Preek van de Week – Zondag 5 augustus ’18

Derde dienst in de serie over ‘De zeven deugden als levenskunst’. Vandaag gaat het over Fortitudo (Moed of Kracht) en over Prudentia (Verstandigheid of Bezonnenheid)

Exodus 1, 15 – 19
Hebreeën 11, 23 – 29

I
‘Schrijf maar een prijsvraag uit onder de gemeenteleden,’ zei kunsthistoricus Jan de Jong. Hij selecteerde voor ons de afbeeldingen bij de serie diensten over de deugden. Maar wat de dierfiguur op de arm van Fortitudo (Moed of Kracht) in het houtsnijwerk van Jan de Rijk, in de kansel van de Mariakerk van Uithuizermeeden, precies voorstelt, heeft hij niet kunnen achterhalen. Doorgaans wordt Fortitudo afgebeeld met een zuil die standvastigheid uitdrukt. En soms ook met een getemde leeuw daarbij, als symbool voor moed. Maar dit lijkt niet op een leeuw. En Jan de Rijk kon toch echt wel hout snijden, zeg ik als trotse Nieuwe Kerker. Ik houd het op een tam draakje met die kartels over zijn wervelkolom. Niet een draak die het onderspit heeft moeten delven, liggend op zijn rug onder de voet van Fortitudo. Maar een tam draakje, dat in Fortitudo zijn meerdere weet.

Wat is moed? ‘Moed is wilskracht: de deugd die de mens in staat stelt zijn vrees te weerstaan en te overwinnen. Moed is de juiste reactie op de impuls hard weg te rennen en de verantwoordelijkheid niet op de schouders te nemen. Moed is onmisbaar omdat veel van wat goed en waardevol is in het leven alleen bereikbaar is als men bereid is er wat voor in de waag te stellen,’ aldus de rechtsfilosoof Andreas Kinneging. Een van de oervormen van moed is de dapperheid van de strijder in een oorlog. Voor bewezen moed, kun je als militair in Nederland onderscheiden worden met de Militaire Willems-orde. Onlangs nog viel die eer te beurt aan Apache-vlieger Roy de Ruiter.

Over deze oervorm gaat het vanmorgen niet. Bij de voorbereiding van deze dienst hebben we ons laten leiden door het verhaal van de Egyptische vroedvrouwen uit Exodus 1. En door het verhaal van Mozes, die zijn volk uit de slavernij in Egypte voerde, bezien door de ogen van de schrijver van de Hebreeënbrief. Verhalen over moed, maar dan niet op het slagveld getoond. Dat was trouwens ook wel een vraag tijdens de voorbereiding of de dapperheid van een strijder in een oorlog nou het beste voorbeeld is om de deugd van de moed te duiden. Hoeveel eigen zeggenschap heeft de strijder in een oorlog? Hij wordt aangestuurd door zijn meerdere. Hoeveel jonge mannen hebben niet met doodsverachting moeten vechten, omdat er niets anders op zat? Was dat moed? Of eerder diepe tragiek?

Dat Fortitudo niet wordt afgebeeld met een gedode draak onder de voet, maar met een tam jong draakje op de arm, past misschien ook beter bij het verhaal van de Egyptische vroedvrouwen. En als wij dan vandaag in Fortitudo Pua en Sifra herkennen, dan is het ook wel een leuke vraag wie dat tamme jonge draakje zou kunnen zijn.

II
We vallen midden in het verhaal. Er komt een koning op de troon, die Jozef niet gekend heeft. De kinderen van Israël vermeerderen zich snel, vertelt het verhaal. Ze floreren. Ze worden sterk. Ze zijn als een skelet dat de boel bij elkaar houdt. Of je daar blij mee moet zijn? Natuurlijk! De auteur is er lyrisch over. De roeping om de aarde te bevolken en vruchtbaar te zijn en talrijk te worden, uit Genesis 1, krijgt hier weerklank. Het wordt wat met de aarde. In het Land van de Nijl notabene. De auteur is bijna net zo blij als God zelf op de zesde scheppingsdag: ‘Dit is me goed!’ Wie blij is overdrijft. Wie bang is trouwens ook. De koning zegt tegen zijn volk: ‘De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt.’ (Exodus 1, 9 e.v.) Dan toch maar even de getallen naast de jubel van de auteur en de angst van de koning gelegd: Met zeventig man waren ze naar Egypte gekomen. Veel meer dan een paar duizend kunnen het er in een paar honderd jaar niet geworden zijn.

Confronterend is het om te constateren dat de taal van de onderbuik zo makkelijk is te verstaan. Je hoeft er geen taalknobbel voor te hebben. Cultuurverschillen en tijdkloven worden er moeiteloos door overbrugd. Je hoort het de koning zeggen alsof het hier en nu gezegd wordt. En inderdaad, dat klopt. Er is vandaag weinig nodig om in de kramp te schieten als het om migranten gaat. Verstandig handelen is ongeveer synoniem met voorkomen dat er nog meer bij komen. De angst regeert. Niet de moed. En ook niet het verstand.

Wat wel enige uitleg nodig heeft zijn de machtsverhoudingen in Egypte. Egypte is niet Europa. Het is een absolute staat. De koning is een zoon van God. Als hij de vroedvrouwen opdraagt de Hebreeuwse jongetjes bij hun geboorte te doden, dan is dat geen dringend advies maar een dwingende eis. Goden weerstaan doe je alleen op straffe van de dood. En dus was er moed voor nodig om niet te doen wat de koning had bevolen. Maar hoe ver moet een mens gaan? Hoe verstandig is het om moed te tonen binnen een absoluut systeem? Je breekt met je moed het systeem niet open. Het ruimt jou gewoon op. En het zorgt ervoor dat niemand over jouw moedig verzet spreken zal.

Moed heeft verstand nodig. Om zoden aan de dijk te zetten. Om de druppel te kunnen zijn die de steen uitholt. Moed als deugd is net iets anders dan uit een impuls gevaren trotseren en mensen redden. Hoe blij kun je zijn met mensen die deze impuls volgen; dat we het blijkbaar in ons hebben om zo te handelen. ‘Helden!,’ roepen dan de media. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ons reptielenbrein ook een andere impuls kent: ‘Wegwezen hier!’ Is dat dan laf? Nee, het is een impuls, die je pas in tweede instantie kunt corrigeren met je verstand en met je wil. Moed kun je oefenen. Angsten kun je overwinnen. Vrees kun je leren weerstaan. Verstandigheid is een deugd die daar bij kan helpen.

III
Pua betekent Glans. En Sifra betekent Schoonheid. Wat maakt hen tot zulke mooie mensen? Wat straalt daar van hen af? Is dat ons applaus; onze vreugde dat er godzijdank zulke mensen bestaan? Het verhaal zegt dat ze ontzag hebben voor God. Hoezo? Kennen ze dan als Egyptische vrouwen de God van de Hebreeën? En wat is dat er trouwens voor eentje, die het in alles aflegt tegen de goden van Egypte? Weerkaatsen Pua en Sifra de glans en schoonheid van deze vreemde God? Ik denk dat je het zo mag zeggen. Elke keer als ze een pasgeboren kind hoog houden en het geven aan de moeder, wordt het weten in hen sterker: ‘Jongen of meisje, léven zal het!’ Van aangezicht tot aangezicht glanst het. Hier wint de solidariteit van vrouwen het van de angst en van de dwang. Alleen zo bewijst zich ontzag voor God. Midden in het alledaagse. Daar waar het er op aankomt. Voor deze vorm van Godsdienst hoef je niet eerst naar catechisatie geweest te zijn!

Maar is dit ook verstandigheid? Zijn Pua en Sifra nog in staat hun eigen leven te redden? ‘Verstandigheid is inzicht in het menselijk bestaan,’ zegt Andreas Kinneging. ‘Het is mensenkennis, levenswijsheid en inschattingsvermogen.’ Niet dat een mens ten allen tijde zijn eigen leven moet redden. Er zijn genoeg voorbeelden van mensen die weloverwogen zichzelf hebben opgeofferd voor een zaak die groter was dan hun eigen leven. Terwijl ze zich ten volle bewust waren van de waarde van hun eigen leven. Maar dan gaat het altijd om een onmogelijke mogelijkheid. Tirannen houden immers niet op waar jij weigerde te gehoorzamen.

Was het verstandig van Pua en Sifra om hun leven in de waagschaal te stellen? Laten we er dit van zeggen: ze hebben het overleefd. En dat dankzij hun mensenkennis en hun inschattingsvermogen. Onze eerste neiging is om ons te verkneukelen om het antwoord van de vroedvrouwen aan de koning – ‘Oh, wat slim!’ Maar of die impuls de juiste is? Hoor wat ze zeggen: ‘Ze zijn niet als de Egyptische vrouwen, de Hebreeuwse vrouwen, omdat ze in het wild leven, zij! – vóórdat de baarhulp bij hen aankomt hebben ze al gebaard!’

Weet u waarom ze er mee weg komen? Omdat ze de koning aan weten te spreken op het beeld dat hij van de Hebreeën heeft. Die daar, dat zijn ‘untermenschen’. Ze zijn een vlek op het blazoen van de Egyptische cultuur. Het gaat er bij hen toe als bij ongedierte. Het jongt maar aan. Als wij komen met onze kennis en kunde, zijn de kinderen al geboren. De koning gelooft in zijn eigen onderbuikgevoelens. En die zijn sterker dan zijn wantrouwen jegens de vroedvrouwen. Hij maakt zichzelf tot het tamme draakje op de arm van Fortitudo! Hier komen de deugden Moed en Verstandigheid samen en versterken ze elkaar. Inzicht in de maatschappelijke verhoudingen en het aanvoelen van de tijdgeest, kan de wilskracht versterken om moedig te leren zijn. En andersom: Alleen wie moedig is en dus niet bij voorbaat wegduikt voor het nemen van verantwoordelijkheid, krijgt inzicht en is in staat te peilen hoe het gesteld is met de samenleving.

IV
Alleen wie in de spiegel durft te kijken, mag zich verkneukelen over het antwoord van de vrouwen aan de koning. Dit gaat namelijk over ons en over deze tijd. Want de taal van de onderbuik is universeel en van alle tijden. Hoe oefen je in onze vrije samenleving moed en verstandigheid, terwijl je maar zelden het gevoel hebt dat het er op aankomt. En dat, als je dat gevoel al hebt, jij niet zou weten hoe jij er iets aan zou kunnen veranderen. Zoveel complexer is onze wereld nu, dan die van het machtige Egypte toen. We hebben helemaal geen tiran meer nodig om ons machteloos te voelen.

‘Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien,’ zei Franciscus van Assisi. Velen dragen deze woorden vandaag als lijfspreuk mee. Een subtiel samenspel van acceptatie en veranderingsbekwaamheid. Maar zeker hoort daarbij het verstaan en snappen van de taal van de onderbuik. En die dan ook als zodanig durven te benoemen, ook al gaat dat ten koste van de sfeer tijdens de verjaarsvisite. Er staat te veel op het spel, weten we inmiddeld.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *