Preek van de week – 31 januari 2021

Bij 1 Korinthiërs 8: 1-13 en Marcus 1: 21-28

I

De Martinitoren, staande aan de Grote Markt, is met zijn 96,8 meter de hoogste toren van de stad Groningen. De toren hoort bij de Martinikerk en heeft de bijnaam d’Olle Grieze. Aldus Wikipedia.

Of…

Wie is de Martinitoren

die hoge boom.

Hij vangt stemmen op in zijn oren

er strekt een windvlaag van woorden

over zijn tinnen heen.

Hij ademt met de mensen mee

gestadig.

Hij leeft.

Aldus Huub Oosterhuis.

Het maakt wat uit hoe je over iets spreekt. De eerste versie was feitelijk, interessant, maar het doet niet zo veel. Iedereen die even grasduint op het internet kan dit over de Martinitoren zeggen. Hoe anders die tweede beschrijving, ze doet wat, roept iets op. Ze wekt nieuwsgierigheid op of warme herinneringen aan die Martinitoren. De toren krijgt een gezicht. De woorden, de kennis, is doorleefd.

II

Het is misschien wel illustratief voor wat we tegen komen in de teksten vandaag. Paulus begint het achtste hoofdstuk van de brief aan de gemeente in Korinthe met een quote van de Korinthiërs zelf: ‘Wij bezitten allen kennis’. Zeker, zegt Paulus: dat is waar, maar kennis alleen zegt niet zoveel. Zonder gevoel, zonder liefde is ze leeg. Sterker nog: niet zelden maakt kennis verwaand, ze blaast ons op. Het is de liefde die daadwerkelijk opbouwt. Ware kennis, die ons echt tot verstaan doet komen, heeft dus volgens Paulus alles te maken met liefde. Zowel naar onszelf, God, de ander als deze wereld.

III

Kijk maar naar die twee manieren waarop je over de Martinitoren kunt spreken. Blijkbaar kunnen we iets beschrijven zonder het ooit gezien te hebben, zonder het echt te vatten of echt door geraakt zijn.

Hetzelfde geldt in het dagelijks leven. We kunnen heel makkelijk allerlei adviezen of tips geven zonder dat we ons écht bewust zijn geworden van wat de ander doormaakt of verlangt. Op geloofsgebied zijn we soms maar wat goed in staat om grenzen op te stellen of dogmatische waarheden te herhalen, maar wat zegt dat daadwerkelijk over ons geloof?

En wanneer we kijken naar de wereld, onze samenleving, of de huidige ontwikkelingen, dan zien we dat de kennis die wordt vergaard, onze verschillen in opvattingen en overtuigingen, niet zelden worden gebruikt om ons boven of tegenover de ander te stellen; om naar binnen te keren of grenzen af te bakenen. ‘Jij hoort wel binnen ons groepje van mensen die het hebben begrepen, jij nog niet’. Er zijn voorbeelden te over. En in plaats van dat we elkaar verrijken of durven te bevragen, groeit het wederzijds onbegrip of superioriteitsgevoel.

Niet veel anders in de gemeente van Korinthe, waar men tot de conclusie was gekomen dat als je het allemaal had begrepen en wist hoe het zat, het geen kwaad meer kon om offervlees te eten. Of je anderen daar nu in verwarring mee bracht of niet. Zij die daar nog moeite mee hadden waren simpelweg nog niet ver genoeg in hun begrip.

IV

Maar Paulus gaat hier fel tegen in. Deze vorm van kennis is volgens hem geen ware kennis. Ze is leeg, opgeblazen, losgetrokken van het geleefde leven. Zijn uitspraak klinkt tegen een achtergrond, context, tijd en een manier van denken waarin de verwerving van kennis, Gnosis in het Grieks, centraal stond. En om die kennis te bereiken was bevrijding nodig uit de aardse, materiële werkelijkheid. Het ging om de weg naar binnen. Om jezelf, je levensvonk, of de bron van kennis vinden.

Wat dat betreft verschilt dat misschien niet eens zo veel van onze context. In onze samenleving: waarin kennis vaak wordt verbonden aan een soort objectiviteit buiten onszelf óf een subjectiviteit die vervalt tot onze innerlijke privé wereld. Maar ook in de kerk verwees geloof lange tijd naar een manier van leven wat als primair doel had om aan deze werkelijkheid te ontsnappen en naar de hemel te gaan. Of, en dat zien misschien meer vandaag de dag, geloof als iets puur spiritueels en individueels.

V

Maar hier, in de lezing van vanochtend, gooit Paulus dat idee ondersteboven. Ware kennis zo stelt hij: begint allereerst bij God, daarnaast is ze verbonden aan het concrete geleefde leven én ze is ten diepste een vorm van liefde.

Ware kennis, zo stelt Paulus dus, is niet onze kennis van dit of dat, of van God, het is Gods kennis van ons. ‘God, de Vader uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven‘.

Dat is goed nieuws. Niet alleen voor ons persoonlijk, maar voor de wereld als geheel. God staat aan het begin als de schepper van alles. Niet op afstand, maar intiem en van binnen uit. Zo werkt hij nog steeds toe naar zijn nieuwe schepping; naar het koninkrijk wat komt op aarde zoals in de hemel. Het werk van Jezus was er niet op gericht om boven deze werkelijkheid uit te stijgen, maar om de schepping te bevrijden, met ons erbij.

Dat betekent dat deze wereld er toe doet. Dat wij er toe doen met ons hele leven, inclusief haar ups en downs; mooie en lelijke kanten. Het is niet onze kennis die bepaalt wie we zijn of hoeveel we waard zijn, maar ons mens zijn, geschapen naar het beeld van God. Geliefd in Christus. Hij is de bron en het doel van onze kennis.

Dat betekent ook dat we door hem tot verstaan komen. Door met Gods ogen naar deze wereld te kijken, omdat het zijn wereld is. En geheel God eigen, is dat geen abstracte kennis, maar een ontvangen, geleefde en gedeelde kennis. Kennis die groeit in relatie met God, de ander en deze aarde.

VI

Ware kennis is ten diepste een vorm van liefde. En dan gaat het niet slechts om een zoetsappige vorm van liefde of om die liefde van een doorsnee romantische comedy. Maar liefde die ons raakt en in beweging zet. Die dieper gaat dan een gevoel of kennis, maar durft te hopen en te vertrouwen. Liefde die de ander op het oog heeft en Gods recht en vrede zoekt. Dat is de manier waarop Gods nieuwe schepping, zijn koninkrijk, vorm krijgt.

Dat is niet perse de makkelijkste weg. Want waar kennis vaak controle of invloed met zich meebrengt, heeft deze liefde ook iets kwetsbaars en spannends in zich. Ze daagt uit om ons handelen en spreken niet slechts te laten vormen door onze eigen wensen of belang. Maar daarmee is het wel de weg van verbinding.          

Liefde laat niet de optie open voor verwijdering of vijandschap en gaat zelfs verder en dieper dan respect. Omdat respect wel de ander de ruimte geeft, maar ook nog steeds de ander op afstand kan houden. ‘Jij jouw ding, ik mijn ding’.

Kennis als vorm van liefde is daarin anders. Ze zoekt de ander op, wil van de ander leren en durft zichzelf te bevragen. Ze geeft toe dat ze ook niet alle antwoorden heeft, maar durft zich ook uit te spreken over wat nog niet goed is. Over dat wat Gods schepping afbreekt of de komst van zijn koninkrijk tegen houdt. Kennis als vorm van liefde is nooit leeg, opgeblazen of passief, maar ze is levend en opbouwend.

En misschien is precies dat wel wat het handelen en spreken van Jezus karakteriseerde. Wat maakte dat men vol verwondering moest concluderen: ‘Hij spreekt met gezag’. Niet omdat hij de Torah het beste wist te herhalen of uit te leggen, daar waren de Schriftgeleerden ook aardig bedreven in. Niet vanwege een bepaalde afkomst, invloed of grootse kennis, waardoor zijn reputatie hem al vooruit was gesneld. Maar omdat zijn kennis, zijn handelen en spreken, gevormd werden door de liefde van zijn Vader en zijn liefde voor de mensen om hem heen.

Hij sprak frisse woorden die doorleefd en geleefd waren. Die de ander bevestigde en op het oog hadden, maar die ook durfde te bevragen, te prikkelen en te benoemen wat niet goed was.

Als lichaam van Christus, als zijn kerk, klinkt de roep om hem daarin te volgen. Om zo te spreken en te handelen: opbouwend en roerend. Vanuit Gods liefde en tot zijn eer.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.