Preek van de Week

Bij Ruth 4

I

Een jaarlijks hoogtepuntje is voor mij het moment waarop de Dj’s Coen en Sander hun jaarlijks overzicht van meest vreemde, ofwel schaamnamen bekendmaken. Iedere keer weer zitten er de beest bijzondere pareltjes tussen, zoals Bennie Koekoek, Wil Bierman, Ron de Bil, Klaar Wakker of met de dit jaar eigenlijk heel mooie winnaar: Sonne Straal.

Namen ze zijn niet onbelangrijk. Ze geven een eerste indruk, roepen associaties op. Soms vertellen ze al wat over wie je bent, waar je vandaan komt of over je geschiedenis. Maar ook als dat niet direct duidelijk is, dan gaat achter iedere naam uiteindelijk een levensverhaal schuil. Je naam hoort bij je en je komt er niet zomaar vanaf. Soms kan dat positief voor je werken, maar misschien ook negatief. Hoe het ook zei, wanneer je naam genoemd wordt dan hoop je toch vooral in positieve zin, in een positieve context of met een blije glimlach als reactie. En dan is er ook nog die uitspraak ‘naam maken’, die iets laat zien van ons streven om niet vergeten, maar herinnerd te worden; om het te maken in het leven.

II

In het boekje Ruth spelen namen ook een belangrijke rol. Heel bewust zei Noömi – wat zoiets als ‘lieflijke’ betekent – noem bij maar Mara: ‘bitter’. En vorige week hoorde we meer over de betekenis van Elimelek: ‘God is koning’ en Machlon en Kiljon, respectievelijk ‘ziekelijke’ en ‘afgeschrevene’. In het boekje Ruth hebben alle namen een betekenis. Maar ook de centrale handeling van het ‘lossen’ en het losserschap in het boek, heeft alles te maken met het behouden en voortleven van de naam van een familie. Des te opvallender is het dus dat er in onze lezing van vandaag een personage ten tonele verschijnt zonder naam.

III

In de nacht is Ruth bij Boaz is gekomen en hem heeft gevraagd om als losser op treden. Als Ruth weer thuis is horen we Noömi vol vertrouwen tegen haar zeggen: ‘Blijf hier dan maar rustig wachten, tot je weet hoe het afloopt, mijn dochter, want ik weet zeker dat deze man niet zal rusten voordat hij de zaak geregeld heeft’.

En inderdaad in ons hoofdstuk van vandaag verplaatst onze blik zich van het huis van Noömi en Ruth naar Boaz, die op dat moment al onderweg naar de stadspoort is. Boaz, wiens naam ‘de Krachtige’ betekent, doet zijn naam eer aan, hij laat er geen gras over groeien.

En daar bij de stadspoort komt dan ‘toevallig’ de losser voorbij van wie Boaz al eerder gesproken had. Een man – wiens naam niet van belang is –, zegt de tekst. In het Hebreeuws is het een soort woordspelletje, wat je zou kunnen vertalen met  ‘meneer zo-en-zo’ of gewoon ‘dinges’.

Boaz haalt ‘dinges’ en nog 10 andere man erbij, om vervolgens de situatie aan hen voor te leggen. Noömi heeft een stuk land te koop en als meeste naaste bloedverwant kan de man het land kopen om zo op te treden als ‘losser’ en er voor te zorgen dat het land verbonden blijft met de familie. De wet van het losserschap was een sociaal systeem waarbij de meest naaste bloedverwant als losser borg stond voor een familie in nood. Bijvoorbeeld door zo’n stuk grond terug te kopen of door een familielid vrij te kopen die uit armoede slaaf was geworden. ‘Dinges’ ziet het wel zitten en antwoord dat hij zijn recht zal doen gelden.

IV

Maar misschien nogal strategisch heeft Boaz eerst de praktijk die de letter van de wet voorschrijft aan de man gepresenteerd, waarna hij nu vervolgd met een beroep op de geest van de wet. Het stelt dat een man die bereidt is om het land van een gestorven man te lossen, de hele weg zou moeten gaan en het moet lossen voor het voortleven van de familie van de gestorven man. Concreet betekent het dat hij de man oproept om met Ruth te trouwen, zodat het land zal toebehoren aan het nageslacht van Machlon. Wat Boaz de man hier voorlegt is dus niet zozeer een legale vereiste, maar je zou het wel een morele verplichting kunnen noemen. Zijn beschrijving van Ruth als ‘de weduwe uit Moab’ maakt het voor de meest nabije losser niet aantrekkelijker, maar verhoogt tegelijk de betrokkenheid en zorg van de omstanders. Nu nog het land kopen, maar weigeren om met Ruth te trouwen, dat doet zijn naam geen goed, maar met Ruth trouwen ziet hij ook niet zitten. En dus krabbelt ‘dinges’ terug en zegt: ‘dan kan ik niet mijn recht doen gelden, want dat zou ten koste gaan van mijn eigen familiebezit’. Op deze manier zit er voor hem geen voordeel in en is er zelfs het risico dat zijn eigen erfenis verdeeld zal moeten worden. ‘Dinges’ gaat voor zijn eigen naam en probeert het voortleven daarvan veilig te stellen. Al met al is hem teveel gedoe, te onzeker, dus laat hij het liever door een ander doen. En dat is wel herkenbaar.

V

Want dat verlangen naar een stukje stabiliteit en zekerheid is volgens mij niemand van ons vreemd. Pas als dat er is ontstaat er misschien wat ruimte om verder te kijken, om te geven of te dienen zonder te weten of je er iets voor terug krijgt. In ons dagelijks leven rekenen en overwegen nogal wat af. We vragen ons af wat iets oplevert, welke risico’s het met zich meebrengt, rekenen uit of het de investering waard is en wat het doet met onze eigen naam. Maar het draagt het risico met zich mee dat we zo gericht raken op de volgende stap of hoe het beter kan, dat we vergeten in het nu te leven. Dat onze relaties het karakter dreigen te krijgen van een investering in plaats van een engagement. En dat het ons misschien ook steeds minder goed lukt om een plek te geven aan het imperfecte, dat wat weinig oplevert, ons tegenhoudt of dat wat niet meetbaar en maakbaar is. Om naam te maken en herinnert te worden denken we iets tastbaar te moeten nalaten, ons te moeten onderscheiden en iets neer te zetten.

Maar onze tekst van vandaag draait dat om, want in het vervolg zien we dat je als ‘dinges’ wordt je vergeten. In het behouden van zijn eigen naam raakt de naam van deze man vergeten in de geschiedenis.

Eeuwen later klinkt iets vergelijkbaars door in de woorden van die nakomeling van Ruth en Boaz: “Verzamel jezelf geen schatten op aarde, waar mot en roest ze weg vreten. Maar verzamel schatten in de hemel”. “Waar je schat is zal ook je hart zijn”. En iets verder zegt Jezus: “Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, over wat je zult eten en drinken. Maar zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden”.

VI

Natuurlijk is je zorgen maken niet altijd verkeerd en is het goed om verstandig na te denken en niet totaal onbezonnen door het leven te gaan. In de tekst wordt de keuze van deze man ook niet persé sterk veroordeeld. Net als Orpa bij Ruth vertegenwoordigd hij, tegenover Boaz, een andere keuze. Daarin overtreed hij geen wet, want wat hij doet mag en het is nog begrijpelijk ook. Hij gaat voor de weg van voorzichtigheid, zekerheid en met het meeste voordeel. Grote kans dat we hetzelfde zouden doen.

En toch die weg van zekerheid en veiligheid kan ook iets zijn waar we in blijven hangen. Zeker in deze tijd waarin goed genoeg soms niet meer lijkt te bestaan, omdat het altijd beter kan of omdat zodra we genoeg hebben of een zekere stabiliteit, we onszelf om allerlei redenen wijs kunnen maken dat dat toch niet het geval is.

VII

De tekst van vanochtend geeft ons in het voorbeeld van Ruth en Boaz een alternatief. Ze wijst ons op de weg van het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid; de weg van dienstbaarheid; ja, de weg van de ‘Chesed’. ‘Chesed’ is een sleutelwoord wat we door het boek tegenkomen als beschrijving van wat Ruth en Boaz doen. Het betekent liefdevol, trouw, loyaal en goed, en kenmerkt in de Bijbel over het algemeen het karakter van God zelf. De keuzes en het handelen van Boaz en Ruth zijn vol van de ‘Chesed’ van God. En het is die weg van overvloedige ‘Chesed’, die voorbij het vanzelfsprekende of rationele gaat, die dit verhaal ons wijst.

Dat is niet altijd de makkelijke weg en soms ook een stap in het onbekende. Ruth en Boaz gingen die weg hoewel ze niet wisten waar het hen zou brengen. Het was misschien veiliger en vanzelfsprekender geweest om de weg van Orpa en meneer ‘dinges’ te gaan, maar ze kozen voor de kwetsbare weg van verbinding, dienstbaarheid, van trouw en liefde. Zo dagen Ruth en Boaz ons ook uit om een stapje verder te gaan dan het vanzelfsprekende of dat wat van ons verwacht wordt. Om niet slechts te rekenen met wat iets oplevert of wat het ons brengt, maar om ons in alle kwetsbaarheid aan andere te verbinden en te geven. Ruth en Boaz dagen ons uit om de weg te gaan van dienstbaarheid en trouwe liefde, zonder dat we nog weten waar die weg ons precies zal brengen.

Zo roept de tekst ook de vraag op waar wij om bekend staan, hoe onze naam klinkt of herinnert wordt. En laat daarbij direct zien dat dat nu net niet zit in het grootste of indrukwekkende ,maar ook niet in de veilige stabiliteit. Het is de liefde, de trouw en dienstbaarheid van Boaz en Ruth, maar ook van ons, die herinnerd wordt. Die het verschil maakt in het persoonlijke en in de bredere geschiedenis, en waar God aan het werk is.

VIII

Dat wordt ook duidelijk in het vervolg. Voor de tweede keer in het hele boekje Ruth wordt God genoemd. Door zijn zegen wordt Ruth zwanger en baard een kind. Obed wordt hij genoemd, met de prachtige betekenis ‘hij die dient’. Naar het voorbeeld van zijn ouders. Nog even daarvoor werd Ruth al in het rijtje van de matriarchen geplaats en ontving Boaz de wens dat zijn huis zou worden als het huis van Peres, zoon van Tamar en Juda (zijn stamvader). En nu horen we hoe via Obed de geslachtslijn verder loopt naar David.

Dit kleine verhaal wat zich afspeelt tussen de donkere en wetteloze dagen van de richters en het begin van het Davidisch konigschap, wijst op Gods trouwe zorg voor zijn volk, in het klein en in het groot. Nieuw leven is mogelijk door God trouwe liefde, die handen en voeten krijgt door de levens van Ruth en Boaz. God die zoals Boaz zelf niet rust voor het goed is en God die zich, zoals Ruth aan Noömi, ook aan ons verbind.

IX

Een trouwe liefde die ook op een grootse manier zichtbaar wordt, wanneer we in Mattheüs lezen hoe de geslachtslijn van Ruth en Boaz via David door loopt naar Jezus. Die als nakomeling van Obed, van Ruth en van Boaz, ten volle liet zien hoe dienstbaarheid, trouw en liefde tot het uiterste er uit zien. In Hem heeft God zich op een diepgaande manier aan ons verbonden,door net zoals Ruth bij Noömi te gaan waar wij gaan en te sterven waar wij sterven. Door net als Boaz zichzelf te geven als losser en door in tegenstelling tot ‘dinges’ de extra mijl te gaan.

Om maar af te sluiten met een quote van Terry Eagleton: “De moraal die Jezus leert is roekeloos, extravagant, onvoorzichtig, over-de-top, een schandaal voor actuarissen en een struikelblok voor vastgoed makelaars”.

Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.