Preek van de week – 2 augustus ’20

I

‘De slaapkamer is het belangrijkste vertrek in ons huis; we brengen er in elk geval 7 à 8 uur per etmaal door’ opperde een van de deelnemers aan het voorbereidend gesprek. De inrichting kan sober zijn, als op het schilderij van Van Gogh. Maar ook in een luxe slaapkamer blijft het bed het centrale meubelstuk. Het is een plek van rust, weerloosheid en overgave, intimiteit en geborgenheid.

Ik las dat een onderzoek in de Verenigde Staten toont dat kinderen op vergelijkbare wijze leren rusten als lopen en praten: door oefening. We hebben een ritme, een ritueel en een routine nodig om in slaap te kunnen vallen. Dat geldt voor kinderen en voor volwassenen. Ieder heeft zo zijn of haar eigen gewoonten en avondrituelen. De deur op het nachtslot draaien, naar het toilet gaan, tandenpoetsen, de lamp op de overloop uitdoen, de slaapkamergordijnen sluiten, je dekbed openslaan, in bed kruipen, op je favoriete zij gaan liggen en je ogen sluiten.

Voor de gespreksdeelnemers was dit ook het moment om de voorbije dag nog eens de revue te laten passeren. Denkend, dankend en biddend. “t Is goed in het eigen hert te kijken, nog even voor het slapen gaan”. Deze woorden van de Vlaamse dichteres Alice Nahon was voor degene die ze citeerde een opstapje naar een gebed, maar, zo zei ze: “Soms val ik ook al in slaap.”

Er namen geen jonge ouders deel aan het gesprek. Die hadden kunnen vertellen over de rituelen die zij ’s avonds met hun kinderen beoefenen: voorlezen misschien, zingen, het kind over het haar strelen. In de herinneringen aan mijn eigen kindertijd is dit moment aan het einde van de dag tekenend voor de geborgenheid en veiligheid thuis: mijn moeder op de rand van mijn bed, haar hand op mijn hoofd en dan: “ik ga slapen ik ben moe.” Toen ik wat groter werd en het bidden aan mijzelf werd toevertrouwd, waren er vaak nog wel haar geruststellende woorden, voordat ze de deur van mijn slaapkamer achter zich dichttrok: “Leg al je zorgen maar neer op het nachtkastje.”

In de donkere intimiteit van de slaapkamer kun je in stilte of fluisterend gedachten en gevoelens verwoorden die je overdag niet zo gemakkelijk zou uiten. Het is een bijzondere plek. Hier kom je tot jezelf. Hier kun je je geliefde in uiterste innigheid nabij zijn. Hier zoeken velen van ons de nabijheid van God, en vertrouwen we het leven van anderen en dat van onszelf toe aan de hoede van de Eeuwige. “Waak, gij, Schepper, als wij slapen.”

Maar het gevoel van veiligheid is wankel. Wie slaapt er de eerste nacht op een andere, vreemde plek even ongestoord als thuis? De intimiteit en geborgenheid van de slaapkamer kan op allerlei manieren worden verstoord. Door zorgen en gedachten die maar blijven malen. Door pijn. Ben je thuis, dan sta je misschien op en probeer je jezelf te kalmeren – door iets te drinken, door naar de straatlantaarns buiten te kijken, een stukje te lezen, jezelf te verdoven met Netflix en een of meer pijnstillers. Misschien heb je last van dromen die de rust verstoren – weerkerende beelden die je beangstigen, ervaringen uit het verleden die je juist ’s nachts komen kwellen. Soms is in de morgen alles van je afgegleden, maar evengoed kan een gevoel van beklemming je de rest van de dag blijven vergezellen.

De slaapkamer kan ook de plek zijn die jou herinnert aan verloren intimiteit. Degene met wie je jarenlang het bed hebt gedeeld is er niet meer.
Een scheiding, een opname van je geliefde in het verpleeghuis of de dood heeft een einde gemaakt aan wat zo vertrouwd was.

En dan is er de geschonden intimiteit. #MeToo of erger. Het is onthutsend, maar in mijn beleving ook troostend dat dergelijke verhalen de Bijbel niet vreemd zijn. Het is een boek over mensen van vlees en bloed. Het verhaalt van een God die weet heeft van ons leven, in al zijn aspecten.

II

Vanmorgen laten we ons leiden door twee schriftgedeelten. Allereerst psalm 132. De dichter kan zich niet neerleggen bij de wereld zoals die is: onrecht dat zich breed maakt; mensen die worden uitgebuit en vernederd. Het houdt hem uit de slaap, het zet zijn leven onder spanning. Maar hij wil ook geen rustig en ongestoord leven leiden, zolang schrijnende misstanden voortduren. Met grote bewogenheid en hartstocht zet hij zich in voor een andere samenleving. Hij zal zich nooit helemaal thuisvoelen, totdat deze wereld een veilig huis is geworden voor iedereen: een plaats waar God kan wonen; een plek waar recht wordt gedaan aan de verworpenen van de aarde.

En tot het zover is, is God op aarde in elk geval aanwezig in deze harstocht en in dit brandend mededogen van deze mens met messiaanse trekken. En niet te vergeten in het alledaagse bestaan van ieder die zich inspant om voor zichzelf en anderen ruimte te scheppen waarin je vrijuit kunt ademhalen. Speelruimte – ruimer dan een slaapdoos voor daklozen.

III

Maar tegelijk geldt, dat wij de hele wereld niet op onze nek kunnen nemen. Onze behoefte aan slaap laat zien dat het leven van mensen begrensd en beperkt is. Hoe hard ik me ook voor iets inzet of hoe ik ook in beslag genomen word door wat me zorgen baart en angstig maakt, uiteindelijk krijgt mijn behoefte aan rust de overhand. Je kunt – soms langer dan je denkt – doorwerken. Je kunt op je tenen lopen om voor anderen te zorgen die van jou afhankelijk zijn, maar uiteindelijk moet je rust nemen. Zo niet, dan stort je op een gegeven moment in: burn-out. Ook al ben je jong en student.

Vermoeidheid en slaap leggen onze werkelijkheid bloot. We zijn broze mensen met grenzen en beperkingen. Daar worden we niet graag aan herinnerd. De boodschap die we ontvangen uit onze cultuur is meestal tegengesteld: laat je door niets en niemand tegenhouden of vertragen, laat je niet in je vrijheid beperken; je mogelijkheden zijn eindeloos, je kunt onbegrensd zijn en volledig onafhankelijk.

De coronacrisis heeft ons ondertussen hardhandig met onze kwetsbaarheid geconfronteerd. Ik moet denken aan de portrettenserie van de Volkskrant, eind april van dit jaar. Artsen en verpleegkundigen die zorg droegen voor Covid-patienten op de IC. Ze hadden hun dienst er net op zitten, hun uniformen nog aan, de beschermende maskers nog op of net af, striemen als zichtbare sporen op de huid. Hun uitgeputte gezichten. Hun ogen als glanzende poelen van vermoeidheid en verdriet. Als de maskers afgaan, spreken de gezichten, aldus de reportage.

IV

In het Marcusevangelie horen we van Jezus die temidden van de storm op het achterdek van het schip ligt te slapen, zijn hoofd op een kussen. Het is een gelaagd verhaal, voor velerlei uitleg vatbaar. Maar allereerst is er dit: Een mens, een man in de kracht van zijn leven, maar na een intensieve dag vol ontmoetingen en gesprekken gaat hij van vermoeidheid slapen en merkt niet op hoe ondertussen het weer is omgeslagen.

Je kunt het evangelie ook theologisch uitleggen. Jezus’ oproep aan zijn leerlingen om moed en geloof te hebben, doet ons voor een tweede keer en met nieuwe ogen naar de slaper in het schip kijken. Rusten en slapen in het oog van de storm; dat is geen onverschilligheid van Jezus – “Meester, kan het u niet schelen dat wij vergaan?”. Het geeft blijk van zijn onwrikbaar vertrouwen in de Eeuwige, aan wie een mens zich zonder angst of reserve kan overgeven, omdat Gods eerste en laatste woord liefde is.

V

“God wil ons niet alleen een leven van heiligheid en gebed geven, maar ook voldoende rust. En wellicht wordt ons leven van gebed en heiligheid juist bevorderd door het geschenk van een goede nacht slaap” aldus Tish Warren in haar boekje “Liturgie van het alledaagse. Heilige gebruiken in het gewone leven.” Tish Harrison Warren is priester in de Anglicaanse Kerk in Noord Amerika; ze is verbonden aan een kerk in Pittsburgh, gehuwd en moeder van twee dochters. Zij verbindt het alledaagse met het heilige en maakt duidelijk dat een mens zich op allerlei momenten en in het ritme van iedere dag verrassend bewust kan worden van Gods nabijheid. Haar boek begint met wakker worden en je bed opmaken, en het eindigt met slapen.

De dagelijkse routine van naar bed gaan en je overgeven aan de slaap brengt ze in verband met de sacramentele rust van de sabbat of zondag. Zowel onze slaapgewoonten als onze gezamenlijke zondagse vieringen laten zien waar we van houden, waar we op vertrouwen en wat onze beperkingen zijn. “Beide vereisen discipline en ritueel. Beide vereisen dat we niet langer vertrouwen op onze eigen moeite en inspanningen en steunen op God die voldoende geeft. Beide leggen onze kwetsbaarheid bloot. Beide bieden herstel.”

Ze staat stil bij een verband dat ook in ons voorbereidend gesprek kort ter sprake kwam: de relatie tussen onze slaap en onze dood. Onze behoefte aan slaap tekent niet alleen onze gewone, menselijke beperkingen. De slaap verwijst ook naar de laatste, ultieme grens: we zullen sterven. In die zin is de slaap ons dagelijks memento mori, de herinnering aan onze eindigheid en sterfelijkheid.

We vinden dit verband op allerlei plaatsen, binnen en buiten de bijbel, in poëzie en avondliederen en op een heel verrassende wijze in een gedicht van de protestantse theoloog en reformator Martin Schalling. Hij schreef het in 1569. De derde strofe daarvan werd het slotkoraal van Bach’s Johannes Passion. Met daarin dat ontroerende beeld: het graf als slaapkamertje. De tekst staat, in het Duits en zonder melodie als lied 958 in het Liedboek. Ik heb het op de volgende wijze vertaald:

O Heer, laat uw lieve engelen
aan het einde van mijn leven
mijn ziel in de schoot van Abraham dragen
en laat het lichaam in zijn slaapkamertje
zachtjes zonder kwelling en pijn
rusten tot de jongste dag.
Wek mij dan op uit de dood,
opdat mijn ogen vol vreugde u zullen zien
o Zoon van God,
mijn heiland en troon van genade!
Heer Jezus Christus,
verhoor mijn gebed,
Ik zal u loven – voor altijd en eeuwig.

’s Avonds gaan slapen en ’s morgens weer opstaan – het is een ritme waarin we leren vertrouwen op Gods liefde die ons blijft dragen – dwars door alles heen. Nog één keer Tish Warren: “Door dagelijks de slaap te omhelzen, erkennen we de nederigheid van onze geschapenheid en kwetsbaarheid. En op die plek van zwakheid leren we om te rusten in het besef dat ons leven en onze dood – onze dagen en alles wat zij bevatten – verborgen zijn in Christus.”

Zo moge het zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.