Preek van de Week – Zondag 4 november ’18

Vierdag met al de Heiligen

Job 19, 23 – 27
Marcus 12, 18 – 27

I
Vierdag met al de heiligen. Zo noemen wij deze eerste zondag van november. We maken geen onderscheid tussen de heiligen van toen en de heiligen van vandaag. En mocht u denken dat heiligen mensen van statuur zijn, dan hebt u helemaal gelijk. Kijk maar om u heen. Kijk de ander aan. Weet u zelf gezien. Dit is de gemeenschap van heiligen. En we zijn niet alleen. Ze zijn hier allemaal: de mensen van voorbij, die wij zo missen. Ondanks hun tekorten en eigenaardigheden. U draagt ze op uw hart. Ze zijn hier. Niet als vage herinnering. Maar levend van dezelfde liefde als waar wij van leven. Ja, dat is onze statuur. Dat er van ons gehouden wordt. Dat wij van Christus zijn. In hem komen verleden, heden en toekomst samen. Zonder dat er schotten tussen staan.

Natuurlijk vraag je je wel eens af: Waar zijn ze, de liefsten die niet meer onder ons zijn? Bestaat er wel een hemel, die al die liefsten bergen kan? Al die zielen met hun fratsen. Grote geesten. Kleine harten. Maar vandaag is dat geen vraag. Ze zijn hier op de Vierdag met al de Heiligen. Even tastbaar als in die momenten waarin je aan hen denkt en ongemerkt een gesprek begint. Die momenten, waarin je helemaal geen hemel nodig hebt om te weten dat ze er zijn. Ze zijn hier omdat er van hen en van ons gehouden wordt. Er is een hart dat voor ons klopt en waar veel meer leven in zit dan in zeven hemelen bij elkaar. God houdt van ons. En dat is wat u en mij en de mensen van voorbij tot heiligen maakt. Heilig betekent uniek, bijzonder, enig in zijn soort. Dat bent u en dat ben ik en dat zijn zij, die wij op ons hart dragen – heilig, stuk voor stuk. Voor een heiligverklaring is geen Paus nodig, noch een bewijs van goed gedrag. De liefde van God in Christus is genoeg.

Heiligen zijn zij, die van die liefde getuigen. Bisschop Oscar Romero is hier, die op 24 maart 1980 in El Salvador tijdens een kerkdienst voor het altaar door sluipschutters werd doodgeschoten. Vermoord omdat hij opkwam voor klein gemaakte mensen. De elite dacht: ‘Opgeruimd staat netjes’. Maar Oscar Romero getuigde van een andere waarheid. Hij zei in een preek: ‘Als ze mij doden, zal ik opstaan in het Salvadoriaanse volk. Een bisschop sterft, maar Gods kerk, die het volk is, zal nooit ten onder gaan.’ Hij is hier ook bij ons op de Vierdag met alle Heiligen. Dus mocht u ooit denken: ‘Wat moet dat toch worden met de kerk?’, dan weet u dat er geen reden is tot paniek. Luister maar naar Romero.

En mocht u denken: ‘Ja, maar dat was een échte getuige van Christus!’, wat dan te denken van Iet de Ruiter – Oosterlee? Ik noem haar, omdat haar naam hier vorig jaar al had moeten klinken. Maar ja, soms gaan er dingen mis. Ik weet nog hoe ze in Blauwbörgje de kerkdiensten begon te verzaken. Ze vond dat ze als domineesvrouw genoeg in de kerk had moeten zitten. Weg met de maskers! Is ook dat niet een getuigenis van de liefde van God in Christus? En hoe ze als dementerende voorging in gebed bij de maaltijd op de afdeling, omdat ze dat zo goed kon en nog steeds graag deed. Ook dat. En u snapt wel dat ik hier ook anderen op had kunnen voeren. Zo moeilijk is het niet om heilig te worden, als er maar van je gehouden wordt. Getuigen van die liefde doe je als de maskers afgaan, omdat je weet dat ze niet meer nodig zijn. Of omdat je niet meer weet hoe dat ook al weer ging: maskers opzetten?

II
Maak je het geloof in een hiernamaals of het geloof in de opstanding uit de dood los van het zinderend geheim dat er van jou gehouden wordt, dan gaat het direct mis. Dat zien we terug in het gesprek tussen Jezus en de Sadduceeën. Het hiernamaals is niet een door God aangebrachte bovenbouw op het huis van de wereld. Niet een plek, waar je wonen mag als je de eeuwige huur hebt betaald met een deugdzaam en godvruchtig leven. Dat hiernamaals, dat los gemaakt is van het zinderend geheim dat er van jou gehouden wordt, dat bestaat helemaal niet. Het is de liefde die deze beelden creëert en er inhoud aan geeft, omdat een mens toch ergens heen moet met zijn liefde voor wie er niet meer is. Dat zelfde geldt voor de opstanding uit de dood. Maak je het los van het geheim dat de liefde van de Eeuwige, eeuwige liefde is, dan slaat de opstanding uit de dood nergens op.

De sadduceeën weten wel raad met het geloof in de opstanding uit de dood. Het is onzin, volgens hen. In de boeken van Mozes is er niets over terug te vinden en dus is het kwatsch. Over de liefde van God en de liefde tot God en de naaste, worden er in de Thora mooie dingen gezegd. Maar daar hebben ze voor nu even over heen gelezen. Ze komen met een casus. ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.” Er waren eens zeven broers.’ (vers 19 e.v.) En u hebt het gehoord: ze gingen allemaal voortijdig en kinderen kwamen er niet. Wat een drama voor die vrouw, denk je dan. Maar daar zitten de Sadduceeën niet mee. Het is een theologische kwestie. En dat doel heiligt de middelen. ‘Vertel eens, Jezus, hoe moet dat wanneer ze opstaan uit de dood? Van wie van de zeven is zij dan de vrouw?’ Alle liefde ontbreekt in het poneren van de vraag. Alleen daarom al slaat de casus nergens op. Zoals het geloof in een hiernamaals of het geloof in de opstanding uit de dood ook nergens op slaat, als de liefde erin ontbreekt.
‘Dwaalt u niet?,’ vraagt Jezus. Misschien niet in uw vermogen om consequent en rechtlijnig te denken. Maar wel in uw inschattingsvermogen, als het gaat om de reikwijdte van Gods liefde. U hebt er gewoon langs heen gelezen. Geloven in een God, die niet door liefde wordt gedreven, is so wie so een dwaling. En elk mens, die geen liefde heeft gekend en het ook niet geven kan, verdwaalt. Per definitie. Gelovig of atheïst.

‘Wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel,’ antwoordt Jezus. ‘Zie je wel dat er een hiernamaals is!,’ zegt de gelovige opgelucht. ‘Compleet met engelen.’ En je hoeft niet eens een gelovige te zijn om tegen een kind te kunnen zeggen, als opa is overleden: ‘Opa is een engeltje geworden.’ Maar is dat wat Jezus hier zegt, dat we na onze dood allemaal transparante hemelwezens worden? Let op, Jezus heeft het hier niet over een hiernamaals, maar hij heeft het over de opstanding uit de dood. Dat dwarse, waar een modern mens geen kant mee op kan, maar dat ook door de kerk beleden wordt: ‘Ik geloof de opstanding van het lichaam en een eeuwig leven.’

Het is wel goed om te bedenken dat een engel in de bijbel geen engeltje is, maar een boodschapper van God. En ook dat de hemel niet een soort zomerpaleis is van de Almachtige, maar dat het de plek is waar de Eeuwige is. Waar de Eeuwige is, daar is de hemel. Weet u nog dat hij liever een trekkerstent had dan een tempel?. En dus beweegt ook de hemel met de Eeuwige mee. En de Eeuwige beweegt altijd weer naar ons toe, gedreven door liefde. Jezus zegt dat bij de opstanding uit de dood, mensen het leven niet meer hoeven te ordenen via een instituut als het huwelijk of via een notarieel vastgelegd samenlevingscontract. Ieder opgestaan mens getuigt als boodschapper van de Eeuwige van zijn eeuwige liefde. De nieuwe wereld is nergens anders op gebouwd dan op die liefde. En zolang de nieuwe wereld er nog niet is, denk dan niet dat ze weg zijn. God is nog steeds de God van Abraham. Nog steeds de God van Isaak. Nog steeds de God van Jacob. ‘Hij is geen God van doden, maar van levenden,’ zegt Jezus tegen de Sadduceeën.’ De casus ontploft hen in het gezicht. ‘U dwaalt vreselijk’ Dat is niet erg overigens. Zolang het de liefde is, die ontploft, kan je niks ergs gebeuren. Hooguit dat je versteende hart ontdooit en je het warm krijgt.

III
We hebben tussen de lezingen door mogen luisteren naar de sopraan aria ‘I know that my Redeemer liveth’ uit de Messiah van Händel. De tekst is gebaseerd op Job. Ja, ook op Paulus, als hij de opstanding van Christus verkondigt. Maar eerst Job! Zonder Job wordt het evangelie van de opstanding gauw een godsdienstig praatje voor de vaak. Een ‘eind goed al goed.’ Moe van alle gelovige redeneringen van zijn vrienden, die God vrij pleiten van alles wat hem is overkomen, roept Job: ‘Ik weet: mijn redder leeft!’ Ik, met mijn kapotte lijf en mijn kaal geslagen ziel, ik weet iets wat jullie niet begrijpen kunnen met jullie diepe gedachten. Ik weet dat mijn Redder leeft. Ik weet het met mijn kapotte lijf. Ik weet het met mijn kaal geslagen ziel, waar geen geloofsovertuiging meer heel gebleven is. Ik weet het omdat door alle gaten in mijn leven heen een stem fluistert: Ik weet jou, Job!

Je kunt God de hemel in prijzen met het hoogste lied en tegelijk die fluistering overstemmen. Omdat die fluistering niet uit de hoge hemel komt, maar van naast en door mensen als Job. Opstanding uit de dood transporteert jou niet van de aarde naar de hemel. Opstanding uit de dood voltrekt zich hier aan jou en brengt een schokgolf teweeg, die de aarde verandert van een hel in een hemel. ‘In dit lichaam zal ik God aanschouwen,’ zegt Job tegen zijn vrienden. ‘Ik zal hem met eigen ogen zien, ik, geen ander.’ Het gebeurt op de valreep. Op de laatste dag. Of, zoals het ook vertaald kan worden: het gebeurt aan de achterkant van de dagen. Daar waar je het liefst aan voorbij kijkt. Omdat het er geen leven is. Het is om deze reden dat de kerk vasthoudt aan de belijdenis: ‘Ik geloof de opstanding van het lichaam.’

IV
Misschien lukt het u niet om die belijdenis te beamen. Geen nood. Deze Vierdag met alle heiligen staat of valt niet met uw belijdenis. Was het niet zo dat Job geloofde met een kaal geslagen ziel en met de wonden in zijn lijf en niet met een catechismus in zijn hand? Maar doe uzelf dan ook geen onrecht door het gat in uw godsdienstigheid op te vullen met allerlei religieus knip- en plakwerk. Dat het gemis van een geliefde soms niet te harden is, laat staan het weten hoe mensen over de kling gejaagd worden, zeg het tegen elkaar. Luister het bij elkaar tevoorschijn. Daarvoor is er de geloofsgemeenschap. Roep het tegen God. Maar strijk de plooien niet glad met mooie theorieën.

Door de gaten in ons bestaan heen komt een weten binnen dat alle verstand te boven gaat. Loop er niet voor weg. Het is midden in dit leven dat wij vandaag de Vierdag met alle Heiligen vieren.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *