Preek van de week – Paasmorgen ’22

Bij Johannes 20: 1-18

I

Het is nog donker en de eerste lichtstralen dringen voorzichtig door, terwijl we staan in de tuin van Jozef van Arimatea. Daar ontmoeten we vanochtend drie figuren, drie volgelingen, drie vrienden van Jezus. Alle drie op weg naar het graf. Alle drie met hun eigen verhaal, hun eigen ervaringen met Jezus, met hun eigen verwarring, vragen en verdriet.

Als eerst zien we een vrouw ons tegemoet komen, het is Maria van Magdala. Een vrouw die later nogal een reputatie kreeg, van boetvaardige zondares tot vrouw van Jezus. Maar de Evangeliën vertellen ons niet veel meer dan dat Jezus haar had bevrijdt van 7 demonen en dat ze ervoor had gekozen om hem te volgen. Ze had zich door Jezus gezien geweten; ze was bij hem thuis gekomen. Ze had bevrijding ervaren en iets geproefd van een hoop, leven en vreugde die niet uitgedoofd konden worden, maar… nu was dat toch gebeurt. Angstig en verward is haar blik, wanneer ze langs ons heen loopt.

Niet veel later zien we vanaf de andere kant twee mannen ons haastig tegemoet snellen, niet minder verontrust dan Maria. Vooraan loopt Johannes, de discipel van wie Jezus veel hield. Al zou je denk ik ook kunnen zeggen de discipel de veel van Jezus hield.  Jezus had hem hoop gegeven op verandering en vertegenwoordigde een nieuwe toekomst voor het volk van Israël,  maar zeker ook voor hemzelf. Maar die hoopvolle toekomst was in deze laatste dagen steeds meer gaan afbrokkelen, tot er niets meer van over leek behalve onzekerheid.

Achter Johannes komt Petrus eraan gerend, de man die zo hard had geroepen dat hij alles voor Jezus over had, maar op het moment dat het er op aan kwam niet had gedurfd en ervan door was gegaan. Geconfronteerd met zichzelf en met de recente gebeurtenissen draagt hij de teleurstelling daarover en het gevoel van schuld en schaamte, met zich mee.

Zo brengen Maria, Johannes en Petrus alle drie iets van hun verleden, heden en toekomst mee naar het graf. En staan ze daar vanochtend, het graf binnen kijkend. Worstelend met zichzelf, met hun eigen schuld en schaamte over wat er was gebeurt. Met een angst voor wat zou volgen. Want hoe nu verder én konden ze nog wel verder? Worstelend ook met het pijnlijke verdriet over het verlies; het enorme achtergebleven gat, waar ooit de hoop, vreugde en liefde van hun leven had gezeten.

Het open graf representeert de diepten van hun rouw. Ze hadden liefgehad en verloren, ze hadden de moed gehad om te hopen en hun hoop was neergeslagen, gedood en in een graf gelegd. Leven, vreugde, hoop en liefde waren gestorven.

II

En zo staan wij vanochtend allemaal als ware het bij dat open graf, met de blik naar binnen. Worstelend misschien wel met onze eigen verhalen, ervaringen en emoties. Met onze eigen schaamte en schuld, ons eigen verlies en onze verlangens.

Het graf confronteert ons met een verleden wat er was, maar er niet meer is. Of met een verleden  wat ons nog stevig in de greep of gevangen houdt. Dat graf herinnert aan verbrijzelde dromen, aan gebroken beloften, verdriet uit het verleden of ervaringen die ons hebben begraven in cynisme, leegte, lijden of verdriet.  Maar het graf herinnert ons misschien ook aan ons eigen tekort schieten, onze compromissen, leugens en halve waarheden, onze geheimen en schone schijn, onze terughoudendheid om onszelf te geven of te leven met onzekerheid, een schuld en schaamte die ons maar niet los laat.

Wat staat er tussen jou en het leven? Tussen jou en liefde? Tussen jou en genezing? Tussen jou en God? Wat houdt jou vast?

Maar misschien confronteert het graf vandaag ook met een toekomst die soms maar wat onzeker of zelfs beangstigend kan voelen, omdat onze eigen ervaringen of het nieuws uit de wereld wat tot ons komt vaak maar weinig hoopvol is. De moed om te geloven in verandering wordt steeds uitdagender.  En als we ons geen zorgen maken over onze eigen toekomst dan wel over die van onze kinderen.

Die confrontatie met het verleden en de toekomst kleurt ons heden.

Als je mee kijkt naar die drie figuren bij het graf, wat betekent dat graf dan voor jou? Waar bevindt jij je vanochtend? Of waar kom je vandaan? En wat zie je als je vooruit kijkt?

III

We kennen de ervaring van Maria, Petrus en Johannes, hun verwarring, hun verdriet, angst en onrust, maar ook hun hoop en hun verlangens.

Het graf lijkt definitief, de leegte ervan voelt maar wat verontrustend. Of is dat ook deels omdat we misschien nog niet de moed, het geloof of de verbeeldingen hebben gevonden om te zien dat het écht anders kan zijn.

Dat die leegte van het graf niet het einde markeert, maar teken is van nieuw begin. Het graf is niet langer gesloten, maar definitief geopend. Niet van buiten leeggeroofd, maar van binnen opengebroken. Het graf is leeg!

Dat is de boodschap die deze paasmorgen klinkt. Dat het verleden ons niet langer vasthoudt en de toekomst niet langer beangstigend hoeft te zijn, omdat het graf leeg is. Het graf wat de dood had vastgehouden werd een doorgang voor het leven – het opgestane leven van Christus, leven voor ons allemaal.

Wat er op Paasmorgen gebeurde is namelijk niet iets eenmaligs, want wij zijn opgestaan met Christus. Jezus leven en opstanding vertelt ons waar het allemaal heen gaat, dat de schepping en de geschiedenis zich toe bewegen naar opstanding. Zij opstanding is het levende bewijs dat liefde sterker is dan de dood en dat het leven wint.

Geen eenmalig wonder dus waar we wel of niet in geloven, maar een patroon van de schepping wat altijd waar is geweest, al vanaf het eerste begin, en ons misschien wel uitnodigt tot veel meer dan geloof in een wonder.

Het lege graf, het opgestane leven, nodigt ons uit om ons te openen voor wat mogelijk is. Het maakt ruimte voor verwondering en vertrouwen in plaats van verwarring en wantrouwen.  Karl Rahner schrijft: “Opstanding betekent dat we alles worden wat we ooit hadden kunnen zijn. Alle grenzen van dit leven zijn opgeheven en we zijn alles wat we ooit zouden kunnen hopen en verlangen te zijn”.

IV

Vanochtend worden we uitgenodigd om Jezus’ verhaal ook ons verhaal te laten worden. Om net als die drie getuigen bij het graf ons verleden, ons heden en onze toekomst te openen voor dat nieuwe verhaal.

Want zo vaak houdt onze angst voor het verleden of de toekomst ons nog gevangen. Lukt het maar moeilijk om echt in het heden te leven, omdat we te maken hebben met bitterheid of verdriet over vernederingen uit het verleden of omdat we verlamt van angst of zorgen naar de toekomst kijken. Maar de opstanding plaats ons verleden en de toekomst en zo ook het heden in een nieuw perspectief.

Niet langer hoeft het verleden, zoals dat graf, iets te zijn wat ons vasthoudt, gijzelt, in beslag neemt of achtervolgd. Onze gebroken dromen en onze bitterheid, ons falen en onze gevoelens van waardeloosheid, de gebroken beloften, het vertrouwen wat werd beschaamd, het verdriet uit het verleden wat als die grote steen die opening blokkeerde wordt opzij gerold, zodat het licht doorbreekt. Daarmee is het verleden niet verdwenen, maar staat het in een ander licht. Waardoor het verleden mag worden als een metgezel, die ons verder brengt en laat groeien.

Zo komt ook de toekomst in een nieuw licht te staan. Het opgestane, nieuwe of eeuwige leven betekent niet dat we alles over de toekomst weten,  maar wel dat we niet langer vol spanning en angst het onbekende afwachten. Het betekent niet het einde van dood, lijden of verdriet, maar wel een leven wat sterker is dan de dood, troost die sterker is dan het lijden en verbondenheid sterker dan de verlatenheid. Het is een toekomst die open is, maar die we niet alleen binnen gaan. Het is een toekomst die ons uitnodigt iets van onze angstvallige zoektocht naar controle, behoud  of begrip los te laten en op weg te gaan.

V

Want tot slot klinken er de woorden van Jezus aan Maria: ‘Houd Me niet vast, maar ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 

Net als Maria worden we geroepen het goede nieuws niet voor onszelf te houden, omdat het groter is dan onszelf. We worden geroepen om getuigen te zijn van dat lege graf; om het nieuwe, opgestane leven te delen en door te geven.

Want er zijn nog steeds een heleboel graven in onze wereld, waar we elkaar of onszelf in vasthouden. Van ons verleden wat wij of anderen gebruiken om onszelf te definiëren of elkaar in hokjes te stoppen, tot het idee dat een bepaalde toekomst niet voor ons of niet voor hem/haar is weggelegd.

Maar die graven zijn niet bedoeld gesloten te blijven. Christus is vandaag opgestaan en wij met hem.  Durven we erop te  vertrouwen dat de steen weer kan rollen en dat het graf ons niet vast houdt, maar dat het licht het open breekt en ons deel maakt van het opstandingsleven?

Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.