Preek van de Week – zondag 30 oktober ’16

Genesis 41, 1 – 42
Lucas 19, 1 – 10

 

Gemeente van Jezus Christus,

Dromen zijn in onze tijd interessante psychologische verschijnselen die veelal als een weerspiegeling worden gezien van ons eigen gemoedsleven. Dat was in de oudheid anders. In de tijden voor voorheen hadden dromen een voorspellende waarde. En er waren magiërs en wijsheidsleraren die een belangrijke rol speelden in de uitleg van dromen.

Zo is dat ook met de dromen van Farao. Er wordt verteld in het Genesisverhaal dat de Farao heftig verontrust was door de dromen die hij die nacht had gehad: over de zeven vette en magere koeien, komend uit de Nijl, en over de zeven volle en magere korenaren. En dat is begrijpelijk als je beseft wat hij eigenlijk droomde. De Farao van Egypte was niet zomaar een koning met een sprookjespaleis en een kroon op zijn hoofd. Nee, die Farao was wat wel genoemd wordt een “sacrale vorst”, dat wil zeggen iemand die een kosmische, zeg maar gerust heilige status had. De Farao van Egypte stond garant voor het evenwicht, de harmonie in de kosmos en in de natuur. Hij had een goddelijke status, en dat niet zomaar omdat hij nu eenmaal heel veel macht had, maar omdat hij een functie vervulde in de balans van het totale wereldgebeuren, van de wereldorde. Daarvoor moest hij ook rituelen uitvoeren zoals het jaarlijks varen over de Nijl van zuid naar noord, omdat de Nijl ook niet zomaar een rivier was, maar als rivier een goddelijke status had: de Nijl zorgde immers voor de vruchtbaarheid van het land Egypte (middenin het woestijngebied van NO Afrika), en werd daarom ook als een God vereerd. En de Farao garandeerde als het ware deze goddelijke status van de Nijl door er jaarlijks van zuid naar noord overheen te varen en op die manier de rivier te eren.

En dus is die droom van Farao uiterst verontrustend: er komen zeven vette koeien uit de Nijl en daarna zeven magere koeien die die de vette opeten maar even mager blijven als ze waren. Uiteraard is dat geen prettige droom, en er is meteen het besef bij deze Farao, dat er iets grondig mis zou kunnen zijn. De rivier die garant staat voor de vruchtbaarheid van het land, de levensader van Egypte lijkt in het ongerede te raken. En hij de Farao, die nu juist symbool staat voor het evenwicht in natuur en kosmos, krijgt deze droom.

Daartegenover staat Jozef, een van de twaalf zonen van Jakob, die door zijn broers in de put is gesmeten en als slaaf naar Egypte is gevoerd en daar langzaam opklimt tot een redelijke hoge status in de hofhouding van Potifar. Maar vervolgens wordt hij door een schijnaffaire met de vrouw van Potifar opnieuw teruggeworpen tot een slavenbestaan in de gevangenis van Egypte en klimt dan weer op tot een hogere status als hoofd van de gevangenen. Zo wordt deze zoon van Jacob, dit kind uit de geslachten van het volk Israël, verschillende keren in zijn leven vernederd en verhoogd. Het gaat hier in dit Jozefverhaal inderdaad om de vernederde die verhoogd wordt, de slaaf die heer wordt. Waar hebben wij dat vaker gehoord? Inderdaad, in het evangelie – daar wordt zo’n zelfde beweging uitgetekend rondom Jezus van Nazareth, de mensenzoon die moet lijden en sterven aan het kruis, maar die leeft en als gekruisigde HEER is geworden van deze wereld. Jozef dus als een vroegtijdige weerspiegeling van de Messias van Israël, dat wordt hier in Genesis gesuggereerd.

Want hij wordt uit de gevangenis gehaald om de dromen van Farao te verklaren, als de wijzen van Egypte er niet kunnen komen. De wijsheid van de grootmacht Egypte met zijn absolute status als land van macht en kracht, loopt stuk op deze droom. En een slaaf, een Hebreeër – en dat was geen eretitel (!) – komt eraan te pas om alsnog verklaring te geven. Of nee, dat zeg ik verkeerd: deze slaaf, deze Hebreeër, geeft als antwoord op de vraag van de Farao om de droom te verklaren: “Dat is niet aan mij, maar aan God die zal antwoorden wat vrede is voor Farao”. Het is anders vertaald maar er staat letterlijk het woord sjaloom: ‘vrede’ zal het antwoord zijn van God. Zo zegt Jozef dat, en laat daarmee zien dat hij niet de wijsheid in pacht heeft maar een goddelijk woord van vrede doorgeeft. De God van Jozef zorgt dus voor de vrede van de Farao. Hij, toch eigenlijk de garant van het bestaan, blijkt aangewezen te zijn op de vrede van de God van Jozef.

Waarom moeten we dit soort oude verhalen, dit soort oude mythologie hier met elkaar delen? Dat is toch meer iets voor het museum van oudheden, en niet voor een levende, vitale kerkgemeenschap….. Welnu, waar het hier om gaat is de Geestkracht die in deze verhalen naar voren komt, waarin de macht van de kosmos, van de wereldorde, met alle ontzagwekkende uitstraling (denk aan de Pyramiden, de Sfinxen en alle andere machtige symboliek) uiteindelijk door het goddelijk woord in de mond van een Hebreeuwse slaaf, een richting krijgt en op orde wordt gebracht.

Dus niet de Farao blijkt de garantie te zijn van het bestaan en van de kosmos, niet de Egyptische grootvorst, maar het godswoord in de mond van een wijs mens, iemand die voortkomt uit de geslachten van Abraham, Izaäk en Jacob, uit het stamverband, het volk van Israël. In die zin is hier een omkering gaande die zijn weerga niet kent: Farao staat zijn macht af en legt zijn lot in handen van deze Hebreeuwse slaaf Jozef. En die wordt hier verhoogd tot zeg maar de onderkoning van Egypte. Het hele verhaal loopt er uiteindelijk op uit dat deze Jozef vanuit de graanschuren van Egypte de volkeren der wereld voedt en brood geeft om de hongerigen te voeden. Een typisch messiaans gebeuren, zo zou je het moeten noemen, een avondmaal voor alle volkeren van de wereld, waarbij de grootmachten van deze wereld in dienst komen te staan van de vrede en het goede leven van gewone mensen.

De grote vraag van het hele boek Genesis is: wie is de gezegende, de eerstgeborene, de voornaamste te midden van zijn broeders en zusters? En steeds in andere beelden en vormen en verhalen komt dan dit als antwoord naar voren: de gezegende is hij die weet heeft en besef heeft van de vernederde en arme en verslaafde mensen van deze wereld, die dat zelf ook heeft ondergaan. Zo wordt je een gezegende in de naam van de God die in de bijbel naar voren komt. Niet een god van de ongenaakbare, kosmische harmonie, van de Sfinx, maar een God die zich verbindt met de gebrokenen en vernederden. Dat is de Geestkracht die in deze verhalen wordt verteld.

Eigentijds gezegd: Wat maakt uiteindelijk op een beslissende manier indruk in deze wereld? Dat is niet het gebral van de politieke leider die zich zelf overschreeuwt of die zich in allerlei bochten moet wringen om zijn of haar politieke boodschap op orde te kunnen brengen. De beslissende Geestkracht die ons werkelijk kan inspireren en oriënteren in het leven, is hij of zij die vol van compassie in het leven staat en zo een zegen is voor de mensen om haar heen.

Wat kan ons inspireren? Wat maakt ook echt indruk? Die vraag is beslissend!!!

Het is daarom ook dat Zacheüs, de rijke hoofdtollenaar, Jezus wilde zien: wat voor iemand hij is. Nieuwsgierigheid drijft Zacheüs ertoe om deze man, deze mens te kunnen zien. En hij klimt ervoor in een boom om het volle zicht op Jezus te hebben. Zacheüs, zou je kunnen zeggen, is op zoek naar wat werkelijk indrukwekkend is in deze wereld. Hij is op zoek is naar de inspiratie die hij kennelijk uit zijn eigen rijkdom niet kan putten. Zou die inspiratie bij deze Jezus te vinden zijn – dat lijkt de vraag die hem drijft.

En groot is dus zijn vreugde als hij notabene door deze mens die hij een beetje op afstand had willen verkennen, en had willen zien of het wat is, die Jezus. Als hij notabene door deze mens wordt geroepen en hem wordt gezegd: Heden moet ik in jouw huis verblijven! En hij verandert van een tollenaar die er vooral op uit is geld voor zichzelf te vergaren, in een vrijgevig mens, een royaal man die het onrecht dat hij heeft aangericht, herstelt. Een schitterende omkering die ook werkelijk inspireert.

Laten wij dus zoeken naar de vorm van geestkracht, die juist voren komt in dit soort omkeringen. De Farao die zijn lot legt in handen van een Hebreeuwse slaaf; de tollenaar die verandert van een schraper in een royaal en vrijgevig mens. Dat mensen met weinig of juist ook met veel mogelijkheden de veerkracht tonen, de omkering ervaren en willen ondergaan om met compassie en rechtsgevoel in het leven te staan, dat wijsheid onze wereld richt en oriëntatie geeft. Dat wij door alle pracht en praal heen, door alle macht en status heen, zien wat werkelijk ertoe doet in ons leven en in onze wereld, wat werkelijk van waarde is. Dan zal er redding zijn van wat verloren was. Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *