Preek van de week – 31 oktober 2021

Gemeente van Christus,

Onze evangelielezing van vandaag heeft wel iets weg van een tragikomedie; grappig en verdrietig tegelijk. Het begint met Jezus en zijn discipelen die een blinde man tegen komen. Maar in plaats van dat de discipelen zich bekommeren over het welzijn van de man of een mogelijkheid tot genezing  – ze zijn immers in de aanwezigheid van Jezus – lijken ze zich eerder druk te maken over de vooral abstracte “theologische” vraag naar de reden of oorzaak van zijn blind zijn. Waarop Jezus duidelijk laat merken dat die vraag er hier niet toe doet.

En dan gaat het verhaal als volgt verder: de man die blindgeboren was wordt genezen door Jezus, maar de mensen om hem heen lijken wonderlijk genoeg niet echt blij met deze bijzondere gebeurtenis. Sommige willen het niet geloven: volgens hen is de genezen man niet dezelfde persoon als degene die eerder nog een blinde bedelaar was (wat de vraag oproept of ze ooit echt oog voor hem hebben gehad). Andere… eisen – sceptisch – dat de man die eerst blind was precies aan hen vertelt hoe Jezus hem dan heeft genezen. En vervolgens doen de Farizeeën ook nog een duit in het zakje door te zeggen dat Jezus de man niet genezen kan hebben, omdat Jezus een zondaar is. En waarom was Jezus volgens hen een zondaar? Omdat hij iemand genas op de Sabbat, en werken op de Sabbat dat kan natuurlijk niet.

Vervolgens lezen we hoe de Joodse leiders zelfs achter de mans ouders aangaan. De nerveuze ouders besluiten dat ze niet verstrikt willen raken in deze controverse aangezien dat negatieve gevolgen voor hen zou kunnen hebben. Hoe blij ze toch zeker geweest moeten zijn om te zien hoe hun zoon zijn zicht weer had terug gekregen.

En zo komt de vraag weer terug bij de man die blind was geweest, en opnieuw moet hij het verhaal vertellen over hoe Jezus hem had genezen. Maar de mensen blijven hem tegenspreken: “Jezus is een zondaar, dus kan hij dit wonderlijke niet gedaan hebben”. “En… niemand weet wie Jezus is of waar hij vandaan komt, daarom kan hij niet zomaar mensen aan het genezen zijn”. Want alleen de juiste soort mensen kunnen dat toch doen? Tenslotte zie we hoe de man (in frustratie en moedeloosheid) van zijn ondervragers af wil en ze eigenlijk op hun nummer zet, waarna zij hem hard afschrijven, veroordelen en de synagoge uitjagen. Daar buiten ze synagoge zien we Jezus hem vindt en bemoedigd.

Zoals ik al zei: het verhaal heeft iets van een tragikomedie. De Farizeeën en hun houding, de joodse leiders en hun capriolen; hun veronderstellingen en hun beweringen, zelfs oog in oog met tegenstrijdig bewijs; hun opmerkingen en vragen die telkens hetzelfde zijn, maar waarop ze steeds een ander antwoord verwachten; hun grote gebaren en frustratie omdat de arme blinde man heel is gemaakt… het is bijna grappig, maar dan op een intens droevige manier.

Wanneer we de verhalen uit de evangeliën lezen en horen, dan kunnen we niet anders dan concluderen dat Jezus veel van zijn tijd op aarde doorbracht met het doorbreken van grenzen en barrières. Hij doorbrak religieuze en sociale en culture regels, niet omdat het kon of vanuit opstandigheid, maar omdat hij mensen wou genezen en hen ‘uit de eerste hand’ Gods liefde wou laten ervaren. Hij wou de zieken, eenzamen en buitenstaanders heel maken, hij wou dat iedereen iets zou ervaren van Gods liefde voor hen persoonlijk, ondanks hun fouten of tekortkomingen. Hij zei: “ik ben gekomen om mensen het leven te geven in al haar volheid”. En zei hij: “dit is niet zomaar iets wat ik doe, dit komt rechtstreeks van God. Wee! daarom degene die grenzen stellen of struikelblokken opwerpen voor anderen en hen zo niet laten participeren in dat volle leven”.

