Kinderverhaal: Voor wie ben je?

Micha gooit zijn voetbalshirt in het gras. ‘Heb je nog een doelpunt gemaakt?’ vraagt Jezus.  ‘Ja’, zegt Micha. ‘Maar wel in ons eigen doel. En nu willen de anderen dat ik niet meer meedoe. Ze zeiden: “Voor wie ben je nou? Voor ons of voor het andere team?”’

Jezus raapt het voetbalshirt op. Het is rood, net zoals dat van Mirjam. En de anderen van het team. Jezus zegt: ‘Mensen willen graag weten: voor wie ben jij eigenlijk? Voor ons of voor de anderen? Dat vragen ze mij ook wel eens.’

Micha kijkt eens goed naar Jezus. ‘Ik weet voor wie jij bent’, zegt hij. ‘Jij bent voor de mensen. Dat hoor ik in de verhalen die je vertelt. En in de dingen die je doet.’ ‘Gelukkig dat je dat ziet’ zegt Jezus. ‘En ik zie aan jou voor wie jij bent. Ik zie het aan je shirt. En aan je ogen als je team achter staat.’

Micha trekt zijn shirt weer aan. Jezus geeft hem een beker ranja. Hij zegt: ‘Jouw eigen doelpunt was domme pech. Maar het is nog dommer als jouw team jou niet mee laat doen. Dan wordt jouw team minder goed. En het andere team zal eerder winnen.’

De bal rolt over de achterlijn. ‘Corner voor ons’ juicht Micha. ‘Maar wie gaat hem nemen?’ Opeens staat Mirjam voor zijn neus. Ze trekt Micha omhoog. ‘Kom op’, zegt ze.  We hebben je nodig.

En.. wat denk je? Goal!

Lezing: Lucas 11: 14-28
In de koffer: voetbalshirt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.