Jannes en Evert Jan in gesprek

Met Marcus onderweg – en Jannes vertelt (zondag 21 februari 2021)

Tijdens deze mooie eerste dienst van de Veertigdagenserie ‘Met Marcus onderweg’ dacht Marcus nee, maar deed hij ja. Erwin Landman vertelde als Marcus van vandaag (de tekst staat hieronder).

Ook Jannes vertelde, als een Bartimeüs van vandaag: hij kan weer zien! Van jongs af aan is hij slechtziend geweest. Dat weerhield hem er niet van om anderen te helpen in zijn leven. En nu, na een spannende oogoperatie, kan hij veel meer zien: niet meer silhouetten tegenover hem, maar gezichten. Zoals hij het zelf zei: “Dat ik weer die gezichtsuitdrukkingen, en die taal die die spreken kan verstaan”.

(Deze portretten van kinderen uit de gemeente maakte Jantine Landman.)

Tekst van Marcus’ vertelling

Marcus 10, 32 – 52

Ik dacht nee.
Maar ik deed ja.
Toen hij mij riep.
Jezus.
‘Volg mij.’
En ik deed het.
Ik, Markus, ging mee.
Ik dacht nee.
Ik deed ja.
Meestal was het anders.
Was ik anders.
Ik zei ja en ik deed nee.
Maar nu dus niet.
Nu volg ik hem.
Waarom?
Mijn voeten weten het antwoord.
Ik word meegesleept.
En ik wil het.
Zo vreemd.
Ik wil alles zien wat hij doet.
Ik wil alles horen wat hij zegt.
Nou alles?
‘Ze gaan mij doden’ – dat zegt hij.
‘In Jeruzalem.’
Dat wil ik niet horen.
Dat kan niet waar zijn.
Dat mag niet gebeuren.
We moeten weg wezen van Jeruzalem.
‘We gaan naar Jeruzalem’, zegt hij.
Waarom!?
Als ze hem gaan arresteren. Dus mishandelen. Spugen. Slaan.
Ze gaan hem vermoorden, de leiders van het land. Hij zegt het zelf.
Ik wil dit niet meemaken. Wegwezen. Niet met mij. Ik wil dit niet.
Maar Jezus kijkt ons aan, een voor een.
‘We gaan naar Jeruzalem’, zegt hij. ‘Ik zal opstaan. Ik zal leven,’ zegt hij.
Wat zegt hij nou? Slaan en opstaan, vermoord worden en leven, het kan gewoon niet. Maar waarom zegt hij het dan?
Zijn ogen vragen: ‘Ga je mee?’
En ik denk: Nee! Maar ik doe ja. Ik zet een stap vooruit. Ja, ik ga mee.
De andere volgelingen gaan ook mee.
Maar ze kwaken gewoon door over hoe belangrijk zij zullen worden.
Hebben ze het niet gehoord!?
‘Als jij straks koning bent, mogen wij dan net als nu naast je lopen?, vragen er twee.
doodleuk! Alsof hij niks gezegd heeft.
Ik kan niet zien hoe hij kijkt.
Ik hoor geen ja. Ik hoor geen nee.
Een paar tellen later: ‘Je weet niet wat je vraagt. Het wordt zwaar.’
En die kerels maar knikken. De borst vooruit.
‘God weet wie er aan het eind naast mij zullen staan’, zegt hij.
O jee, nou is het bonje. De anderen beginnen zich er tegen aan te bemoeien.
‘Wordt ons niks gevraagd dan? Wat denken die twee wel niet?’
Jezus stopt. Kijkt ons nog eens aan.
‘Je weet toch wat koningen en wereldleiders met mensen doen.
Ze maken onderdanen van je. En als het ze uitkomt nog minder.’
Het flitst door me heen: ‘Desnoods maken ze je dood.’
Bedoelt hij dat?
Kan ik nog weg?
Kunnen wij nog weg?
Maar hij wil niet weg.
Hij gaat gewoon door.
‘Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. We zijn er om onszelf weg te geven aan ieder mens die ons nodig heeft.
Weer denk ik: Nee.
En ik doe ja. Ik ga mee. Ja, dat wil ik.
Wil ik dit? Wat ben ik aan het doen?
Met elke stap die we zetten, komen we dichterbij.
Dichterbij Jeruzalem.
Dichterbij de dood?
Dichterbij leven?
De anderen kakelen niet meer.
Denken ze aan wat Jezus heeft gezegd?
Of dromen ze van een mooie plek naast hem?
Wil ik dat ook? Een mooie plek naast hem?
Ja en nee.
Ik wil wel naast hem, bij hem zijn. Maar het gaat niet om een mooie plek.
Maar wat dan wel?

Daar is Jericho, de laatste halte op voor Jeruzalem.
Bij de waterput vul ik mijn flesjes nog maar eens. Ik maak mijn polsen nat, giet een flesje leeg over mijn hoofd. Ik moet helder blijven. Alert. En ik wil hem snappen. Volgen op deze wonderlijke weg.
Wat hij allemaal zegt, het is net een stekje dat water nodig heeft. Ik kijk om me heen. De groep is groter geworden. Op naar Jeruzalem!
(een stukje van lied 822 neuriën)
Boem. Ho! Geschreeuw. Opstopping.
Wat nou weer? Militairen!? Is het nu al zo ver?
Ik hoor geschreeuw. Nou ja: het is meer krijsen.
Iemand schreeuwt terug: ‘Kop houden!’
Maar dat is die schreeuwer niet van plan. Hij krijst alles bij elkaar.
‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’
Wie is dat? Wat moet hij?
Iedereen kwaakt elkaar na. Het is een bedelaar. Ja, het is een bedelaar. Niets aan de hand. Hij is blind. Ja, hij is blind. Hij ziet er niet uit. Nee, geen gezicht. Doorlopen. Gewoon doorlopen. Ja, doorlopen!
Maar Jezus loopt niet door.
Hij stopt bij die blinde bedelaar.
Het krijsen stopt ook.
Ik zie niks. Alleen de rug van Jezus.
Maar ik hoor hem wel: ‘Wat kan ik voor je doen?’
Ik hoor iemand antwoorden: ‘Ik zou je zo graag willen zien!’
Doodstil is het.
‘Je zag me al’, zegt Jezus. ‘Je noemde me zoon van David. Sta op en ga mee naar Jeruzalem? Dan zul je eens zien.’
En, hop, daar gaan we weer. Weer hebben we er een bij. Maar wat was dit nou weer?
Iemand zet een liedje in: ‘Wij trekken maar verder, voetje voor voet, / soms lood in de schoenen, soms vleugels van licht / en zo gaan we verder, steeds verder en verder, / zo trekken wij de horizon open.’ (lied 822, tekst: Jan Marten de Vries)
Is dit een tijd om te zingen?
Op weg naar gevaar?
Ik denk nee, maar ik doe ja en ik neurie zacht mee.

2 gedachten over “Met Marcus onderweg – en Jannes vertelt (zondag 21 februari 2021)”

    1. Daar ben ik helemaal mee eens:Mooie voordracht van Erwin Landman, goed gecoached door Jantiene , denk ik, met mooie zwart wit foto’s waar de onbevangenheid van afstraalt en die terugvond bij Jannes

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.