Winterdagje

Dinsdag 16 maart ’21

“In de zomer ga ik graag een stuk skeeleren. Tussen de Groningse weilanden komt mijn hoofd tot rust, kom ik bij God en vind ik nieuwe energie en inspiratie”. Dat schreef ik in mijn werkverslag voor de primaire nascholing predikanten, zonder er verder heel diep bij stil te staan.

Tijdens de nascholing kwam het tijdens de kennismaking echter als eerste terug: “Ik krijg na het lezen van je werkverslag het beeld van Tirtsa skeelerend door de Groningse weilanden niet meer uit mijn hoofd, vertel…”. Daar zat ik dan, te zoeken naar woorden voor iets wat ik eigenlijk vooral onbewust als zegenend ervoer.

Nu, een paar weken later, komen die woorden langzaam. Ik herken me in wat een vriendin van mij hierover zegt: “Tijdens mij studie theologie was ik veel bezig met boeken lezen en zat ik vast in mijn eigen hoofd. Ik merkte dat ik iets met mijn lichaam wilde doen. Toen ontdekte ik christelijke yoga.” Inmiddels werkt ze al een tijdje als christelijke yogadocente en beschrijft ze het als een prachtige manier waarop lichaam, ziel en geest meer in verbinding met elkaar komen.

Ik herken dat wel. Ook ik ben veel in mijn hoofd bezig en ik hou van lezen en nadenken over dingen. De keerzijde is dat ik daar soms maar moeilijk uit kom. In de stilte malen mijn gedachten door, is er altijd wel weer iets wat mijn aandacht vraagt, tenzij ik ga skeeleren.

Als ik ga skeeleren is er even niets anders. Het geeft ruimte voor rust en reflectie, ruimte voor God, mede omdat mijn lichaam er in mee doet. Priester en schrijfster Tish Warren spreekt daarover in haar boek ‘Liturgie van het alledaagse’. Volgens haar gaat het in het christendom nooit om een ontsnapping uit het aardse of lichamelijke. Het lichaam doet volledig mee, niet in de minste plaats omdat God zelf een lichaam aannam. Daarom stelt ze:

“Het lichaam is geen bijkomstigheid voor mijn geloof, maar daarmee geïntegreerd. […] Lichaam en ziel zijn onafscheidelijk en wat we met het één doen is dus ook met het ander verweven.”

Die verwevenheid ervaar ik op de skeelers tussen de Groningse weilanden, maar ook geknield in gebed of met open handen om het brood en de wijn te ontvangen. Op die momenten ontstaat soms de bijzondere ervaring dat de handeling nog vooraf gaat aan het geloof. En gelukkig maar, want anders bleef ik waarschijnlijk te vaak veilig op de bank, verscholen achter een goed boek.

ds. Tirtsa Liefting

4 gedachten over “Winterdagje”

  1. En kom je nog langs het Jaagpad? Kan ik even zwaaien!
    En die open handen en dat brood. Dat heb ik in de Nieuwe Kerk nog niet meegemaakt.
    Dat is toch wel een gemis in deze tijd.

    1. Ja regelmatig, de volgende keer zal ik ook even zwaaien.
      Nou zeg dat, dat is ook één van de dingen die ik het meest mis.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.