Preek van de week – 19 december ’21

“Hoop die ons terugstuurt het leven in”

I

Door de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal zijn dageraad bij ons binnenbreken.

Schijnend op degenen in duisternis, zij die in de schaduw van de dood zitten, en ons dan de weg wijzen, voetje voor voetje, langs het pad van vrede.

Een wat vrijere vertaling van de woorden die we vanochtend hoorde uit de mond van Zacharias, die hogepriester die, toen we hem voor het laatst hoorde spreken zo’n negen maanden daarvoor, nog vroeg: ‘hoe kan ik weten of dat waar is?

En dan hier deze belijdenis, dit geloof. Wat is daar, in de tussenliggende tijd, gebeurt? Die twijfelende, moedeloos geworden Zacharias nu opeens modelgelovige? Voor wie het allemaal helder is geworden? Als dat ons voor voorbeeld is, dan zou het zomaar ons moedeloos kunnen maken. Te hoog gegrepen, te weinig realistisch.

Maar volgens mij klinkt hier dan ook iets anders dan stellige zekerheid of een absolute geloofsbelijdenis. In het lied van Zacharias horen we eerder iets van verwondering, verwachting, een ontwaakte hoop.

Een hoop, die ook daarvoor nog wel in de verhalen klonk van het volk van Israël en waar Zacharias als priester vaak genoeg van moet hebben gehoord of zelf van verteld. Die hoop opgeven (die al zo lang terugging) kon niet, lukte niet. Maar tegelijk was de hoop wel diep verborgen geraakt onder de pijn en teleurstellingen van de dagelijks realiteit, zowel in het persoonlijke leven van Zacharias als in de situatie van zijn volk.

Misschien wel herkenbaar dat we in ons spreken nog lang de moed erin proberen te houden. Positief en hoopvol proberen te klinken, al is het maar om onszelf moed in te spreken. Maar ondertussen dreigt het licht van de hoop in ons steeds zwakker te worden en komen we er soms nog maar moeilijk bij als we eerlijk zijn. Wanneer dat bij onszelf gebeurt kan dat beangstigend en ontwrichtend zijn, tenslotte is het juist vaak die hoop die ons vaak gaande houdt.

Tegelijk wanneer we zo over hoop spreken, als iets waar we soms nog maar moeilijk bij kunnen komen, dan zegt dat óók dat hoop ten diepste – hoe slecht zichtbaar of voelbaar soms ook – niet staat of valt met ons gevoel of onze inzet. Niet verdwijnt, ook al lukt het ons steeds lastiger om erbij te komen of het te ervaren. Hoop gaat namelijk dieper dan dat en is groter dan onszelf.

Juist op die momenten wanneer we rondlopen met wanhoop en vertwijfeling en nog steeds diep van binnen iets van hoop hebben wat we op de een of andere manier toch niet los kunnen laten, hoe klein of onverklaarbaar ook, dan mogen we weten en erop vertrouwen dat onze hoop niet slechts hoop was in onszelf; in ons eigen succes; in onze kracht om het verschil te maken of in ons beeld van hoe perfectie eruit ziet. Nee, het is dan en daar dat we een hoop ontdekken die voorkomt uit een veel diepere bron.

Volgens de Franciscaan Richard Rohr is die bron van hoop niet een bron die wij zelf vervaardigen, maar een bron die diep in ons woont en tot ons stroom met een oneindige overvloed, zodat het misschien nauwkeuriger is om te zeggen dat wij erin wonen. Het raken aan die bron van hoop is als een reis naar het centrum, de binnenste grond van ons bestaan, waar we God tegenkomen en waar hij ons ontmoet.

Of zoals Thomas Merton het zegt: het is die hoop die we vieren met Advent. Want dat Christus komende is… Ja, dat hij aanwezig is in onze wereld – zelfs wanneer die wereld er anders uit ziet dan zou moeten – dat is zeker. Het enige wat onzeker is, is ons antwoord aan hem. Onze bereidheid en capaciteit om uit te trekken hem tegemoet; om hem te zoeken en te vinden in de wereld zoals hij is; hem te zien, zelfs wanneer ons hele levenswerk ineen schijnt te storten. Christus ontdekken in deze wereld, het raken aan die bron van hoop in ons binnenste, dat verandert niet op korte termijn ons leven of de buitenkant. Meer dan dat verandert het onze diepste manier van kijken, van waaruit onvermijdelijk de buitenkant zich zal gaan herschikken.

II

Het is als met Zacharias die in zijn zwijgen begon te zien, te hopen. Geen plotselinge verandering of bekering, maar langzaam veranderde zijn blik en kreeg hoop weer opnieuw de ruimte.

Christus ontdekken in de wereld, raken aan die bron van hoop en daardoor verandert worden, dat gebeurt op heel veel verschillende manieren. Bijvoorbeeld in gesprekken of ontmoetingen met anderen, die onze blik openen, maar het is ook iets wat vaak gebeurt in rust of in de stilte.

Voor Zacharias gold dat wel heel letterlijk, maar volgens mij is het niet zelden in de rust of de stilte dat er ruimte ontstaat voor reflectie. Rust om te luisteren, openheid voor Gods aanwezigheid en gelegenheid om die bron van hoop in ons opnieuw ontdekken en ons daaraan te laven.

Dat neemt niet weg dat die stilte of rust in eerste instantie soms maar wat confronterend kan zijn. Want als we eerlijk zijn zeggen we wel vaak dat we wat meer rust of stilte zouden willen, maar maakt die stilte ons vervolgens in de praktijk soms juist onrustig. We zijn liever niet te veel alleen met onze gedachten of vragen. En onverwacht of gedwongen stil gezet worden is maar zelden iets waar we op zitten te wachten.

En toch is het juist daar dat God zich vaak aan ons toont, dat onze ogen zich openen voor zijn aanwezigheid of sterker nog dat we mogen verblijven in zijn aanwezigheid, inclusief onze pijn, onze vragen en onze verlangens.

Volgens een monnik uit de eerste eeuwen is dat nou net wat er gebeurt in gebed. Als moderne mensen zien we gebed vaak eerst en vooral als iets wat we doen of zouden moeten doen en misschien zelfs wel als iets waar je goed in kan zijn. Maar volgens deze monnik heeft gebed meer te maken met zijn, dan met doen. Het gaat om verblijven in Gods aanwezigheid en nabijheid of zoals hij dat zelf zegt: “Ik zit en kijk naar God, en God zit en kijkt naar mij”.

Veel meer dan concrete gebedsverhoringen, een stem uit de hemel of een bezoek van engel, is het misschien wel die ervaring die ons bewust maakt van Gods aanwezigheid. God die het hele leven doortrekt en vervult; God die erbij is en die zijn beloften houdt, ook als wij dat nog niet zien.

III

Zou het ook die ervaring zijn die bij Zacharias opnieuw iets van hoop en verwachting deed groeien? Ja, die hem tot zingen bracht? Iemand schreef ergens:  ‘Wanneer het normaal met ons gaat, praten we; wanneer we sterven, fluisteren we; maar wanneer er meer in ons is dan we kunnen bevatten, zingen we’.

En wat voor lied zingt Zacharias… Het is een lied van hoop en verwachting op een toekomst waarvan de realisatie al in gang is gezet, maar de complete vervulling nog te gebeuren staat.

Als we kijken naar de eerste helft van het lied, dan heeft die hoop en verwachting van vervulling en redding alles te maken met wat God al gedaan heeft. Zacharias brengt hier Gods verbond en zijn beloften van bevrijding en barmhartigheid in herinnering. Het feit dat God zich door de geschiedenis heen telkens weer trouw heeft getoond aan die belofte is voor hem een verzekering dat God dit opnieuw zal doen. De eerste helft van het lied is zo als het ware een bevestiging van zijn eigen naam: Zacharias, ‘God gedenkt’.

Maar die hoop uit het eerste deel krijgt in de tweede helft van zijn lied een nieuwe focus, wanneer hij zich richt tot zijn zoon, met die onverwachte naam Johannes: ‘God heeft zijn gunst getoond’, ‘God is genadig’. Lukas laat er zo bij zijn lezers geen twijfel over bestaan, ‘hier staat iets nieuws, iets bijzonders te gebeuren’.

Als belofte en verwijzing in één vat de naam Johannes samen waar Zacharias van zingt: ‘Zoals de zon die ’s ochtends opkomt en met haar licht het duister verdrijft, zo dringt God in zijn liefdevolle barmhartigheid zelf, met zijn licht, onze werkelijkheid binnen, vol van warmte en ontferming’.

Dat is onze verwachting en hoop in deze tijd van advent: het binnenbreken van licht en liefde in deze wereld en in onze eigen levens. Licht wat verandert en vernieuwd.

Want dat licht is niet slechts een mooi beeld; Christus als het Licht van de wereld is niet slechts een mooie vergelijking, bedoeld om naar te kijken of ons over te verwonderen. Nee, zoals het licht van de zon of een lamp in de kamer ons helpen om andere dingen te zien, zo laat dit licht ons ook zien. Doordat ze het leven in het licht van Gods liefde en beloften zet en ons met Gods ogen naar de wereld en ons leven doet kijken.

En juist dat maakt dat de hoop en verwachting van advent geen passief wachten is. Geen hoop die onze blik op een verre toekomst richt weg van het hier en nu, maar in plaats daarvan een hoop die ons terug zet het leven in.

Het is misschien wel als met de tijd een zwangerschap. Bij uitstek een periode van hoop en verwachting, waarin de realisatie leeft dat het genade is, een geschenk. Maar tegelijk gaat die tijd altijd gepaard met toeleven, klaarmaken en voorbereiding.

Zo worden ook wij geroepen om hopend, biddend, verlangend én werkend toe te leven naar Gods toekomst. Geroepen om voortdurend ruimte te creëren waar het licht kan binnenbreken in deze wereld en in onze eigen levens. Én openheid zodat Gods liefde door ons heen kan schijnen.

Johannes kreeg de bijzondere roeping en taak om de weg gereed te maken; het Licht te verwelkomen en anderen daarop te wijzen en op te roepen zich daardoor te laten raken en veranderen. Maar aan het einde van Zacharias’ lied worden we als het ware allemaal toe opgeroepen om Johannes daarin te volgen, met de woorden: ‘zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede’.

De ontdekking van het Licht dat binnenbreekt, van Christus aanwezigheid in deze wereld en die bron diep in ons, geeft ons een hoop die de dageraad herkent van Gods toekomst. Die ons doet opstaan en in beweging zet, zodat die toekomst hier en nu al het heden doortrekt en verandert. Het is een hoop die ons anders doet kijken, hoop die ons het leven in zet. Voetje voor voetje op het pad van de vrede, Christus verwelkomend.

Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.