Kerstmorgen – Overweging

I

Wat zijn er in het afgelopen jaar wat moment geweestdat we gespannen voor de televisie zaten, of het nieuws via krant of internet nauwgezet volgde hopend op een beetje goed nieuws. Op dalende besmettingscijfers of versoepelingen van de maatregelen, de premier of van Dissel die ons vertellen dat het de betere kant op gaat. Maar helaas, zeker in de afgelopen weken, klonk er vaak alles behalve goed nieuws.

Dat verlangen naar goed nieuws, is iets gemeenschappelijks; delen we met elkaar. Met ieder op deze wereld, dichtbij en ver weg. We delen het met de bewoners van de eilanden van Fiji, die het land waarop zij wonen langzaam kleiner zien worden. We delen het me werkers in een steengroeve in India, die daar worden uitgebuit of vastgehouden. We delen het met die vader en moeder op Lesbos, die een toekomst voor hun kind zien vervagen. We delen het met het Joodse volk toen, daar aan het begin van onze jaartelling, met Jozef en Maria, en die herders in het veld.

En dan tegen die achtergrond de woorden van de engel:  “Ik kom jullie goed nieuws brengen dat het hele volk (alle mensen) met vreugde zal vervullen”.

II

Maar wat is dan dat goede nieuws? De engel vervolgt: “Vandaag is in de stad van David jullie redder geboren, Hij is de messias de Heer”.

En misschien komt ons dan meteen dat idyllische beeld van de stal

voor de geest, Jozef, Maria, het baby’tje Jezus, de herders in de verte

en wat engelen die erom heen fladderen. Een beeld wat ons terecht, en in deze tijd soms hoognodig, vervult met een warm, nostalgisch gevoel.

En tegelijk, als dat goede nieuws waar is, waar de engel over spreekt, dan is dat veel reëler, gaat het vele malen dieper. Meer levens-veranderend of gemeenschaps-reddend, dan we ons kunnen voorstellen.

Hoewel het volk van Israël al honderden jaren daarvoor was teruggekeerd uit ballingschap en de tweede tempel al lang was gebouwd leefde men nog steeds onder vreemde overheersing de realiteit was niet zoals ze zou moeten zijn. En de hoop op God die de leiding zou nemen, was dan ook hooggespannen.  Een lange en diepe verwachting, waar onze verwachting en hoop op een post- coronatijdperk zelfs bij in het niet valt.

Dit was niet slechts de verwachting van een enkele religieuze leiders maar ze verbond het hele volk. Van Jozef en Maria, tot die herders in het veld, die zich aan de onderkant van de sociale en financiële ladder bevonden. Verbonden in die hoop op goed nieuws, op een nieuwe koning, die Israël zou redden van haar ellende en zijn regering van recht en vrede op aarde zou vestigen.

Met dat voor ogen, is die boodschap van de engel  inderdaad niets anders dan goed nieuws, een bericht van grote vreugde.

III

Maar dan spreekt de engel verder: “Dit zal voor jullie het teken zijn:  jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt”.

Geen koning die met een groot leger komt om te redden, maar een baby in doeken gewikkeld, in het stro, te midden van de geur van dieren en uitwerpselen. Geen leider die recht probeert brengen door zijn macht te laten gelden, maar een jonge man die ervoor koos om zijn tijd door te brengen

met vreemdelingen, zieken, zondaren. Die het had over een koninkrijk dat realiteit wordt door mensen die arm zijn, die huilen, op wie wordt neergekeken. Een koninkrijk dat komt, zoals het zaad dat in het verborgene groeit.

Totaal anders dan verwacht. En toch… Lukas laat er met zijn conclusie geen twijfel over bestaan, de engelen verkondigde het met overtuiging: juist dat is het goede nieuws!

In een wereld waarin invloed, macht en machtigen, of onvoorziene gebeurtenissen en ontwikkelingen, ons leven soms lijken te bepalen, is het  goed nieuws dat het daadwerkelijk God is die de leiding neemt. Ja, als koning van het Universum, als redder die naar deze wereld kwam. Maar meer nog… als een God die vlees werd; mens onder de mensen; en deelde in onze realiteit, met het lijden en de verwarring die daarbij hoort.

Niet slechts een God op afstand in de hemel, niet slechts een God die alleen bestaat in onze eigenlijk spiritualiteit of bevindelijkheid, maar God die kwam in een echte wereld, een echte geschiedenis en echte levens. Zoals een medicijn in ons lichaam of systeem moet komen, om werkzaam te zijn. Zo kwam God in deze mooie maar gebroken wereld, vernieuwend, veranderend en genezend. Juist aan de marge in zwakte, zette hij het kwaad en de machten te kijk.

De Lutherse pastor Nadia Bolz-Weber schreef: “God kwam niet in de wereld van onze nostalgische, stille-nacht, sneeuw-bedekte, vrede-op-aarde,  uitgestelde realiteit van Kerst. God trok de kwetsbare huid aan en kwam in onze gewelddadige en verontrustende wereld”.

IV

Maar met dat nostalgische en idyllische beeld van de stal voor ogen, dringt de realiteit daarvan niet meer altijd tot ons door.

Dan kunnen nieuwe beelden soms helpen, beelden die die realiteit treffend weergeven. Zo ontwierp de kunstenaar Banksy in 2013 een kerstkaart waar we Jozef en Maria op weg zien naar Bethlehem, geblokkeerd door de muur die vandaag de dag het Palestijnse grondgebied omgeeft. De kunstenaar Kelly Latimore verbeelde Jozef, Maria en het kind, als vluchtelingen en als daklozen.

Of neem de afbeeldingen die hier vanochtend op de liturgie staat, ‘Tahanan (home)’, van de Filipijnse kunstenaar Emmanuel Garibay.

We zien hier de heilige familie, maar zonder enige tekenen van heiligheid, rijkdom en privilege. In plaats daarvan is het een kwetsbaar beeld, met tekenen van armoede en marginalisatie. Amper gekleed zitten ze achter in een jeepney, voor veel mensen in Manila de voornaamste vorm van openbaar vervoer. Als ware dat de enige vorm van onderdak die ze bezitten. Het beeld herinnert ons aan andere beelden die we op het nieuws zien, van mensen die hun huis en thuis verlieten door geweld, oorlog of klimaatverandering.

En het is juist in die harde, onrechtvaardige, verwarrende en soms eenzame realiteit dat God zijn intrek neemt en dichtbij komt. Op straat, naast hen die geen dak boven het hoofd hebben, maar ook bij ons in huis.

Wanneer we vanavond misschien genieten van een gezellige kerstmaaltijd met onze familie of vrienden, maar ook wanneer die momenten ons juist herinneren aan pijnlijke ruzies of lege plekken. Wanneer we deze vakantie eindelijk wat hoognodige rust proberen te vinden, maar ook wanneer de muren juist op ons af lijken te komen of de stilte ons aangrijpt. God met ons.

Psalm 139 verwoord het treffend: “Al klom ik op naar de hemel – U tref ik daar aan. Al lag ik neer in het dodenrijk – U bent daar. Al zei ik: laat het duister mij opslokken, het licht om mij heen veranderen in nacht, ook dan zou het duister voor u niet donker zijn, de nacht zou oplichten als de dag, het duister helder zijn als het licht.

Raken we daar niet aan het geheim en het wonder van Kerst? Het licht wat het duister doorbreekt. God die met zijn aanwezigheid onze werkelijkheid hoopvol doorschijnt.

In alle drukte en voorbereidingen van deze dagen, heb je de vraag misschien ook wel gekregen: ‘ben je al klaar voor Kerst?’ Maar toen ik die vraag een tot me door liet dringen, werd die opeens wat complexer. Wat hoe ben je klaar voor Kerst? Kan dat überhaupt? En wat verwacht ik dan?  God met ons, wat betekent dat precies? Ingewikkelde vragen, echt bevatten zullen we het misschien nooit. En toch misschien dat gevoel dat je er klaar voor bent. Niet omdat je het begrijpt, maar omdat je diep van binnen voelt dat je het nodig hebt. Die wetenschap dat God zich niet afzijdig houdt, maar dichtbij kwam, ons bestaan verlichtend.

Kerst ervaren en vieren, betekent vertrouwen dat God dit opnieuw kan doen.

Dat hij opnieuw, op de meest schandelijke en hoogst onwaarschijnlijke manier,

geboren kan worden in jou en mij, in deze kapotte puinhopen van een prachtige wereld.

V

Nog even weer dat schilderij. De ouders lijkt de mogelijkheid ontnomen ons aan te spreken, zoals zoveel mensen op deze wereld stil worden gehouden of niet worden gehoord. Maar het kind is in staat ons aan te spreken, en kijkt ons in tegenstelling tot de ouders aan. Met compassie maar ook een element van uitdaging.

Die uitdaging die zo vaak uit de mond van Jezus klonk: ‘doe dan al zo’. Dat is de manier waarop mijn koninkrijk komt, het goede nieuws handen en voeten krijgt.

Het kind daagt ons uit om zo zelf tot goed nieuws te worden voor de mensen om ons heen. Om net als de herders het lied van de engelen te leren zingen en op weg te gaan. Ere zij God in de hoge en vrede op aarde, die twee zijn niet los te koppelen.

Goed nieuws worden. Dat betekent niet dat we alles in één keer moeten oplossen, dat vraagt niet om allerlei skills. Maar simpelweg om naast de ander te zitten in zijn of haar verdriet, om het samen uit te houden in de verwarring van het leven, om ons gezicht niet weg te draaien voor het lijden in de wereld, om juist daar te zijn, waar we soms liever snel aan voorbij lopen. Net als dat kind van Bethlehem.

Soms voelt het als een druppel op de gloeiende plaat, maar is het net als bij de herders de hoop en verwachting op goed nieuws die ons op weg doet gaan. De ervaring dat we het nodig hebben.

Maar dan opnieuw het kind op het schilderij van Garibay. Kijk hoe het voorzichtig dat potje in zijn hand vast houdt. Geen traditioneel religieus symbool van macht of autoriteit, maar een potje verlicht door het licht van een vuurvliegje. Als het niet te stoppen vermogen van hoop en verwondering wat ons als mensen verlicht, levend maakt en uitdaagt om goed nieuws te zijn. Tegen de achtergrond van de rest van het schilderij, tegen de achtergrond van de pijn, het verdriet en de hopeloosheid die we soms zo veel om ons heen zien,

is het een wonder wat niet is uitgedoofd. Hoop en licht, veilig geborgen in de handen van het Christus kind.

Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.