Preek – Zondag van Epifanie

Jesaja 60, 1-6 / Efeziërs 3, 1-12 / Mattheüs 2, 1-12

I

Ook vanochtend mogen we hier weer samen zijn, aan het begin van een nieuw jaar, op de eerste zondag van 2020.

Misschien heeft u het nieuwe jaar wel feestelijk ingeluid met familie of vrienden om u heen, en stonden de afgelopen dagen in het teken van elkaar het aller beste toe te wensen voor het nieuwe jaar.

De overgang naar een nieuw jaar vormt op de een of andere manier, of misschien wel logischerwijs, vaak een moment waarop we terugblikken op het afgelopen jaar en vooruitkijken naar het nieuwe jaar wat voor ons ligt.

We delen onze goede voornemens, zoals meer bewegen, gezonder eten, meer quality time met hen die je dierbaar zijn, of zoals mijn vader iedere week een boek lezen, zodat hij hopelijk aan het eind van het jaar, die paar meter aan ongelezen boeken op zijn  boekenplank heeft weggewerkt.

Maar het is ook een moment waarop we nadenken over onze dromen en verlangens voor het nieuwe jaar, wat verwachten we van of hopen we voor 2020?

Misschien geeft dat optimisme of frisse moed, maar het kan ook zijn dat het maakt dat we opzien tegen komend jaar, vanwege onzekerheden, een zwakker wordende gezondheid of lastige ontwikkelingen.

En te midden van die gedachten dan vanochtend ook die vraag, naar de plek van God of geloof in onze verlangens of voornemens voor komend jaar.

Niet omdat ik me gedwongen voel die vraag nu te stellen of om er even een heilig sausje overheen te gieten, maar omdat ik merk dat ikzelf die vraag juist vaak ontzettend lastig vindt en regelmatig ongemerkt voor me uitschuif.

Hoe draagt mijn christen zijn bij aan wie ik ben en aan hoe ik mijn leven leef? Maakt het me een beter of ander mens? En hoe zit het met hoop en vertrouwen?

Het is vaak zoeken hoe ons geloof en ons dagelijks leven aan elkaar raken. Soms lijken ze maar weinig met elkaar van doen te hebben en speelt geloof vooral op afstand een rol, of voelt God misschien weinig betrokken op ons dagelijks leven.

Complexe vragen zo aan het begin van een nieuw jaar, maar misschien helpt het verhaal van de wijzen ons wel om er vanochtend samen bij stil te staan. Het is dit verhaal van de wijzen wat traditioneel centraal staat op deze zondag van Epifanie.

II

Hoewel heel wat minder bekend dan kerst is Epifanie op de liturgische kalender minstens zo belangrijk.

Epifanie is het Griekse woord voor verschijning, bekend maken of aan het licht brengen, en verwijst hier naar de verschijning van God aan de wereld, God die zichzelf bekend maakt als koning en redder.

En zo bepaalt de periode van Epifanie ons erbij dat het Evangelie meer is dan de geboorte en de dood en opstanding van Christus, maar ook gaat over de tijd daartussen.

Het herinnert ons eraan dat God niet alleen vraagt om geloof, maar dat hij zich ook wil laten kennen, door te verschijnen aan de wereld in een mensenleven. In woorden die Jezus sprak, in die dingen die hij deed en in wat hij ons leerde.

Zoals van Gogh en Rembrandt meerdere zelfportretten schilderden, zo komen we in de verhalen die we lezen tijdens de periode van Epifanie, een zelfportret tegen van de God die zich laat kennen in Jezus Christus.

En dat begint al in het verhaal van vanochtend, waar God verschijnt aan de wijzen, waarin we lezen hoe zij in beweging komen en opzoek gaan, en waar we zien hoe zij reageren in vreugde, aanbidding en navolging, bij de aanblik van een koning die anders is dan alle andere koningen.

III

Allereerst dus God, die verschijnt aan de wijzen.

En wat ik daaraan opvallend vindt is dat hij dat doet op een manier die hen eigen is. Mannen die voor hun tijd alles wisten van het heelal en de sterren, en God verschijnt aan hen door een ster. Ze horen het goede nieuws op een manier die bij hen past, ja, in hun eigen taal.

Het is helemaal opvallend omdat de vroeg christelijke gemeente zich ver probeerde te houden van alles wat maar met magie te maken had. En toch staat dat niet in de weg dat het wijzen of magiërs zijn aan wie God zich hier openbaart, en die als een van de eerste op het goede nieuws reageren.

En juist dat is denk ik hoopvol en prachtig nieuws zo aan het begin van een nieuw jaar. Dat God zich openbaart en laat kennen op diverse manieren, een diversiteit die ten diepste iets zegt over wie God zelf is.

God die ons denken overstijgt, die verrast, en groter is dan al die verschillende vakjes waarin we God zo vaak proberen te stoppen, En tegelijk de God die ‘God met ons is’.

Misschien groeide je wel op met een heel specifiek beeld van God, of was het een sterk afgekaderd beeld van God dat je deed afknappen op het geloof.

Wanneer we God namelijk in een vakje proberen te stoppen of volledig denken te kennen, lopen we het risico een eenzijdig beeld van God te schilderen, of een God te creëren die past binnen onze specifieke culturele voorkeuren of alleen voor een bepaald soort mensen is.

Een liedje van Gungor zingt treffend: God is niet een man, God is niet een witte man, God is niet een man die zit op een wolk, God kan niet worden gekocht, God kan niet in een box worden gestopt, religie kan God niet bezitten… maar God is liefde.

En zo is het maar net, God verschijnt en openbaart zich als koning, als redder, als ‘God met ons’, als de bron van liefde. En dat doet hij op onverwachte manieren en plekken, in verschillende culturen en contexten.

Dat is ook waar Paulus over schrijft wanneer hij stelt dat Gods mysterie aan iedereen is geopenbaard en wij allemaal vrij toegang tot hem hebben ontvangen.

En zo verschijnt en spreekt God ook tot ons op manieren die we verstaan, ontmoet hij ons zoals we zijn, in onze creativiteit, in onze liefde voor muziek, in ons verlangen naar stilte, in de mensen om ons heen, en in zijn Woord waarin we verhalen vinden van heel gewone mensen zoals wij, met hun sterke en zwakke kanten, met hun vragen en twijfels.

Zo is het ook alleen samen, in onze diversiteit als mensen, dat we meer gaan zien van God, en meer leren over wie Hij is.

IV

Maar tegelijk, terwijl God ons ontmoet waar we zijn, en tot ons spreekt in onze eigen taal, wil hij ons ook in beweging zetten. Wanneer God verschijnt kan dat niet onberoerd laten.

Dat is wat we ook zien gebeuren bij de wijzen, ze laten hun veilige positie aan het hof, het comfort van hun boeken, en hun zekerheden over de sterren achter, om het licht te volgen.

Het verhaal daagt ons uit om niet net als de schriftgeleerden en farizeeën vast te blijven zitten in onze eigen ideeën en regels, of zoals Herodus alleen maar bezig te zijn met onze eigen positie, maar om net als de wijzen uit onze comfort zone te stappen, en op zoek te gaan, het onbekende in.

Geleid door Gods licht, wat als een kompas is waarop we kunnen koersen, een kompas wat niet zelden onze focus of blikrichting verandert.

Zo, aan het begin van een nieuw jaar, dagen de wijzen ons, heel concreet, misschien ook wel uit om soms bepaalde zekerheden los te durven laten en een stap te zetten die we misschien al veel eerder hadden willen maken. Ze dagen ons uit om iets of iemand een kans te geven voor het eerst of opnieuw. Of roepen ze ons op om breder te kijken, om onze verticale of inwaarts gerichte blik te veranderen in een horizontale, met oog voor de ander en de wereld om ons heen. Ons misschien wel aansporend om meer tijd voor een ander vrij maken, ook als het onszelf in eerste instantie minder lijkt op te leveren, of  juist om vaker nee te durven zeggen tegen druk, verwachtingen of nieuwe verantwoordelijkheden, om zo meer tijd te hebben voor ons gezin of iets wat echt ons hart heeft.

Ik kan het niet voor u invullen, maar ik geloof wel dat Gods verschijning en het licht van Zijn ster, ons richting bieden en ons de hoop en moed kunnen geven om ons niet alleen te laten leiden door angst voor de toekomst of door negatieve ervaringen uit het verleden, maar om een stap te durven zetten in een nieuwe toekomst, in vertrouwen op de stem van God die zegt ‘ik-ben-met-je’ en met de belofte van zijn diepe vreugde.

V

En zo eindigt het verhaal in de aanbidding door de wijzen.

Die wijze, welgestelde en imponerende vreemdelingen uit het Oosten knielen neer in een simpel huisje, voor het kindje in de schoot van een jonge, arme moeder.

En in de gaven die ze het kind aanbieden, aanbidden ze hem als God, redder en koning van de wereld. Een koning wiens koninkrijk anders is dan dat van alle andere koningen.

We weten niet hoe het de wijzen verder is vergaan, maar ik denk dat een gebeurtenis als dit niet onveranderd laat, aanbidding staat en gaat namelijk nooit los van navolging, maar het roept ons op om ons te laten vormen en leiden door degene die we aanbidden.

God verscheen aan ons in een mensenkind, en liet zich kennen in de woorden die Jezus sprak, in die dingen die hij deed en in wat hij ons leerde. En in onze aanbidding van dit mensenkind als koning en redder van de wereld, klinkt de roep om achter hem aan te gaan en zijn voorbeeld te volgen.

De aanbidding van God, richt ons wezen, ons denken, onze wil, onze hoop en vrees op een wereld waarin het licht sterker is dan het duister, liefde sterker dan de dood. Waarin aan armen het koninkrijk wordt beloofd en waarin de eerste de laatste zullen zijn.

Gods verschijning, vol van vreugde en licht, verandert ons leven en de wereld om ons heen. En in die verandering maakt God zich telkens weer opnieuw bekend.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.