Winterdagje

Toen ik negentien jaar oud was, deed ik belijdenis van mijn geloof. Gedurende de periode ervoor van belijdenis-catechisatie werden we als catechisanten gevraagd een brief te schrijven over onze motivatie om belijdenis te doen. In een 1-op-1 gesprek met de dominee sprak je daarna dan de brief door. Dat schrijven van die brief was voor mij een gewichtige en zeer belangrijke aangelegenheid.  

Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van de hemel en de aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen.

Waar ik mogelijk het meest mee in mijn maag zat, was het onderschrijven van al die belijdenisgeschriften die de kerk erkent en belijdt. Daar zou ik me dan ook onder plaatsen. Allerhande uitspraken over Jezus, genade, drie-enigheid, almacht en andere dogmatiek, waar ik zelf mijn eigen mening wellicht over had, vastgelegd in oeroude documenten. Ik weet dat ik tegen iemand verzuchtte dat ik toch graag zelf wilde formuleren wat ik geloofde. Diegene vroeg mij wat ik dan zou opschrijven en het antwoord op die vraag moest ik schuldig blijven.

En in één Here Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader voor alle eeuwen, God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet gemaakt, van hetzelfde Wezen met de Vader; door Wie alle dingen gemaakt zijn.

Als ik nu de brief teruglees die ik aan de dominee stuurde, ben ik blij dat ik niet zelf mijn geloofsbelijdenis heb geschreven. Ik had hier een stukje van die brief aan die dominee willen citeren, maar de manier van schrijven en denken staat nu zo ver van me af, dat ik er met  goed fatsoen nog geen alinea uit durf te kopiëren en plakken.

Die, om ons mensen en om onze zaligheid, is neergekomen uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en een mens geworden is; ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft, en begraven is, en op de derde dag opgestaan is overeenkomstig de Schriften, opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal weerkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden; wiens rijk geen einde zal hebben.

Die behoefte om in eigen woorden te vervatten wat IK geloof, heb ik niet meer. Als je er al in slaagt om er de woorden voor te vinden, is het nog een tweede om ze volgend jaar nog steeds een goede weergave te vinden van wat het is om te geloven.

En in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt, die van de Vader en de Zoon uitgaat, die samen met de Vader en de Zoon aanbeden en verheerlijkt wordt, die gesproken heeft door de profeten.

Het hele gewicht van de aangelegenheid voel ik niet meer zo. Ik ben blij dat ik destijds mijn ja heb uitgesproken en me heb verbonden aan de gemeenschap. Niet dat die het zo goed weet. Ook niet omdat ik uit de belijdenisgeschriften wel gemakkelijk copy-paste om duidelijk te maken wat ik geloof. Maar daarin vind ik wel verbondenheid met al die anderen, die naar woorden hebben lopen zoeken.

En een heilige, algemene en apostolische kerk. Ik belijd een doop tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van de komende eeuw. Amen.

Erwin Landman

Winterdagje is de opvolger van Herfstdagje. Miniatuurtjes om de lezer een hart onder de riem te steken in Corona tijd. Twee keer in de week: op dinsdag en op vrijdag. Naast de inmiddels vertrouwde schrijvers: Tirtsa Liefting, Matty Metzlar, Tim Smid en Evert Jan Veldman, zijn vier gastcolumnisten gevraagd: Alexandra Matz, Erwin Landman, Marieke Laauwen en Arjen Zijderveld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.