Heb je niks beters te doen?

Het autoraam wordt naar beneden gedraaid. De stem van mijn vader: ‘Heb je niks beters te doen?’ Ik trap de bal tegen de blinde muur van het schoolgebouw en waan me een van de groten. Ach ja, ieder mens draagt een vader of moeder mee in het hoofd. Je komt er nooit meer echt van af.

‘Heb je niks beters te doen?,’ vraag ik aan mezelf als ik op donderdagmorgen de ruimte met de ronde tafel binnen loop en er net iets langer blijf hangen dan noodzakelijk is. Het komt door de koffie op tafel, die ik niet zelf heb hoeven zetten. En door de bak met koekjes, die dankzij Annie nooit leeg raakt. Maar vooral door Trijnie, die vandaag gastvrouw is en de krant zit te lezen. En door gastheer Gerrit, die dat jongensachtige nooit is kwijt geraakt, ook al is hij al met pensioen. Het is er gewoon goed toeven. En als ik dan weer verder ga, omdat dat soms nou eenmaal moet, dan heb ik altijd wel een gesprek op zak dat me op een mooie manier aan het denken zet.

‘Heb je niks beters te doen?’ Nee, eigenlijk niet. Alles wat er toe doet, begint bij samen zijn zonder dat er iets moet. Met de deur naar buiten op een kier. En met een bordje aan de deurkruk dat zegt dat je welkom bent. Omdat er altijd nog iemand bij kan. Nieuwe inzichten en mooie ontdekkingen worden geboren uit niets doen. Maar dan wel samen. In je eentje niets doen stompt op den duur af. Samen niets doen, daar is de donderdag voor in de Nieuwe Kerk.

Beginnen met niets doen is nog Bijbels ook. Op de zesde scheppingsdag werden de dieren en de mensen gemaakt, zegt een verhaal. En op de zevende dag hoefde er niets. Wie wil er niet zo’n cao? Een arbeidsovereenkomst die begint met een vrije dag. Een baas, die tegen je zegt: ‘Begin maar met een snipperdag’. Niks tijd is geld. Tijd is samen. En daar komt vanzelf iets goeds uit voort. Tenminste als je de deur open houdt.

Er wandelt van alles binnen: van een Heracles fan tot een gitarist, en van een klusser tot een pelgrim. Van een buurtbewoner tot een orgelfanaat, en van iemand met een geblutste ziel onder de arm tot een nieuwsgierige voorbijganger. Leve de donderdag! En steeds vaker denk ik: ‘Daar kan nog wel een dagje bij.’

Column, geschreven voor het magazine ‘Kop d’r Veur’ (juni ’19) van Hortusbuurt en Ebbingekwartier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.