Preek van de Week – Zondag 9 juli ’17 door ds. Ynte de Groot

Exodus 32: 7-14
Matteüs 18: 21-35

Soms denk ik dat er in onze cultuur en in ons kerkelijk leven een hardnekkig moralisme zit. De taaie overtuiging, dat het leven – en zeker het leven met het geloof – een ernstige zaak is van plicht en heilig moeten. Deze levenshouding kleurt op zijn minst de manier waarop we soms de Schrift lezen. Zo horen denk ik veel bijbellezers in het evangelie van vanmorgen de opdracht, het gebod, om anderen zo ongeveer tot in het oneindige te vergeven.

Zo’n gebod kan zwaar drukken. Té zwaar soms. Mensen kunnen elkaar zulke verschrikkelijke dingen aandoen, dat vergeving er soms gewoon niet meer in zit. Het kind dat jarenlang werd misbruikt; de vrouw die voor de zoveelste keer in elkaar werd geslagen; de man die door de ontberingen in het kamp nooit meer de oude werd; de vrouw die in de genocide haar hele familie kwijtraakte …  Soms is iemand zoveel aangedaan, dat er iets stuk ging: het vermogen om te vergeven. Soms is de zonde te groot geworden, soms is een slachtoffer te klein gemaakt om vergeving nog een rol te kunnen laten spelen.

Een gebod om te vergeven is dan eigenlijk een verzwaring van de last van het bestaan. Aan de pijn die je is aangedaan, de schade die is aangericht, wordt het schuldgevoel toegevoegd, omdat je niet kúnt vergeven.

“Heer, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven?” luidde de oude vertaling – en de Nieuwe Bijbelvertaling zegt: “Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken?” Je wordt er moedeloos van en van het antwoord van Jezus krimp je helemaal ineen.

Maar is dit werkelijk wat er stáát en wat er gezegd wil zijn? Ik twijfel daaraan. Daarom maar even met het vingertje bij de tekst. Volgens de diverse vertalingen moet er dus vergeven worden. Maar in de oorspronkelijke Griekse tekst komt het woord moeten helemaal niet voor. Letterlijk staat er “Heer, hoe vaak zal mijn broeder tegen mij zondigen en zal ik hem vergeven?” De werkwoorden staan in de toekomende tijd. Er is dus geen sprake van moeten, maar van zullen. Vergeving is geen opdracht, maar perspectief; geen gebod, maar belofte. Er klinkt geen vreugdeloze wet, maar evangelie.

Nu lijkt het – en dat is een tweede punt in de tekst dat ik onder uw aandacht wil brengen – nu lijkt het of de aandacht van het evangelie, als het om vergeving gaat, vooral gericht is op de dader:

die kan zonder vergeving niet verder – en ja, die moet toch een nieuwe kans krijgen! Toch is dat gedeeltelijk gezichtsbedrog. Want het mes van de vergeving snijdt aan twee kanten. Ook wie iets is aangedaan kan geholpen zijn door vergeving, er een nieuw begin door maken. Dat zit al verborgen in het woord zelf. Want het woord dat met vergeven wordt vertaald (αφιημι) betekent niet alleen vergeven of kwijtschel­den, maar ook ‘laten gaan’ of ‘loslaten’.

Soms is er tussen dader en slachtoffer een onzichtbare maar taaie band. Wie door een ander werd gekwetst of beschadigd kan – door wat ooit gebeurde – op allerlei manieren vastzitten aan degene die je iets aandeed. Bij voorbeeld door een band van woede, van wrok. Of door een band van de behoefte aan – niet eens vergelding – maar van de behoefte aan de erkenning van schuld van de kant van ander. En als de schulderkenning uitblijft, wordt de pijn alleen maar sterker.

Vergeven in de betekenis van loslaten kan óók betekenen dat dít soort knellende banden worden doorgesneden. Vergeven in de betekenis van loslaten kan een bevrijding zijn voor het slachtoffer. Omdat je niet meer gebonden bent door wat je overkwam of is aangedaan – los van de vraag of de ander berouw heeft of niet.

Ik moet denken aan Bisschop Desmond Tutu. Ten tijde van de strijd tegen Apartheid vroeg iemand hem eens of hij de blanken niet haatte. Hij reageerde geschrokken en zei “Ik bid erom dat dát niet gebeurt – want de haat eet je helemaal op.“

Iemand die haat koestert kan daar uiteindelijk door verteerd worden. Wie kan loslaten is niet langer de gevangene van wat hem of haar werd aangedaan. Vergeving in deze zin is heilzaam, heel-makend voor het slachtoffer.

In Matteüs 18 gaat het steeds om het erbij houden van wie dreigt af te dwalen, om het zoeken van het verlorene. Welnu in het licht daarvan betekenen de woorden van Jezus, dat als een gemeente werkelijk gemeente is, als mensen verantwoordelijkheid nemen voor elkaars wel en wee, als mensen écht als broeders en zusters leven, dan kan er iets nieuws gebeuren. Dan worden beschadigde mensen niet meer verteerd door wrokgevoelens, niet meer leeggezogen door haat, maar dan groeit er ruimte voor vergeving, voor méér dan je durfde dromen: voor heelheid.

Dit perspectief klinkt ook door in de getallen die genoemd worden. Die kwamen namelijk ook zo voor in het oerverhaal van Kaïn en Abel in Genesis: van de mens die zijn medemens het licht in de ogen niet gunt. Kaïn werd na de moord op Abel niet vogelvrij, maar bleef in zekere zin onder Gods bescherming staan. “Ieder die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten” werd er gezegd. Toen ging het verhaal verder, van geslacht op geslacht. Uiteindelijk gaat het over Kaïns nakomeling Lamech. Een lompe man, vol vertrouwen op eigen kracht – zo vader zo zoon – die vermetel uitriep: Niemand zal mij te na komen, niemand maakt me wat, want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zevenenzeventig maal.

Als Jezus nu met deze zelfde getallen speelt, geeft hij denk ik aan, dat mensen in het licht van het evangelie van dit denken en voelen kunnen worden bevrijd. Onder Gods koningschap wordt de duivelskring van vergelding eindelijk doorbroken, van bloedwraak zonder einde.

Zeventig maal zeven – in de joodse traditie is zeventig het getal van de volkeren. Het perspectief dat het evangelie laat zien is wereldwijd. Niet bestemd voor een kleine groep alleen, maar voor heel de volkerenwereld van Joden en Palestijnen, Sunieten en Shiieten, Turken en Koerden en ga zo maar door. Het evangelie opent een venster op verzoening wereldwijd, soms meer dan wij nog durven hopen.

Dan kijken we nu naar de gelijkenis zelf en daarna nog kort naar de lezing uit Exodus.

Die gelijkenis roept bij mij gemengde gevoelens op. Want het klinkt allemaal wel mooi, vergeving als perspectief, maar de knecht die niet wil vergeven wordt op het eind toch maar mooi aan de folteraars overgeleverd! Ik vind dat een moeilijke trek van het verhaal. Maar wat ik ervan leer is, dat het er blijkbaar toe doet hoe wij omgaan met wat wij van God ontvangen aan genade en verzoening. Die eerste knecht was veel geschonken. Hij was bevrijd van de last die hem de toekomst dreigde te ontnemen. Hij is er dus beter aan toe dan de mensen waar ik het in het begin over had: zij die door een ander blijvend zijn beschadigd. De last van vernedering, kwelling en uitzichtloosheid ís van hem afgenomen. Hij heeft daardoor de mogelijkheid gekregen om ook anderen een last af te nemen. Maar hij doet het niet. Gods goedheid loopt stuk op hem. De stroom van genade die God op gang wil brengen stagneert. De man blokkeert het perspectief, hij weigert mee gestalte te geven aan vrede, hij sluit het venster op verzoening wereldwijd. En dát laat de Heer niet toe – omwille van al die mensen en volkeren die gevangen zijn in strijd of in de tredmolen van de haat.

Betekent dat nu eeuwig onheil voor die knecht? Ach, dat gaat ons niet aan en daar gaat de gelijkenis ook niet over. Het verhaal wil zeggen dat de Heer ergens voor stáát. Hij zál zijn ontferming laten stromen voor heel de wereld. Het liefst door het bestaan van de gemeente, door onze woorden en daden. Hij hoopt vurig dat wij evenveel ernst zullen maken met verzoening en heelmaking als Hijzelf doet. Dat wij zullen doorgeven van wat wij ontvangen. Dat wij tegenover elkaar even royaal zullen zijn, even koninklijk, als Hij voor ons is.

Maar Hij zal niet toelaten, dat wij zijn werk afbreken of blokkeren. Dat wil gezegd zijn met die grimmige kant van het verhaal. Daarom wordt de koning in de gelijkenis – beeld van God – toornig.

Dan Exodus. Ook daar dreigt de toorn van God te ontbranden.

Er zitten overeenkomsten tussen beide verhalen. De Heer heeft zijn volk bevrijd van de last van de slavernij evenals de koning zijn knecht van zijn schuldenlast bevrijdde. Maar net zoals de knecht in de gelijkenis, blijkt het volk niet bevrijd te leven. Het volk wendt zich tot de oude hongerige goden van macht en potentie – want daarvoor staat dat gouden kalf. Het gaat vrijwillig onder het juk door van goden die eisen in plaats van geven.

En God staat op het punt zijn experiment Israël, zijn proeftuin, zijn bruggenhoofd op aarde, als verloren op te geven. Er is één cruciaal verschil tussen de gelijkenis en het verhaal uit Exodus. De koning in de gelijkenis beëindigt de genadige relatie met zijn knecht. Maar in Exodus weet Mozes God ervan weerhouden om op te geven.

 

In Matteüs 18 gaat het aldoor om het zoeken van het verlorene, om het erbij houden van wie dreigt af te dwalen. In de woestijn doet Mozes jegens God precies wat God hoopt dat mensen doen jegens elkaar. God hoopt dat mensen die onder de maat van hun mogelijkheden leven door anderen wakker geschud worden, tot zichzelf komen. Want het is zonde, als je niet de mens wordt die je zou kunnen zijn. Zo probeert Mozes nu het beste in de Ander, in God naar boven te halen. Hem wakker te schudden, Hem tot zichzelf te laten komen. “God, het zou zonde zijn als Gij uw volk zou loslaten. Gij hebt toch uw woord gegeven, daar staat Gij toch voor? Het zou toch onder uw eigen maat van genade en barmhartigheid zijn, als Gij de mensen in de steek zou laten!”

En God bekeert zich – Hij krijgt berouw – en laat zijn genade weer de vrije loop. En er kan alleen maar grote vreugde zijn op aarde en in de hemelen om een God als Hij, en om een mens als Mozes.

De kerk heeft de trekken van Mozes herkend in die andere zoon van Israël, Jezus Christus. Die een beroep doet op óns om door te geven van wat we ontvangen en op Gód om te blijven uitdelen van zijn genade. In Hem mogen wij ontvangen én uitdelen. Opdat er bij alle onverzoenlijkheid een venster open blijft staan, hoop op verzoening wereldwijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.