vragen of pijn en teleurstellingen. Toch klinkt in de tekst tegelijk een zekere troost door. Zelfs wanneer we het nog niet zien en nog niet begrijpen en de dagen zich maar opvolgen …het zaad groeit. Wijzend op de aanwezigheid van God, de Ene, die beloofde ‘Ik zal zijn die Ik zijn zal’. ‘Ik laat niet los, maar ik ben erbij’.

VIII

Hij toonde en bevestigde dat in Christus, door wie hij onder ons aanwezig was. Maar door zijn Geest wil hij ook op die manier in en door ons werkzaam zijn.  Net zoals Jezus en vanwege hem zijn ook wij geroepen om aanwezig te zijn daar waar het werk van God tot bloei kan komen en zich uitbreiden in deze wereld. Als het koninkrijk van God inderdaad hier en nu, om ons heen, begint en realiteit wordt, dan zijn we daar volledig onderdeel van.

IX

En zo legt de lezing tot slot ook een vraag en oproep bij ons neer. We worden uitgedaagd tot openheid, om te zien en horen wat er om ons heen gebeurt; hoe het koninkrijk al zichtbaar wordt. Om ons daar in te verblijden en te zien hoe we daarbij aan kunnen haken. Dat vraagt dus van ons om aanwezig te zijn daar waar God aanwezig is. En dat is nu juist vaak niet in het centrum van alles of daar waar we denken alles zelfs wel voor elkaar te krijgen. God bevindt zich aan de marge en daar waar gewone mensen met hun tekortkomingen vorm proberen te geven aan zijn liefde. Het is het tere twijgje en het kleine mosterdzaad waar God mee werkt. Dat is volgens mij een bemoediging en kritische herinnering ineen.

De tekst moedigt ons vervolgens ook aan om te stamelen. Om te spreken over God of zoals Paulus dat zegt: ‘over de hoop die in ons is’. Zelfs wanneer we niet precies weten hoe. We mogen proberen woorden te zoeken, te stamelen over dat wat we misschien nog niet precies bevatten, zonder dat we direct vrezen dat het te vaag of te heilig wordt. Want juist in ons stamelen en zoeken mogen we elkaar inspireren en bemoedigen. Geloven doen we nooit alleen, maar altijd met elkaar. In het delen van onze vragen, overtuigingen en ideeën, groeien we samen in ons verstaan van wie God is.

X

En dan tot slot klinkt vanuit de tekst ook de aanmoediging om los te durven laten, te rusten en te vertrouwen. Misschien is dat nog wel het moeilijkste, want als mensen willen we maar wat graag vaak resultaten zien of de controle hebben. En zijn we niet vaak het meest comfortabel in onze doe-modus, wanneer we ons nuttig voelen en het idee hebben dat we ergens aan bijdragen. Zelf wanneer het gaat om het koninkrijk van God. En toch, rust is een wezenlijk onderdeel van ons zijn en van onze roeping. Rust biedt mogelijkheden tot verdieping en rijping. We hebben soms die onbestemde dagen nodig als mogelijkheden om te bezinnen en te groeien. In die zin zouden we ook onszelf met dat zaad kunnen vergelijken. Voor volle groei moeten ook wij in die donkeren aarde, in Gods akker. We kunnen niet zonder rust, stilte, wachten en zelfs eens stukje eentonigheid – hoe benauwd we daar ook voor kunnen zijn – als we ons willen openen voor Gods aanwezigheid en werkzaamheid in de wereld en in ons leven.

Rust en stilte zijn onmisbaar in relatie met God, omdat ze ons ontvankelijk maken voor hem en ons doen groeien in vertrouwen en tevredenheid. Maar het is ook onmisbaar in onze relatie met de ander. Zo vaak vervallen in de neiging om vooral dingen vóór de ander te doen. Waarbij we vaak ook zelf goed denken te weten wat de ander nodig heeft. Dingen voor de ander doen geeft vaak het snelst een goed gevoel. Maar met Christus als voorbeeld worden we niet geroepen om dingen voor de ander te doen, maar om met de ander te zijn. Het samen uit te houden en stil te zijn, ook als er geen oplossingen of antwoorden zijn. Tot slot is het ook in de rust en stilte, in het verborgene,  dat we raken aan onszelf (onze eigen verlangens en angsten) en de mogelijkheid ontstaat tot groei in intimiteit, wijsheid, vertrouwen en tevredenheid.

Willen we samenwerken met onze Schepper in de realisatie en groei van zijn koninkrijk van vrede en recht, dan worden we geroepen zijn evenbeeld te zijn in werk én in rust.

Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.