Skip to main content

Preek van de Week – Zondag 7 januari ’18

Jesaja 60, 1 – 6
Matteüs 2, 1 – 12

I
Een tsunami van vreemdelingen komt op je af, zegt de profeet Jesaja. Geert Wilders schermt graag met de joods-christelijke traditie. Hij is niet vies van overdrijven. Om te waarschuwen tegen de ondergang zijn grote woorden geoorloofd. In die zin lijkt hij wel wat op de profeet. Alleen waarschuwt Jesaja hier niet. Hij verkondigt de doorbraak van het licht. Gods toekomst is aangebroken. En bij het licht dat over Jeruzalem is opgegaan, hoort het komen van de volken naar Sion. Over land en over zee komen ze aan. Met heel hun hebben en houden. Nee, niet om alles nog eens kort en klein te slaan. Zoals al zo vaak gebeurd is in de geschiedenis van Jeruzalem. Nee, ze komen om te blijven. Ze komen om te bouwen. Ze komen om de Ene alle eer te geven. Nooit meer gaan de poorten van de stad dicht. ‘Dan, als je het ziet, zul je strálen,’ zegt Jesaja, ‘opschrikken en wijd worden zal je hart,- want het rumoer van de zee rolt over je heen, een macht volkeren, ze komen tot jou!’ (Jes. 60, 5)

Het is een verwarrend beeld. Inderdaad: een tsunami van volken stort zich op Jeruzalem. Ze komen uit het duister, dat de aarde bedekt, op het licht af. Niks: opvang in de regio! Het gaat niet aan jouw deur voorbij. Het is geen lieflijk beeld. Eerder overdonderend. Je krijgt de deuren niet meer dicht, lees je even verderop in de profetie van Jesaja. De schrik slaat je om het hart. En daar hoef je niet eens populist voor te zijn. Ook de geitenwollensokken weten zich geen raad. Al die mensen met het duister in hun lijf en in hun ziel. Zie ze komen. Niks: ‘Wir schaffen daβ!’ Er is er maar een die ‘daβ schafft’ en dat is de Ene zelf. Letterlijk. Hij creëert (schafft!) deze tsunami. Deze dag, waarvan Jesaja spreekt, is zijn nieuwe schepping. De schrik, die ons om het hart slaat, verandert Hij in een opschrikken. Je kruipt niet langer in elkaar van angst. Je vlucht niet weg. Je gaat op de uitkijk staan. Ook al weet je je geen raad met wat je ziet aankomen. Je hart bonst in je lijf. ‘Wijd worden zal je hart,’ zegt Jesaja. Wat er van de poorten van Jeruzalem gezegd wordt, namelijk dat ze nooit meer dicht gaan, dat geldt ook voor jullie harten, zegt hij. Jullie krijgen je hart niet meer dicht voor wat je ziet als je hen aankijkt. Je zult niet meer ineen krimpen van angst. ‘Wijd worden zal je hart.’ ‘Als je het ziet, zul je strálen.’ Ja, jij ook, Geert!

II
Ja, als je het ziet. Want er staat dat het licht gekomen is. Maar waar zie je het dan? O ja, er zijn genoeg grote lichten waar tegen op gekeken wordt. Denkers, die iets te vertellen hebben. Doeners, die met bijna niets iets groots weten te bewerkstelligen. Artiesten die het hebben gemaakt. Ondernemers die zijn binnen gelopen. Maar die bedoelt Jesaja hier niet. Al die lichten vallen in het niet bij het licht dat over Jeruzalem is opgegaan. Zo overduidelijk voor Jesaja, dat al die andere lichten geen naam mogen hebben. Donkerte en duisternis noemt hij die zelfs. Maar hoe komt het dan dat ik het licht niet zie dat opdaagt over jou en mij? Geen spoor van Gods luister te ontdekken.

Ja, in dat andere verhaal uit het evangelie naar Matteüs. Daarin valt het een en ander op zijn plek. Met die magiërs die in het stof gaan liggen voor het Kind van Bethlehem en die het geschenken aanbieden: goud en wierook en mirre. Zij representeren de volkeren, hun koningen en de rijkdommen van de wereld, uit de profetie van Jesaja. En de ster die zij hebben gezien staat voor het licht van Gods gelaat dat over jou en mij is opgegaan. Licht dat samenvalt met het Kind van Bethlehem.

Van de magiërs zijn in Europa in de 9e en 10e eeuw drie koningen gemaakt. Ze representeren de toen bekende werelddelen. Afrika, Azië en Europa. De boodschap: Hun heersers maken zich ondergeschikt aan koning Jezus en het Christendom. Die twee in één adem genoemd natuurlijk. Alle profetieën van Israël werden geconfisqueerd. Jeruzalem en Bethlehem kwamen als het ware in hartje Europa te liggen. En Jezus werd geadopteerd, zonder dat zijn ouders iets gevraagd werd. Hij was voortaan Europeaan. En christelijk. Vooruit, joods-christelijk dan.

De onrust die de profetie van Jesaja teweeg kan brengen, als je het licht niet ziet dat er wel moet zijn, wordt er mee weggenomen. Want Christus is het licht. En Europa en de vrije wereld zitten aan de knoppen. Zoek niet verder. Hier gebeurt het. Waar je bent geboren en getogen. De legende van de drie koningen zadelt je ook niet op met die tsunami van vreemdelingen uit de profetie van Jesaja. Drie kunnen we er wel aan. Ze laten zich keurig schikken in de kerststal onder de boom. En na vandaag kunnen ze weer naar zolder.

III
In het evangelieverhaal zorgen ze wel voor de nodige onrust. En ze laten zich ook niet leiden naar waar jij ze hebben wilt, in de kerststal of op zolder. Ongevraagd zijn ze gekomen, de magiërs uit het oosten. Ongevraagd gaan ze hun eigen weg. Het zijn er ook geen drie. Dat staat er nergens. Zo blijven ze verbonden met die tsunami van vreemdelingen uit de profetie van Jesaja. ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden?,’ vragen ze in Jeruzalem. ‘Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’

Natuurlijk kun je je verkneukelen over dit verhaal. Over de grote schrik die de vraag van de magiërs te weeg brengt bij Herodes en bij heel Jeruzalem. Je staat er immers boven. Je weet al lang hoe het zit. Dit verhaal kun je wel dromen. Het hoort bij deze zondag. Straks slaan we het weer dicht voor een jaar. Maar wat je ook kunt doen is de onrust, die de profetie van Jesaja bij je teweeg brengt, meenemen naar dit verhaal. En dan jezelf terug vinden tussen de bewoners van Jeruzalem. Om met hen de ontsteltenis te ervaren die de vraag van de vreemdelingen teweeg brengt.

Dan schud je je wijze hoofd niet langer over de hogepriesters en schriftgeleerden die het precieze antwoord weten op de vraag van Herodes waar de messias zou worden geboren. Met de vinger bij de profetie van Micha: ‘En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.’ Dan verbaas je je niet dat zij het antwoord weten, maar geen enkel aanstalten maken om, net als de magiërs, naar Betlehem te gaan. Ze kennen de profetie. Ze bewaken de traditie. Maar ze raken ontsteld bij de gedachte dat het waar zou kunnen zijn. Ze schrikken op, zoals Jeruzalem opschrikt in de profetie van Jesaja als Gods gelaat als een zon over haar opgaat.

Zij weten net als jij dat de bestaande orde zich niet zomaar laat omturnen. Zij hebben Herodes als koning. Een die zich niet laat gezeggen. Alleen het vermoeden al dat iemand op zijn troon uit was, was voldoende voor een reeks executies. Wij moeten leven met economische wetmatigheden, waarvan misschien niemand zegt dat ze heilig zijn, maar dat in de praktijk wel zijn. De een wordt er rijk van. Vele anderen kansloos aan de kant geschoven. Er is geen alternatief. De wereld is er naar gaan staan. Zoals Jeruzalem is gaan staan naar het beleid van Herodes. We sjoemelen wat met onze idealen. We beleven ons geloof op de vertrouwde plekjes die nog over zijn: ‘jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn’. Een mens moet toch wat. Maar dat de bestaande orde wordt open gebroken; dat de economische wetmatigheden worden verstoord door wat er hier op zondag klinkt; dat het openbaar wil worden, daar moet je toch niet aan denken? Toch niet echt? Wat een crisis zou dat geven. Ook in je eigen leven. Terwijl je juist zo hunkert naar rust, reinheid en regelmaat. We snappen de paniek die uitbreekt in Jeruzalem als mensen van buiten jou komen vragen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden?’ Laat hij alsjeblieft binnen het kerstverhaal blijven. Laat het in de profetie bij woorden blijven. Woorden waar we ons aan op kunnen trekken in moeilijke tijden. Maar laat ze in godsnaam niet waar worden. Want dan is de ellende niet te overzien. Daarom blijven ze zitten waar ze zitten: de hogepriesters en de schriftgeleerden. En we snappen het zo goed.

IV
Het is geen zwaktebod om het te snappen. Op het verhaal van de magiërs die op zoek zijn naar de pasgeboren koning van de Joden volgt het verhaal van de kindermoord in Betlehem. Iedereen had het aan kunnen zien komen. Is het dat waard, God, om zo uit de kast te komen? Als een kind, dat zichzelf niet redden kan? Over een zwaktebod gesproken.. En dat het vreemden waren, die het ons kwamen vertellen, ook dat zit ons niet lekker. Eigenlijk is alles aan dit verhaal buiten de orde. En wij hebben goede redenen om ons af te vragen of er buiten die orde wel te leven valt.

Ja, zegt het verhaal. Er is een manier om thuis te komen zonder langs de koning te hoeven gaan. Er is een manier om het koningschap van het kind te beamen zonder de wetmatigheden van de economie blindelings te volgen. Daarvoor moet je durven uitwijken. Uitwijken is de bestaande paden durven verlaten. Uitwijken is de vreemdeling durven zien als je zus of als je broer en die verwelkomen, ook al komen ze met duizenden tegelijk. Uitwijken is het beeld van God los durven laten als een machthebber boven Herodes of als een grote geest die een alternatief weet voor de wetten van de economie. Uitwijken is het licht van Gods gelaat zien in een kind dat zichzelf niet weet te redden. Uitwijken is niet vluchten. Uitwijken is niet een veilig heenkomen zoeken waar je ongestoord gelovig kunt zijn. Uitwijken doe je midden in deze wereld. Uitwijken doe je altijd naar elkaar toe.

Uitwijken is niet weglopen voor het donker. Want je weet: ik ben hier de eerste niet. God was me in het donker voor. Ik kan er niet verdwalen. Aan mij, aan ons, aan ieder mens, is het om in dat donker Gods stem te verstaan. En als die vreemdelingen het konden, zonder enig benul van de joods-christelijke traditie, waarom zouden wij het dan niet kunnen? Zo is ook die profetie van Jesaja geboren. Waar je in het donker die stem verstaat, gaat je een licht op dat je niet voor mogelijk hield en dat de hele wereld in een nieuw perspectief zet.

Er is een uitwijkstreek, zoals de Naardense vertaling het zegt. Er is een thuis, waar je de deur niet achter je in het slot hoeft te trekken om je af te schermen voor alle gevaren. In het donker dient zich dat thuis aan. In de uitwijkstreek, waar het kind van Betlehem regeert en ieder mens in zijn licht de ander herkent als broer of zus.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *