Preek van de Week – 12 september ’21

Johannes 7, 25 – 31

I
Waar kom je vandaan? Het is een vraag die we elkaar niet zo vaak meer stellen. Want jij ben jij. Tenzij je een ander kleurtje hebt. Dan wil die vraag nog wel eens oppoppen. Ook al ben je hier geboren, opgegroeid of ingeburgerd. Maar van dat vreemde in de ogen van de ander kom je niet zo makkelijk af. Het is ook niet de bedoeling dat je bij die vraag uitgebreid gaat vertellen over je geboorteplaats en hoe die je heeft gevormd. Want luisteren kost tijd en tijd is een schaars goed. Noem het land of het werelddeel waar jij of je ouders vandaan gekomen zijn, dan kunnen we je plaatsen. Want ja, je komt wel op ons erf.

Misschien hebt u van die kleingeestigheid geen last. Ik wel. Telkens als ik iemand met een andere huidskleur tegen kom, word ik er aan herinnerd dat de wereld een dorp geworden is. Maar anders dan het overzichtelijke dorp van mijn kindertijd. Hoewel ik lang in Rotterdam heb gewerkt, waar de hele wereld elkaar op straat tegen komt, weet ik soms nog steeds niet waar ik kijken moet. Misschien herkent u dat wel. Dat je je geen houding weet te geven. Alles is in verandering. En tijd en ruimte ontbreken om er zelf in mee te komen. Ja, natuurlijk ben je onderdeel van de verandering. Maar voor je gevoel meer als speelbal dan als speler in het wereldwijde spel.

Er zijn mensen bij wie de rioolrat uit hun buik omhoog gekropen is. Ze bestaan het om geëvacueerde Afghanen toe te schreeuwen dat ze hier niets te zoeken hebben en dat dit Dorpsstraat ons Dorp is. Op een manier waarvan ik mag hopen dat mijn broer me ervoor zou aangeven. En waarvan ik gehoopt had dat de premier als een staatsman had gereageerd. Waarschijnlijk schaamt u zich ook voor dit soort demonstraties. En misschien zij zelf over een tijdje ook wel. Je mag het hopen. De voedingsbodem is het gevoel de regie kwijt te zijn over het eigen leven. Terwijl je niemand kunt aanwijzen die jou dat geflikt heeft. Weg eigenheid. Je wilt de illusie van Dorpsstraat ons Dorp bewaken en doet dat door vreemden als de schuldigen aan te wijzen. Wat natuurlijk niet gaat. Tenminste niet zolang we met elkaar de rechtsstaat intact weten te houden.

II
Waar kom je vandaan? In het geval van Jezus is dat een uitgemaakte zaak. Hij komt uit Galilea. Specifieker: uit Nazaret. En zelfs in Jeruzalem zijn er wel mensen te vinden die weten uit welk nest hij komt. Tijdens de grote feesten, zoals nu het Loofhuttenfeest, komen de pelgrims overal uit de wereld vandaan en bruist het in Jeruzalem. Maar als die straks weer weg zijn, blijft er een klein stukje aarde over, die wel trekken vertoont van Dorpsstraat ons Dorp.

‘Waar ben je er eentje van?,’ vroegen ze je in mijn geboortedorp als ze je niet konden plaatsen. Zo is het ook in dit evangelie. Als Jezus zegt dat hij bij God vandaan komt, zeggen ze: ‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn?’ (Joh. 6, 42) En als Filippus, een van de eerste discipelen, zijn vriend Natanaël vol enthousiasme over Jezus, de zoon van Jozef uit Nazaret vertelt, zegt die: ‘Uit Nazaret? Kan daar iets goeds vandaan komen dan?’ (Joh. 1, 46)

Kom maar eens af van het stempel dat het nest op je heeft gedrukt. We zijn niet voor niks zo blij dat jij vandaag gewoon jij mag zijn en ik gewoon ik. Tenzij je op een ander niveau niet thuis te brengen bent: ‘Ben je nou een meisje of een jongen?’ Of: ‘Ik zie aan je dat je niet van hier bent. Waar kom jij vandaan?’ Hier raakt Dorpsstraat ons Dorp aan de wereld van vandaag die vol vreemden is.

Als Jezus zegt dat hij van God komt, maakt dat de tongen los. Je kunt niet tegelijk uit Nazaret komen en bij God vandaan. En je kunt zeker niet de Messias zijn als Jozef je vader is. Niet dat de beste man niet deugt. Je kunt ze beroerder treffen in Nazaret. Maar van de Messias, zeggen de Schriften, blijft het een geheim waar hij vandaan komt. Hij is er plotseling en zal het koningshuis van David herstellen en vrede brengen, die heel de wereld ten deel zal vallen. In zekere zin blijft de Messias dus een vreemde. Dat is wel iets om te onthouden, toch?: dat de vrede van een vreemde zal komen en niet het product is van een superieure cultuur. Dorpsstraat ons Dorp zal ons de vrede niet brengen. Net zo min overigens als de wereldwijde vrije markt die erin geslaagd is zijn wetmatigheden in aller mensen harten te leggen.

III
‘Dan schreeuwt Jezus het uit in het heiligdom, bij zijn onderricht, en zegt: ja, u weet wíe ik ben en u weet van wáár ik ben, maar ik ben niet vanuit mijzelf gekomen, nee, het is de Waarachtige die mij heeft gestuurd, en van hem hebt ú geen weet!- ík weet wie hij is omdat ik ben van bij hem en híj mij heeft gezonden!’ (vers 28 en 29)

Dat schreeuwen intrigeert me. Het woord dat gebruikt wordt heeft twee betekenissen die we bij elkaar moeten zien te houden. Maar in beide gevallen doet het pijn aan de oren. Als de sirenes op de eerste maandag van de maand om twaalf uur. Het laat je schrikken. En dat is precies de bedoeling. Wat mij betreft veel te vlak vertaald in de NBV met ‘luid en duidelijk spreken’. Het is als het schreeuwen van een jonge moeder bij de geboorte van haar eerste kind. Het is als de juichkreet bij het winnen van de finale. Het is een proclamatie van een revolutie. Het is Kyrie en Gloria tegelijk.

Waar komt de schreeuw bij Jezus vandaan? Is het een schreeuw uit onmacht, in een poging zichzelf te bevrijden uit het web van vooroordelen? ‘Ja, ik weet ook wel dat ik er een van Jozef ben en dat ik uit Nazaret kom. Maar pin me daar nou niet op vast. Ik heb jullie wat te zeggen. Gód heeft mij gestuurd.’ Ik geloof niet dat het onmacht is. De schreeuw is uit God. Er ligt vreugde en pijn in. En beide hebben te maken met wat de profeet Jesaja uitschreeuwt: ‘Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten. Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt? Ik baan een weg door de woestijn, maak rivieren in de wildernis.’ (Jes. 43, 18 e.v)

Het is dezelfde schreeuw als die van Johannes de Doper in de woestijn, bij de Jordaan, als hij Jezus aankondigt: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”’ (Joh. 1, 15) In die schreeuw zit een paradox. Zoals in het lied: ‘de laatsten worden de eersten, de vreemdeling wordt zoon.’ (Lb 990) Ja, ik ben er een van Jozef. En, ja, ik kom uit Nazaret. En zo ben ik de gezondene die van God gekomen is.

IV
Dat je uit Nazaret afkomstig bent en toch goed terecht gekomen bent, dat mag al een godswonder heten. Maar hoe moet je het noemen als je daar vandaan komt én zegt dat je bij God vandaan komt? Dat is vloeken in de kerk. Stel, je komt uit Jerúzalem en je bent kind aan huis in de tempel en je zegt dan: ‘Ik kom bij God vandaan’, dan zijn het nog hele grote woorden, maar dan kun je je er nog wat bij voorstellen. Want Jeruzalem heet de Godsstad en ligt op een berg te blinken in de zon. Waar waan je je dichter bij de hemel dan daar? Ze liggen in elkaars verlengde. Vraag het maar aan de pelgrim op de Olijfberg die Jeruzalem voor zich ziet en bijna niet meer wachten kan. Dan roept de ziel: ‘Hoe sprong mijn hart hoog op in mij!’ (Psalm 122)

‘Je weet van mij en waar ik vandaan kom, maar van de Ene heb je geen weet,’ zegt Jezus. Dat laatste laten we ons niet zomaar zeggen. We zijn bij het geloof in God groot gebracht. Of we hebben hem in ons hart gesloten. God houdt ons bezig tot op vandaag. En ook al weten we dat God niet voor één gat te vangen is, het is niet voor niks dat gelovige ongelovigen en ongelovige gelovigen het over het Hogere hebben als ze stotterend God aanduiden. Dat is níet Nazaret. Zo veel is zeker.

‘Jullie hebben geen weet,’ zegt Jezus. Jullie stem wordt zacht of gedragen, als jullie het over God hebben. Jullie vergeten jullie eigen schreeuw. Je pijn. Je angst. Datgene, waar je je voor schaamt. ‘God, help me toch!’ Je kent het wel, maar het is niet de manier waarop je over God wilt spreken. Het is te ver bij het Hogere vandaan. Te veel Nazaret. Te weinig Jeruzalem.

Er is een verhaal in het evangelie over een man die permanent gek is van angst en die zichzelf pijnigt. En zijn omgeving weet het niet in te dammen. Hij leeft tussen de graven in een landstreek, nog verder weg van Jeruzalem dan Nazaret. Jezus stapt zijn eenzaamheid binnen. Alleen. Van zijn leerlingen geen spoor. Deze mens schreeuwt alsof hij de duivel permanent op de hielen heeft. Hij schreeuwt als Jezus op het tempelplein. Hij schreeuwt als Jezus aan het kruis. De twee vinden elkaar daar tussen de graven. Ze komen er samen uit te voorschijn. Uit Nazaret in het kwadraat. Genezen. Bij God vandaan. ‘ík weet wie hij is omdat ik ben van bij hem en híj mij heeft gezonden,’ zegt Jezus in het evangelie van deze zondag. ‘Ik ben van bij hem’ In die zin ligt de Godsnaam besloten: ‘Ik ben’

V
Lieve mensen, willen wij er eentje van hém zijn? Je mooie God kwijt zijn en niet langer met omfloerste stem sjansen met het Hogere, maar je nooit meer hoeven te schamen voor je eigen schreeuw. Omdat dat de plek is waar hij bij jou wil zijn. Jouw schreeuw, zijn hemel. Te gek voor woorden. Maar dat is het Johannesevangelie ook.  Wie zich niet meer hoeft te schamen voor de eigen schreeuw, schrikt ook niet meer van andermans schreeuw. Die hoeft er niet meer voor weg te duiken of er óp te duiken met alle goed bedoelde behulpzaamheid. Nee, die kan de schreeuw verduren omdat ie die derde vermoedt. Geen God die het wel even fikst. Maar die Ene, die er bij wil zijn waar wij niet vluchten voor elkaar. ‘Ik ben er,’ is zijn naam. Dit is de grond waarop wij staan, de basis van ons gemeentezijn. Daarom is de kerk er ten dienste van de wereld. Niet omdat ze iets heeft wat de wereld niet heeft en geroepen is daarvan uit te delen. Maar omdat ze de schreeuw herkent, die overal doorheen breekt. Van buiten naar binnen en van binnen naar buiten. Hoe dicht ligt die schreeuw aan tegen de juichkreet: ‘God heeft de wereld lief!’ ‘Van eerbied vervuld, van angsten bevrijd,’ zingen we straks. Zing het dak er af. Echt, de wereld zit er op te wachten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.