Einde en begin

Uit: ‘Kop d’r Veur’ (juni 2018)

In een gedicht, getiteld ‘Einde en begin’ beschrijft Wislawa Szymborska beeldend hoe een plek, waar de oorlog heeft gewoed, gaandeweg de herinneringen aan de oorlog uitwist. Het gedicht eindigt zo: Zij die wisten / Waarom het hier ging, / Moeten wijken voor hen / Die weinig weten / En minder dan weinig / En ten slotte zo goed als niets. / In het gras, overwoekerd / Door oorzaak en gevolg, / Moet iemand liggen die / Met een aar tussen zijn tanden / Naar de wolken staart.

Als ik deze regels lees denk ik niet aan een oorlog maar aan het Nieuwe Kerkhof met de zomer in het verschiet. Er ligt een student te chillen in het gras. Iemand leest een boek. Even verderop gloeien kooltjes in een kleine barbecue. Hoe mooi wil je het hebben? Meer wordt ons door de bijbelse profeten niet beloofd. Wie denkt er nog aan dat het ooit een kerkhof was? Zelfs de naam Nieuwe Kerkhof doet geen belletje meer rinkelen. Hier is het leven. En van het betere soort.

Tot 1826 werd er begraven op het Nieuwe Kerkhof. Voor een habbekrats hielden vrouwen uit de buurt het kerkhof onkruidvrij. Doodgraver zijn was ook al geen vetpot. Assistent doodgraver al helemaal niet. Focke Offeringa had daar wat op gevonden. ’s Nachts groef hij kinderlijkjes op, die kort daarvoor begraven waren. Het was goede handel. Dokters en studenten anatomie betaalden er twee gulden voor. Focke kon het geld goed gebruiken, want hij lustte wel een glaasje. Zo’n lijk nam hij mee naar huis of stalde het even in de kerk, vóór het de volgende dag bezorgd werd. Helaas voor Focke lag het Nieuwe Kerkhof ook toen al in het blikveld van de omwonenden. Hij werd gearresteerd. De gerechtelijke uitspraak volgt op 13 mei 1763: ‘Focke Offeringa, oud 55 jaren, geboren te Oldekerk, wonende aan het Nieuwe Kerkhof, doende het hovenieren, wordt voor eeuwig uit de stad en deszelfs jurisdictiën verbannen.’

Ik overzie nog eens het Nieuwe Kerkhof. De bomen vol in blad. Bloeiende seringen. Het gras gemaaid. Met al die mooie mensen. En ik denk: ‘Wat een verschrikkelijke straf om hier nooit meer te mogen komen.’

ds. Evert Jan Veldman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *