Kinderverhaal: Boterham met pindakaas voor Jezus

In de kerkdienst van vanmorgen werd dit verhaal verteld voor de kinderen:

Daar komt Jezus aan. Eindelijk! Hij ziet er niet uit: mager en met een baard. Maar zijn ogen lachen. Hij doet zijn armen wijd. Mirjam en Micha laten zich graag vangen. ‘Wat ben je lang weg geweest!,’ zegt Micha. ‘Veertig dagen hebben we geteld,’ zegt Mirjam. Jezus knikt. ‘Waar ben je geweest?,’ vraagt Micha. ‘In de woestijn,’ zegt Jezus. ‘Wat moest je daar?,’ vraagt Mirjam. Ze gaan zitten onder de grote boom. En Jezus vertelt.

Veertig jaar trok Mozes met zijn volk door de woestijn, vóór zij het beloofde land van God binnen mochten gaan. Ik wilde weten hoe dat was. En hoe het is om het beloofde land van God binnen te gaan. ‘Het begon in ieder geval met een knuffel voor drie,’ zegt Micha. Jezus knikt: ‘Dat was een goed begin!’.

‘Was je er alleen?,’ vraagt Mirjam. ‘Eerst wel,’ vertelt Jezus, ‘Ik was alleen met de verhalen over Mozes en zijn volk, die alles achter lieten om met God op zoek te gaan naar het land waar ieder mens een plekje heeft en alles samen wordt gedeeld. Maar toen ik honger kreeg, hoorde ik een stem die zei: ‘Vergeet dat land! Jij bent God zelf. Jij hoeft niet meer te zoeken. De wereld is van jou. Als jij wilt, kun jij alles. Eet gewoon wat je lekker vindt en vergeet de mensen die niet slim en sterk genoeg zijn om voor zichzelf te zorgen. Wees een baas! En laat de wereld voor jou klappen. Want jij bent het helemaal!’

‘En toen?,’ vraagt Micha. ‘Toen zei ik: Nee! Ik wist het ineens zeker. Ik ben een mens. Ik ben geen God. Ik ben van God. En mens van God ben je altijd samen. Ik vergat helemaal dat ik honger had. Ik sprong in de benen en maakte een dansje. En nu ben ik hier om samen met jullie mensen van God te zijn, die niemand vergeten. Waar dat gebeurt, daar woont God!’ Micha pakt de boterham met pindakaas die mamma voor hem gesmeerd heeft. ‘Voor jou!,’ zegt hij, ‘helemaal voor jou.’