Preek van de Week – Zondag 9 februari ’20

Lezing: Exodus 1

‘Het boek Exodus is voor het Westen het ‘ grote verhaal’ van de hoop. Het vertelt het verbazingwekkende verhaal van een groep slaven die wordt bevrijd uit het machtigste rijk van de oude wereld. Theologisch gezien is het revolutionaire karakter van de boodschap nog groter: de allerhoogste macht mengt zich in de geschiedenis om het op te nemen voor de machtelozen. Noch daarvoor, noch daarna heeft de boodschap van het monotheïsme zoveel transformerende kracht gehad in de bijbel. Het uittochtverhaal heeft velen geïnspireerd die uit naam van de vrijheid in opstand kwamen tegen onderdrukking en zich waagden aan de lange reis door de woestijn op zoek naar het beloofde land.’

Zo opent Jonathan Sacks, emeritus opperrabijn van Groot Brittannië , zijn commentaar op het Bijbelboek Exodus. Tot Pinksteren lezen we in de zondagse kerkdienst uit Exodus. Het boek trekt met ons mee de winter uit, de lente in, tot de zon hoog aan de hemel staat. Heel Gods schepping werkt mee om te vieren dat God zich mengt in de geschiedenis om het op te nemen voor de machtelozen. Uit het donker naar het licht gaat het.

Vandaag staan twee vroedvrouwen centraal, die zich laten leiden door het ontzag voor deze God. Sifra en Pua. De betekenis van de naam van de tweede is een gok. Die van de eerste is gemakkelijker te achterhalen. Sifra is als de heldere hemel in Job’s poëtische beschrijving van Gods scheppingswerk.

Een stukje daaruit: ‘De spoken krimpen ineen voor hem, – onder de wateren, die daar wonen. Naakt is het schimmenrijk tegenover hem, – geen bedekking is er voor de teloorgang…. Hij trok een cirkel over het aanschijn van het water, – tot waar eindigt het licht bij het duister. De pilaren des hemels wankelden, – waren ontzet van zijn schelden. Met zijn macht stilde hij de zee, – met zijn beleid verpletterde hij het oermonster. Door zijn geestesadem werd de hemel helder.’ (Job 26, 5 -6 . 10 – 13)

Sifra! Mooi mensenkind. Heldere hemel. Je ziet God bezig als een grondwerker – gespierd, onverzettelijk. Nee, vroedvrouw is toch mooier in dit verband. Vroedvrouw van de schepping. God rust niet eerder dan dat alles gereed is om zijn mensenkind zijn adem in te blazen en te laten schitteren als de heldere hemel. Daar waar in de mythologie van Egypte er maar een zo kan schitteren, en dat is Farao, daar zijn het hier Sifra en Pua. Schepping en bevrijding schuiven in het citaat uit Job in elkaar. En dat is niet voor niks. Schepping is niet het eindproduct van machtsvertoon waarmee een God laat zien waartoe hij in staat is. Het is ruimte maken om adem te kunnen halen. Het is alles in het werk stellen voor bevrijding. Het is Genesis én Exodus.

Het verhaal van Sifra en Pua is het eerst opgetekende voorbeeld van burgerlijke ongehoorzaamheid. Twee gewone vrouwen die Farao trotseerden uit naam van eenvoudige medemenselijkheid. Alles wat we over hen weten is dat ze ‘ontzag hadden voor God en niet deden wat de koning van Egypte hun had opgedragen’  Ze lieten de jongetjes in leven.

De tekst laat hun afkomst in het midden. Zoiets vinden we lastig. Je wilt mensen toch een beetje kunnen plaatsen. Daarom helpt de NBV ons een handje en hakt voor ons de knoop door: het zijn Hebreeuwse vroedvrouwen. Maar met evenveel recht mag vertaald worden: de vroedvrouwen van de Hebreeuwse vrouwen.

Uit  onze eigen recente geschiedenis weten we hoe volgzaam een totalitair systeem mensen kan maken. Het kúnnen Israëlische vrouwen geweest zijn, die van Farao de opdracht kregen om bij een bevalling van een jongetje het direct te doden. Maar logischer lijkt me de veronderstelling dat Sifra en Pua Egyptische vrouwen waren. Blijft staan de vraag waarom de tekst over hun afkomst geen helderheid biedt.

Het enige antwoord dat ik daarop kan verzinnen, is dat het verhaal niet geïnteresseerd is in hun etnische afkomst. De beslissing die Sifra en Pua namen om Farao niet te gehoorzamen, wordt niet op grond van afkomst, nationaliteit, ras of  godsdienst genomen. Dat is wat dit verhaal benadrukt. De twee vrouwen weten zich schepselen van de Ene. Zij horen thuis in het beeldverhaal dat Job vertelt over Gods schepping. Zij zijn de stralend heldere hemel in een donkere wereld. Zij zijn Genesis én Exodus. Er bestaat geen betere weerstand tegen volgzaamheid op bevel, dan de Thora. Burgerlijke ongehoorzaamheid wortelt daar. Zowel de universele verklaring van de rechten van de mens als artikel 1 van onze grondwet zijn te herleiden tot op de Thora.

Waar die met voeten worden getreden, is het de roeping van de mens om burgerlijke ongehoorzaam te zijn. Dan hebben we het niet over het benutten van de ruimte om vóór dit of tegen dat de demonstreren. Een ruimte, die wij godzijdank hebben in ons rechtssysteem. En we hebben het ook niet over mensen die denken dat elke maatregel waar ze het niet mee eens zijn, reden genoeg is om burgerlijk ongehoorzaam te worden. Niemand is onder of boven de wet. Burgerlijke ongehoorzaamheid herinnert ons juist aan artikel 1 van de grondwet en aan de universele verklaring van de rechten van de mens. Altijd is dan de waardigheid van mensen of de heelheid van de schepping in het geding, En vaak beide tegelijk. Want het is Genesis én Exodus, schepping en bevrijding.

Dat Sifra en Pua hun krachtig verzet tegen Farao hebben overleefd, mag een wonder heten. En ze blíjven leven in vrouwen en kinderen en mannen, die bereid zijn om alles in de waagschaal te stellen om de wereld bewoonbaar en samen leefbaar te houden; om de streep te trekken waar je niet overheen gaat, omdat je de ander in het gezicht gezien hebt en voor altijd weet: zij is als ik. Om met Job te spreken: Laat de spoken voor hen ineen krimpen. Laat door hun doen en laten de hemel opklaren en schitteren.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen   

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.