En toch is dat precies wat we in het verhaal van vandaag zien gebeuren. Jezus geneest een blinde man: barrière doorbroken. De reactie van de Joodse leiders: ontken dat het is gebeurt. En… zelfs als het is gebeurt kan het toch niet écht gebeurt zijn, omdat Jezus een zondaar is. Deze genezing kan niet van God komen en Jezus is een zondaar omdat hij de regels breekt. En tada! De barrière staat weer en ‘dezelfde oude regels’ blijven regeren. Jezus doorbreekt een barrière en zo snel ze kunnen richten de Farizeeën deze weer op.

Wanneer je het verhaal van vanochtend zo hoort kan het boos maken, frustreren, ‘die farizeeërs ook met hun verschrikkelijke houding en gedrag!’ En toch ondertussen, in onze eigen angst en onzekerheid, gaan wij denk ik vaker dan we zouden willen toegeven zelf rond zoals die farizeeën en Joodse leiders. Net als hen proberen we de barrières en struikelblokken weer op te richten zodra Jezus die naar beneden haalt. Niemand van ons wil een farizeeër zijn en toch lijken we meer op ze dan we vaak beseffen.

In een leven wat continue aan verandering onderhevig is zijn we als mensen allemaal op zoek naar een stukje zekerheid en orde. Verandering is vaak moeilijk of uitdagend. Bewust of onbewust houden we er daarom vaak niet van. En dus wanneer we altijd de veronderstelling hadden dat iets of iemand “verkeerd” is, dan houden we niet zelden liever vast aan onze veronderstelling dan dat we onze eigen angsten en vooroordelen onder ogen komen. Dan gaan we bijvoorbeeld (zonder veel reflectie) geloven in het idee dat mensen die hulp nodig hebben lui zijn; zelf niet genoeg hun best hebben gedaan; of verkeerde beslissingen hebben genomen. In plaats van dat we naar het grotere plaatje kijken om er achter te komen waar de barrières of obstakels liggen die hun heelheid of geluk in de weg staan. Zoals bijvoorbeeld armoede, fysieke of mentale ziekte of discriminatie.

Eerlijk is eerlijk, in het dagelijks leven hebben we vaak nauwelijks oog voor barrières. Maar meer dan dat we vaak actief bezig zijn met het oprichten van deze barrières of grenzen, houden we ze vooral vaak passief of onbewust in stand. Zoals de joodse leiders op alle mogelijk manieren twijfel zaaiden over Jezus of over de echtheid van de genezing, zo zijn wij er soms ook maar wat goed in om de noodzaak voor verandering te relativeren; om onze ogen te sluiten voor lijden dichtbij of ver weg; of mensen met een andere overtuiging of levensstijl vooral maar veilig op afstand te houden.

Ik moet denken aan het feit dat iets als feminisme of een beweging als Black Lives Matter nog steeds regelmatig als radicaal worden bestempelt, onrust stokend in de sociale orde. Waarbij voor het gemak even voorbij wordt gegaan aan het feit dat die sociale orde voor veel mensen nu net niet veilig, mooi of zeker is, maar vooral discriminerend of beperkend. Maar ook iets als de toenemende polarisatie, vluchtelingen die op onmenselijk wijze buiten fort Europa worden gehouden of de huidige woningcrisis: hoeven we daar alleen iets mee wanneer het onszelf persoonlijk raakt? Of is het een crisis die ons allemaal raakt en waar we allemaal verantwoordelijkheid voor dragen?

Maar waar komt dan die impuls vandaan om haastig barrières weer op te richten, wanneer ze afgebroken dreigen te worden? Of om simpelweg onze ogen te sluiten voor struikelblokken en grenzen? Misschien omdat het voelt alsof ze ons beschermen? Of omdat we de veronderstelling met ons meedragen dat wij ons toch altijd aan de goede kant van de barrière zullen bevinden? We stellen ons voor dat de mensen die zich aan de verkeerde kant van de barrière bevinden het verdienen om daar te zijn. Of zoals de discipelen dachten: daar met een reden zitten. En dat helpt ons om vast te houden aan de begrijpelijke, maar verkeerd geïnformeerde overtuiging dat omdat we “goed” of “hardwerkend” of “gezegend” zijn, wij nooit in een situatie zullen komen waarin we ons aan de verkeerde kant van de barrière of grens bevinden.

Maar wanneer we naar Jezus kijken, dan zien we dat dit – het hele idee van grenzen zelf – precies is waar we steeds de fout in gaan. In ons leven als gelovige gaat het niet om aan de “juiste” kant van de grens staan in plaats van aan de verkeerde. Nee, het gaat er om dat we met Jezus samenwerken om deze grenzen en  barrières in hun geheel af en door te breken. Geloven betekent dat we naar het grotere plaatje kijken om te zien waar mensen gebroken en gekwetst zijn; waar mensen arm, naakt of hongerig zijn. En om vervolgens iets te doen wat bijdraagt aan herstel en genezing, omdat zij net als wij geliefde kinderen van God zijn. Geen wij-zij, waarbij ‘zij’ vaak degene zijn aan de andere kant van welke – door ons opgerichte of ondersteunde –  barrière dan ook, maar wij allemaal; als geliefde kinderen van God.

Betekent het dan dat er helemaal geen grenzen of regels mogen zijn? Ik denk het niet. Vaak kunnen ze namelijk ook beschermend of behulpzaam zijn. Maar wel vragen ze altijd om een zekere flexibiliteit of in ieder geval medemenselijkheid. Want neem nu die sabbat: die is er voor de aarde, voor de mens en niet de mens voor de sabbat. Volgens mij zouden we dat breder in het oog moeten houden.

Rikko Voorberg deed daar van de week een mooi pleidooi voor. Hij schreef: “Wees bereidt om aan de lopende band, vanwege een nieuw inzicht of een moment dat je niet had verwacht, de eigen gekozen regels of manieren van leven te parkeren om ruimte te bieden aan wat er op je pad komt”. “Laat heilige gebouwen heilig zijn, tenzij er een aantal ongedocumenteerden nergens veilig is. Eet geen vlees, tenzij je in een situatie terecht komt om wel het eten met iemand te delen (ook al is het niet vegetarisch) dan om vast te houden aan je principes. Neem je rust, tenzij er een andere noodzaak je dwingt om flexibel te worden” Waar bij dat laatste volgens mij ook het omgekeerde geldt.

Terug naar dat bizarre aspect van ons verhaal, tragisch en komisch in één. Misschien helpt juist dat ons vandaag wel op haar eigen manier. We vinden het vaak lastig om bij onszelf te zien hoe verkeerd of verkeerd gericht we kunnen zijn. En als andere ons daarop proberen te wijzen, door middel van een serieuze discussie, schieten we al snel in de verdediging. Maar als we het zo niet gaan zien, misschien dan wel door humor. Want stel je Jezus eens voor die met al Gods liefde, macht en kracht barrières doorbreekt, gevolgd door onze kleine falende maar verwoede pogingen om ze weer op te richten. Dat is toch tragisch en komisch tegelijk? Misschien als we werkelijk gaan leren hoe stuntelig en dwaas we kunnen zijn, als we werkelijk gaan ontdekken hoeveel God houdt van hen van wie in deze wereld niet of minder wordt gehouden… dan kunnen we echt gaan zien wat we nog niet eerder konden zien en kunnen we onze weg en onze manieren veranderen.

Tenslotte zegt Jezus zelf aan het eind: ‘Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.’ Specifieke woorden voor een boodschap die hij voortdurende herhaalde, namelijk dat het goede nieuws nu juist niet is voor degene die denken dat het hun toe komt of die denken dat God vooral hun God is. Nee, het gaan om degene die wij eerder met donker dan met licht associëren; om degene van wie we geloven dat ze verstorend of bedreigend  zijn (en die we dus niet te veel ruimte moeten geven); om degene die wij negeren, omdat ze toch niets te bieden hebben.

Als we dat nog niet zijn gaan zien, zijn we nog blind, maar gelukkig staat God klaar om ons te leren met zijn ogen naar deze wereld te kijken. Hoe dat er uit ziet verwoord Paus Franciscus op een prachtige manier, en ik sluit daarmee af: “Als we zekerheid willen, moeten we zekerheid geven; als wij leven willen, moeten wij leven geven; als wij mogelijkheden willen, moeten wij mogelijkheden beschikbaar stellen”.

Amen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.