Preek van de Week – Zondag 30 september ’18 door ds. Tiemo Meijlink

Numeri 11, 24 – 30
Marcus 9, 38 – 50

Gemeente van Jezus Christus,
Iemand zei tegen mij van de week, naar aanleiding van de passage uit het evangelie van Marcus: Nou ja, die hel en verdoemenis, die is er sowieso … maar het mooie van deze tekst is, dat er ZOUT is dat God zij dank zijn kracht niet verliest. Dat er ondanks alle puinhoop en ellende in deze wereld, toch momenten van hoop, tekenen van hoop zijn. Overal namelijk waar mensen kracht hervinden in hun leven, overal waar mensen opstaan vanuit een hopeloze en vastgelopen situatie.
Over de hel kun je lang en uitvoerig speculeren met elkaar. Istie hier, istie daar? Is het nu of is het dan? Is het de eeuwige straf die ons wacht als wij niet opgeraapt zouden worden door Jezus Christus? Is ‘de ander’ misschien de hel; ieder die ons dwarsboomt om ons eigen leven te kunnen leven? – zoiets suggereerde de beroemde Franse existentialist Jean Paul Sartre. En zo kun je nog wel even doorgaan. Zoals gezegd: die hel en verdoemenis die is er sowieso …..
Maar het gaat in het evangelie om iets anders, namelijk om de weg van de mensenzoon. Die is hier, met name in dit deel van het evangelie, aan de orde. En over die weg van de mensenzoon wordt gezegd: dat hij zal worden overgeleverd aan de mensen, ze zullen hem doden maar na drie dagen zal hij opstaan uit de dood. En de indringende vraag van het evangelie is: hoe verhoudt je je tot die weg van de mensenzoon? Als je hem wilt volgen, wat vraagt dat dan van je?
Het rare van het evangelieverhaal is dan dat de kring van leerlingen rondom Jezus voorbeeldig is in hoe het nu juist NIET moet op die weg van navolging (de ironie van het evangelie). Zij discussiëren met elkaar over wie de grootste is, de belangrijkste is onder hen. En Jezus stelt dan een kind in hun midden om te laten zien dat het daar om gaat in het leven: het gaat om de zorg en de koestering van de kleine mens, van hen die onaanzienlijk zijn. Dat vraagt de navolging op de weg van de mensenzoon van je. Vorige week was die passage aan de orde.
En deze week zien we hoe Johannes, een van de leerlingen, er nog eens overheen gaat met een andere kwestie: “Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten omdat hij ons niet volgde”. Nogmaals: hij dreef in uw naam demonen uit maar wij probeerden hem dat te beletten omdat hij ons niet wilde volgen. Laat dat maar eens op je inwerken ….. hoe volstrekt herkenbaar is deze kwestie die Johannes hier aan de orde stelt. Iemand doet goeie dingen, iemand staat op voor het recht en bestrijdt het onrecht in de wereld …. maar ja, hij is niet één van ons, dus dat kunnen we toch niet echt accepteren, dat moeten we terzijde stellen, misschien zelfs wel als onchristelijk terzijde stellen. Dat is toch niet je ware. Dat is toch niet zoals het bedoeld kan zijn. Iemand die niet bij ons hoort en toch goeie dingen doet. En ga zo maar door. Het is het gekrakeel waar wij zo vaak volledig in vast kunnen lopen, waar we ons zelf volledig in kunnen verliezen; het gekissebis over de vraag: wie hoort wel bij ons en wie niet, en ondertussen verliezen we uit het oog waar het werkelijk om gaat in het leven en in de wereld.
Jezus spreekt daartegenin een woord dat je goed moet onthouden: “wie niet tegen ons is, is voor ons”. Dat is nu wat je noemt ruimhartigheid!!! Niks geen uitsluiting bij voorbaat, ook niet de zuinige vraag “hoort hij wel bij ons?”. Hier, in dit woord, wordt een ruimte geopend waarin je kunt opademen en kunt gaan zien waar het om gaat in het leven. En in die ruimte kunnen dan ook de echte vragen aan de orde komen, kan ook werkelijk aan de orde komen waar het om gaat bij “de weg van de mensenzoon”. Het gaat daar op die weg om een levenspraktijk die breekt met de eeuwige vraag naar de macht, naar het groter willen zijn dan de ander. Een levenspraktijk die niet bij voorbaat uitsluit, of mensen definieert als ‘succesvol’ en ‘geslaagd’ dan wel als ‘loser’ en ‘mislukkeling’. Het gaat om een praktijk waarin wij allen worden opgeraapt en aangeraakt door een figuur, een mens, een god misschien die volstrekt iets anders leeft dan wat wij zo vaak voor ons zien: mensen die elkaar niet meer aankijken, mensen die elkaar veroordelen en elkaar vervolgens in een publiekelijk machtsspel vastzetten – denk aan het onsmakelijke spektakel dat van de week op de Amerikaanse televisie door miljoenen kon worden aanschouwd rond de kandidaat opperrechter Kavenaugh. Niemand die hier de minste wil zijn of nog enig mededogen heeft voor elkaar; niemand die ook nog gewoon eerlijk kan zijn. Oftewel: die hel en verdoemenis die is er sowieso….. En het vraagt heel wat van ons om daarbij weg te blijven en er niet in verzeild te raken.
Ruimhartigheid dus in de naam van de mensenzoon. En het vergt heel wat om die ruimhartigheid te bewaren en daarvoor open te staan. Het vergt ook heel wat om die gevoeligheid voor kleine en onaanzienlijke mensen vol te houden. Om te leven in mededogen voor elkaar en daarin te volharden. Het vraagt echt iets van je handen en je voeten, van je ogen en je oren, van je hele lichaam, om je in te stellen op de weg van de mensenzoon, en die niet te veronachtzamen. En daarover gaan die woorden waarin de Gehenna zo nadrukkelijk en akelig aanwezig is. De hel, waar het vuur onuitblusbaar is en de worm niet ophoudt aan je te knagen. Er is daar door de eeuwen heen heel wat ‘fantasy’ aan toegevoegd, met helse pijnen, eeuwige straffen en alle angst die daarmee gepaard gaat. Het is in die zin wel goed dat in hedendaagse vertalingen het oorspronkelijk Aramese woord gebruikt wordt en niet meer het algemene woord “hel”. Gehenna verwijst namelijk naar een oorspronkelijke plaats in het oude Israël. Daar was het dal van Hinnom, liggend ten zuiden van Jeruzalem (en Gehenna is het Aramese woord voor hebreeuwse Hinnom). En het dal van Hinnom was in het oude Israël de absolute non-plaats, waar je niet moest zijn. Het was de plaats waar de Moloch-cultus werd beoefend, waar dus kinderen werden geofferd aan de godheid “Moloch”. Het is een van de grote fronten van het Oude Testament geweest om daarmee te breken en die cultus te bestrijden en te vervangen door een menswaardige cultus. Die naam Gehenna bepaalt je dus bij een heel concrete verschijning van het kwaad, daar waar kinderen worden geofferd. Een gruwelijk gegeven dat inderdaad alle trekken heeft van een hel op aarde.
De weg van de mensenzoon, dìe wordt in het evangelie aan de orde gesteld en die krijgt met name in deze hoofdstukken van Marcus volop de aandacht. Hoe verhoudt je je tot de kruisweg die Jezus gaat? Hoe kun je je verbinden aan deze mens uit God? Wat betekent dat voor jouw leven? Wat betekent dat ook voor de kerk als gemeente van Jezus Christus? Want daarover gaat het uiteraard in het bijzonder in de verschillende evangelieboeken? Over de gemeente van navolgers. En de kring van leerlingen rondom Jezus zou je als model kunnen zien voor de kerk door de eeuwen heen, voor de gemeente die zich wil oriënteren aan deze zoon des mensen. En nogmaals: het is een soort van ironie in het evangelie dat die kring van leerlingen voorbeeldig is in hoe het nu juist NIET moet op de weg van navolging. Zij stellen met regelmaat de verkeerde vraag, ze voeren de foute discussie, ze geven vorm aan een solidariteit die nog weleens de plank misslaat. Misschien geeft dat geeft ook wel wat troost: als die leerlingen het al fout deden, tja, dan is het misschien niet zo vreemd dat wij in de kerk van alle eeuwen het ook nogal eens mis hebben …… Enige ironie in de praktijk van de gemeente is niet verkeerd, als relativering van de ernst die ons ook te zeer gevangen kan houden.
Maar de vraag blijft staan in alle scherpte: heeft het zout in ons nog voldoende kracht? Leven wij werkelijk in verbinding met de weg van de mensenzoon? Staan wij ook werkelijk voor recht en eerlijkheid in deze wereld en in ons leven, of gaan we al te gemakkelijk mee met al die bewegingen en krachten die wegvoeren van de mensenzoon?
Het evangelie van vandaag eindigt met de woorden: Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede. Het zegt iets over de scherpte en de aandacht waarmee je in het leven hebt te staan, elke dag opnieuw, en ook over de sfeer waarin je probeert te leven uiteindelijk: in vrede, in ruimhartigheid. Amen.

 

2 thoughts to “Preek van de Week – Zondag 30 september ’18 door ds. Tiemo Meijlink”

  1. Beste Dominee Tiemo Meijlink,
    ik heb u gisteren aangesproken op uw preek in de Nieuwe Kerk. U heeft mij gevraagd nog eens te reageren. Wat u gisteren vertelde raakte bij mij aan een traumatische ervaring. Dat maakt dat ik vrij heftig reageerde op een aantal dingen in uw preek. Door het “onsmakelijk spektakel” te situeren rond opperrechter Kavenaugh, raakt hij direct in het centrum van de aandacht. De vrouw, die hem betichtte van een traumatische jeugdervaring, wordt niet genoemd maar het is wel duidelijk dat als het rond Kavenaugh gesitueerd is, zij deel uitmaakt van het onsmakelijke. Ik zou het ook het mooiste en meest waardige vinden als er nog een rechtbank gevonden kon worden waar dit verjaarde misdrijf op een waardige manier uitgezocht en berecht kon worden. Toch doe je deze vrouw onrecht, door haar niet te noemen. Zij gaat staan met beschadigende ervaring van een 15-jarig meisje, dat zij haar leven heeft meegedragen. Zij staat op tegen een man die in een dronken bui meende te kunnen doen wat hij heeft gedaan en daarmee lijkt te zijn weggekomen. En nu lijkt hij opperrechter te worden. Wat zij doet is niet onsmakelijk maar moedig. De mensen om haar en de beschuldigde heen maken het onsmakelijk. Zij wenden haar leed en zijn vermeende aandeel aan voor hun politieke spel. Dat is verwerpelijk en allesbehalve christelijk te noemen. In die zin heb je gelijk.
    Toen je het had over Gehenna waar de kinderen werden geofferd, moest ik denken aan al die jongens en meisjes, die te maken hebben gehad met geweld en seksueel geweld van christelijke broeders en zusters van allerhande kloosters en congregaties, priesters en andere geestelijken, die hun christelijk geloof als dekmantel gebruikten en zich beschermd wisten door hun gemeenschap of meerdere. Veel daders zijn overleden maar onvoorstelbaar veel kinderen zijn beschadigd opgegroeid en in leven. Gehenna bestond dus recentelijk als plaats onder christenen. Het komt mij voor alsof dit iets is waar we maar liever niet over spreken in de kerk. Alleen spreken doorbreekt het zwijgen en kan ruimte geven aan mensen om iets erover te durven zeggen. Soms pas na tientallen jaren geheimhouding.

    1. Dag Saskia,

      Ik ken jou niet persoonlijk maar ik las je reactie op de preek van ds Tiemo Meijlink en ik wil daar graag op reageren.
      Ik proef in jouw reactie dat deze preek te weinig laat merken de kant van de slachtoffers te kiezen. Dat blijkt uit het feit dat wel de naam van de verdachte dader genoemd wordt in de preek en geen aandacht geschonken wordt aan de vrouw die als 15-jarige slachtoffer is geweest van zijn in dronkenschap uitgevoerde daad waartegen zij zich vergeefs verzet heeft. En ook nu heeft zij zich vergeefs verzet, want hij heeft nagelaten om op de juiste wijze verantwoording af te leggen van zijn daad of op verantwoorde wijze de beschuldiging van de hand te wijzen. Wat jij mistte in deze preek was de onvoorwaardelijke solidariteit met haar als slachtoffer. En dat gebrek aan solidariteit komt vaker voor in veel kerken. En daarom is een goede dogmatiek zo belangrijk. Een goede dogmatiek wordt niet alleen bepaald door de traditie maar ook door reacties, twijfels en vragen van mensen binnen en buiten de kerk. En jouw reactie, Saskia, hoort daar volop bij. En die geeft richting aan het antwoord op de belangrijkste vraag van de preek: Hoe kunnen we deel krijgen aan de weg die Jezus ging, inclusief lijden en opstanding?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *