Preek van de Week – Zondag 7 oktober ’18

Maleachi 2, 10 – 16
Marcus 10, 1 – 16

I
Israëlzondag. Waarom in hemelsnaam? Je bent op zoek naar Gods troostende nabijheid. Je hoopt die hier te mogen ervaren. Dat is waarvoor je naar de kerk komt. Alles schreeuwt om aandacht. Maar wanneer ben jij zelf aan de beurt? Hier toch, als het even kan? Hoe lang is het geleden dat een diepe rust in je daalde en dat je wist: er is niets om bang voor te zijn? Terwijl jij hartstochtelijk naar die rust verlangt, moet het in de kerk weer over wat anders gaan. De Vredeszondag, de 3e van september, hebben we in de schaduw van de Startzondag al van onze kerkelijke kalender weten af te voeren. Kan dat ook niet met de Israëlzondag, de 1e van oktober?

In de jaren tachtig van de vorige eeuw bloeiden de leerhuizen. Gelovigen werden zich bewust van de joodse wortels van de kerk. Geen Nieuwe Testament zonder het Oude. Of beter: geen Tweede Testament zonder het Eerste. De blijde boodschap van het Evangelie omarmen gaat gelijk op met het delen in de vreugde om de Thora, samen met de synagoge. En dat Jezus een gelovige jood was en niet in de lage landen is geboren, landde in die jaren pas echt.

Maar ja, de tijden veranderen. We moeten door. Je verdiepen in de joodse wortels van het christelijk geloof en die je eigen maken kost tijd. ‘Lernen’, zoals dat heet, is ook hard werken. Met rooie oortjes, dat wel. Maar toch. Er is vandaag zo veel dat om onze aandacht schreeuwt. Zo veel, dat de kerk juist meer en meer een plek wordt om je leeg te maken. De leerhuizen zijn ingehaald door meditatiekringen. Variërend op de proloog van het Johannesevangelie: ‘Het Woord is vlees en bloed geworden’, mopperde tien jaar geleden een Enschedese collega al tegen mij: ‘God is kaars geworden!’.

Naast de teloorgang van de leerhuizen, is het zo dat de staat Israël veel kerkmensen minder na aan het hart ligt dan wel eens het geval geweest is. De machtspolitiek die Palestijnen en Arabieren tot tweederangsburgers maakt, staat velen tegen. De twee staten oplossing met Jeruzalem als gedeelde hoofdstad lijkt verder weg dan ooit. En een mening is tegenwoordig snel gemaakt. Voor wat die waard is. Geen enkele mening brengt een oplossing dichterbij of verzacht het leed van wie dan ook. Meningen over dit of dat zijn steeds vaker een middel om te laten horen dat jij er ook nog bent.

In die cultuur waarin het alle hens aan dek is om niet als eerste kopje onder te gaan, is het goed om wetten en regels te hebben die het geheel in het oog houden. Zoals het Koninkrijk der Nederlanden die heeft, zo heeft de kerk die ook. In Artikel 1 lid 7 van de kerkorde staat te lezen: ‘De kerk is geroepen gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël. Als Christus-belijdende geloofsgemeenschap zoekt zij het gesprek met Israël inzake het verstaan van de Heilige Schrift, in bijzonder betreffende de komst van het Koninkrijk van God.’

Kunnen we de Israëlzondag niet afvoeren van de kerkelijke kalender? U snapt, dat wordt een lastige. Zouden we meningen de doorslag laten geven, dan zou de Israëlzondag in het spoor van de Vredeszondag zo maar van onze kerkelijke agenda kunnen verdwijnen. We hebben immers genoeg met onszelf te stellen in onze pogingen God niet kwijt te raken in onze persoonlijke levens. Daar hebben we de grote vragen van oorlog en vrede niet bij nodig. Laat staan het hoofdpijndossier Israël en de kerk. De kerkorde voorkomt het geruisloos verdwijnen van de Israëlzondag. Die vraagt namelijk om meer dan de optelsom van onze meningen om Artikel 1 lid 7 te schrappen.

II
Waar raakt het diepe verlangen om God te ervaren aan de joodse wortels van het christelijk geloof? Dat is de vraag waar het om draait. We kunnen niet terug naar de gloriejaren van het leerhuis. En dat moeten we ook niet willen. We leven vandaag. En vandaag stormt het. Vandaag ligt alles open. ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen,’ zingt Thé Lau. En waar het wordt gezongen, zingt iedereen het uitbundig mee. Is daarin niet het verlangen hoorbaar dat God meer is dan de rust in jouw hart? Dat die rust jou verbindt met al die mensen, die net als jij naar die rust verlangen? Mensen, die je afschrikken. Mensen, die je vreemd zijn. Komen zij niet allemaal in beeld als wij aan het begin van de dienst uitspreken: ‘Onze hulp is de naam van de Heer, schepper en behoeder van alle leven’? Heeft Israël ons die naam niet leren spellen? Het onuitspreekbare geheim van IK ZAL ER ZIJN. Boven alle angsten en projecties uit. En tegelijk zo na.

III
Met dat ‘na’ begint alles. God is een verbond met ons aangegaan, zegt Israël. Dat kan groot en formeel klinken. Op afstand van jouw dagelijkse besognes. Zoals Europa voor veel van haar burgers een ver-van-mijn-bed show lijkt. Je moet veel lawaai maken om door zo’n God gezien te worden, terwijl zijn maatregelen jou ten allen tijde zomaar kunnen treffen. Zoals in een contract met veel kleine letters.

