Bierblik

Als ik op donderdagmorgen bij de kerk aankom, staat er voor de deur een leeg bierblik op mij te wachten. Precies in het midden van het opstapje. Je kunt er niet omheen. Een enkele keer staat het in het raamkozijn. Maar daar ook altijd in het midden. Niet kapot gedrukt en uit fatsoen. Maar fier rechtop. Groot en groen. Leeg, dat weer wel – het verschil tussen een blik bier en een bierblik.
Aan zwerfvuil op het pad rond de kerk heb ik een grondige hekel. Maar dat lege bierblik pak ik altijd met zorg op voor ik het met een glimlach in de afvalbak laat verdwijnen. Ik zie het als een boodschap van degene die het voor de deur met liefde heeft leeg gedronken en daar heeft achtergelaten. Als een stille herinnering aan een beter moment in een leven dat niet altijd vlotten wil. Daar is de kerk dus ook al goed voor: een monumentaal steuntje in de rug. Om beschutting te zoeken hoef je niet altijd binnen te zijn. De buitenkant kan het ook.
Er is een prachtig verhaal over vader Jacob. Hij is op de vlucht. Hij heeft de kluit belazerd. En zijn broer kan zijn bloed wel drinken. Eigen schuld dikke bult dus. Op zijn vlucht slaapt hij onder de open hemel. Hij droomt over een trap tussen de aarde en de hemel. En over engelen die op en af lopen. Dan hoort hij een stem die zegt: ‘Ik laat je niet zakken.’ Als Jacob wakker wordt, zet hij de steen rechtop die als hoofdsteun had gediend. Hij maakt zo van zijn slaapplaats een heilig plekje. Daar heb je blijkbaar geen tempel of kerk voor nodig. Een steen onder de open hemel is genoeg. Of een leeg bierblik pal voor een kerkdeur.
Ik hoop dat het lege bierblik er nog vaak zal staan. Het maakt de Nieuwe Kerk mooier. En wie weet hoort degene, die zijn kleine feestje viert als hij er zijn bier drinkt, ook wel eens de stem die zegt: ‘Ik laat je niet zakken’. In dat geval hoop ik dat hij of zij mij een keer opwacht om het mij te vertellen. Dan geef ik een rondje. ’s Morgens tegen tien uur? Voor een keer moet dat kunnen.

Deze column is verschenen in Kop d’r Veur (oktober/november ’18), het magazine van de Hortusbuurt / Ebbingekwartier.

6 thoughts to “Bierblik”

  1. Wat een heerlijk geromantiseerde versie van alcoholgebruik op straat. Ik vind dat wel heel raar als ik zie met welke ellende alcohol verslaving in onze stad gepaard gaat. Vaak zijn de blikdrinkers toe aan hun dosis en is het goudgroene merk het goedkoopste wat ze te pakken kunnen krijgen. Noodzakelijke momenten in plaats van een feestje. Zo’n herhaald blikje lijkt me eerder een noodkreet.

  2. Saskia ik denk dat Evert Jan als geen ander weet wat alcohol kan aanrichten bij iemand.
    Ik heb het dan ook niet gelezen als een geromaniseerd verhaaltje. Wel dat er iemand hem/haar heeft opgemerkt en de mens achter het bierblikje heeft gezien. Ik hoop dat degene zich kenbaar gaat maken en dat ze samen een biertje gaan drinken. Ook dat is herderlijke zorg

      1. Mijn probleem met dit verhaal is dat er een belevingsaspect van een gezonde omgang met alcohol geplakt wordt op verslavingsproblematiek. Dan doe je de mens achter het blik geen recht.

  3. In het verhaal lees ik niet dat er 5 of 10 lege bierblikjes staan bij de kerkdeur. Waarom bij 1 bierblikje meteen aan verslaving denken…..bovendien vertelt Evert Jan dat het bierblikje intakt is en niet plat gedrukt. Zou kunnen dat de onbekende bierdrinker niet gefrustreerd is en niet verslaafd.
    Moraliseren is van alle tijden. Maar in het verhaal wordt toch een andere houding gekozen.

    1. Dat kan ook Birgit, laten we samen vrolijk zijn, er is al genoeg ellende in deze stad! Dat kan ook dan heb ik het niet goed begrepen en te somber ingezien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *