Preek van de Week- Zondag 4 maart ’18 door ds. Tiemo Meijlink

Exodus 20, 1 – 17
Johannes 2, 13 – 22

Gemeente van Jezus Christus,
De tempelreiniging is vandaag het heftige tafereel in het evangelie. Een oproer op het voorplein van de tempel. Pelgrims uit het hele Joodse land konden daar hun offerdieren kopen en hun geld wisselen: Romeinse munten met de afbeelding van de keizer erop konden worden ingewisseld voor tempelpenningen, speciaal geld dat je in het offerblok van de tempel kon doen. Een markt was het inderdaad met een hoop gedoe en misschien zelfs wel met handelaren die elkaar beconcurreren met “offerduiffies tegen scherpe prijzen”.
Maar ja, het was ook weer niet zo gek bedacht als je je realiseert dat in die tijd niet iedere Jood nog vee had van zichzelf om te kunnen offeren. Het was een praktische manier om ieder alsnog in de gelegenheid te stellen zijn godsdienstige plichten te kunnen doen. De tempel moest ook met zijn tijd mee, net als de kerk trouwens. Misschien kun je het wel een beetje vergelijken met de Scipio-app waarmee je tegenwoordig met je smartphone geld kunt overmaken voor de collecte tijdens de kerkdienst. Of – al een veel langere praktijk – denk eens aan de collectebonnen die je om de zoveel tijd kunt kopen, ook hier in deze kerk om zo je bijdrage te kunnen doen in het collectezakje en tevens een bewijs te hebben voor de belastingdienst om het allemaal fiscaal aftrekbaar te maken.
Nogmaals, zo gek was het niet wat daar gebeurde. Het was dan misschien wel een pan van jewelste, daar in de voorhof van de tempel, met veel lawaai en misschien zelfs met schreeuwende marktlui – je kunt je ervan alles bij voorstellen. Maar het was allemaal toch ook bedoeld om de godsdienst der vaderen in stand te houden en soepel te laten verlopen. We zouden het zelf hebben kunnen bedenken….. en misschien zelfs: we zouden het zelf hebben kunnen doen!
En dan is daar dus Jezus die daar een geweldige toestand van maakt. Hij drijft ze de tempel uit, de handelaren, en gooit de tafels van de wisselaars ondersteboven. Je hoort als het ware al dat muntgeld op de stenen van het tempelplein vallen en door elkaar heen rollen. Een chaos is het ………. En de grote vraag is nu: Kun je dit ook een heilige chaos noemen? Doet Jezus hier iets dat misschien wel raakt aan het heilige, aan dat wat onopgeefbaar is? Die vraag zou ik hier centraal willen stellen.
Want waar is het ten diepste om te doen bij godsdienst? Waar is de tempel voor gebouwd? Wat is het heilige, het onopgeefbare dat daar in de tempel aan de orde wordt gesteld? Die vraag!
Er zijn in het evangelie twee reacties op dit oproer. Allereerst die van de discipelen. Zij moeten denken aan een woord uit de Psalmen: “De hartstocht voor uw huis zal mij verteren”. En als tweede is daar ook de reactie van de Joodse leiders. Zij roepen Jezus ter verantwoording en vragen hem: “Met welk teken kunt u bewijzen dat u dit mag doen?”
Allereerst de leerlingen, die het allemaal zien gebeuren als zij met hun meester het tempelplein betreden. Zij denken aan een Psalmwoord dat oorspronkelijk als volgt luidt: “De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd”. Het is een zinsnede uit Psalm 69. En dat is een lange klaagpsalm, of liever een boetepsalm waarin de dichter zijn ellende, zijn nood brengt voor God. Het water staat hem tot aan zijn lippen. Hij wordt gehaat. Hij voelt zich verdwaasd en schuldig. Hij schaamt zich. En in al zijn schaamte en nood zoekt hij zijn heil in de tempel. Daar bidt hij zijn gebed om ontferming, zijn gebed om verlossing. Daar weet hij en beseft hij dat hij het diepste woord over zich zelf kan uitspreken, voor het aangezicht van de Eeuwige, voor het aangezicht van de God van het leven …… zijn verlangen naar ontferming, naar genade. En toch staat er dan: “De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd”. Dit verlangen naar ontferming, deze hartstocht naar God wordt hem tot een ongeluk omdat de omstanders, de mensen om hem heen, hem ermee bespotten: “Wie in de poort zitten, praten over mij – een spotlied van drinkers”, staat er even verderop in dit klaaglied….
Zo wordt in deze Psalm 69 dat waar de tempel voor bedoeld is, kernachtig getypeerd. In de tempel kom je om jouw diepste zelf voor God te kunnen uitspreken: alles wat jou dwars zit, wat jou blokkeert in het leven, jouw schuld en jouw schaamte, al die dingen die een mensenleven grondig kunnen bederven, daarvoor kun je naar de tempel. Omdat de tempel immers de plaats is waar je kunt naderen tot de Eeuwige, waar je kunt vragen om ontferming, en waar je tenslotte ook in diepe vreugde kunt uitbarsten: in een lied van dank, in een lofprijzing, in een feest voor de God met de Naam “Ik zal er zijn”. Dat is het heilige dat in de tempel aan de orde wordt gesteld. En daarover gaat ook de verontwaardiging van Jezus als hij ziet dat mensen door al dat gedoe, door heel die markt van wisselaars en handelaren, niet meer kunnen komen bij waar het om zou moeten gaan in de tempel, namelijk de nadering van een mens voor Gods aangezicht, om zo werkelijk gekend te worden in wie je bent, om zo je diepste zelf daar neer te kunnen leggen waar je ook werkelijk genade en goedheid kunt vinden.
“De hartstocht voor uw huis zal mij verteren”, denken zijn leerlingen. Zij voelen aan dat hier werkelijk een “heilige intensiteit” aan de orde is, een hartstocht voor het heilige dat teloor dreigt te gaan door al dat gedoe daar op het tempelplein. Daar gaat hun meester aan kapot, zo vermoeden ze met de woorden van deze Psalm……
De Joodse leiders doen iets heel anders. Die vragen vol onbegrip om een teken waarmee hij zich kan legitimeren. Een teken waarmee hij kan bewijzen dat hij dit màg doen, deze zuivering van het tempelplein. En ze krijgen van Jezus als antwoord: “Breek deze tempel maar af en ik zal hem in drie dagen weer oprichten”. Een absurd antwoord, althans naar onze gewone maatstaven gesproken. Een absurd antwoord, volstrekt ongerijmd, namelijk niet passend bij wat er gevraagd wordt. En de vragenstellers kunnen dan ook niet anders dan iets stamelen over de 46-jarige bouwgeschiedenis van dit tempelcomplex (hoe kan dit? Dit kan niet! Hoe kun je in 3 dagen tijd afbreken en weer opbouwen….).
Zo gaat dat als het heilige ter sprake komt en inbreekt in ons leven. Dan ontstaan de kortsluitingen, de fricties, de heftige confrontaties tussen dat wat in deze wereld het normale is en dat wat je “heilige intensiteit” zou kunnen noemen. Kortsluiting en wel zo heftig dat het inderdaad aan het slot van het evangelie leidt tot de afbraak van deze mens en zijn opstanding op de derde dag. Want dat is waar Jezus het hier over heeft. Over de tempel van zijn lichaam dat gebroken zal worden, gebroken zal worden door de mensen die hier voor hem staan en hem ter verantwoording roepen. Gebroken zal het worden en als gebrokene zal het worden opgericht op de derde dag.
Ik sprak zo net over het ongerijmde, het absurde van deze “heilige intensiteit”. De volstrekte kortsluiting die dat teweegbrengt, daar bij de mensen op het tempelplein: godsdienstige mensen, hoor, die daar zijn gekomen om hun offers te brengen. Hoe kan het dan toch zo misgaan? Kunnen wij wel verbinding krijgen met het “Heilige” dat Jezus hier aan de orde stelt? Kunnen we daar wel bij komen? Of is het te groot, te machtig, te zeer een schokkend geheim dat wij niet kunnen naderen?
Het is mooi en goed dat er in deze heftige passage van onbegrip en afwijzing ook verteld wordt over die discipelen, die leerlingen die bij wat zij zien, denken aan dat woord uit Psalm 69: De hartstocht voor uw huis zal mij verteren. Zij vermoeden in alle beperktheid die ook hen van tijd tot tijd eigen is, zij vermoeden precies het goede, juist doordat ze deze Psalm in gedachten hebben. Want die Psalm gaat – zoals gezegd – over wat je “heilige intensiteit” kan noemen, dat een mens kan naderen tot zijn of haar God, met alles wat hij of zij is, met alle blokkades van het leven, met je sores, met alles wat je dwarszit, met je schuld en je schaamte. Om daar in de ruimte van het heilige te roepen om ontferming, te zoeken en te vinden wat genade is.
Zo zal de kerk met alle handige maatregelen, met alle praktische perikelen die nu eenmaal moeten worden geregeld, steeds open moeten staan voor deze heilige ruimte, waar Jezus op doelt. De kerk wordt immers ook zelf “lichaam van Christus” genoemd. Dat is een tamelijk ernstige typering van de kerk, alsof ze ook zelf – in navolging van Christus – een gebroken lichaam is dat als gebrokene wordt opgericht. En dus is de beslissende vraag, vanuit het evangelie van deze zondag: is de kerk inderdaad die heilige ruimte waarin een mens kan naderen tot de God van het leven? Zo ja …… dan is het goed, in de naam van Jezus Christus, onze Heer. Amen

One thought to “Preek van de Week- Zondag 4 maart ’18 door ds. Tiemo Meijlink”

  1. Wat leuk! Ik had er een afspraak in de buurt. Het lijkt me wel een hele gezellige buurt. Ik ben echt gek op donuts. Ze waren erg lekker, maar het is niet een prijs waarvoor je dagelijks een donut komt halen. Ik ben met het openbaar vervoer naar huis gegaan. Ik wist dat de kans heel groot was dat mijn fiets de volgende dag weer los zou zijn en dat was inderdaad het geval.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *