Preek van de Week – Zondag 30 april ’17

De dienst in de Nieuwe Kerk had de vorm van een Morgengebed. Vandaar een kortere overweging:

Johannes 10, 11 – 16

De goede herder. Voor wie met het geloof is opgegroeid, is het een dierbaar beeld. Als vader of moeder overlijdt, ligt het vaak voor op de tong: ‘De Heer is mijn herder.’ Het moet gezongen worden in de dienst. En niet zelden staan die paar woorden ook boven de overlijdensafkondiging. Als een brug tussen het geloof van vader of moeder en de restanten van het geloof bij de kinderen. Even licht het weer op vanuit de achtergrond. Zeker als de band tussen ouder en kind goed was. Je kunt je geloof kwijt raken of afzweren, maar helemaal weg is het nooit. Ieder mens draagt een vader en een moeder in het lijf mee. Het overlijden van een vader of een moeder is een markeringspunt in het leven. Waar kom ik vandaan? Wie ben ik geworden? Hoe zal mijn leven verder gaan? Ja, dan kunnen ze zomaar ineens oplichten vanuit de achtergrond, die woorden: ‘De Heer is mijn herder.’

Nostalgie is het. Vooral dat. Maar niet alleen dat. Het heeft ook te maken met basisvertrouwen. Dat er een weg naar voren is. Ook als je geen hand voor ogen ziet. Ja, je kunt verdwalen. En je toch niet alleen weten. ‘De Heer is mijn herder.’  Maar nostalgie speelt wel een belangrijke rol als het om het beeld van de herder gaat. Zelf ben ik nog opgegroeid met de plaat aan de muur in de school met daarop het vredig tafereel van de goede herder en zijn schapen. Als je moeder er niet was, dan was er altijd nog de juffrouw. En als de juffrouw er niet was, dan was er ergens altijd nog de goede herder, van wie jij een schaapje was.

Ja, dat is toch wel de verleiding van geloven. Dat God en Jezus en de hemel gevangen blijven zitten in het kind in jou. Dat het daar bij jou zit, is niet het probleem. Daar is het gevormd en open gegaan. Maar dat het daar gevangen zit, dat is wel een punt. Je bent volwassen geworden. In een wereld die niet rekent met God. En daar waar nog wel gerekend wordt met God, daar wil je echt niet zijn. Elk kalifaat kan je gestolen worden. En de kerk dan? Nee, de kerk is anders. Ook al kan de kerk de meeste mensen ook gestolen worden. Maar hier mag je vrij zijn en anders en vrolijk denken wat je wilt. God. Jezus en de hemel bemoeien zich niet meer met dingen waar ze geen verstand van hebben: van politiek en economie en democratie. Ze zitten gevangen in het kind in ons. En ze komen voor de dag als het leven even tegen zit, als we verliezen lijden en troost nodig hebben.

Maar de goede herder laat zich niet vangen in onze nostalgie, die altijd opspeelt als de toekomst niet vanzelf spreekt. Eigenlijk heeft hij ook bar weinig gemeen met die lieve serene man met lange haren en goed geschoren baard op de wandplaat van mijn lagere school. ‘Hij geeft zijn leven voor de schapen,’ zegt het evangelie. Hij komt niet ongeschonden uit de strijd met roofdieren en roofmensen. De schapen kunnen hem wat schelen. De goede herder is een politiek beeld. Het komt bij de profeet Ezechiël vandaan. Uit een tijd dat de herder nog niet los gezongen was van de politieke werkelijkheid. Zouden wij het lied aanheffen ‘Op de grote stille heide’, dan zou Ezechiël niet weten waar wij van zongen. Ik denk dat de wandplaat van mijn school met de bijbel meer gekleurd is door dit lied, dan door de bijbel zelf.

‘Op de grote stille heide / Rust het al bij maneschijn / Als de schaapjes en de bloemen / Vredig ingesluimerd zijn / En terugziend op zijn pad / Juicht de herder: “Welk een schat / Hoe rijk is mijn heide / Hoe rijk is mijn heide, mijn heide.’  Hoe contrasteert het met het woord van de profeet: ‘Dit zegt God, de HEER: Wee jullie, herders van Israël, want jullie hebben alleen jezelf geweid! Horen herders niet hun schapen te weiden? Jullie eten wel van hun kaas, jullie gebruiken hun wol voor je kleren en jullie slachten de vette dieren, maar de schapen weiden, dat doen jullie niet. Zwakke dieren hebben jullie niet laten aansterken, zieke dieren niet genezen, gewonde dieren niet verbonden, verjaagde dieren niet teruggehaald, verdwaalde dieren niet gezocht – jullie hebben de dieren hard en wreed behandeld… Ik zal de herders straffen en mijn schapen opeisen… Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen.’ (Ezechiël 34, 1 e.v.)

 Wie vandaag politicologie studeert, leert nog steeds dat de overheid het schild voor de zwakken dient te zijn. Het is een afgeleide van dit profetisch woord, dat uit een tijd stamt waarin het herdersvak stond voor het geheel van politiek en economie. Wij zijn die link tussen het een en het ander kwijt geraakt. Wij leven niet meer in een agrarische samenleving. En eigenlijk komt het ons bar goed uit dat we de link tussen de goede herder en onze politieke en economische werkelijkheid niet meer hoeven te zien. Want laten we eerlijk zijn: Wat kan ons volwassen ik nog met God, Jezus en de hemel? ‘Schoenmaker, houd je bij je leest!’ Troost ons wanneer we u nodig hebben en laat ons verder met rust.

Alleen doet God dat niet. Hij zal er zijn om ons te troosten, als zijn gemeente niet wegloopt voor haar verantwoordelijkheid in deze wereld. Wij zijn geen huurlingen. Wij zijn de gemeente van Christus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.