Preek van de week – 10 januari 2021

Gemeente van Christus,

Woorden doen er toe. Wat je zegt en hoe je het zegt, het maakt verschil. Nu kan ik als predikant natuurlijk niet anders zeggen. Maar ga maar na, één blik in de geschiedenis en je vindt talloze voorbeelden van woorden met een enorme impact.

Toespraken die veranderingen teweeg brachten; uitspraken die profetisch bleken te zijn; boeken die miljoenen mensen inspireerden; en tweets die binnen no time viral gingen. Maar zo opbouwend en levensveranderend als woorden kunnen zijn, op andere momenten zijn ze misschien minstens zo krachtig, maar dan vooral separerend, uitsluitend of destructief.

De gebeurtenissen van afgelopen week illustreren het maar al te goed. Wie had een aantal jaren gelden kunnen bedenken dat een menigte zonder al te veel weerstand het Capitool kon binnen dringen om de democratische gang van zaken stil leggen? Blijkbaar hebben woorden de kracht om meningen tot feiten te maken; de grens te vervagen tussen wat je wel en niet doet; en respect voor gezag te eroderen. Woorden zijn tot meer in staat dan we soms denken.

Maar zoals dat in het groot of op politiek niveau het geval is, geldt dat ook dichter bij huis, in ons eigen leven. Een schijnbaar achteloze opmerking, woorden in de media over hoe we er uit zien of uit zouden moeten zien, ze kunnen een enorme impact hebben op hoe we naar onszelf kijken. En wanneer je altijd is verteld dat je ergens niet slim genoeg voor bent, dan moet je wel over onmogelijk veel doorzettingsvermogen bezitten om toch in jezelf te geloven. Maar gelukkig geldt het ook de andere kant op. Liefde en bevestiging van ouders vormt een basis voor het leven, een spontaan compliment kan zomaar je hele dag goed maken.

Ik vond het treffend verwoord in een uitspraak van Ann Voskamp: “People of the Word believe that words matter, because it was the Word himself who created matter”. Als mensen van het Woord geloven we dat woorden er toe doen,omdat het Woord zelf ons bestaan schiep. Woorden – zowel kwaad als goed – creëren werkelijk iets in deze wereld.

Die kracht en de uitwerking van woorden komen we ook tegen in onze tekst van vandaag. In dat verhaal over de boodschap van Johannes, over Jezus die zich laat dopen en die woorden die dan uit de hemel klinken.

Het verhaal over de doop van Jezus is een gedeelte wat we traditioneel op deze tweede zondag van Epifanie lezen. Epifanie, ‘de verschijning van God’ of om het nog wat tastbaarder te maken zou je het ook kunnen vertalen met ‘voor de dag komen’ of ‘aan het licht komen’. Iets, iemand die er al was komt te midden van de mensen. God, komt onder ons. Dat wordt in de lezing van vandaag wel heel duidelijk.

Eigenlijk weten we maar heel weinig over de periode die vooraf ging aan dit  moment. Bij Markus staat het zelfs helemaal aan het begin van zijn evangelie. We hebben wel een aantal verhalen over de geboorte van Jezus, een korte anekdote over toen hij 12 jaar was, maar daarna blijft het stil. Hij lijkt een teruggetrokken leven te hebben geleid als timmerman in Nazareth.

Tot dit, hier 30 jaar later, van het ene op het andere moment veranderd. Na dertig jaar vrijwel stilte begint er een korte, intense en spannende periode van twee tot drie jaar waarin Jezus spreekt, geneest en verbindt. Een periode die haar climax vindt aan het kruis en het open graf. En het keerpunt naar die periode vindt hier plaats, in zijn doop.

En niet zonder reden. Want die doop waar Johannes toe oproept en waar Jezus, solidair met de mensen, ook gehoord aangeeft, komt niet uit de lucht vallen. Ze staat tegen de achtergrond van de geschiedenis van het Joodse volk. Het volk wat God lang geleden had bevrijdt van hun slavernij uit Egypte, toen zij door het water van de Rode zee trokken. Het volk wat na een lange omzwerving in de woestijn het door God beloofde land in trok dwars door het water van de Jordaan.

Het water verwees naar bevrijding, naar het oude of kwaad wat achter blijft en de opening naar een nieuwe begin. Een nieuw begin wat in de jaren daarna werd verbonden aan de verwachting van de Messias, waar Johannes, als de stem in de woestijn, naar verwijst.

Maar dan wanneer Jezus eraan komt zien we hoe hij ervoor kiest om zichzelf wonderlijk genoeg ook te laten dopen. Hoe hij zich als het ware laat onderdompelen, niet alleen in het water, maar ook in de geschiedenis van Israël,

in de kwetsbaarheid en gebrokenheid van de mensheid. Ondergedompeld in onze geschapen wereld; in de pijn van Israëls ballingschap en in het geloof en de worsteling van Johannes.

Zijn doop toont dat de bevrijding en de redding die hij kwam brengen alles te maken heeft met solidariteit, de solidariteit tussen God en ons. God die ervoor kiest met ons te zijn.

Want op dat moment dat Jezus volledig ondergedompeld is in deze wereld die hij kwam redden en vervolgens weer uit het water op komt, horen we die woorden: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ God zegt daar als het ware: Ik ben volledig ondergedompeld in jou. En in die woorden wordt Jezus bevestigt in wie hij is, ontvangt hij een bekrachtiging van zijn rol om van daaruit aan de slag te kunnen gaan.

Ook hier vandaag in ons eigen leven, met het verleden soms nog in ons hoofd

en de toekomst voor ogen, kunnen we volgens mij niet zonder zo’n bevestiging en bekrachtiging. We hebben deze woorden nodig op al die moment dat we worden geconfronteerd met het verleden en onze eigen gebrokenheid en onzekerheid.

Op al die momenten dat de toekomst ons beangstigt, omdat we zoeken naar richting, worstelen met wie we zijn of twijfelen of we het wel kunnen.

En dan kunnen we het onszelf wel vertellen dat het goed komt, dat we er toe doen, dat het niet erg is dat we niet perfect zijn, maar je eigen woorden geloven is vaak maar verdraait lastig. Juist dan hebben we iemand nodig die groter is dan wij, die ons vertelt dat we geliefd zijn. En het is precies dat wat God zegt in de doop. Niet alleen tot Jezus, maar aan ons allemaal, als deel van zijn lichaam.

Dat maakt het ook zo’n krachtig teken wanneer er in de kerk kinderen gedoopt worden. Nog voor zij zelf ook maar iets hebben kunnen zeggen, zelfs nog voor hun ouders een belofte hebben gedaan, horen we God die zegt ‘jij bent mijn geliefde kind’.

In de doop verbindt God zich aan ons, opent zich in een nieuwe toekomst naar een leven in zijn aanwezigheid. In de lezing uit Jesaja klonken de woorden: ‘Leen je oor en kom bij mij, luister, en je zult leven’. Het is dus niet: doe dit, doet dat, zorg dat je alles op orde hebt en je zult leven, maar luister… en je zult leven. Luisteren naar de God die zegt: ‘Ik vind vreugde in jou’. Woorden om je hart en ziel aan op te halen.

Met dat water en de doop als hét teken van bevrijding en nieuw leven klinken die woorden van God niet alleen hier en nu, maar mogen ze ons ook vormen in hoe we naar het verleden en naar de toekomst kijken.

Ze vormen een continue herinnering dat onze waarde niet ligt in wat er wel of niet over ons is gezegd of in hoe we onszelf zien. Juist wanneer we ons schamen of van onszelf balen, klinkt die bevestiging ‘jij bent mijn geliefde kind’. Het is een liefde die los staat van prestaties of maakbaarheid. Dat maakt bescheiden, maar geeft ook duurzame kracht. Omdat Hij het is, het begin van alle leven, die zich aan ons verbindt.

Zo mogen die woorden ook hoop geven voor wat voor ons ligt. Omdat het doorleefde woorden waren. In Jezus was God, de schepper van alles, daadwerkelijk aanwezig, dompelde hij zich onder in onze bestaan en toonde hij zijn liefde en zorg. Zo mogen we er op vertrouwen dat God met en in ons is, door zijn Geest. Niet als belofte voor een perfecte of gemakkelijke toekomst, maar wel een hoopvolle, omdat Hij aan de start staat en er zelf onderdeel van is.

Om weer even terug te komen bij dat begin: “Woorden doen er toe”. Dat geldt wanneer God spreekt, maar ook voor ons eigen spreken. Bij Jezus zagen we hoe die woorden uit de hemel, niet alleen bekrachtigde dat hij gezien en geliefd was, maar hem ook bevestigde in zijn rol en taak. Ze stonden aan het begin van zijn spreken en handelen op aarde én lijken de kern te vormen van wat hij deed.

De verhalen die volgen in het evangelie van Markus  en de andere evangeliën laten ons zien hoe Jezus iemand was die mensen opmerkte, mensen zag voor wie zij waren. Hoe hij niet veroordeelde of buitensloot, maar liefhad, samenbracht en genas.

En zo mag ook voor ons die ervaring dat we gezien en geliefd zijn, de bevestiging dat God vreugde in ons vindt, een basis zijn om uit te leven. Een aanmoediging om ook zelf woorden te spreken die bekrachtigen en opbouwen.

Heel persoonlijk, in ons gezin of op ons werk. Dat vraagt om een bewustzijn van wat we zeggen, want is het vaak niet veel makkelijker om te zeggen wat niet goed is of wat beter zou kunnen, dan om spontaan ons respect of onze liefde te uitten?

Maar ik denk dat we er niet aan ontkomen dat dit ook op grotere schaal geldt. Het maakt uit wat we zeggen én wat we niet zeggen. Onrecht eindigt niet wanneer niemand zich er tegen uit spreekt en inclusieve woorden hebben echt de kracht te verbinden. Woorden doen er toe, maar dat niet alleen: ze zijn in staat werkelijk iets te creëren.

Laten we dus woorden spreken die harten versterken, die leven scheppen en bouwen aan Gods koninkrijk. Zodat we die woorden uit Jesaja mee kunnen gaan roepen: ‘Hierheen! Hier is genoeg voor iedereen’.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.