Preek van de Week – Zondag 26 januari ’20

Jesaja 49, 1 – 7

Matteüs 4, 12 – 22

I
‘Niet met vreemde mannen meegaan!’ Een waarschuwing, waar menig kind mee groot geworden is. ‘Hierheen, achter mij aan!,’ zegt Jezus tegen Simon en Andreas. Het riep bij Tim de associatie wakker. Man, kijk uit wat je doet!

Het is een hele behulpzame associatie. Je wordt je in een klap bewust dat Jezus niet bij de cirkel hoort die zich zo gemakkelijk sluit. Die van de familie. Die van het dorp. Die van wij tegenover zij. Hij is die vreemde man, die ons weg roept uit alle verbanden. De schok komt wat laat. Het kwaad is natuurlijk al lang geschied. De kerk hoort bij het wij. Ze heeft het vreemde en gevaarlijke voor ons al lang verloren. Voor wie hier nooit komt, is het tenminste nog vreemd wat wij hier doen. Wij hebben de kerk ingeweven in ons leven. Ze is ons vertrouwd geworden. Wie er nooit uit weg gelopen is, weet niet beter. In de kerk hebben we het woordje God leren spellen. En Jezus loopt er in en uit.

Maar door de associatie is hij plotseling die vreemde man geworden, waar je als kind voor werd gewaarschuwd. En laat dat nou dichter op het evangelie zitten, dan het ons kent ons waartoe ook Jezus hoort. Het verhaal van de roeping van Simon en Andreas en van Jacobus en Johannes is een schokkend verhaal. Menig dominee heeft geprobeerd het lont uit het kruitvat te trekken door te zeggen dat ze elkaar natuurlijk al lang kenden en dat de vissers vertrouwd met Jezus waren. Dat dat zo natuurlijk was dat de evangelist het niet de moeite waard vond om het er bij te vermelden. Zo werd het wegroepen van de discipelen uit de bestaande verbanden een wandelen met Jezus langs het tuinpad van mijn vader uit het liedje van Wim Sonneveld. Ernstig te nemen, dat zeker. Maar bovenal vertrouwd.

II
Het evangelie is een vreugdevol bericht voor mensen die geleden hebben onder de cirkel, die zich zo makkelijk sloot. Voor wie het niet de veilige plek was waarbinnen je de wereld en jezelf leerde ontdekken. Ik denk aan vrouwen en mannen, die als kind misbruikt zijn en aan de cirkel niet konden ontsnappen. Waar iets vermoed werd, werd zo vaak de andere kant op gekeken. Weg van wie geen kant op kon. Ik denk aan jonge mensen die niet wisten hoe ze uit de kast konden komen, omdat er buiten de kast zoiets niet kon bestaan. Ik denk aan een recent artikel in het dagblad Trouw, waarin aangetoond werd dat het eigen huis voor vrouwen de meest onveilige plek is. En wat te denken van asielzoekers, die van buiten zich stuk lopen op de zich sluitende cirkel?

Ik weet niet waarom ik over de zich sluitende cirkel vooral spreek in de verleden tijd. Misschien is het de hoop dat de openheid aan de winnende hand is. Maar als het valse hoop is, of erger: een wegkijken, dan blijft staan wat het evangelie vandaag verkondigt door de profeet Jesaja te citeren: ‘wie neerzitten in een streek vol schaduw van dood, hun is een licht opgegaan (Jes. 8,23; 9,1)!’ Ja, meer nog. Al die mensen, die hopeloos alleen hun duizend doden sterven, worden door het evangelie tot gemeenschap verklaard: ‘de gemeenschap die neerzit in duisternis ziet een groot licht’ Jezus is dat licht volgens Matteüs.

III
‘Volk’, zo vertaalt de NBV. En dat is helemaal juist. Maar het is wel volk, waar verband in zit. Het is niet van dat volk, waar je beter niet mee te maken kunt krijgen. Geen zooitje ongeregeld. Nou ja, dat is het natuurlijk wel vanuit het perspectief van de mensen die het leven een beetje op orde hebben en bang zijn om dat te verliezen. En ook vanuit het perspectief van een kerk die met afgrijzen ziet hoe het er in de wereld aan toe gaat. Maar vanuit het evangelie bezien zijn al die probleemgevallen en stuk gelopen zielen het eigendom van Jezus. Hij is het licht dat hen tot zijn gemeenschap maakt. Niet die van de zich sluitende cirkel. Maar de gemeenschap van een zich steeds opnieuw openende cirkel, wereldwijd.

Al die geloofsgemeenschappen, die zichzelf op hun websites en facebookpagina’s ‘open’ noemen, de onze incluis, spelen met vuur. Of ze zeggen het en zijn het niet en houden zo Jezus buiten de deur. Of ze gaan deel uitmaken van die zich steeds opnieuw openende cirkel wereldwijd en krijgen mensen over de vloer waarbij je denkt ‘Wat nu?’ en je op die vraag geen antwoord hebt omdat je het antwoord sámen zult moeten vinden.

En dan ontdekken dat dit voortaan jouw gemeenschap is. Dat jij daar bij hoort met je stuk gelopen leven. En jij, die je net een stapeltje dossiers voelt bij de hulpverlening. En jij die nog niets snapt van hoe het hier in Nederland geregeld is. En jij die de kerk als vertrouwd plekje ook nog eens dreigt kwijt te raken. Vandaag sluiten we de Week van Gebed voor de Eenheid af, die we vorige week o.a. hier zijn begonnen. Elk jaar weer kijken we in de spiegel en zien we onszelf terug als een optelsom van zich sluitende cirkeltjes. En op zich is dat verklaarbaar en goed invoelbaar, want wie heeft er geen verbanden nodig om te ontdekken wie je bent en om gekend te zijn? Maar dat al die zich sluitende cirkeltjes zich sieren met de naam van Jezus en doen alsof ze aan zichzelf genoeg hebben, dat gaat gewoon niet samen. De naam van Jezus is geen bordje op de deur. Hij is de levende werkelijkheid, die cirkeltjes open breekt, mensen uit de kast roept – ‘hierheen, achter mij aan!’ –, die het eenzame donker niet schuwt. En die daar gemeenschap sticht. ‘De gemeenschap die neerzit in duisternis ziet een groot licht’  

IV
Jezus gaat wonen in Kafarnaüm aan de zee. Een marktplaats met een regiofunctie. Alles behalve een zich sluitende cirkel. Een prima plek om allerlei mensen te ontmoeten. Kafarnaüm is op het randje. Het ligt in het uiterste noorden. In het Galilea van de volkeren. Galilea van de heidenen, zegt de NBV. Geen gemeenschap waar iedereen weet hoe je ‘God’ moet spellen. Galilea zijn ‘die daar’ waar de ‘wij’ het hoofd over schudden. En reken er maar op dat daar reden voor is. ‘Een streek in de schaduw van de dood,’  zegt Jesaja. Jezus laat er zijn vaderstad Nazaret voor achter.

Écht wonen, in de zin van huisje boompje beestje, kun je daar ook weer niet. ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen,’ (8:20) horen we Jezus even verderop in het evangelie zeggen. Ja, Jezus is daar helemaal in Kafarnaüm. Maar het is wonen op het randje. De zee benadrukt dat. Ze staat in de bijbel voor de chaos en de duisternis. Ze is de permanente realiteit van dat mooie mens, dat elke keer als ik haar ontmoet zegt: ‘Ik moet door hè?’, terwijl het eigenlijk niet gaat. Bij haar is hij gaan wonen.

Een woord dat dit beeld nog versterkt is uitwijken. ‘Als Jezus hoort dat Johannes is overgeleverd, wijkt hij uit naar Galilea.’ (4:12) Het woord komt meerdere keren terug in het evangelie volgens Matteüs. Gods koningschap komt niet langs rechte wegen. Het wijkt voor de lange arm van de staat. Het wijkt voor het oordeel van de godsdienstige elite. Het gaat de weg van vluchtelingen. Om in een streek vol schaduw en dood als een licht op te gaan. Daar wil het schijnen. Dat is geen noodlot. Het is een keuze waar de hemel niet meer van af te brengen is. Je kunt de boodschappers doden. Maar niet de boodschap: ‘bekeert u,- want genaderd is het koninkrijk der hemelen!’ (4:17)

V
Wij houden niet zo van zieltjes winnen en van het woord bekering. Wij vinden dat niet meer van deze tijd. Een mens moet haar eigen plan kunnen trekken en autonoom zijn. In de bubbel aan de goede kant van de streep is dat een loffelijke gedachte. Maar het koningschap van God dat komt, is niet van deze tijd. De hemel doet niets liever dan zieltjes winnen. De hemel is op jouw bekering uit. Het breekt de zich sluitende cirkels open. Het redt de ziel van wie geen kant meer op kunnen. Die alleen de autonomie van hun eenzaamheid kennen. En de autonomie van wie hen hun wil opleggen. Het redt de ziel van wie wél hun eigen plan trekken en dan te horen krijgen dat dat toch niet helemaal de bedoeling is en dat ze er bij ons dus niet in komen. Hen is een licht opgegaan. Zij zijn de gemeenschap van Jezus Christus.

Wij geven graag een eigentijdse draai aan het woord ‘bekering’: minder vlees eten, minder vliegen, je ecologische voetafdruk verkleinen. Doe die dingen vooral. Deze tijd heeft het nodig. Het is twee voor twaalf. Maar bekering heeft te maken met Góds tijd. Daarin is het ook twee voor twaalf. Maar dan in de zin van ‘ik kan niet wachten!’. Ik kan niet wachten tot de dag daar is, dat de zich sluitende cirkels worden open gebroken. Dat verloren zielen eindelijk gehoord worden, zonder met de pet in de hand te hoeven staan tegenover ons. Dat ik niet alleen met de mond hoef te belijden dat die asielzoeker mijn zus, mijn broer is. Maar dat dit ook werkelijk zo is. Omdat we samen deel uitmaken van die gemeenschap die van Christus. Niet van een of ander instituut of van een richting die de waarheid in pacht meent te hebben, maar van Christus.

VI
‘Niet met vreemde mannen meegaan!’ Met die waarschuwing zijn we begonnen. En dat lijkt me nog steeds een goed idee voor onze kinderen. ‘Hierheen, achter mij aan en ik zal u vissers van mensen maken!’ (4:19) Tel je knopen, houd je hoofd koel, wees bij de tijd, en je doet het echt niet. Het volgen van Jezus zet zo veel op de kop en op losse schroeven, dat je je wel twee keer bedenkt. En precies dat doen de vissers niet. Bedenktijd ontbreekt omdat op dit punt in de tijd Gods tijd het over neemt. Het is geen autonome beslissing, die ze nemen. In het dringend appel, dat veel weg heeft van een bevel, ontvangen ze een nieuwe autonomie. Een die niemand buiten sluit en die een hele wereld in sluit.

Deze kerk is niet van deze tijd. Deze kerk is geen bolwerk van gelijkgezinden. De Nieuwe Kerk is niet van ons. Vandaag krijgt u haar terug uit Gods hand. Dit is Kafarnaüm waar alles maar in en uit loopt. Hier is leven op het randje van deze tijd en Gods tijd. Deze plek is een steen in Gods vijver, die steeds wijdere cirkels trekt. Het kan nog knap vermoeiend worden. In tijden dat dat zo is, zullen we des te intenser de aanwezigheid ervaren van Jezus die zegt: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen,’ (8:20) Maar we zullen aan de kramp voorbij zijn van redden wat er te redden valt er roepen ‘het is twee voor twaalf!’ Ja, het is twee voor twaalf en we kunnen niet wachten…

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.