Preek van de week – 15 november 2020

I

Gemeente van Christus,

Het beeld van een herder en een kudde, in de Bijbel komen we het vaak tegen. Een bekend en helder beeld voor de mensen uit die tijd. Een beetje alsof je het vandaag de dag over een freelancer met zijn laptopje in de Coffee Company zou hebben. Voor mij een bekender beeld dan die schaapsherder en zijn kudde, want buiten de schapen die soms rondom Vinkhuizen grazen ben ik er nog nooit één tegen gekomen.

Ik ben dus maar eens gaan googelen naar ‘de kunst van het schapenhoeden’. En… de eerste resultaten die daarbij omhoog komen zijn vooral talloze aanbiedingen voor bedrijfsuitjes. Schapen hoeden als de perfecte manier voor teambuilding en gegarandeerde hilariteit. Maar met een beetje verder zoeken kwam ik wat meer behulpzame informatie tegen.

Om schapen te hoeden is rust en kalmte belangrijk. Naast rust en kalmte, zorgt de herder ervoor dat de schapen de juiste kant op lopen, dat ze niet afdwalen of op gevaarlijk terrein terecht komen. En wanneer dat toch gebeurt haalt hij ze terug. De herder is continue op zoek naar de beste weides en het groenste gras. Het welzijn en de veiligheid van de kudde is de eerste verantwoordelijkheid en prioriteit van een herder.

II

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Ezechiël hier in de tekst die we vanochtend hoorde uithaalt naar de leiders, de herders, van het volk van Israël. Zij, de leiders van het volk, waren door God aangesteld als herders. Iets wat we al tegen komen bij Mozes wanneer hij de leiding over het volk overdraagt aan Jozua,

en tegen God zegt: ‘Moge de HEER, de God die aan al wat leeft de levensadem schenkt, dan iemand over het volk aanstellen die het kan leiden en de troepen kan aanvoeren, zodat het volk van de Heer niet wordt als een kudde schapen zonder herder’.

Een taak die de leiders ten tijde van Ezechiël niet zo serieus hadden genomen. In plaats van de kudde te weiden hebben ze alleen zichzelf geweid, zo staat er. Ze hebben de schapen over wie ze zorg dragen, alleen maar gebruikt voor eigen gewin. Ze hebben hun eerste verantwoordelijkheid: zorg dragen voor de veiligheid en het welzijn van de kudde, genegeerd. De zwakke dieren hebben ze niet verzorgd en de verdwaalde dieren niet gezocht.

Of het nu in de politiek is, op de werkvloer of in de kerk, leiders die meer oog hebben voor hun eigen gewin of succes dan voor hen over wie zij zorg of verantwoordelijkheid dragen zijn ook in deze tijd helaas geen onbekend beeld. De tekst bepaalt ons erbij, dat leiding geven verantwoordelijkheid met zich meebrengt en daarmee vraagt om bezinning. Ja, we zijn allemaal geroepen om zorg te dragen voor de ander, voor de zwakkere of verdwaalde schapen. Maar het is niet voor niets dat God zich hier via Ezechiël, allereerst en in felle bewoordingen tot de leiders richt. In hun positie hebben zij invloed en macht, iets wat verantwoordelijkheid met zich mee brengt.

En dat is nog steeds zo, we hebben allemaal onze kleine persoonlijke cirkels van invloed, waarin we iets kunnen betekenen, maar sommige posities en taken, brengen nieuwe en grotere cirkels van invloed met zich mee. Dat is niet bedoeld om meer druk te creëren, maar wel als een aansporing om daar bewust en niet lichtzinnig mee om te gaan. Om juist wanneer we ons in zo’n positie bevinden, daar op te reflecteren en open te staan voor advies.

III

Maar de tekst uit Ezechiël heeft niet alleen een boodschap voor de leiders van het volk. Zij waren aangesteld als herders over de kudde, maar nu blijkt dat ze hun taak niet doen (erger nog de kudde uitbuiten), hoeft het volk toch niet hopeloos te zijn of te vrezen dat ze voortaan aan de grillen van hun leiders blootgesteld zullen zijn. God zegt: in antwoord op hun onrecht, zal ik komen om recht te doen, ik zal de herders straffen en van hun taak ontslaan.

Maar meer nog: ik zal mijn schapen opeisen. God zelf zal naar ze omzien en voor ze zorgen… Het onrecht heeft niet het laatste woord, want God staat aan de kant van de kudde, aan de kant van de zwakkere dieren, van de niet-geziene, de niet-succesvolle, van hen die vaak weinig in te brengen hebben. Hij staat naast ons wanneer het voelt alsof er aan ons voorbij gelopen wordt, of wanneer we onzeker zijn over wat we zelf bij te dragen hebben. Dat blijkt ook wel uit Mattheüs 25.

Maar voordat we onze blik op Mattheüs richten, nog dat laatste vers uit Ezechiël 34, waar staat: Wat jullie betreft, mijn schapen, dit zegt God, de HEER: Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen rammen en bokken. Ook de schapen zelf worden aangesproken op hun verhoudingen onderling. God zal rechtspreken tussen de vette en de magere schapen. Blijkbaar zijn we ook in het klein nog in staat om zelfs dat laatste beetje gras wat nog is overgebleven weg te kapen voor de allerzwakste schapen. Ja, soms is het niet zo moeilijk om op grotere schaal onrecht aan te wijzen, terwijl we vergeten hoe we daar op kleinere schaal soms net zo goed debet aan zijn.

IV

Deze beeldspraak zet zich door in Mattheüs. Daar lezen we over de Mensenzoon die komt en als een herder de schapen van de bokken scheidt. Geen onderscheidt op basis van hoe sterk ze zijn of op basis van hoe succesvol of geslaagd wij in het leven zijn. Het is ook geen oordeel dat van bovenaf over ons wordt uitgesproken, maar wat tot ons komt door de behoefte en de vraag van onze naaste.

Alain Verheij schreef in zijn meest recente boek ‘Ode aan de verliezer’: “De Bijbel is niet geschikt als zelfhulpboek… Dat is juist de grap: als je in de Bijbel hulp zoekt voor jezelf, richten de verhalen je aandacht juist op de ander. En daarmee ben je zelf het meest geholpen”.

Telkens weer opent het onze ogen voor onze naaste, voor de onaanzienlijkste van de kudde, van onze broeders en zusters, voor hen aan wie we anders soms zo voorbij lopen.

Het koninkrijk van God is bedoeld voor hen die de armen hebben gevoed, de naakten hebben gekleed, de gevangenen hebben bezocht. Voor hen die naast de ander zijn gaan staan en oog hebben voor die ene buurvrouw die vrijwel geen bezoek krijgt, die een luisterend oor bieden aan een vriend of vriendin die worstelt met zichzelf, die nieuwkomers in Nederland op weg helpen door administratieve/taalhulp te bieden.

En dat is niet bedoeld als een nieuwe checklist met ethische handelingen om af te vinken, zo van ‘nu zit het wel goed’. Maar het maakt een leven zichtbaar wat past bij Gods koninkrijk, een leven waarin het hart van God zelf zichtbaar wordt. God openbaart zich in de alledaagse zoektocht naar goed leven voor iedereen, in zijn koninkrijk gaat het niet om succes, vooruitgang of heiligheid, maar om solidariteit, trouw, rechtvaardigheid, vrede en duurzaamheid.

Zo’n levenshouding die past bij Gods koninkrijk krijgt niet van het ene op het andere moment vorm. Het is meer een soort voorgaande karaktervorming waarin we meer en meer gaan ontdekken wat van waarde is, waarin niet slechts de vraag ‘wat brengt het mij of wat levert het mij op?’ ons dagelijks handelen bepaalt, maar meer en meer de vraag ‘maakt het de wereld mooier?’. ‘Wordt op deze manier Gods koninkrijk, en zijn vrede, vreugde en gerechtigheid zichtbaar?’

Wanneer die vraag ons denken en handelen gaat vormen, we die waarden van het koninkrijk steeds meer eigen maken en doorleven, dan verandert ons dat ook van binnenuit, dan worden ze als het ware een tweede huid. Zo vanzelfsprekend, dat we misschien inderdaad bijna met die heilige onwetendheid vragen ‘Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en gevoed?’ ‘Wanneer hebben wij u naakt gezien en gekleed?’.

Het zit hem namelijk niet in het grootse, maar juist in de alledaagse aandacht en zorg voor een vriend, een buurvrouw, een collega. En tegelijk zijn het soms juist die kleine dingen waar we zo snel aan voorbij gaan, omdat er altijd belangrijkere dingen lijken te zijn die onze aandacht opeisen. Of zoals iemand dat verwoorde: “Soms zijn we zo druk de Bijbel als wandelgids voor het leven te gebruiken, dat we zomaar de mensen langs de kant van de weg vergeten”.

En dan klinkt die vraag ‘Heer, wanneer dan zagen wij u dorstig of als vreemdeling?’ opeens heel anders. Eerder als een excuus om de waarheid niet onder ogen te komen.

V

Tot slot dan: vaak klinkt de oproep om in ons doen en laten het voorbeeld van Jezus na te volgen. Ontzettend waardevol, want inderdaad als volgelingen van Jezus hebben we zeker geen excuus om voorbij te gaan aan ‘de onaanzienlijkste van zijn broeders en zusters’. Maar de tekst hier gaat verder.. en zegt: doe je dit, dan heb je dat aan Mij gedaan. Daar in de armen, de zieken en de naakten, ontmoeten wij Jezus. Dat is de plek waar de Mensenzoon, de koning, zich bevindt.

De Tsjechische theoloog Thomas Halik zegt: als christenen geloven we in een gewonde God, we geloven in een lijdende, gewonde en stervende man, zelf dorstig en naakt aan het kruis. Jezus identificeert zichzelf met zij die lijden of aan wie voorbij gelopen wordt. Alle pijnlijke wonden, het lijden in de wereld en de mensheid, zijn de wonden van Christus zelf.

Het zijn die wonden die hij na zijn opstanding aan zijn discipel Thomas laat zien, waarbij hij zegt ‘kijk, raak ze maar aan’. Thomas Halik stelt vervolgens dat de belijdenis die klinkt in de woorden “Mijn Heer, mijn God” van Thomas, ook alleen dan mogelijk is wanneer we zijn wonden aanraken en daadwerkelijk tot ons laten spreken.

Mattheüs zegt het een paar hoofdstukken eerder ook: “Niet iedereen die tegen Mij zegt: ‘Heer, Heer,’ zal het Koninkrijk van God binnengaan. Alleen de mensen die mijn hemelse Vader willen gehoorzamen, mogen binnen komen”. Hier in de lezing van vanochtend wordt dat heel concreet.

“Heer, Heer” of “Mijn Heer, mijn God” het zijn nutteloze woorden, een lege belijdenis, wanneer ze los komen te staan van hen die lijden aan het leven, van hen aan wie voorbij gelopen wordt, van hen die de Heer zelf aan ons laten zien.

Jezus die zich naast de arme, de naakten en de gevangen plaats, zijn zichtbare wonden, die hij aan Thomas liet zien, tonen dat het verhaal van Jezus lijden, dood en opstanding, een verhaal is van hoop, van nieuw leven, van een koninkrijk wat komt, vol vrede en recht, maar ook dat het een verhaal is wat onze pijn, onze eenzaamheid, onze wonden volledig serieus neemt. En misschien is dat wel net zo bemoedigend en hoopvol.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.