Maar profeten als Hosea en Maleachi gebruiken niet voor niets de metafoor van het huwelijk om het verbond tussen God en zijn volk te duiden. Het begint bij ‘na’. God draagt zijn volk op het hart. En dat gaat heel ver. Hoe ver, blijkt wel uit de opdracht aan Hosea om een overspelige vrouw te trouwen en om zelf trouw aan haar te zijn. Als een levend getuigenis van het verbond tussen God en zijn volk.

Zo staat het er dus voor. Profeten als Maleachi en Hosea houden Jeruzalem en Juda de spiegel voor. En ze durven er in te kijken. Het heeft geen zin om de dingen mooier voor te spiegelen dan ze zijn. En hoe pijnlijk ook, het hoeft ook niet. Door alle crises heen, blijft God trouw aan zijn verbond. Want er is liefde in het spel.

Moeizaam zoekt het volk een antwoord op die liefde in een complexe politieke werkelijkheid. Er zijn ballingen terug gekeerd uit Babel. Ze bouwen aan een nieuw Jeruzalem. Een stad die er mag wezen. Zichtbaar voor de wereld. Maar ook een stad waar de liefde van God beantwoord wordt. Als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man.

Sommigen proberen de realisering van dat project dichterbij te brengen door open in de wereld te staan en door zich te mengen met de plaatselijke bevolking. En dat deed je bijvoorbeeld door je in te trouwen in vreemde verbanden. Naast de vrouw van je jeugd, kwam er dan een ander. En als het niet anders kon, dan maar in haar plaats. Soms heiligt een doel de middelen. Maar voor je het weet raak je dan ook verstrikt in wetmatigheden en calculaties, waarin de macht van de sterkste geldt. Maleachi waarschuwt daartegen. Je zet naast je vrouw ook God op afstand.

Anderen proberen het nieuw Jeruzalem dichterbij te brengen door het geloof zuiver te houden en alles wat vreemd is buiten te sluiten. Samen bouwen aan een gemeenschap die Gods trouw beantwoordt met trouw. En dan maar hopen dat de wereld het ziet en zich er door laat bekeren. Jeruzalem als baken van licht in een donkere wereld. Maar zonder dat je het door hebt, heb je de muren om jouw modelstad zo hoog opgetrokken dat er van buiten geen licht te zien is. En God raakt gevangen in jouw perfecte antwoord op zijn trouw. ‘Het moet toch van twee kanten komen?,’ zeg je knikkend naar elkaar. Maar je vergeet dat Gods trouw begin en einde van alles is. Dat God zich over de wereld wil ontfermen, is voor zo’n modelgemeenschap niet meer na te voelen.

Het is de kunst om tussen die twee klippen door te varen. Van kritiekloos meebewegen met de wereld en zijn economische wetmatigheden, en van het zuiver houden van het geloof door met de rug naar de wereld te gaan zitten. In beide gevallen krijgt Gods onvoorwaardelijke trouw geen kans. Varen tussen de klippen door is risicovol. Geheid dat je onderweg met elkaar schade oploopt, de koers moet wijzigen, elkaar soms pijn doet en troosten moet. Varen tussen de klippen door is leven zonder grote antwoorden, zonder vooraf te weten dat je goed zit. Met vragen waar je niet op zit te wachten, waar je elkaar bij nodig hebt. Als de kerk iets moet leren van de synagoge is het wel dat leven zonder grote antwoorden en de vreugde vinden in het dealen met de vragen die het leven steeds opnieuw stelt. In het vertrouwen dat over dit gemankeerde leven de zon van Gods trouw blijft opgaan. Het is het enige oriëntatiepunt dat we hebben.

IV
Het evangelie van deze zondag wil gelezen worden tegen deze achtergrond. Het gaat over meer dan de vraag of een huwelijk ontbonden mag worden. Daarin lijkt Jezus strikter dan de Farizeeën. Mensen die hun huwelijk op de klippen zagen lopen, hebben daar onder geleden. Naast de pijn die je geen ander toewenst, kwam er de zwaarte van de zonde nog eens bij. Dat maakte jou eenzaam. Het hield God bij jou vandaan.

Het gaat te ver om deze lezing nu nog volledig uit te diepen. Maar net als jij, die je bezeerd hebt aan de hardheid van je eigen hart en die van anderen, heeft Jezus zich bezeerd aan de harteloosheid van zijn mensen. Hardheid van hart zet de ander op afstand. Het wijzen met de gelovige vinger hoort daarbij. ‘Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden,’ zegt Jezus. We zijn geroepen om steeds opnieuw Gods trouw te beantwoorden. Wat echt iets anders is dan koste wat kost een huwelijk in stand te houden. Het is het heilige weten dat wij op elkaar zijn aangewezen en dat niemand kan worden afgeschreven. Jezus wist wat het betekende voor een vrouw en haar kinderen als ze met een scheidingsbrief het bos in werd gestuurd. Daar komt zijn scherpte vandaan.

Tegenover de hardheid van het hart, plaatst Jezus de liefde die de mens een gezicht geeft. Die liefde is niet alleen lief. Ze breekt ook in boosheid door die hardheid heen. Geen mensenkind kan bij hem weggehouden worden. Hij zal niet toelaten dat iemand een ding wordt waar je maar mee kunt doen wat je wilt. Als de moeders met hun kinderen op afstand worden gehouden, breekt hij de cirkel van de macht open om hen in het midden te zetten en te zegenen. De ander is er niet om buiten te sluiten, maar om in de armen te sluiten. En iemand in de armen sluiten, is niet zeggen: ‘Jij bent van mij!’, maar beloven ‘Ik zal er voor jou zijn’.

Hier toont zich de onopgeefbare verbondenheid tussen Jezus en de God van Israël. Want was die belofte ‘Ik zal er voor jou zijn’ niet het brandend hart van de Godsnaam, die Israël ons leerde spellen? Boven alle angsten en projecties uit.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *