Preek van de Week – Zondag 29 juli ’18

Over de deugden Justitia (Rechtvaardigheid) en Caritas (Liefde) in de serie ‘De zeven deugden als levenskunst’

Psalm 82
Johannes 3, 16

I
‘God heeft de wereld lief.’ Spreek de woorden zachtjes voor jezelf uit. Om ze toegang te geven tot de kern van je wezen. Om het daar een plek te geven, ook al is het niet te bevatten: God heeft de wereld lief. De wereld waar jij je geen raad mee weet. Waar dingen gebeuren die je zo boos, zo verdrietig en zo machteloos maken, dat je die liever niet weten wilt. Nee, je bent niet achterlijk. Jij weet ook wel dat het jouw wereld is en dat jij er met jouw goede wil en jouw goeie gedrag niet ongeschonden uit tevoorschijn komt. Jij maakt er deel van uit. Die wereld met jou erbij, die wereld heeft God lief.

En dat maakt dat we met deze God ook moeilijk uit de voeten kunnen. Als de wereld bij ons schuurt en erger, dan schuurt het geloof in God net zo. ‘Verhef u, God, spreek recht op aarde, alle volken behoren u toe,’ (Psalm 82, 8) bidden we vanmorgen met de psalmdichter mee. ‘Laat zien dat de weerlozen jou aan het hart gaan, God; dat jouw liefde naar hen uitgaat.’ Je bidt het mee met de psalmdichter, maar je weet inmiddels wel dat het akelig stil blijft aan de andere kant. En elke keer kost het je meer moeite om mee te bidden. Want het moet wel van twee kanten komen.

In het klein lukt het soms nog wel om Gods nabijheid te ervaren. Als de herinneringen gebleven zijn aan die momenten dat je bij je moeder op schoot zat, die met jou liedjes zong. Je kon dan God bij wijze van spreken bijna aanraken. Ja, mensenkind, God houdt van je! Om dit basale geloofsvertrouwen vast te kunnen houden, moet een mens wel cirkels trekken. Om te voorkomen dat oerervaringen van vertrouwen besmeurd raken met het cynisme van de wereld en met dat wat mensen daar wordt aangedaan. Alles waar we in de kerkdienst ‘Kyrie!’ om schreeuwen. ‘Waarom altijd weer die wereld?,’ vragen mensen mij, die net als ik naar de kerk komen om rust te vinden en het geloof niet te verliezen? ‘Waarom altijd weer die wereld? Mag het ook een keer over mij gaan?’

O ja, als je de woorden ‘God heeft de wereld lief’ zachtjes voor jezelf uitspreekt, weet dan dat het over jou gaat . Niet een beetje, maar helemaal. Maar het is ook eerlijk om te zeggen dat de kerk op dit kleine stukje aarde een moeizame relatie heeft opgebouwd met de stad en met de wereld. Om het geloof niet te verliezen, heeft ze een cirkel rond de denkbeeldige wierde getrokken. Want er moet toch een veilige plek zijn waar je de ziel een beetje droog kunt houden. In de kerk passen God en onze goede wil tenminste nog een beetje op elkaar. Ga je met het gezicht naar de wereld staan, dan komen direct de vragen: ‘Waar is die God dan?’ En: ‘Waar doe ik het allemaal voor?’

Zo gauw de wereld de kerk binnen komt, begint het ook direct te schuren. Een collega vertelde me hoe tijdens de viering van het avondmaal een man in de kerk begon te roepen: ‘Honger! Ik heb honger!’ Natuurlijk bied je zo’n man na de dienst een goede boterham aan. Maar het probleem zit hem in de kortsluiting tijdens de viering. Daar wordt iedereen zenuwachtig van. Er is iemand die van buitenaf, zonder het te weten, de veilige cirkel heeft doorbroken. En dan klopt er plotseling zo weinig meer van. Is ons geloof in God wel bestand tegen dit soort ervaringen? Is onze God wel bestand tegen de wereld?

II
In de serie themadiensten over de deugden, gaat het vandaag over Rechtvaardigheid en over Liefde. En dat in één dienst. Toe maar! Het zijn ook nog eens de toppers van de deugden bij elkaar. Daar hebben we flink mee lopen stoeien tijdens de voorbereiding. Want hoe voorkom je bijvoorbeeld dat je het zo uitgebreid gaat hebben over de overheid, over ons rechtssysteem en over de wereldorde, dat het nauwelijks nog over rechtvaardigheid als een deugd gaat, die je kunt oefenen? En hoe voorkom je dat de deugd van de liefde zich beperkt tot de inner circle van het gezin, tot de relatie tussen geliefden, of – als uiterste grens – tot in de vriendenkring.

Nog eens fluister ik de woorden voor me uit: ‘God heeft de wereld lief.’ En ik verdwijn dan niet. Het gaat mij helemaal aan. En dus gaat het in de deugd van de rechtvaardigheid ook om de overheid en het rechtssysteem en de wereldorde, die maar geen orde worden wil. Ik kan er niet om heen. Ze hebben met mij te maken. En dus gaat het in de deugd van de liefde om meer dan mijn geliefden. Dan gaat het om de kinderen in de naaiateliers van Bangladesh, die mij zo aan het hart gaan, dat ik ze niet kennen wil. Dan gaat het om de verkrachte vrouwen in het laadruim van de vluchtelingenboten. Dan gaat het zelfs om de ploerten die om eigen gewin de oorlog gaande houden. ‘Heb uw vijanden lief,’ zei de zelfde die vanmorgen tot ons spreekt: ‘God heeft de wereld lief.’

Mijn God, waar blijf je dan? Nou, niet in een kerk die het evangelie zo op maat gesneden heeft, dat het er altijd fatsoenlijk aan toegaat. Niet in een kerk, waar je ongestoord het kinderlijk geloof overeind houdt en die tegelijk voldoende mogelijkheden biedt om jezelf van je beste kant te laten zien en om mooie dingen te doen voor anderen. Niet in een kerk waar de harten geroerd worden door mooie woorden en door wiegende kerkzang. Maar in een kerk waarin we elkaar aan kunnen kijken zonder maskers en voluit kunnen vragen: ‘Mijn God, waar blijf ik dan?’ Zonder het antwoord al te kennen. Waar blijf ik dan als de liefde zo ver reikt dat de kinderen in de naaiateliers onze kinderen zijn? Als de vrouwen in het laadruim van de boten onze zusters zijn?

Draait u de orde van dienst nog eens om. Kijk naar de passiebloem die daar bloeit. En troost u voor even met de gedachte, die Noordmans verwoordt: Dat de correctheid het attribuut van Satan is. Dat Vader, Zoon en Geest samen hokken met de zonde, de ellende en de dood, rond het kruis van Christus. Niks Christendom. Niks cultuur. Alleen deze gemeenschap. Alleen dit evangelie. ‘De zwakke is hier machtig en de onwaardige krijgt dubbel eer.’ En daar hoor jij ook bij met die vraag, waar je het liefst voor weg zou lopen, maar het niet meer kunt: ‘Mijn God, waar blijf ik dan?’ Hier, rond het kruis.

III
Tijdens de voorbereiding van deze dienst werd Pietro Bartólo genoemd, de arts van het Italiaanse eiland Lampedusa. Elke keer als er een boot met vluchtelingen landt, gaat hij er heen om medische zorg te verlenen. Hij weet van de doden. Hij weet van de verkrachtingen. Maar hij doet zijn werk. Hij beoefent de deugd van de rechtvaardigheid. Bij elke blikwisseling wordt hij er aan herinnerd dat geen mens een niemand is. De universele verklaring van de rechten van de mens uit 1948 verklaart het onwettig om een mens tot een niemand te verklaren. Cruciaal zijn steeds de woorden ‘allen’ en ‘een ieder’, terwijl de term ‘niemand’ alleen wordt gebruikt voor verbodsbepalingen. Zoals bijvoorbeeld het verbod op martelen.

Wat houdt Pietro Bartólo gaande? Niet de successen. Niet de verbeteringen op het internationale speelveld. Wel de gemeenschap van het eiland, die hem draagt. Wel de gezichten, die hem er steeds opnieuw aan herinneren dat geen mens een niemand is. Hij is geen held. Hij kan niet anders. Ook al lacht de wereld hem uit in zijn gezicht. Zou dat ook niet de roeping van de kerk zijn om zo in de wereld te staan? Als de gemeenschap van Lampedusa. Ze krijgt het nooit rond, wat op haar bordje wordt gelegd. Het gaat maar door. En toch weten ze zich gezegend met de gemeenschap en met mensen als Pietro Bartólo. ‘De dingen breken je vaak bij de handen af,’ zei een van onze harde werkers uit deze kerkelijke gemeente. Precies! En laat dat nou onze kwaliteit zijn. Wij bezien de wereld en onszelf van rond het kruis van Christus, waar God niet meer herkenbaar is als God. ‘De zwakke is hier machtig en de onwaardige krijgt dubbel eer,’ zegt Noordmans.

IV
Naast de gemeenschap van Lampedusa kwamen tijdens de voorbereiding van deze dienst ook de monniken voorbij uit de film ‘des hommes et des dieux’. De film is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Een groep van negen Franse Trappister monniken woont in een klooster in Thibirine, Algerije. Naast het bidden en werken helpen ze de dorpelingen met medische hulp, met werk, met het invullen van formulieren, met kleding, met een goed gesprek. Net als alle anderen verkopen de broeders bescheiden hun producten op de markt. Ze komen terecht in het gewelddadige conflict tussen een vrijheidsbeweging van fundamentalistische moslims en de veiligheidstroepen van de regering. Deze Algerijnse burgeroorlog zou ruim tien jaar (1991-2002) duren en meer dan 150.000 mensen het leven kosten. In 1996 bereikte het geweld ook het klooster. Zeven van de monniken werden ontvoerd en later vermoord teruggevonden. De monniken weten zich gebonden aan het dorp en dat is de belangrijkste reden waarom ze niet vluchten voor het dreigende geweld. Van Benedictus hebben ze geleerd over de ‘stabilitas’: een goede herder verlaat zijn kudde niet! Een vrouw uit het dorp verwoordt het echter nog pregnanter: de dorpsbewoners zijn vogels die op een tak zitten, en die tak dat zijn de broeders.

De titel van de film verwijst naar Psalm 82: ‘Ooit heb ik gezegd: “U bent goden, zonen van de Allerhoogste, allemaal.” Toch zult u sterven als mensen.’ In de film zijn het niet de ploerten die zich goden wanen, die sterven. Het zijn de monniken, die hun veiligheid vinden rond het kruis van Christus en zelf de weg van de gekruisigde gaan. Een geworden met het dorp vol geringen en gebukten. De monniken oefenen de deugd van de liefde, die zich niet beperkt tot de eigen gemeenschap. Kijk in de spiegel en herken in deze gemeenschap je eigen geloofsgemeenschap. Hoe diep je ook moet graven. Zij is daar. Want ook jouw gemeenschap is van Christus. Geen cultuur. Geen christendom. En nog minder een clubje angstige fatsoensrakkers voor wie het genoeg is om het samen goed te hebben, onder de beschermende vleugels van een zelf gemaakte God.

Weet u? Het is nooit hopeloos. Er zal nog heel wat dor hout worden weg gebroken, als het om de kerk in Groningen gaat. Maar ook in deze stad zal er een tak blijken te zijn, waarvan stadjers zeggen dat het daarop goed toeven is. Ondanks alles.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

er de deugden Justitia (Rechtvaardigheid) en Caritas (Liefde)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *